|
NVJ voorpagina Adres

Nieuwsoverzicht
Nieuwsarchief
Adres, contact
Secties: zie rechts
Over
de NVJ
Algemeen
Cao's /
Statuten
Individuele hulp
Internationaal
Lidmaatschap
Onderdelen
Perskaarten
Secretariaat
Stemlokaal
WieIsWie bij de NVJ
Contributievoordeel
NVJ-verzekeringen
Extern:
NVJ-archief (IISG)
Thema
C2000
|
|
Redactiestatuten
Terug naar Keuzepagina
Voorbeeld redactiestatuut voor
Publiekstijdschriften
Artikel 1
1. De publiekstijdschriften beogen te voldoen aan de behoefte van de lezers
aan ontspanning, nieuws, informatie en meningsvorming.
Door hun verbale en visuele toegankelijkheid leveren zij een belangrijke
bijdrage tot persoonlijk welzijn en voortgaande ontwikkeling.
- Zij geven hierdoor mede gestalte aan het in Nederland geldende grondrecht van
vrijheid van meningsuiting, informatieverwerving, informatie vermenigvuldiging
en informatieverstrekking, zoals vastgelegd ondermeer in artikel 7 van de
Grondwet en in artikel 10 van het Verdrag van Rome.
- Zij maken als massacommunicatiemiddel mede het functioneren van de democratie
mogelijk.
- Zij zijn als massacommunicatiemiddel geheel onafhankelijk van voren bedoelde
eigen informatie, tevens medium voor het tegen betaling over brengen van
mededelingen (advertenties) van particulieren, bedrijfsleven en overheden aan
lezers.
- Hierdoor onderscheiden publiekstijdschriften zich van andere industriële
produkten.
Voor elk publiekstijdschrift geldt daarbij de noodzaak te streven naar een
zodanig financieel resultaat dat de continuïteit ervan, terwille van alle in
deze considerans beschreven functies, is verzekerd.
2. De aard van het publiekstijdschrift stelt bijzondere eisen aan de
structuur van de organen die bij het produceren van de redactionele inhoud van
het publiekstijdschrift zijn betrokken.
De redactie dient haar taak binnen het kader van hetgeen in de uitgangspunten is
vastgelegd, te kunnen uitvoeren, zonder rechtstreekse beïnvloeding van buitenaf
of van binnenuit, anders dan op de wijze als in dit statuut geregeld.
- De medezeggenschap die voor de redactie op grond van het vorenstaande t.a.v.
het tijdschrift in het bedrijf wordt geregeld, is derhalve van een andere aard
dan de medezeggenschap die op grond van de Wet op de Ondernemingsraden en andere
afspraken in het bedrijf gelijkelijk geldt.
- Krachtens de Wet berust de leiding van de uitgeverij bij de statutaire
directie. Zij is aansprakelijk en verantwoordelijk voor en heeft
beslissingsbevoegdheid ten aanzien van de gang van zaken in de onderneming en de
exploitatie van het publiekstijdschrift, c.q. de publiekstijdschriften, door
haar uitgegeven.
Door de directie is de redactie, onder leiding en verantwoordelijkheid van de
hoofdredactie, belast met de redactionele inhoud en verzorging van het
publiekstijdschrift, zoals geregeld in dit statuut.
- Slechts door nauwe samenwerking, voortdurende wederzijdse informatie en
blijvend goed overleg zijn directie en hoofdredactie als organen belast met de
dagelijkse leiding van het publiekstijdschrift, en redactie in staat de
specifieke facetten van het publiekstijdschrift optimaal tot hun recht te laten
komen.
Daarbij zullen zij - met behoud van hun specifieke verantwoordelijkheden - zowel
de redactionele, als de financiële, commerciële, sociale, technische en
administratieve factoren, ter harte dienen te nemen.
