|
menu dagblad

Sectie
Omroep
Nieuwsoverzicht
Over de sectie
Algemeen
Bestuur
Thema's
C2000
Cao's
OR-info
Redactiestatuut
Email:
omroep@nvj.nl
|
|
Nieuws Sectie Omroep
Terug
naar nieuwsoverzicht
Het alternatieve omroepplan
Samen verder
(15 september 2005)
Inleiding
De hoorzitting over de nota “Met
het oog op morgen” van maandag 5 september heeft tot enige belangrijke
conclusies geleid. De bezwaren en protesten waren zo algemeen dat het
draagvlak van het plan minimaal is, zeker onder degenen die ermee zouden
moeten gaan werken. De onpartijdige adviescolleges die hun mening gaven
waren ook zonder uitzondering kritisch. En het meest opzienbarende was nog
wel de mededeling van prof. Van de Donk, de opsteller van het WRR-rapport,
dat zijn indeling van de publieke omroep in functies als theoretisch model
bedoeld was en niet als basis voor praktische oplossingen.
Terecht heeft de Tweede Kamer nu een pauze ingelast, voor nadere
oriëntatie, voor bezinning.
Mensen die de publieke omroep een warm hart toedragen, tot wie de
ondertekenaars van dit plan behoren, zijn doordrongen van de noodzaak het
bestaande bestel op de kortst mogelijke termijn aan te passen aan de eisen
van de tijd. Vandaar dat de ondergetekenden aan allen die
verantwoordelijkheid dragen voor de toekomst van de publieke omroep
onderstaand beknopt vernieuwingsplan aanbieden.
Waarom?
Wij denken dat de publieke omroep het meest gediend is met een minder
verwarrende, eenvoudiger vernieuwing, die een hoger realiteitsgehalte
heeft en meer steun in politiek en samenleving dan het plan dat nu in
bespreking is. Onderstaand plan heeft de charme van de beknoptheid. In de
nota “Met het oog op morgen” staan allerlei behartenswaardige dingen over
de maatschappelijke rol van de media, de rol van de overheid in het
mediabeleid, de digitalisering etc etc, die hier niet herhaald behoeven te
worden. En vanzelfsprekend behoeft deze set uitgangspunten uitwerking en
precisering, waarover wij graag met de bevoegde instituties willen
meedenken. Het is geen dictaat, het is een denkrichting.
Uitgangspunten
In onze opzet van de publieke omroep zijn radiozenders en
televisienetten de bestuurlijke eenheden. Dat is in de hele wereld het
geval (behalve in Nederland), en voor de stelling dat netten in de
digitale toekomst van geen belang zouden zijn is vooralsnog geen serieuze
onderbouwing te vinden. De netten en zenders moeten een duidelijk profiel
hebben, scherper dan thans, en onderscheidend van elkaar. Daarin zijn
doelstellingen opgenomen ten aanzien van beoogde kwaliteit, beoogde
programmacategorieën, beoogde stijl en sfeer en beoogd bereik. Ook die
kunnen per net verschillen, zodat niet alle netten evenzeer op een groot
bereik hoeven te zijn gericht.
De netten en zenders worden ieder geleid door een hoofdredacteur, aan wie
de verantwoordelijkheid is gedelegeerd voor de inhoud en voor de
prestaties van het net, zowel kwalitatief als in bereik. De hoofdredacteur
heeft een beperkte eigen staf, en wordt geadviseerd door een netredactie
waarin vertegenwoordigers van de deelnemende omroepen en van de
deelnemende redacties zijn opgenomen.
De hoofdredacteuren worden benoemd op bindende voordracht van die
netredacties, en zijn verantwoording verschuldigd aan de Raad van Bestuur.
De omroepen
De omroepen verliezen hun huidige rol als broadcaster, maar ze
behouden een functie als producent van de meeste programma’s. Ze zullen
bij de televisie zeer intensief samenwerken per net, en bij de radio per
zender. Dat kan uiteindelijk leiden tot federatieve verbanden. Daarbij
staan samenwerking en efficiency voorop. Alles wat beter en efficiënter in
net- of zenderverband kan gebeuren, zál ook in dat verband gebeuren. Dat
betekent dat actualiteitenprogramma’s, dramaproducties en bijvoorbeeld
documentaires per net worden geproduceerd, onder verantwoordelijkheid van
de hoofdredacteur. Ook de ondersteunende diensten kunnen netbreed gaan
werken.
Verder is er per net ruimte voor specialisatie: de hoofdredacteur zal de
omroepen, zolang die nog afzonderlijk bestaan, vragen om de programma’s
waarin ze goed zijn. Er bestaan geen programmavoorschriften meer per
omroep. De omroepen kunnen geen programma’s meer bestellen bij
buitenproducenten; die bevoegdheid berust uitsluitend bij de
hoofdredacteur. Ze kunnen uiteraard wel nieuwe programmavoorstellen
indienen bij de hoofdredacteur, zodat de bij de omroepen geconcentreerde
creativiteit optimaal benut wordt. Op die manier kan ook de
“kraamkamerfunctie” van de publieke omroep gehandhaafd blijven
De NOS blijft op de televisie verantwoordelijk voor nieuws, sport en
evenementen. Bij de radio horen daar al tien jaar de actualiteiten ook nog
bij. De positie van de NOS kan nagenoeg ongewijzigd blijven – de NOS is de
enige omroep die, behalve voor het thuisnet (op televisie Net 2, op de
radio Radio 1), ook op alle andere netten en zenders nieuws brengt.
