villadewereld


 Steunpunt voor Nederlandse journalisten die berichten over ontwikkelingslanden.
 

Over ons   Actuele databases van relevante personen en organisaties

Home
Over ons
Contact
Agenda

Beurzen
Bemiddeling
Journalistiek
onderzoek
Stimulering
Publicaties



Een site van


Dick Scherpenzeel Stichting




Internationale samenwerking



 

Webmaster: Lotte van Doorn

Goede journalisten zijn wereldverbeteraars
Doet de journalist nog aan solidariteit?

Verslag van de discussiebijeenkomst dinsdag 15 juni 2004, 14.30 – 16.30 uur, de Rode Hoed te Amsterdam


In de eerste salon die Villa de Wereld in samenwerking met De Rode Hoed organiseert, worden de grenzen tussen journalistiek en solidariteit opgezocht. Dit gebeurt aan de hand van voorbeelden van journalisten van toen en van nu die verder gaan dan alleen verslaggeven. 
Daartoe worden de (oud) journalisten Jan van der Putten, Rocky Tuhuteru en Linda Polman uitgenodigd door gespreksleider Karin van den Boogaert hun verhaal te doen. Robert van de Roer completeert het gezelschap achter de tafel. Hij zet vraagtekens bij het samengaan van journalistiek en solidariteit.


Voordat de discussie begint, heet Peter van Lier (bestuurslid Dick Scherpenzeel Stichting en directeur van Oneworld.nl) de bijna honderd deelnemers van harte welkom. Hij legt uit dat Villa de Wereld is ontstaan uit een initiatief van de Dick Scherpenzeel Stichting en FREE VOICE, en gesubsidieerd wordt door de NCDO. Villa de Wereld wil een centraal adres zijn voor informatie en contacten voor journalisten, programmamakers en studenten journalistiek die geïnteresseerd zijn in berichtgeving over Afrika, Azië en Latijns Amerika en thema’s als internationale samenwerking en globalisering. Een van de activiteiten die Villa de Wereld wil ondernemen is het regelmatig organiseren van vakinhoudelijke bijeenkomsten zoals deze. Dit gebeurt in samenwerking met De Rode Hoed.
Peter van Lier roept iedere belangstellende op om mee te denken en te helpen bij het organiseren van activiteiten van Villa de Wereld.

Introductie: Engagement als politieke kleur en engagement als passie 

Karin van den Boogaert (ondermeer werkzaam voor de Wereldomroep, en Radio 1-Journaal) introduceert de verschillende gesprekspartners achter de tafel: 
Jan van der Putten is oud journalist van onder meer de Volkskrant en NRC Handelsblad. Hij was in de jaren zeventig correspondent in Latijns-Amerika en behoorde tot de groep journalisten van onder meer Koos Koster, die zich engageerden met de vrijheidsbewegingen. Van der Putten zit nu veel in China als directeur van ‘Eyes on China’.
Linda Polman is freelance journaliste en heeft onder meer een boek geschreven over de blauwhelmen( ‘K zag twee beren.). Daarin beschrijft zij dat, op het moment dat zij getuige is van een moordpartij op vluchtelingen in Rwanda, ze niet meer aan de kant kan blijven staan en ‘lijken is gaan rapen’.
Rocky Tuhuteru is ondermeer radiojournalist met een programma voor Molukkers. Hij heeft drie jaar geleden, samen met Victor Joseph het initiatief genomen voor het Moluccan Media Center (MMC) op Ambon. Doel van het MMC is journalisten met christelijke en moslim achtergronden samen te brengen en te scholen, om de berichtgeving te professionaliseren en de journalisten aan te moedigen om te werken aan verzoening tussen de beide religieuze groepen.
Robert van de Roer is diplomatiek redacteur van NRC Handelsblad. Hij schrijft over de VN en de NAVO. Voor hem is engagement (in de zin van politieke kleur) in het werk vreemd. Hij verkiest de professionele distantie en objectiviteit. Natuurlijk is er wel engagement in de zin van ‘passie’.

Op welke gronden kiest een journalist?