3. In dit model-redactiestatuut wordt verstaan onder:
a. Directie: de in de statuten van de onderneming genoemde beslissende instantie
in de onderneming.
b. Hoofdredacteur: de journalist die krachtens zijn aanstelling
verantwoordelijkheid draagt voor de redactionele inhoud van het
publiekstijdschrift.
c. Hoofdredactie: de gezamenlijke hoofdredacteuren.
d. Redacteur: degene die als hoofdberoep heeft het inhoudelijk meewerken aande
samenstelling van het publiekstijdschrift.
e. leden van de redactievergadering zijn: 1. alle redacteuren (journalisten,
vormgevers, fotografen) die voor onbepaalde tijd voor tenminste 50% in dienst
zijn van het publiekstijdschrift; en 2. de redactionele medewerkers ten aanzien
van wie de redactievergadering, bestaande uit de leden onder 1 genoemd, met
instemming van dedirectie heeft besloten hen tot de redactievergadering toe te
laten.
f. Redactieraad: het door de leden van de redactievergadering, uit hun midden
gekozen orgaan voor het overleg met de directie.
Artikel 2.
1. Bij elk publiekstijdschrift afzonderlijk dienen de redactionele
uitgangspunten en/of het redactionele karakter in het statuut te zijn
vastgelegd. Van deze uitgangspunten, resp. van het redactionele karakter, kan
een nadere uitwerking zijn vastgelegd in de richtlijnen.
2. De hoofdredactie en de overige leden van de redactie beschouwen de
redactionele uitgangspunten en/of het redactionele karakter van het betrokken
publiekstijdschrift als richtsnoer voor hun journalistieke arbeid.
Artikel 3.
1. Er is een redactievergadering, die het orgaan is van de in dit statuut
vastgelegde medezeggenschap van de redactie in redactionele aangelegenheden.
2. Er is een redactieraad die de redactievergadering vertegenwoordigt bij
het overleg met de directie.
De redactievergadering kan aan de redactieraad ten behoeve van het overleg de
haar krachtens dit statuut verleende bevoegdheden delegeren.
De redactieraad is tevens een orgaan van wederzijdse informatie en onderling
beraad tussen redactie en hoofdredactie.
3. De hoofdredactie heeft de leiding van de redactie van het
publiekstijdschrift en is verantwoordelijk voor de redactionele inhoud ervan.
4. De hoofdredactie voert in overeenstemming met de vastgelegde
redactionele uitgangspunten en /of het redactionele karakter en/of de
richtlijnen, in overleg met de redactievergadering, het algemene beleid ten
aanzien van de samenstelling, de inhoud en vormgevingvan het
publiekstijdschrift, één en ander onverlet de bevoegdheid en
verantwoordelijkheid van de hoofdredactie, zoals geregeld in artikel 3.3.
5. In alle gevallen waarin de directie weet of kan vermoeden dat haar
beslissingen ten aanzien van de algemene bedrijfsvoering rechtstreeks of
zijdelings invloed van belang kunnen hebben op het redactionele beleid, pleegt
zij vooraf overleg met de hoofdredactie en de redactieraad.
6. Over aangelegenheden waarbij de naam welke een publiekstijdschrift in
redactioneel opzicht heeft, kan zijn betrokken zal de directie vooraf overleg
plegen met de hoofdredactie en de redactieraad.
Van zulke aangelegenheden is ondermeer sprake bij wijziging van de
verschijningsfrequentie, ingrijpende wijziging van de verhouding tussen
redactie- en advertentiepagina's, ingrijpende wijziging van de lay-out,
wijziging in het advertentiebeleid voor zover dit opneming of wering van
advertenties van bepaalde aard omvat, campagnes afgestemd op de lezersmarkt, de
verkoop van artikelen aan andere bladen. Het gestelde in de artikelen 3.5. en
3.6. heeft geen betrekking op het functionele overleg tussen directie en
hoofdredactie, als organen belast met de dagelijkse leiding van het
publiekstijdschrift.
