![]() |
|||||||
| |
|
|
|
|
|
||
| |
|||||||
|
De Journalist / Genootschap /FreelancersAdvies / Mediadebat / de Fotojournalist.nl / Zoek Een Freelancer / Perskaarten |
|||||||
|
Rapport Commissie
Inleiding |
II. Praktijkgevallen Incidenten tussen politie, justitie en pers komen geregeld voor. Niet allemaal leiden ze tot gerechtelijke uitspraken of halen ze de publiciteit. Uit de verzamelde reeks gevallen heeft de commissie ter illustratie een selectie gemaakt. De gegevens daarvoor zijn, behalve uit publicaties, afkomstig van de juridische afdeling van de NVJ, van redacties en van advocaten. Omdat niet in alle gevallen een uitspraak van de rechter is geweest, zijn uit privacyoverwegingen soms geen namen vermeld. De commissie onderscheidt drie hoofdcategorieën van situaties waarin de journalist in de uitoefening van zijn beroepswerkzaamheden met politie en/of justitie in aanraking kan komen: 1. De journalist komt in aanraking met het strafrecht: A. omdat hij een strafbaar feit heeft gepleegd (pleger); B. omdat hij wordt verdacht van een van de vormen van strafrechtelijke deelneming (medeplichtige, uitlokker etc.) of op een andere wijze is betrokken bij het plegen van een strafbaar feit. 2. De journalist wordt betrokken bij opsporing of vervolging van een door een ander gepleegd strafbaar feit A. actief (als getuige of doordat hem wordt gevraagd journalistiek materiaal af te staan); B. passief (bijvoorbeeld doordat justitie bij een telecommunicatiemaatschappij printgegevens opvraagt). 3. De journalist wordt op een andere wijze in de uitoefening van zijn beroep belemmerd. 1A. De journalist wordt verdacht van het plegen van een strafbaar feit Relatief veel zaken waarin journalisten van het plegen van een strafbaar feit worden verdacht, hebben betrekking op het niet voldoen aan een ambtelijk bevel of het betreden van een verboden terrein of een combinatie daarvan. Journalisten kunnen echter ook op een andere manier als verdachte met het strafrecht in aanraking komen. Typische uitingsdelicten komen daarbij in de praktijk maar zelden voor. Ambtelijk bevel - Een fotograaf die in 1999 een hardhandige aanhouding door de politie Flevoland fotografeerde, werd gemaand om "weg te wezen". Toen hij zich verwijderde, werd hij alsnog aangehouden. Het filmpje werd uit zijn camera gehaald en onbruikbaar gemaakt. Pas de volgende dag werd hij vrijgelaten. Na indiening van een klacht ontving de fotograaf schadevergoeding en werd de agenten een disciplinaire maatregel opgelegd. Op een transactievoorstel ging de journalist niet in. Het is nog onduidelijk of hij zal worden vervolgd. Verboden terrein - Twee fotografen die in 2000 het afgezette rampgebied in Enschedé betraden, werden hiervoor vervolgd. De één wilde naar zijn studio gaan, die zich op het terrein bevond. De ander vergezelde hem en wilde foto's maken. Beiden kregen een boete opgelegd. Laatstgenoemde heeft inmiddels cassatieadvies gevraagd. - Tijdens de MKZ-crisis, voorjaar 2001, werd een Duitse cameraploeg aangehouden wegens betreding van het verboden terrein van een boerderij die was geruimd. Al hun spullen ? camera, mobiele telefoon, videobanden, dossiers met aantekeningen en kleding ? werden in beslag genomen. De journalisten werden na volledig te zijn ontsmet en een nacht in de cel te hebben doorgebracht, weer vrijgelaten, in aan hen ter beschikking gestelde overalls. Materiaal en apparatuur (kleding werd verbrand wegens besmettingsrisico) kregen de journalisten weer terug, uitgezonderd de bandopname die op de besmette boerderij was gemaakt. Deze werd door de officier van justitie in beslag genomen als bewijsmateriaal. Op een transactievoorstel zijn de journalisten nog niet ingegaan. Vervalsen rijbewijs - In 1992 probeerde een journalist van het Algemeen Dagblad rijbewijzen te verkrijgen op naam van iemand anders. Hij gaf daartoe valse gegevens op. Hij wilde daarmee proefondervindelijk aantonen dat de controle op afgifte van deze documenten niet deugde en stelde dat alleen op deze wijze effectief en ondubbelzinnig bewijs voor zijn stelling kon worden verkregen. De Hoge Raad keurde deze journalistieke werkwijze af: de pers dient, ook als zij anders niet of slechts moeizaam de door haar begeerde informatie kan verkrijgen, de door de strafwet getrokken grenzen in acht te nemen. (Hoge Raad 27 juni 