website over journalistiek

x

Villamedia heeft een app

 
Dit artikel wordt met je gedeeld door NVJ-lid Nick Kivits. Ook lid worden?

Exclusieve inhoud Sluiten

Een NVJ-lid heeft dit artikel met je gedeeld. Gratis een maand alles lezen? Klik hier.

Een NVJ-lidmaatschap geeft je recht op:

  • Persoonlijk advies
  • Juridisch advies & rechtsbijstand
  • Perskaart
  • Korting op cursussen
  • Villamedia magazine

Word lid Verder lezen

Balanceren tussen bijstand en burn-out

Sjors van Beek — Geplaatst in Werk op zaterdag 28 mei 2016, 09:00

Sjors van Beek verhuist binnenkort van geliefd Amsterdam naar eveneens geliefd Maastricht

Sjors van Beek verhuist binnenkort van geliefd Amsterdam naar eveneens geliefd Maastricht - © Frank Groeliken

Persoonlijk Een steeds beter lopende freelancepraktijk. En toch weer in loondienst gaan – inclusief bijbehorende verhuizing. Wat ligt er aan zo’n stap ten grondslag? Voormalig freelance journalist Sjors van Beek (52) legt uit waarom hij besluit (opnieuw) in dienst te treden bij De Limburger.

Twee weken denk ik diep na: wil ik de overstap maken van freelance journalist naar journalist in loondienst?

Ja, dat wil ik. En dus begin ik op 1 juni als onderzoeksjournalist bij De Limburger – en verhuis van geliefd Amsterdam naar eveneens geliefd Maastricht.

Het bijbehorende denkproces wil ik best uit de doeken doen. Omdat het iets zegt over de penibele situatie waarin freelance journalisten verkeren.

Even de feiten. Eind 2011 ‘boventallig’ verklaard bij Binnenlands Bestuur. Met hard werken – en wat doodgewone mazzel – een plekje op de freelance-markt weten te verwerven, als onderzoeksjournalist, schrijver van grote reportages en deskundige op het gebied van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Die specialisatie is een bewuste keuze, omdat ik inschat dat dáár het gat in de markt zit.

Die inschatting blijkt juist. Werk is er volop. Meer zelfs dan ik aankan. Grote reportages voor De Groene Amsterdammer, waar hoofdredacteur Xandra Schutte me gouden kansen biedt. Publicaties in Vrij Nederland, Elsevier, Nieuw Isra­­ëlietisch Weekblad, VNG Magazine, regionale kranten en – het afgelopen jaar – de Volkskrant. Respectabele opdrachtgevers (Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde) beginnen zich warempel zelf te melden.

De Wob-ervaring blijkt ook gewild. Sargasso, Local Focus, De Onderzoeksredactie (nu Platform Investico), Reporter Radio, ThePostOnline, Follow The Money, regionale kranten, en zélfs particulieren huren me in voor advies. Op de scholen voor journalistiek word ik gastdocent.

De bal begint dus te rollen. Waarom dan toch ‘terug’ naar de krant die ik in 1999 vrijwillig verliet voor een plek bij het Algemeen Dagblad op Curaçao?

Vooropgezet: het is gewoon een prachtige baan bij een geweldige krant die serieus werk maakt van onderzoek. Maar daarnaast: het bovengeschetste freelancersbestaan is – misschien – geen decennia vol te houden, het biedt geen enkele zekerheid. Nu gaat het goed. Maar voor hoe lang? Het lange-termijn-perspectief ontbreekt.

Mijn gemiddelde werkweek bedroeg zestig à zeventig uur per week. Om 6.00 uur de wekker. Krantje, ontbijtje, twee meter lopen naar de laptop en om 7.30 uur aan de slag. ’s Avonds even een warme magnetronhap en door tot 22.00 uur. Twee meter teruglopen. Slapen. Om 6.00 uur de wekker. Enzovoort, enzovoort.

Een sociaal leven had ik vrijwel niet meer. Geen tijd. Geen energie. En eigenlijk ook geen geld voor leuke dingen. Werken, alleen maar ­werken, altijd dóór, dóór, dóór.

Was dat nodig? Deels. En deels zit het ‘tussen de oren’. Mijn basiskostje scharrelde ik nog wel bij elkaar. Maar daarmee was ook alles gezegd. Geen pensioen. Geen arbeidsongeschiktheidsverzekering. Laat staan een buffer aanleggen voor mindere tijden. En al die tijd het Zwaard van Damocles: als me iets overkomt, bijvoorbeeld een forse ziekenhuisopname, kan ik dat niet overbruggen. Het zou subiet betekenen: huis verkopen, overwaarde opeten en daarna bijstand aanvragen. Die constante dreiging is zwaar en maakt dat je zelden nog ontspant. Je durft jezelf geen rust meer te gunnen. Want een uur niet werken = een uur geen geld.