7. In alle gevallen waarin de hoofdredactie weet of kan vermoeden dat
redactionele beslissingen rechtstreeks of zijdelings invloed van belang kunnen
hebben op de algemene bedrijfsvoering pleegt zij vooraf overleg met de
directie.
8. Voorafgaand aan de besluitvorming omtrent benoeming of ontslag van een
hoofdredacteur is de directie van de onderneming verplicht advies in te winnen
bij de redactievergadering, die mede het recht heeft tot voordracht voor
benoeming of ontslag.
9. Een hoofdredacteur wordt niet benoemd of ontslagen dan overeenkomstig
de procedure als bepaald in art 3.15, onverminderd de bevoegdheid van de
directie tot ontslag op staande voet.
10. Binnen het kader van het in de onderneming te voeren personeelsbeleid
dienen hoofdredactie en redactievergadering tot overeenstemming te komen over
het redactionele personeelsbeleid. De aanstelling van redactieleden geschiedt
door de directie in overleg met de hoofdredactie. De directie kan geen
redactielid ontslaan dan nadat overleg met de hoofdredactie hierover is
gepleegd.
11. De hoofdredactie pleegt met de redactieraad overleg over de hoogte en
de verdeling over de verschillende posten van het redactiebudget - waaronder
niet de post salarissen is begrepen - alsmede over ingrijpende wijzigingen in de
besteding.
12. De hoofdredactie wordt door de directie geregeld vertrouwelijk op de
hoogte gesteld van de financieel-economische positie van de aan haar
verantwoordelijkheid toevertrouwde uitgave en van de onderneming op basis van de
exploitatierekening en de begroting c.q. de meerjarenplanning.
De redactieraad zal tenminste tweemaal per jaar zulk een toelichting verkrijgen
terzake van het betrokken publiekstijdschrift mede in het kader van de gang van
zaken binnen de gehele onderneming.
13. Besluiten tot wijzigingen van de redactionele uitgangspunten en/of
het redactionele karakter en/of de richtlijnen worden niet genomen dan volgens
de procedure als bepaald in artikel 3.15. De redactievergadering is bevoegd
voorstellen tot dergelijke wijziging te doen.
14. Besluiten die naar de mening van de redactievergadering van
fundamenteel bebelang zijn voor de taak en functie van de redactie worden niet
genomen dan volgens de procedure als bepaald in artikel 3.15. Dit geldt met name
voor wijziging van karakter en verschijningsvorm van het publiekstijdschrift,
wijziging van de samenstelling en positie van de redactie en hoofdredactie en
besluiten als bedoeld in artikel 5.6.
15. In de gevallen genoemd in de artikelen 3.9, 3.13, 3.14, 5.6 en 7
neemt de directie pas een beslissing nadat diepgaand overleg heeft plaatsgehad
met de redactievergadering.
Wanneer directie en redactievergadering niet tot overeenstemming komen brengt de
redactievergadering, ongeacht of zij reeds eerder van het recht tot voordracht
c.q. het doen van voorstellen gebruik maakte, binnen 14 dagen schriftelijk en
gemotiveerd advies uit.
De directie wijkt niet af van het advies van de redactievergadering dan om
zwaarwichtige redenen die zij binnen 14 dagen schriftelijk aan de
redactievergadering kenbaar maakt. De uitvoering van dit besluit heeft niet
eerder plaats dan 14 dagen na dagtekening van deze schriftelijke motivering.
Geschillen over de toepassing van de procedurevoorschriften van dit artikel
kunnen in afwijking van het in artikel 40 van de CAO bepaalde, aanhangig worden
gemaakt bij de president van de arrondissementsrechtbank te Amsterdam in hoogste
ressort.
Het geschil dient aanhangig te zijn gemaakt uiterlijk op de 14e dag volgend op
die van dagtekening van vorenbedoelde schriftelijke motivering. Vanaf het moment
waarop de dagvaarding aan de directie is betekend schort deze de uitvoering van
het aan de procedure onderworpen besluit op tot de rechter een uitspraak heeft
gedaan.