1995; Mediaforum 1995-9) "Heling" van informatie - De televisiejournalisten Feike Salverda en Peter R. de Vries kregen in het najaar van 1994 computerdiskettes toegespeeld met bestanden die bij een inbraak bij een officier van justitie waren ontvreemd. De diskettes bevatten onthullende informatie over lopende onderzoeken en over omstreden onderzoeksmethoden van de politie. De journalisten maakten in hun televisieprogramma de inhoud openbaar van de diskettes en van door criminelen afgeluisterde vertrouwelijke onderlinge telefoongesprekken van de recherche. Zij wilden daarmee misstanden bij justitie aan de orde stellen. Bij hen werd huiszoeking gedaan en zij werden gedagvaard wegens informatieheling en schending van geheimen. Zij werden vrijgesproken van heling omdat volgens de rechtbank heling alleen betrekking kan hebben op materiële zaken. Heling van informatie is niet bestaanbaar; wel van papier, banden of diskettes waarop informatie is vastgelegd. Ten aanzien van de schending van geheimen door uitzending van de illegaal opgenomen telefoongesprekken volgde ontslag van rechtsvervolging omdat de inhoud al door andere media openbaar was gemaakt en omdat er geen nadelige gevolgen voor de betrokkenen waren geweest. Wel werd een van de twee schuldig geacht aan het bezit van bandopnamen waarvan hij kon weten dat ze illegaal getapt waren. De rechtbank paste in deze zaak een belangenafweging op basis van art. 10 EVRM toe. Belediging - Columnist Theodor Holman werd vervolgd wegens opzettelijk beledigen van een groep mensen wegens hun godsdienst of levensovertuiging. In zijn column in Het Parool in juli 1994 stelde hij onder meer: "Nog steeds vind ik iedere christenhond een misdadiger..". Een beroep op niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, omdat vervolging het bestek van de vrijheid van meningsuiting te buiten zou gaan, werd door de rechtbank en door het gerechtshof in hoger beroep verworpen. Het gerechtshof achtte het van betekenis dat aan de omstreden tekst een grievend karakter niet kan worden ontzegd en dat aan het Openbaar Ministerie een zekere beleidsvrijheid toekomt. Holman werd echter vrijgesproken, omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat hij met opzet christenen wegens hun godsdienst wilde beledigen. Zelf ontkende hij die intentie te hebben gehad. (Hof Amsterdam 20 februari 1996; Mediaforum 1996-4) Deelnemen aan een criminele organisatie - Medewerkers van het journalistencollectief Opstand werden in 1995 verdacht van nauwe banden met de actiegroep RaRa en daarom beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie. De telefoon van de twee medewerkers werd afgeluisterd en hun administratie en computers werden in beslag genomen. Ook werden zij enige tijd vastgehouden. Uiteindelijk ontvingen zij een kennisgeving van niet-verdere vervolging. Justitie heeft aan de journalisten een schadevergoeding betaald. 1B. De journalist wordt verdacht van een van de strafrechtelijke deelnemingsvormen of is op andere wijze betrokken bij het plegen van strafbare feiten Meewerken aan het verspreiden van uitlatingen - Het Nieuwsblad van het Noorden publiceerde in 1992 een interview met de schrijver Graa Boomsma naar aanleiding van het verschijnen van diens boek De Laatste Tyfoon. Het artikel bevatte een citaat van Boomsma waarin hij het optreden van Nederlandse militairen in het voormalig Nederlands-Indië vergeleek met gedragingen van SS-ers in de Tweede Wereldoorlog. De publicatie van deze passage vormde aanleiding tot vervolging van de journalist wegens smaad. Hij werd zowel door de rechtbank als het hof vrijgesproken, omdat de journalist de uitlatingen van Boomsma niet tot de zijne had gemaakt. "Voor het strafrechtelijk aansprakelijk stellen van een journalist voor het meewerken aan de verspreiding van uitlatingen gedaan door een ander in een vraaggesprek dienen zwaarwegende redenen te bestaan, van welke redenen het hof niet is gebleken", aldus het arrest waarin de verslaggever werd vrijgesproken. (Rechtbank Groningen 9 juni 1994, Mediaforum 1994-7/8 en Hof Leeuwarden 26 januari 1995, Mediaforum 1995-3). Boomsma zelf werd overigens ook in beide instanties vrijgesproken van smaad (zelfde datum, zelfde Mediaforum). Ensceneren van misstanden - Journalisten van Panorama werd in 1996 verweten dat zij gebeurtenissen hadden geënsceneerd die tot misstanden leidden. Zij werden verantwoordelijk geacht voor vernielingen die door supporters waren aangericht aan een opzettelijk en op initiatief van de journalisten bij het Feijenoordstadion geparkeerde auto met Ajax-attributen, vlak voor een wedstrijd Feyenoord-Ajax. Een en ander leidde tot een strafrechtelijk onderzoek wegens uitlokking tegen de verslaggevers. Verdere strafvervolging werd door het aangaan van een financiële transactie voorkomen. 