[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]  
De toekomst van de krant (2)
De Journalist, nummer 3, 11 februari 2005


Nieuws van waarde

Samensmeltende titels en een handiger formaat moeten de krimpende dagbladmarkt opvijzelen. Maar heeft het medium wel een overlevingskans? Deel twee van een serie over de toekomst van de krant.

Frits van Exter

Wie vraagt naar de toekomst van de krant, vraagt te veel. Een goed antwoord kun je niet verwachten en al helemaal niet van een hoofdredacteur van een krant die zojuist met de nodige bombarie is overgestapt naar een compact formaat. Nog maar enkele dagen geleden keerde hij ’s nachts terug van de drukkerij met het eerste pakje kranten. Op de redactie werden ze uit zijn handen getrokken, terwijl de kurken feestelijk uit de flessen schoten en een camera inzoomde op dit moment van formaat. Hij moest om stilte manen om woorden van dank uit te kunnen spreken aan het adres van al degenen die in weerwil van cao-bepalingen zich hiervoor uit de naad hadden gewerkt. En hij sloot af met een wenkend perspectief: Nu kan de krant de toekomst in!
Wat had u eigenlijk verwacht? Dat ik, eenmaal bij zinnen gekomen, hier iets zou schrijven in de geest van de hoofdredacteur van The Guardian (‘Het is niet veel meer dan het verplaatsen van de dekstoelen op de Titanic´) ? Dus, dank voor alle moeite het formaat te halveren, maar het moet nog kleiner… veel kleiner. Ik zie dit stukje al hangen op het prikbord bij de koffieautomaat, naast de mededeling dat ik in goed overleg met de directie met onmiddellijke ingang… enz.

Met de toekomst moet je uitkijken. Een waarzegger voorspelde enkele weken geleden op BNN-radio de toekomst van een van de presentatoren. ‘Ik zie een dure sportauto’, gaf hij door. De presentator reageerde opgetogen. Maar de waarzegger vervolgde: ‘Ik vrees een ongeluk.’ Toen werd het even stil in de studio – het moest een gezellig programma blijven. Gelukkig bood de waarzegger uitkomst: ‘Nu je dit weet, kun je er rekening mee houden en een ongeluk vermijden.’ De presentator veerde op: ‘Goh, dus dat kan wel?’ Zeker, hij had al veel cliënten op deze wijze voor onheil behoed. Iedereen blij: de presentator zou leven en de voorspelling van de waarzegger zou altijd uitkomen.
Ik ben ook een goede waarzegger en ik voorspel dat de krant ten dode is opgeschreven, tenzij zij zich aan dit lot weet te onttrekken. 

Toekomstvoorspelling kan niet veel meer zijn dan het doortrekken van lijnen tot een bepaald denkbeeldig punt. Als dat een weinig aantrekkelijk vooruitzicht is, moet je de lijnen proberen te verleggen. Hoe? Dat is weer teveel gevraagd van een journalist. Want de toekomst van de krant hangt samen met de toekomst van van alles. 
Bij ‘ontlezing’ zijn - met dank aan het Sociaal en Cultureel Planbureau – verschillende factoren in het spel. Veel kranten zijn misschien nog wat onhandig van formaat, maar belangrijker is misschien dat de samenleving verder verandert van ‘samen’ naar ‘ik in mijn eigen netwerkjes’. Naarmate meer mensen zich niet alleen terugtrekken uit het publieke domein, maar ook uit het particuliere domein van de huiskamer, verliezen de traditionele functies van de media betekenis. Zij moeten het immers toch vooral van ‘samen’ hebben: je informeren over wat je moet weten om samen te leven. Nieuwe technologie is niet zozeer aantrekkelijk omdat het je sneller en gratis kan informeren, maar omdat het zoveel mogelijkheden biedt je eigen particuliere interesses van dat moment te volgen en voorbij te gaan aan hetgeen waar anderen zich mee bezig houden. 

Wat Klaus Schönbach (DJ, 28.01.2005) betreft kan de ‘echte’ journalistiek slechts hopen dat groeiende maatschappelijke tegenstellingen burgers alsnog uit deze dommel wekken. Wat dat betreft zijn we aardig bezig.
Ondertussen moeten dagbladen en andere media zich zien aan te passen, zoals zij dat in het verleden ook hebben gedaan. Het risico bestaat dat zij onderweg hun grootste kapitaal zien slinken. Want dankzij de redacties zijn de dagbladen verhoudingsgewijs nog het beste toegerust om dagelijks een poging te doen iets van deze wereld te begrijpen – voor wie dat wil, tenminste. 
Dat hoeft niet per se op papier, maar hun bestaan is wel gebaseerd op het uitgangspunt dat de drukpers de waarde van hun informatie kan verzilveren. Nieuwe technologie en nieuwe burgers vragen om nieuwe initiatieven, maar die moeten uiteindelijk rendabel zijn. Sommige dagbladen zullen daarin succesvol zijn, andere misschien niet. 
Wacht, ik krijg een beeld door: Een dure sportauto. Voorin zit een uitgever. Hij ziet het lampje van de benzinemeter oplichten. Naast hem zit een journaliste. Zij zoekt in de handleiding van het navigatiesysteem. Een radiopresentator steekt angstig over.

Frits van Exter is hoofdredacteur van Trouw















 
 
[an error occurred while processing this directive]