De financiën
Een zwakte van “Met het oog op morgen” is het uitgangspunt dat
teruglopende STER-inkomsten niet worden gecompenseerd. Ons spreekt de
visie van de Raad van Cultuur meer aan. Die Raad legt er de nadruk op dat
Nederland een zeer goedkope publieke omroep heeft die een veel te laag
budget heeft om aan de kwalitatieve ambities te voldoen. Het verdient de
voorkeur om de publieke omroep een ruim, vaststaand budget toe te kennen,
en daarnaast uit de reserves van de omroepen een vereveningsfonds te
stichten waaruit tegenvallende STER-inkomsten worden gecompenseerd (en dat
eventueel met meevallende STER-inkomsten kan worden aangevuld).
Wij kiezen voor het handhaven van de reclame. Om financiële redenen en ook
om de mogelijkheden van de publieke omroep overeind te houden om topsport
te kunnen blijven uitzenden en daarmee grote groepen van de bevolking te
kunnen blijven bereiken.
Daarnaast is het binnen de Publieke Omroep toegestaan, ook om de
maatschappelijke verankering en noodzakelijke dynamiek te versterken, het
intellectueel eigendom te exploiteren en samenwerkingsverbanden aan te
gaan met commerciële ondernemingen als kranten, uitgeverijen, exploitanten
van internet-sites, etc. De Publieke Omroep waakt daarbij echter streng
over de integriteit: kernactiviteit van de omroepen blijft het maken van
onafhankelijke programma's op het publieke net. Eventuele opbrengsten uit
nevenactiviteiten worden beheerd door een speciaal op te richten bedrijf
(NOS Enterprise) dat geheel apart van de redacties opereert en onder
direct toezicht staat van de Raad van Bestuur. Winsten uit dit bedrijf
vallen toe aan het bovengenoemde vereveningsfonds.
De gedachte dat omroepverenigingen zowel voor de publieke omroep als voor
de commerciële markt produceren wijzen wij af: zoals het Commissariaat van
de Media terecht constateert maakt dat systeem de omroepen minder
transparant en is dat systeem slecht te controleren. We moeten naar een in
alle opzichten zuivere publieke omroep.
Legitimatie
Als de huidige omroepverenigingen hun functie van broadcaster
verliezen raken ze ook hun rol als maatschappelijke ankers langzamerhand
kwijt. Dat is volgens de Raad van Cultuur toch al geruime tijd het geval,
wij volgen het standpunt van die Raad dat er nieuwere, moderne methoden
moeten worden ontwikkeld om de legitimatie van de publieke omroep gestalte
te geven. Wij zouden daarvoor aansluiting willen zoeken bij de manier
waarop de Vlaamse publieke omroep VRT dat heeft aangepakt. Dat betekent
dat de publieke omroep periodiek wordt getoetst op de wijze waarop hij
zijn taak vervult. Dat kan gebeuren door het Commissariaat van de Media,
of een nieuw te vormen Autoriteit voor de Media. De toetsingscriteria zijn
publieke, functionele, ethische, operationele en professionele kwaliteit –
dus of de publieke omroep zijn opdracht goed volbrengt, of de programma’s
hun functie goed vervullen, of de nieuwsvoorziening onafhankelijk is, of
er efficiënt gewerkt wordt en of de omroep voldoet aan de eisen van het
vak. De VRT heeft een systeem dat zich rechtstreeks oriënteert op het
publiek. Er zijn hoorzittingen en internetfora om na te gaan in hoeverre
de publieke omroep aansluit op de behoeften van de kijkers en luisteraars.
Dat zou ook voor de Nederlandse publieke omroep de juiste weg zijn.
Tot slot
Het zal politieke moed vereisen van de staatssecretaris om te
besluiten het plan “Met het oog op morgen” in te trekken. En het zal
politieke wijsheid vereisen van de volksvertegenwoordigers om haar
daarvoor niet te veroordelen maar te prijzen. Om die moed en die wijsheid
te stimuleren hebben ondergetekenden dit plan opgesteld. Het is bedoeld
als een uitweg uit het moeras waarin de besluitvorming dreigt weg te
zakken. We laten dit plan vergezeld gaan van een klemmend beroep op alle
directies en besturen van alle omroepen in Hilversum hun
meningsverschillen ondergeschikt te maken aan hun gemeenschappelijke
belangen en eensgezind te werken aan de overleving van een sterke,
vernieuwde publieke omroep.
Het rapport “Met het oog op morgen” dat thans in bespreking is, heeft
inmiddels geen vrienden meer. Bovenstaand plan behoeft ongetwijfeld
aanvulling en invulling, maar het heeft aanzienlijk meer kans van slagen.
Het biedt een pragmatische oplossing – en dat zijn oplossingen die
programmamakers aanspreken: ze moeten ze dagelijks zelf voortdurend
bedenken.
Wij wensen ieder die verantwoordelijkheid draagt voor de toekomst van de
publieke omroep veel wijsheid.
Met de meeste hoogachting,
Een groep programmamakers van Nederland 3
De Bezorgde Omroepmedewerkers
De Nederlandse Vereniging van Journalisten
|
|
rechts
dit is kolom 1
|
Aanbevelingen:

-----------

-----------

-----------

-----------

Deskundigen, contact-
personen, organisaties
Login
NVJ'ers
Info
-----------

-----------
-----------
-----------
-----------
-----------

|
|