Jan van der Putten is destijds door de NRC ontslagen omdat hij teveel ‘engagement’ vertoonde in zijn berichtgeving. In Latijns-Amerika was de situatie heel repressief. Overal was staatsterreur. Het was een heel extreme situatie. Het ging over dood en leven. Er was geen middenweg. De Koude Oorlog was op een hoogtepunt. Van der Putten schreef over Pinochet in relatie tot schending van mensenrechten. Niet over Pinochet als staatshoofd. Ook schreef hij over het bedrijfsleven dat zich verzette tegen Allende. Maar omdat men in Nederland vooral bevriend was met Amerika, werd dat soort berichtgeving al gauw als anti-Amerikaans = links en communistisch beschouwd en dus politiek. Dat kon toen niet bij de hoofdredactie van de NRC door de beugel.
Van der Putten heeft zich altijd laten leiden door de overtuiging dat het als journalist beter is om groepen mensen die niet of weinig aan bod komen te belichten, dan de partijen die gelieerd zijn aan de macht. Dat is een keuze. Hij heeft nooit dingen verzwegen of verdraaid. 
Linda Polman is er van overtuigd dat geëngageerde journalisten per definitie betere verhalen opleveren. Want zij hebben door hun engagement passie en zijn beter geïnformeerd. De taak van journalisten is ook om feiten te duiden. Je kunt je wel voornemen om objectief te zijn, maar dat ben je nooit. Je kiest voortdurend: het onderwerp, de mensen die je aan het woord laat of juist niet, de dingen die je beschrijft en de zaken die je weglaat. Zelfs in de woordkeuze ben je als journalist voortdurend aan het kiezen en daarom nooit objectief.
Rocky Tuhuteru: De betrokkenheid van journalisten in Nederland bij bijvoorbeeld de Molukken is vaak ver te zoeken, terwijl er toch 50.000 Nederlanders een Molukse achtergrond hebben. Als Nederlandse soldaten diarree krijgen in Irak beheerst dat wel het nieuws, niet als er dodelijke slachtoffers vallen op Ambon. Een aantal mensen met Molukse achtergrond was wel geëngageerd en hebben 'Infodoc Moluku' opgezet om informatie te geven aan Molukse groepen. Dat was voor Rocky ook het moment zich te engageren. Voor hem loopt journalistiek en engagement door elkaar. Als je ziet hoe er keuzes worden gemaakt op redacties, blijkt dat die keuzes staan of vallen bij persoonlijke betrokkenheid/nieuwsgierigheid/kennis van zaken van de journalist. Overigens beperkt journalistiek engagement zich niet alleen tot het Zuiden. Het kan ook over andere zaken gaan. 
Robert van de Roer legt uit dat er zoveel gebeurt in de wereld dat iedere redactie moet kiezen. Op de buitenlandredactie van het NRC (10 mensen en 25 correspondenten) is hierover vaak een discussie. Daarbij wordt het criterium gehanteerd wat het nieuwsfeit betekent voor het land/de regio/de macropolitieke verhoudingen. Op basis daarvan wordt gekozen en in praktijk worden er vaak compromissen gesloten. Er wordt bij het maken van keuzes volop gediscussieerd over motivering en ‘soortelijk gewicht’ van het nieuws. 
Rocky Tuhuteru: Destijds was het argument om weinig aandacht aan de Molukken te geven dat er maar 50.000 Molukkers in Nederland wonen…
Jan van der Putten: Op 11 juni 1995 is de politiek en de journalistiek in Nederland in een kramp gebracht door de val van Srebrenica. Sindsdien wordt iedere militaire missie onder de loep gelegd en is alles daarover groot nieuws. Nederland is maar een klein land zonder grote militaire traditie. Daarnaast is voor sommige media in Nederland de Nederlandse invalshoek de enige om over het buitenland te schrijven. Zo kent hij een krant die alleen over China schrijft als er een link ligt met Nederland.

De ‘emotionele aandelen van een journalist’