Even een stokpaardje. Ik denk dat 90 procent van de freelance ‘echte’ journalisten (dus niet de copywriters en de commerciële schrijvers) tweeverdiener is. Eentje verdient de huurpenningen of hypotheek, de ander verdient het leefgeld. Dan is het te doen: 1000 à 1500 euro per maand valt er nog wel te verdienen in de schrijvende journalistiek. Maar ik ben alleenstaand, en ouder van een kind. Ik moet bijkans het dubbele binnen harken, elke maand opnieuw, nog vijftien jaar, vrijwel zonder rustpauzes – want rust is onbetaald. Altijd maar blijven watertrappelen. Even stoppen betekent kopje onder.
De schrijvende journalistiek betaalt per woord. Ongeacht de tijdsinvestering. Een enkelvoudig interview van – pak ’m beet – 1200 woorden à 34 cent is 408 euro, een goedbetaalde dag.

Maar een onderzoeksklus, met een Wob-procedure inclusief bezwaarschrift, plus bestuderen van een verkregen dik dossier én interviewen van zo’n tien mensen..? Oók 408 euro. Bruto. Of 750 euro als het qua woorden een onsje meer mag zijn. Voor twee of drie weken werk. Mijn vroegere – maar allang weg­bezuinigde – schoonmaakster betaalde ik meer.

Veel snelle klussen dan? Een sloot aan korte berichtjes à 13 cent per woord? Zie met zo’n massaproductie op stukloonbasis maar eens een structureel inkomen te verwerven. Inhuur per dag, bijvoorbeeld als web-, eind- of bureauredacteur, kan ook. Maar rijg de jaarcontractjes maar eens jarenlang aan elkaar, zonder back-up en zonder gaten waarin de hypotheek wel moet worden betaald. En kom er maar eens tussen, als oudere schrijfjournalist pur sang. Meermaals ben ik afgewezen wegens ‘overgekwalificeerd’.

Onderzoek en grotere ­reportages dus. En met dat pakket aan werkzaamheden raak ik verzeild in een ongezond soort manische werklust: elke klus aannemen, wánt inkomsten. Nooit ‘nee’ zeggen want anders komen ze misschien niet meer terug. Eindeloos pitchen van ideeën. Accepteren dat conceptverhalen soms zeven (!) keer op en neer gaan, met wat gemailde aanwijzingen: graag wat meer zus en minder zo, die invalshoek missen we nog, en kun je die mensen óók nog even bellen? Onbetaald, wel te verstaan. Een aannemer rekent meerwerk. Een journalist zegt ‘ja en amen’.

Door dit alles dreigt een spiraal naar beneden. Weinig tijd, maar ook – of desondanks – weinig geld. Gezellige bieravondjes met vrienden om even uit te puffen? Hm.. da’s toch weer 50 euro, dus doe maar niet. En trouwens, morgen weer vroeg op en heel hard werken – uitslapen is te duur. Vrienden zie je amper nog en collega’s heb je niet. Ik had dagen dat ik niemand zag behalve de bakker.

Tuurlijk, er zijn journalisten die het wél redden. De Joris Luyendijks en Thomas Erdbrinken, en de enkeling die een semi-vast-redacteurschap weet te verwerven bij een krant of weekblad. Voor tv-personality ben ik vermoedelijk te lelijk, en misschien heb ik het ergens gewoon niet goed gedaan of mis ik het ware ondernemers-gen, zeg het me gerust.

Maar ik ken óók goede journalisten die bij de Voedselbank zijn beland. Of die uitgeput het stokje aan de wilgen hangen, zoals mijn gewaardeerde vriend en collega Bart Ebisch heeft beschreven in de vorige Villa­media (mei 2016).

Door mijn nieuwe baan aan te nemen, kan ik mijn droomprofessie blijven uitoefenen en journalistiek onderzoek blijven doen zonder doorlopende angst voor bijstand of burnout. Ik heb weer collega’s, en regelmatig een vrije avond, en – niet te vergeten – een vast podium voor mijn producten. Ik hoef niet meer als een stofzuigerverkoper langs deuren te leuren met een mooi verhaal.

Tot slot. Als ik voor elke nu verdiende euro anderhalve euro had gekregen, had ik een acceptabel bestaan kunnen opbouwen, met een normaal sociaal leven, een spaarpot en verzekeringen. Maar de tarieven zijn gewoon te laag.
Daarom een dringende oproep aan de ‘Machers’ in de journalistiek. Dóe iets aan de werkelijk abominabele positie van het groeiende leger freelancers. Betaal ze beter. Hogere basistarieven, extra geld voor meerwerk, bonussen voor tijdrovende research. Voorkom dat ervaren, goede freelancers het voor gezien houden. Want naast immer krimpende redacties leidt dat tot een steeds verdergaande verschraling van het journalistieke veld. Goede journalistiek heeft een prijs. Zelfs freelance journalistiek.

Sjors van Beek (52) studeerde geschiedenis en begon als journalist bij toenmalig Dagblad voor Noord-Limburg, later opgegaan in Dagblad De Limburger. Twee jaar werkte hij bij het Algemeen Dagblad op Curaçao, waarna hij aan de slag ging bij weekblad Binnenlands Bestuur. Hij verloor zijn baan bij een reorganisatie in 2011. Sinds die tijd werkt hij als zelfstandig onderzoeksjournalist. Hij woont in Amsterdam en verhuist nu naar Maastricht.

Nog geen reacties

Om te reageren moet je een Villamedia Account hebben en moet je eerst ingelogd zijn.

Villamedia Sluiten

Inloggen

Registreren

Vul onderstaande gegevens in voor exclusieve toegang voor NVJ-leden.