[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   De toekomst van de (fusie)krant (7)
De Journalist, nummer 8, 22 april 2005

Drie lezersgerichte doelen 

Jan Bonjer

Strategische fouten bij het landelijke AD (de mislukte ‘up-market’ positionering in de jaren negentig) en de regionale dagbladen in de Randstad (geen tijdige krachtenbundeling, onduidelijke profielen, geen sterke verbinding tussen lezers en makers) leidden tot een nog ernstiger daling van de oplagen dan elders en afkalving van het advertentiebereik.
Is de voorgenomen bundeling van krachten dan een defensieve optelsom in de hoop op betere tijden? Geenszins. Met de ingrijpende, deels pijnlijke fusie kunnen we drie lezersgerichte doelen verwezenlijken:

1. Dichterbij komen en een compleet uitgeefconcept bieden.
De lezersinteresse gaat heen over de kunstmatige grenzen die wij hebben getrokken tussen landelijke en regionale dagbladen. Lezers willen binnen één uitgeefconcept compleet worden geïnformeerd over de wereld veraf en de wereld dichtbij. Dat geldt natuurlijk voor de voor onze lezersdoelgroepen relevante onderwerpen en aspecten. Daarom is het zo belangrijk die lezersgroepen en generaties en hun informatiebehoeften beter te kennen.
Een nieuwe krant die erin slaagt op een inzichtelijke en toegankelijke wijze verschillende nieuwslagen (binnenland/buitenland, regionaal en lokaal) aan te boren en bloot te leggen, komt dichterbij de belevingswereld van de lezer. Goede voorbeelden ontbreken op dit moment in Nederland maar zijn volop in het buitenland te vinden. Denk aan La Repubblica en La Stampa in Italië, het Laatste Nieuws in Vlaanderen, The Washington Post etc. De categorie van de landelijke regionale krant heeft volop kansen in Nederland en zou zelfs ten dele kunnen bijdragen aan het wegwerken van het democratisch tekort. Zo blijft het vreemd dat een in Utrecht wonende abonnee van een landelijke krant via die weg vaak verstoken blijft van relevante informatie over zijn directe leefomgeving.
Een complexiteit van het fusieplan is wel dat deze ambitie kan worden waargemaakt in Zuid-Holland, Utrecht en (deels) Gelderland maar niet in de rest van het land waar de nieuwe krant gewoon blijft verschijnen.

2. Functievernieuwing voor de lezer realiseren.
Het is allerwegen bekend dat fundamentele functievernieuwing voor de lezer vereist is om een nieuwe toekomst voor de krant te scheppen. Pas als we daarin slagen, zullen we de twee voornaamste stakingsredenen (geen tijd, te duur) naar de achtergrond kunnen drijven. Behoudzucht, luiheid en angst om ingrijpend te vernieuwen, hielden grote delen van de Nederlandse dagbladwereld lange tijd in een gevaarlijke sluimertoestand. Het besef bij de fusiepartijen dat we op vele fronten meer toegevoegde waarde voor de lezer moeten bieden, is de voedingsbodem voor de noodzakelijke vernieuwingsslagen. (Het kleinere formaat van de krant is daarbij eerder een gevolg dan het startpunt van onze verkenningen: de journalistieke vernieuwingen die we willen doorvoeren, leiden tot de slotsom dat het tabloidformaat daarvoor beter bruikbaar is dan broadsheet. Over de aard van de conceptuele en formuletechnische vernieuwingen houden we natuurlijk zo lang mogelijk onze mond.)

3. Kritische massa ontwikkelen om segmentering mogelijk te maken.
In de dagbladwereld staan massaproductie en één-en-dezelfde productformule voor alle lezers nog steeds centraal. En dat terwijl lezers/gebruikers al tijden aangeven dat ze op maat, één-op-één, willen worden bediend. Diversiteit in productformules, zowel in print als multimediaal, vergt een kritische massa waarover de fusiekranten afzonderlijk niet beschikken. De nu voorgenomen schaalvergroting is dus niet alleen een kostenreductie maar ook een stap naar productvernieuwing. De paradox is dat we eerst groter moeten worden om straks kleinschaliger te kunnen werken. Dit doel is in alle aandacht voor de fusie vrijwel onbelicht gebleven.

De naamgeving van de nieuwe krant mag zich daarentegen in een grote belangstelling verheugen. Het onderwerp is inderdaad belangrijk en heeft strategische, zakelijke en emotionele aspecten. Belangrijk is dat de nieuwe naamgeving zowel de landelijke perceptie als de regionale worteling weergeeft: zie de keuze voor een landelijke regionale krant. Zowel in de landelijke als in de regionale arena moet de titel relevant zijn waarbij De Telegraaf de grootste concurrent mag worden genoemd.
Op het vlak van de naamgeving ben ik minder vernieuwend. Ik zou de bestaande titels niet snel willen loslaten omdat ze precies aangeven dat het een landelijke regionale krant is. Bovendien zit er in de bestaande merken behoorlijk wat kracht en potentie ook al wordt dat om (begrijpelijke) emotionele redenen bestreden.
Een ander punt is dat ik niet geloof in het vinden en succesvol in de markt zetten van een nieuwe naam. Het enige voorbeeld van een echte nieuwe naam (met Dagblad van het Noorden waren we doeltreffend maar evenmin erg vernieuwend) betreft de Stentor die echter uitsluitend in een regionaal concurrentieveld z’n werk hoeft te doen. Andere nieuwe namen zijn Spits en Metro (die veel bekender zijn dan de Stentor). Een nieuwe tabloidkrant met een nieuwe naam kan daarom snel worden gepercipieerd als een gratis krant. Dat misverstand moeten we vanaf het begin vermijden.

Jan Bonjer, hoofdredacteur Algemeen Dagblad. Reageren? Jan.bonjer@ad.nl
 
 
[an error occurred while processing this directive]