Karin van den Boogaert vraagt Rocky of hij een grens heeft overschreden door zich als journalist sterk te maken voor de Molukken.
Rocky Tuhuteru antwoordt dat het voor hem gewoon logisch is om zich daarmee bezig te houden, het is een deel van zijn leven. Juist het leven in twee werelden brengt je soms in een strijdbare positie, zodat je stelling neemt.
Dat leidt tot de vraag hoe een journalist kritisch wordt. Is dat op basis van empathie? Of van kennis? En wie bepaalt wat kritisch is? 
Linda Polman zegt dat er te weinig serieuze Nederlandse journalisten in de wereld zijn. 
Rocky Tuhuteru beaamt dat. Ook Step Vaessen van de NOS moet in 2005 weg uit Indonesië, omdat de NOS meer aandacht aan Europa wil besteden. 
Robert van de Roer is van mening dat je als journalist kennis haalt uit verschillende bronnen. Je moet je als journalist breed informeren zodat je de voors en tegens tegen elkaar kunt afwegen. Je moet als het ware vermijden dat je ‘emotionele aandelen’ bij een van de partijen in een onderwerp krijgt. Want dan ben je als journalist weg. Als bijvoorbeeld de VN of de NAVO zal verdwijnen zal hij dat beschrijven, maar er geen traan over laten.
Als een journalist wel ‘emotionele aandelen’ heeft en dus geëngageerd is, moet hij ook die pet duidelijk maken naar zijn publiek en het niet als objectief verkopen.
Rocky Tuhuteru is verbaasd over het feit dat zoveel journalisten in Nederland zo weinig weten over de geschiedenis van de Molukkers in Nederland. En dat geldt ook voor andere onderwerpen. Juist daarom twijfelt hij vaak aan de ‘brede kennis’ en de ‘objectiviteit’ van veel journalisten bij de keuze of een onderwerp nieuwswaardig is en tot duiding leidt. 
Maarten van de Berg (onderzoeksjournalist van RISK, waar wetenschappers en journalisten samenwerken in analyses) moet er om lachen dat journalisten zo sceptisch zijn ten aanzien van engagement. Juist van wetenschappers kun je leren dat ‘participative observation’ (uit antropologie) een heel geaccepteerde methode is om een specifiek soort kennis op te doen.
Jan van der Putten: Ik wil de term ‘objectieve journalistiek’ niet meer horen. Meestal wordt geëngageerdheid met links geassocieerd. Wat men ‘objectief’ noemt, is in feite rechts engagement. In de jaren zeventig was de tijdgeest doortrokken van idealisme. En dat was heel goed, want zonder ideaal kun je niet leven. 
Robert van de Roer: Waar je als journalist ook over schrijft, je moet gepassioneerd zijn, een brede kennis en interesse hebben. Dat betekent nog niet dat je partij trekt.

Het nieuws in Nederland wordt steeds provincialer


Marijke Jongbloed (filmmaakster): Wat betreft de hype over vredesmissies. Het valt mij op dat het vooral om soundbytes gaat. Maar we weten nauwelijks iets inhoudelijks over de missies. Wat doen we daar eigenlijk? Dat probeer ik in mijn films duidelijk te maken. Mijn compassie is te laten zien dat we in zo’n vredesmissie diametraal tegenover een andere cultuur staan. Wat kunnen wij nou voor zo’n land betekenen? Dat lees je ook niet in de krant.
Mijn compassie zijn de vredesvraagstukken. We hebben genociden gehad waar we niets aan hebben gedaan. Wij waren nergens in Srebrenica. En het gaat weer gebeuren, in Zuid-Irak misschien. Ik zie ook dat de berichtgeving over vredesmissies hier altijd een Nederlandse invalshoek moet hebben.Daarom was destijds hier niemand geïnteresseerd in het begin van de burgeroorlog in Rwanda.
Jan van der Putten: dat noem ik de 'Provincialisering van de media'. Interessante vraag is waar die vandaan komt.
Robert van de Roer: Nederland is op drift. Bijvoorbeeld de opening van het NOS-Journaal kan tegenwoordig de zelfmoord zijn van een vrouw die haar drie kinderen heeft vermoord. Dat was vroeger ondenkbaar. Er komt steeds meer aandacht voor kleine zaken ten koste van nieuws uit de wereld. Er is een debilisering gaande, ook op het Binnenhof. Veel politici willen alles doen om maar in het Journaal te komen. Het gaat vaak meer over onderlinge verhoudingen dan over politieke kwesties. Er is wat dit betreft sprake van een kruisbestuiving tussen politici en journalisten.
Jan van der Putten: We leven ook in een steeds hardere samenleving met een keihard rechts klimaat. Als je arm bent is het je eigen verantwoordelijkheid. Dat soort denken heeft een vernietigend effect op solidariteit. De media schuiven ook mee op. Er is geen linkse media meer. De HP is nu geëngageerd met lifestyles.

Kan een journalist ingrijpen in een situatie?

