[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   De toekomst van de krant (5)
De Journalist, nummer 6, 25 maart 2005


Gezocht: mentale flexibiliteit


Bart Brouwers

De dagbladjournalistiek is voor de echte redding niet gebaat bij een afwachtende houding en een ander uiterlijk helpt hoogstens tijdelijk. Nee, om het als beroepsgroep en als bedrijfstak vol te houden zal er snel wat moeten veranderen in de mentaliteit en de attitude van de gemiddelde dagbladjournalist. Zwart-wit gezegd: die moet van behoudend naar vernieuwingsgezind. Niet voor één enkele operatie, maar continu - en zonder uitstel.
De crisis in krantenland is helder: we zijn de strijd om de tijd van de klant aan het verliezen. Meer en meer lezers balen ervan delen van de krant (of zelfs hele kranten) ongelezen in de papierbak te moeten gooien en zeggen uiteindelijk in arren moede hun abonnement op. Niet per se omdat de krant slecht zou zijn, maar simpelweg omdat de tijd ontbreekt om ‘m te lezen.
Op redacties hebben de teruglopende abonneeaantallen een richtingenstrijd opgeleverd die vele exponenten kent. Ondertussen proberen directies het uitgevershoofd boven water te houden door de kosten tot op het bot te snoeien en stapelen hoofdredacties het ene veranderingsplan op het andere. Veel gehoorde vraag temidden van al dat tumult op de redacties zelf is in elk geval: houdt het dan nooit op?
Nee, het houdt nooit meer op. De maatschappij en daarbinnen de uitgeverswereld zijn zodanig in beweging dat er geen enkel zicht meer is op ‘rust in de tent’. Als gevolg daarvan zal een belangrijke, nieuwe en structureel aanwezige, voorwaarde in het profiel van iedere redacteur moeten zijn: mentale flexibiliteit, zowel in de uitvoering of implementatie van veranderingen als (een laag dieper) in het mee-bedenken van oplossingsrichtingen die aansluiten bij de veranderde omstandigheden.
Onder mentale flexibiliteit versta ik de vaardigheid om bestaande werkwijzen los te laten en zich aan te passen aan een veranderende omgeving. Niet op het moment dat zich een specifieke verandering aandient, maar eerder al en continu, structureel. Mentale flexibiliteit is gebaseerd op het besef dat in de bedrijfsvisie (wat is onze ambitie?) weliswaar omschreven is, maar dat de weg die daar naar toe leidt (de ‘strategie’) constant aan verandering onderhevig kan zijn. Door externe omstandigheden of interne wensen kan de route wijzigen. De redacteuren die zo vaak smalend riepen “Beleid, dat is toch dat wat elke dag verandert?” blijken gewoon gelijk te hebben.

In een metafoor gevangen: we rijden in een auto op het platteland en zien in de verte de Grote Stad liggen. Ons uiteindelijke doel is die stad te bereiken om een daar aanwezige pot met goud op te halen (=visie). De weg die ernaartoe leidt (=strategie) is echter nog niet geheel zichtbaar. Al rijdend blijkt de weg soms rechtdoor te gaan, maar soms ook kronkels te maken naar links of rechts. Wie over mentale flexibiliteit beschikt, is in staat om niet bij elke bocht te vragen “ja maar we gingen toch naar de Grote Stad?”. Immers, het kan allemaal nodig zijn om het doel te bereiken, vanwege een onverwachte wegomlegging of juist omdat we ontdekt hebben dat er een betere weg is dan de geplande. Het kan zélfs zo zijn dat gaandeweg het doel zelf wijzigt, omdat de pot met goud om welke reden dan ook naar een andere stad verplaatst blijkt te zijn. 
Aanpassingsvermogen gewenst dus. Belangrijkste vereiste daarbij is een juiste inschatting van de veranderende behoeften vanuit de lezersmarkt, iets wat de laatste jaren niet ons sterkste punt is gebleken. Wederom vanuit de metafoor van de rijdende auto betekent dat, dat we bereid moeten zijn het stuur uit handen te geven aan onze klanten: de lezers, de kijkers, de luisteraars.
Dat betekent niet dat we elke lezer die iets roept meteen in de krant naar de mond praten en met even veel gemak de volgende dag een tegengestelde weg inslaan omdat dan toevallig een andere klant aan de bel trekt. Nee, het betekent dat we ons, per gebruikt mediumtype, inspannen om onze producten op breed waarneembare trends bij onze klanten te laten aansluiten. En daarvoor moeten we in staat zijn die trends niet alleen waar te nemen, maar ze ook te volgen en daarbij onze eigen vaste patronen en zekerheden los te laten.

De mogelijkheden zijn onbeperkt. Als de regering het WRR-advies overneemt, mogen krantenuitgevers zich vrijer gaan bewegen. Daar moeten we gebruik van maken, door tv en radio te gaan maken, door internet steviger aan te pakken, door evenementen te gaan organiseren, door zichtbaar te worden op telefoons, pda’s en mp3-spelers. Maar ook door op een slimmere manier de openbare ruimte te gaan bezetten. Het door ons geordende nieuws mag best zichtbaar worden op pleinen en blinde muren, in kroegen en cafetaria’s, in bussen en treinen, in auto’s en op de fiets. En als we er geuren bij kunnen leveren of ons publiek echt kunnen laten voelen, dan doen we dat. Welke adverteerder wil daar nou niet bij staan?
De ene weg is niet beter of slechter dan de andere; een combinatie van wegen is waarschijnlijk de beste optie. Immers, sommige wegen blijken dood te lopen en andere zijn tijdelijk niet bereikbaar of zelfs nog niet aangelegd. En wie onderweg vraagt “maar we hadden een half jaar geleden toch afgesproken dat...”, krijgt als antwoord: “Klopt, maar dat was een half jaar geleden.”
We gaan naar die pot met goud, maar hoe we er komen zullen we voor een groot deel pas onderweg kunnen bepalen.

Het zesde artikel in deze reeks is van de hand van een jonge krantenlezer: Dorien van der Winden (17).





























 
 
[an error occurred while processing this directive]