2. De journalist wordt betrokken bij de opsporing of vervolging van een door een ander gepleegd strafbaar feit De tweede hoofdcategorie van gevallen wordt gevormd door zaken waarin de journalist wordt betrokken bij de opsporing of de vervolging van een door een ander gepleegd strafbaar feit. De meest typische situaties zijn die waarin van de journalist wordt gevraagd als getuige een verklaring af te leggen en die waarin journalistiek materiaal in beslag wordt genomen. De zaken worden overigens vaak opgelost zonder dat de rechter eraan te pas komt. Bij inbeslagneming gebeurt dit nogal eens, doordat politie en justitie hun aanvankelijke dreiging in beslag te nemen na verzet van de journalist niet doorzetten. Een journalist kan ook passief, zelfs zonder het te weten, bij onderzoek worden betrokken. 2A. Bronbescherming en inbeslagneming van materiaal - Veel ophef was er in 2000 over verslaggever Koen Voskuil van het blad Spits, die weigerde de bronnen te noemen voor zijn bericht over de rol van de politie bij een wapenvondst. De journalist werd door de advocaten van de verdachte als getuige opgeroepen. Vanwege zijn weigering werd hij op bevel van het gerechtshof in gijzeling genomen. Na achttien dagen werd hij vrijgelaten, omdat het hof geen geloof hechtte aan hetgeen hij in zijn artikel had beweerd. Uiteindelijk koos het hof ervoor door middel van het horen van andere getuigen achter de waarheid te komen. - Bij de aanhouding van een tweetal jongeren wegens een autodiefstal in Amsterdam eind 1998 raakte een groot aantal omstanders betrokken. Politieambtenaren en medewerkers van de Dienst Stadstoezicht werden met geweld aangevallen en vier van hen raakten gewond. Videobanden en foto's van de ongeregeldheden werden in beslag genomen bij SBS/Cameo Media Support en Werners Fotografen Agentschap. De opnamen bevatten zowel uitgezonden als niet uitgezonden beelden. De Amsterdamse rechtbank besloot dat de inbeslagname van een deel van de opnamen disproportioneel was, omdat bij de daarop opgenomen ongeregeldheden geen ernstige misdrijven waren gepleegd. Bij de opnamen van andere ongeregeldheden was dat wel het geval, zodat in dat geval het recht van vrije nieuwsgaring moest worden achtergesteld bij het belang van de strafvordering (proportionaliteit). Uiteindelijk oordeelde de Hoge Raad dat in beide gevallen de inbeslagname voldeed aan de proportionaliteitseis. Een uitgebreide toelichting op deze uitspraak wordt gegeven in hoofdstuk III. 2B. Passieve medewerking door de journalist - In een artikel in De Telegraaf in november 1994 voerde journalist De Haas een nieuwe getuige op van de geruchtmakende dodelijke schietpartij bij een filiaal van Albert Heijn in Oosterbeek. Naar aanleiding daarvan vorderde de officier van justitie van PTT Telecom op grond van artikel 125f Wetboek van Strafvordering printergegevens van de telefoon van De Haas op diens privé- en werkadres en van zijn GSM-toestel. De rechtbank in Den Haag oordeelde in een civiele procedure dat de staat daarmee onrechtmatig handelde wegens strijd met het Wetboek van Strafvordering, omdat de bron een getuige was en geen verdachte. Een beroep op strijd met de artikelen 8 en 10 EVRM werd niet ontvankelijk verklaard, omdat eisers daarbij onvoldoende belang zouden hebben nadat er reeds was vastgesteld dat het Openbaar Ministerie onrechtmatig had gehandeld. (Rechtbank Den Haag 19 juli 1995, Mediaforum 1995-9). - In oktober 1995 publiceerde het Nieuwsblad van het Noorden een artikel dat vertrouwelijke gegevens uit het "Drentse Meren onderzoek" bevatte, een onderzoek naar een omvangrijke fraudezaak. De gegevens waren slechts in zeer kleine kring bekend en hadden onder meer betrekking op voorgenomen stappen in het fraudeonderzoek. Het vermoeden bestond dat de informatie was "gelekt" door een bij het onderzoek betrokken