Willem Offenberg (Amnesty International): Er is een spanningsveld tussen betrokkenheid en zakelijke berichtgeving. Je kunt pas op basis van kennis zakelijk berichtgeven en vervolgens kun je een keuze maken. De journalist Martin Bell heeft bijvoorbeeld op een gegeven moment op basis van zakelijke waarneming een oproep gedaan aan Engeland om in te grijpen in Sarajevo. Om erger te voorkomen. Hij maakte een keuze tussen de vraag die iedere journalist zich stelt: Waar en wanneer geef je alleen berichten door en wanneer neem je een standpunt in en bemoei je je met het conflict?
Robert van de Roer: Maar Bell ging daarna ook de politiek in. Hij nam afscheid van de journalistiek. Een terugkeer was uitgesloten!
Willem Offenberg: Maar je kunt ook én betrokken zijn én partijdig berichtgeven. Interessant is wanneer het moment komt dat je een keuze maakt (b.v een commentaar geeft of een hoofdredactioneel schrijft). En kun je die keuze altijd maken?
Jan van der Putten: Ik heb het gedaan. Na de staatsgreep in Argentinië in 1976. Na één week wist ik dat de militairen alle politieke tegenstanders ontvoerden. Ik had een gesprek met vluchtelingen uit Uruguay en Chili die in Argentinië in de val waren gelopen. Ze werden met de dood bedreigd en vroegen om steun. Ik heb dat toen op een journalistieke wijze aangepakt en over hun lot geschreven en ik heb aangegeven dat er iets moest gebeuren. Later kon die groep naar Nederland afreizen (en bleek dat er ook een enkele crimineel tussen zat, wat ik weer op mijn brood kreeg). Maar in dergelijke kwesties van dood en leven is er geen keuze. Achteraf ervoer ik misschien een spanningsveld met mijn journalistieke ethiek, maar toen niet. Natuurlijk zijn er wel grenzen. Ik werd door mensen die ik interviewde ook wel gevraagd om boodschappen over te brengen. Dat heb ik altijd afgewezen. Maar als journalist heb je meer mogelijkheden dan als gewoon mens. Je wordt aangesproken door slachtoffers met “U bent mijn laatste hoop!” Je kunt dan niet anders dan er een stuk over schrijven.
Linda Polman: Gerri Eickhoff was ook een voorbeeld van een journalist die partij koos. Dat gebeurde toen de Amerikanen in Belgrado een mediagebouw hadden gebombardeerd, waar bevriende journalisten van Gerri in zaten. Kort daarna moest Gerri in beeld voor het journaal verschijnen. Hij had toen een speldje op van het medium dat net was gebombardeerd. Maar hij liep het risico dat hij daarmee zijn baan verspeelde. Het bestaan van een journalist druipt van de keuzes: Wat wil je je publiek meegeven? Wat zijn de goede en de slechte dingen in het leven? Voortdurend kies je partij. Je bent mens. Hooguit kun je een schijn van objectiviteit ophouden.
Robert van de Roer: Na langdurige analyses en discussie op onze redactie kwamen we bij de oorlog in voormalig Joegoslavië tot de conclusie dat Milosevic de hoofdverdachte was. Onze krant schreef toen ook dat er tegen hem opgetreden moest worden. Dat is een kwestie van informeren en analyseren, niet van partij kiezen. Daarbij sluit ik eigen emoties uit. Ik ben wel steeds op zoek naar emoties van wereldleiders. Waarom ze dingen doen die ze doen.
Peter van Lier: Maar in hoeverre sluit je als journalist keuzes uit? In hoeverre laat je de andere kant aan het woord? Of sluit je ze juist uit?
Linda Polman: Ik denk dat je veel dingen weglaat op grond van het feit dat je maar beperkte tijd of ruimte ter beschikking hebt.
Marijke Jongbloed: Mensen die in het veld werken, worden veel betrokkener dan de journalisten die achterblijven op de redacties. Ik ken het voorbeeld van een journalist van de Washington Post die met een artikel wilde dat de VN zou ingrijpen in Bosnië omdat de situatie zo ernstig was. Maar op de redactie zeiden ze: “Het is nog geen nieuws, dus we wachten nog maar een dag”.
Ik vind dat de media -wij dus- een taak hebben om dingen af te wenden. Niet alleen om berichten door te geven. Waarom zouden we alleen maar achteraf kunnen reflecteren op dingen die gebeurd zijn?
Linda Polman: Heel af en toe lukt dat ook wel.
Marijke Jongbloed: maar meestal niet. Er zijn 140 artikelen verschenen over Rwanda in de Washington Post, maar de wereld keek toe. 
Linda Polman: Misschien willen we wel teveel bereiken met het vak?
Jan van der Putten: Ik zag in Argentinië destijds aankomen dat het helemaal fout zou gaan en wilde daarvoor waarschuwen. De redactie van de NRC reageerde met: “We zijn niet van waarschuwingen gediend, we zien wel als het gebeurd is”.