Artikel 4
1. De leden van de redactievergadering zijn:
a. Alle redacteuren (journalisten, vormgevers en fotografen) die voor onbepaalde
tijd voor tenminste 50% in dienst van het publiekstijdschrift zijn;
b. De redactionele medewerkers ten aanzien van wie de redactievergadering,
bestaande uit de leden onder 1 genoemd, met instemming van de directie heeft
besloten hen tot de redactievergadering toe te laten.
Uitsluitend de hierboven (sub 1 en sub 2) genoemde leden van de
redactievergadering hebben stemrecht. De stemgerechtigde leden van de
redactievergadering beslissen welke redactionele medewerkers zonder stemrecht de
vergaderingen kunnen bijwonen.
2. De redactievergadering komt tenminste eenmaal per kwartaal bijeen.
3. Op verzoek van de hoofdredactie, de redactieraad of tenminste een
vijfde van het totaal aantal leden dient een redactievergadering te worden
gehouden. Binnen één week na indiening van het verzoek roept de voorzitter de
redactievergadering bijeen.
4. De hoofdredacteur of één der hoofdredacteuren is voorzitter van de
redactievergadering behoudens zijn vrijwillige afstand van dit recht of een
afwijkend onderling akkoord ten deze.
5. De redactievergadering kan slechts geldige besluiten nemen wanneer
meer dan de helft der leden aan de stemming deelneemt. Er wordt besloten met
gewone meerderheid van stemmen. In de gevallen genoemd in de artikelen 3.14 en
3.15 is voor de geldigheid vereist dat is besloten met een meerderheid van
tweederde van het aantal aanwezige leden, tenminste overeenkomende met de gewone
meerderheid van de voltallige redactievergadering.
Voor de geldigheid van elk besluit is voorts vereist dat schriftelijk is
vastgelegd welke beslissing is genomen en wie aan de stemming hebben
deelgenomen.
6. Jaarlijks kiest de redactievergadering bij schriftelijke stemming een
redactieraad, waarbij alle leden actief en passief kiesrecht hebben.
De hoofdredacteuren hebben uitsluitend actief kiesrecht.
Indien de redactievergadering in een speciaal daartoe bijeengeroepen vergadering
als oordeel uitspreekt, dat de redactie door de zittende redactieraad niet meer
naar behoren wordt vertegenwoordigd treedt de redactieraad af. Een nieuwe
redactieraad dient te worden gekozen binnen 14 dagen na de datum van aftreden.
7. De redactieraad zal tenminste drie leden tellen. Hij kiest uit zijn
midden een voorzitter.
8. De vergaderingen van de redactieraad zijn als regel openbaar voor de
leden van de redactievergadering. Van elke vergadering van de redactieraad wordt
schriftelijk aankondiging gedaan en wordt verslag uitgebracht aan de
redactievergadering. Besluiten worden schriftelijk vastgelegd.
Alleen wanneer de redactieraad zelf meent dat een vergadering een besloten
karakter moet dragen kan van deze openbaarheid worden afgeweken.
9. De hoofdredactie kan zich op eigen initatief of zal zich op verzoek
van de redactieraad in het overleg met de directie laten bijstaan door één of
meer leden van de redactieraad.
Artikel 5
1. In het geval dat een lid van de redactie gewetensbezwaren heeft tegen een
aan hem verstrekte opdracht en hij zich niet kan neerleggen bij een door de
hoofdredactie ter zake genomen beslissing, kan hij zich wenden tot de
redactieraad met het verzoek om een bindende uitspraak.
2. In het geval dat de hoofdredactie ingrijpende wijzigingen aanbrengt of
doet aanbrengen in bijdragen van redacteuren kan de betrokkene verlangen dat het
stuk niet wordt geplaatst. Slechts om redenen van produktietechnische of
spoedeisende aard kan de hoofdredactie beslissen dat de bijdrage wordt
geplaatst.