rechercheur, in ruil voor een gift of belofte. De officier van justitie besloot daarom aan PTT Telecom printergegevens van uitgaande telefoongesprekken van het Nieuwsblad en de betrokken journalist te vorderen. Via deze weg hoopte hij duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of er telefonische contacten hadden plaatsgevonden tussen journalist en rechercheur. Het recht op bronbescherming van de journalist en de krant dienden volgens de officier te wijken voor het belang van de opsporing. Uiteindelijk waren er onvoldoende aanwijzingen van schuld voor verdere vervolging van de verdachte rechercheur en concludeerde het Openbaar Ministerie dat achteraf bezien de gegevens ten onrechte waren opgevraagd. Dat zegt overigens niets over de al of niet rechtmatigheid van de maatregel, als er wèl voldoende aanwijzing voor schuld zou zijn geweest. 3. Andere wijzen van belemmering van journalisten in de uitoefening van hun beroep Ten slotte is er een categorie van relatief veel voorkomende gevallen waarin journalisten - op een andere manier - in de uitoefening van hun beroep worden belemmerd. Typisch zijn situaties waarin de journalist toegang tot een bepaalde locatie wordt ontzegd. Daarnaast gebeurt het bijvoorbeeld nog al eens dat fotorolletjes worden afgepakt en onklaar gemaakt. Niet toelaten tot rampterrein - Een fotograaf die foto's wilde maken van het ongeluk met de Hercules in 1996 op de militaire luchthaven in Eindhoven, werd niet toegelaten tot het terrein van de ramp, waardoor hij zijn werk niet kon doen. Een klacht hierover bij de politie werd gegrond verklaard. De kantonrechter oordeelde in een civiele procedure dat de fotograaf gelet op zijn perskaart in beginsel toegang moest worden verleend tot de ramplocatie. "Nu aan eiser de toegang is onthouden, staat vast dat in beginsel onrechtmatig jegens hem is gehandeld, tenzij aannemelijk is dat hem onder de gegeven omstandigheden om zwaarwegende redenen geen toegang kon worden verleend. Daarvan is niet gebleken. De politie heeft bij de wijze waarop politietaken worden uitgeoefend, ook rekening te houden met gerechtvaardigde belangen van de pers", aldus de kantonrechter. Een vordering tot betaling van schadevergoeding wegens gederfde inkomsten werd toegewezen. (Kantonrechter Eindhoven 4 mei 2000, Mediaforum 2000-7/8) Eurotop 1997 - Tijdens de Eurotop in 1997 in Amsterdam werd een Zwitserse journalist in het Centraal Station te Amsterdam uit een trein met Italiaanse demonstranten gehaald. Hoewel hij zich bekend maakte als journalist, werd hij geboeid en samen met de demonstranten naar de Bijlmerbajes afgevoerd. Na een verblijf van ruim een uur werd hij met de demonstranten weer teruggebracht naar het station. Daar werd hij vrijgelaten. Zijn bagage werd op de grond gegooid, waardoor zijn computer ernstig beschadigd raakte. De journalist kon zijn werk niet meer doen. Zijn klacht over het politieoptreden werd gegrond verklaard en hij ontving een schadevergoeding. Euro 2000 - In de zomer van 2000 vonden incidenten plaats rond de finale van Euro 2000 in het Rotterdamse Feijenoordstadion. Een Italiaanse televisieploeg van RAI-Uno die in het stadion aanwezig was op grond van een accreditatie van de organisatie, werd hardhandig door de politie verwijderd. Zij filmden de komst van een grote groep Italiaanse gehandicapte supporters. De aanwezige stewards en beveiligingsmensen verboden de ploeg om te filmen. De te hulp geroepen politie sommeerde de journalisten het stadion te verlaten. Toen zij dit weigerden, werden zij aangehouden. In de chaos die daarop ontstond, werden nog enkele journalisten aangehouden. Het werd hun onmogelijk gemaakt hun werk te doen: zij mochten niet filmen en zij werden aangehouden en opgesloten. Er loopt nog een strafrechtelijk onderzoek tegen de stewards en de agenten, naar aanleiding van een aangifte van de journalisten wegens mishandeling, openlijke geweldpleging, wederrechtelijke vrijheidsberoving en belediging. Volgens de journalisten heeft de politie niet gehandeld in de rechtmatige uitoefening van haar functie. De journalisten overwegen nog een civiele procedure tot schadevergoeding te starten. |
|
|||||||||||||||||||||||||||
Home |
Links |
Prikbord |
Vacatures |
Forum |
Over ons |
NVJ |
Disclaimer
Reageren:
redactie@villamedia.nl
Telefoon NVJ: 020 -67 66 77 1