Journalistieke onafhankelijkheid

Bernadette Kester (Erasmus Universiteit): Het hangt steeds af van de tijdgeest en van de context. Ik wil graag weten waarom het onderwerp nu op de agenda is gezet?
Rocky Tuhuteru: We willen eens vakinhoudelijk met elkaar doorpraten.Wat is nu eigenlijk de journalistieke ethiek in Nederland? De spanning tussen journalistiek en engagement is een wederkerende vraag die nooit definitief beantwoord zal worden.
Bernadette Kester: Hier wordt geëngageerdheid ingevuld als ingrijpen in de situatie. En dat is veel meer dan betrokkenheid.
Bart Dijkstra (directeur FREE VOICE): De antwoorden op de vragen die hier gesteld worden hangen af van de context waarin journalisten werken. Onze organisatie krijgt vaak vragen van journalisten uit het Zuiden die willen weten wat onafhankelijkheid van de pers bij ons betekent. Zij hopen met onze definities verder te komen in hun situatie.
Rocky Tuhuteru: We zijn als journalisten medeverantwoordelijk voor de ontwikkeling in situaties die we beschrijven. Daardoor draagt onze berichtgeving daarover ook een zekere verantwoordelijkheid. Hoe kun je als deel van de situatie nog onafhankelijk berichtgeven? De zogenoemde onafhankelijkheid is altijd afhankelijk van de context waarin het plaatsvindt. De voorbeelden die hier in het panel zijn gegeven, zijn voorbeelden van journalistiek in een bepaalde context die anders is dan journalistiek in Nederland.
Linda Polman: Deze vakinhoudelijke discussie is zeker van belang omdat media steeds belangrijker worden in de politieke besluitvorming.
Minke Nijhuis: Veel van deze gesprekken zijn te theoretisch, dan kom je er moeilijk uit. Maar als je betrokken bent bij schendingen van mensenrechten is engagement heel positief. Je wordt dan als journalist alleen al door je aanwezigheid een soort van menselijk schild. Je bent dan niet meer alleen iemand die berichten doorgeeft over wat er zich afspeelt, maar speelt met jouw aanwezigheid een rol in het geheel. 

Zwaar weer voor onderzoeksjournalistiek 

Minke Nijhuis: Mijn zorg is dat de journalisten die willen uitzoeken hoe dingen tot stand komen - de onderzoeksjournalisten - op redacties steeds minder waardering krijgen. Klopt die indruk en zijn er ideeën omdat te veranderen?
Jan van der Putten: Die indruk klopt zeker en hangt samen met de provincialisering van de politiek die ik genoemd heb. En dat is weer terug te voeren op het gevoel dat de wereldpolitiek allemaal te ingewikkeld is geworden en het gevoel van machteloosheid die we hebben bij wereldproblemen. Dan kunnen we ons maar beter met onze eigen probleempjes bezighouden, onze eigen achtertuin. Je ziet die ontwikkeling overal in de Westerse wereld.
Linda Polman: Een andere reden is dat onderzoeksjournalistiek ook heel kostbaar is. Daarom wordt het ook zoveel uitgeoefend door freelancers. Die moeten zelf creatiever worden om hun product af te zetten: zich niet meer alleen op Nederland richten, maar op heel Europa als afzetmarkt. Dus in het Engels produceren en samen gaan werken met fotografen etc. om een compleet product te leveren. En daar is ook niets op tegen. Ik schrijf ook liever voor een publiek van 100.000 dan van 10.000.
Rocky Tuhuteru: De beslissing van de NOS om geen correspondent meer in Indonesië te stationeren is ook een kwestie van geld. Er heerst daar een klimaat dat het geen prioriteit meer heeft. Misschien is deze bijeenkomst het begin van een route om die denkwijze om te buigen.
Robert van de Roer: Ook bij de kranten staan de budgetten onder druk. Bij ons moeten de redacteuren nu zelfs gaan betalen voor hun eigen kranten.Toch is onze krant er nog steeds van overtuigd dat je met eigen correspondenten ter plekke moet zijn om geloofwaardig te blijven als je wilt berichten over oorlogsgebieden zoals bijvoorbeeld nu Irak.