In dat geval kan, indien betrokkene daarom verzoekt, zijn naam worden
weggelaten. Indien de betrokkene het niet met de genomen beslissing eens is kan
hij zich wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak.
3. Indien de hoofdredactie om principiële redenen besluit een bijdrage
van een lid van de redactie niet te plaatsen kan de betrokkene zich eveneens
wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak. Indien de
hoofdredactie meent een uitspraak van de redactieraad niet te kunnen aanvaarden,
maakt zij haar standpunt gemotiveerd kenbaar aan de redactievergadering.
4. Indien besloten wordt in het kader van de dienstbetrekking gemaakt
werk van een lid van de redactie of van een journalist, niet zijnde redactielid,
te plaatsen in een ander publiciteitsorgaan, is daarvoor toestemming van
betrokkene nodig. Toestemming zal slechts worden onthouden om redenen van
principiële aard, verband houdende met het journalistieke karakter, de aard of
richting van het andere publiciteitsorgaan.
5. De hoofdredactie wordt van de aanvang af door de directie
vertrouwelijk geïnformeerd over voornemens tot reorganisatie, fusie, koop,
verkoop of liquidatie van de uitgeverij of tot uitgave of tot liquidatie van een
tijdschrift, tot opneming in een concernverband en/of verbindingen van andere
aard.
6. Alvorens aan de in lid 4 genoemde voornemens enig begin van uitvoering
te geven, pleegt de directie vertrouwelijk overleg met de redactieraad over
bovengenoemde aangelegenheden, tenzij redelijkerwijze kan worden aangenomen dat
deze geen invloed zullen hebben op de gang van zaken bij het betrokken
publiekstijdschrift.
7. Zodra de verwachting gewettigd is, dat de in lid 4 bedoelde plannen
tot uitvoering zullen komen, stelt de directie te zelfder tijd als zij de
ondernemingsraad verplicht is in te lichten de redactieraad in de gelegenheid
zich een oordeel hier over te vormen.
De redactieraad kan zich, zo mogelijk in samenwerking met de ondernemingsraad,
laten bijstaan door een, in overeenstemming met de directie uit te nodigen
deskundige, die vertrouwelijk inzage krijgt in alle bescheiden die voor de te
nemen beslissing van belang zijn. Besluiten worden door de directie niet genomen
dan volgens de procedure als bepaald in artikel 3.15.
8. De directie licht de hoofdredactie en de redactieraad zo spoedig
mogelijk in over een voorgenomen wijziging in de samenstelling van de kring van
eigenaren van de uitgeverij, alsmede van de raad van commissarissen en/of een
ander college van toezicht.
9. Indien een onderwerp behoort tot de bevoegdheden van de
ondernemingsraad belet zulks niet de uitoefening van de bevoegdheden van de
redactievergadering en/of redactieraad zoals in dit statuut omschreven.
10. De redactieraad treedt niet in de bevoegdheden die krachtens de CAO
behoren tot die van de redactiecommissie.
Artikel 6
Tenzij de president van de rechtbank te Amsterdam op grond van het bepaalde
in artikel 3.15 bevoegd is een uitspraak te doen, is op de geschillen over de
toepassing van het statuut artikel 40 van de CAO voor
Publiekstijdschriftjournalisten van toepassing.
Artikel 7
Wijziging van het redactiestatuut wordt vastgesteld door de directie, na
overleg met hoofdredactie en redactievergadering. Voor wijziging is de procedure
als omschreven in artikel 3.15 van toepassing.
Nederlandse Vereniging van Journalisten
september 2000
|
|
rechts
dit is kolom 1
|
Aanbevelingen:

-----------

-----------

-----------

-----------

Deskundigen, contact-
personen, organisaties
Login
NVJ'ers
Info
-----------

-----------
-----------
-----------
-----------
-----------

|
|