Spectacularisering en Commercialisering van de media 

Kees Hudig (X-Y solidariteitsfonds):
De reactie op keuzes van journalisten is ook erg afhankelijk van de stemming op dat moment in Nederland. Ik wil terugkomen op de keuze van Gerri Eickhoff. Hij koos ervoor solidair te zijn met collega’s die willens en wetens in het mediagebouw van Belgrado waren gebombardeerd.
Robert van de Roer: Maar Joegoslavië was op dat moment een geschorst lid van de VN en Eickhoff wist op dat moment misschien niet dat in het mediagebouw een station zat dat als wapen van Milosevic functioneerde. 
Maarten van de Berg: Maar het is ook een feit dat het bombarderen van media indruist tegen het internationaal recht en onder geen omstandigheid kan worden goedgekeurd. Journalisten zijn erg afhankelijk van mensen/wetenschappers die uitleggen hoe dingen in elkaar zitten. Ik vind het kwalijk als ik merk dat de expertise van bijvoorbeeld een activist door een journalist wordt gepresenteerd als een mening die tegenover een politicus zonder kennis wordt gezet.
Kees Hudig: Je ziet de tendens in de journalistiek van Spectaculariseren en Commercialiseren. We zouden juist onderzoeksjournalistiek moeten propageren en er ruimte voor moeten eisen. Na de ‘slow food’ beweging op het gebied van voedsel moeten wij de ‘slow journalism’ beweging op gang zetten.
Rocky Tuhuteru: onderzoeksjournalistiek is te duur. Hoe komen we aan geld?
Linda Pollman: Vergeet niet dat we ooit een Fonds voor bijzondere journalistieke producties hebben opgezet dat soms financieel kan helpen.
Kees Hudig: De spectacularisering wordt georganiseerd, met name in de televisie. Vroeger waren er veel meer berichten uit gebieden met slachtoffers.
Linda Polman: Ik weet niet of dat waar is. Het valt ons nu minder op. Kwantitatief komen er denk ik net zoveel berichten uit de oorlogsgebieden. Kwalitatief kun je je vraagtekens er bij zetten.
Jan van der Putten: Commercialisering is in China positief voor de media. Vanaf 1949 waren de media de spreekbuis van de staat. Door intrede van het marktprincipe raken media nu ook anders georiënteerd. Ze gaan zoeken naar wat de markt wil en zoeken voortdurend de grenzen van de persvrijheid op. Er zijn heel veel incidenten met betrekking tot de persvrijheid. Dat komt juist door de marktwerking.

De lessen van Jan van der Putten 
Hans Emmering: Ik ken Jan van der Putten en Koos Koster nog uit 1972. Ik wil Jan vragen naar zijn ontwikkelingsgang. Klopt het dat zijn politieke engagement is veranderd in een intensieve belangstelling?
Jan van der Putten: Wat mijn leerpunten in de loop van de jaren zijn geweest:
1. Bij Vrijheidsbewegingen was vaak intern ook van alles mis en gebeurden dingen die niet door de beugel konden.
2. Ik heb vaak de mogelijkheden tot sociale veranderingen overschat en de conservatieve krachten in een samenleving onderschat.
3. Het enige dat is overgebleven is realisme.

Afsluiting 
Karin van de Boogaert wijst er op dat de tijd om is. Ze bedankt alle panelleden en andere aanwezigen voor de interessante discussie en nodigt iedereen uit voor de nazit in de foyer van De Rode Hoed. 

Tekst: Aik Meeuse (FREE VOICE)
 

Suggesties gevraagd
Als dit verslag u inspireert voor vervolgbijeen-
komsten, hoort Villa de Wereld graag suggesties voor nieuwe onderwerpen en sprekers. Ook mensen die actief willen meedenken bij de voorbereiding van nieuwe bijeenkomsten zijn welkom.
Suggesties en informatie naar Villa de Wereld:
Lucré Schoorlemmer, info@scherpenzeel.org
Tel.: 035 – 6230536 (ma, di en do)