[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]  
De toekomst van de krant (10)
De Journalist nummer 11, 17 juni 2005


Van blocnote naar blog

Johan van Uffelen

Hoofdredacteuren belijden het a capella: We moeten ons meer op de lezer richten. Al vrees ik dat ze er allemaal net iets anders mee bedoelen; ze hebben het grootste gelijk van de wereld. Niet één abonnee is zo dom dat hij acceptgiro’s blijft invullen voor iets dat in zijn beleving niet voor hem bestemd is. 
Maar de souplesse waarmee ze spreken over de belevingswereld van de lezer is curieus. Het zou zo prachtig zijn als we haarscherp wisten welke die interesses zijn. Maar onze lezers zijn geen klonen van elkaar. Al hebben ze bij een regionale krant tenminste nog enige verwantschap: een oriëntatie op de eigen streek. 
Laten we het erop houden dat een lezer zich primair wil informeren over zaken die er voor hem persoonlijk toe doen. En hij wil zich daarover kunnen verwonderen, verbazen en opwinden. Kale feiten zonder emotie laten de lezer koud. 
Wat hij beslist níet wil: bodemloos negativisme, afgerukte ledematen bij het ontbijt en het gevoel hebben dat zijn krant zich heeft vereenzelvigd met het (politieke) establishment.
In een welhaast collectieve boetedoening roepen de collega-hoofdredacteuren dat we het slecht doen. Dat we ons hebben laten ringeloren door de behoudzucht ter redactie, waarbij zo langzamerhand een beeld opdoemt van een werkvloer vol lichtelijk autistische lieden die met potlood en vlakgom stukjes zitten te maken die niemand ooit zal lezen. 
Alsof de uitgevers in goede tijden overliepen van vernieuwingsdrang. 
Al valt niet te ontkennen dat veel redacteuren nog altijd excommunicatie als serieuze vakbroeder vrezen wanneer zij 'toegeven' aan keuzes die ze waarschijnlijk als lezer ook zouden maken. En dus slagen kranten er in om de gespannen situatie in Togo dagenlang op de voet te volgen, terwijl 93,7 % van de lezers geen flauw benul heeft waar dit West-Afrikaanse ministaatje ligt.

Menig redacteur knijpt simultaan tenen én bilspleet bij elkaar bij triviale zaken als human interest en service. Zoals de overwegend grijzende, masculiene redacties nog altijd denken in een gedateerde vorm van vrouwenemancipatie die het bestaan van specifieke interesses bij minstens de helft van onze lezers ontkent. 
Ik chargeer, de redactieraad behoeft niet in spoedzitting bijeen te komen. 
Populariseren, in de letterlijke betekenis van 'vermenselijken', is geen aantasting van kwaliteit, maar een kwaliteit op zich. 
Maar het is, vrees ik, uiteindelijk geen afdoende afrodisiacum voor de krant. Het probleem zit maar beperkt bij de dagbladen zelf. Maatschappelijke en technologische ontwikkelingen hebben een veel grotere impact dan bijstellingen van inhoud en verpakking. Ook formaatwijziging is slechts een facelift. Met, zoals gebruikelijk bij cosmetische ingrepen, een tijdelijk effect. 
De jongeren van nu zijn geboren met een webcam op de wieg, zaten nog voor hun eerste wankele stap aan de Gameboy en Xbox. Ze groeiden op temidden van individualisme en afzijdigheid. Hun maatschappelijke geëngageerdheid is stukken minder dan die van hun voorgangers. Politieke, economische en sociale vraagstukken domineren echter de krant. 
Jongeren zappen, lezen niet zoals hun ouders. Dat doen ze ook op latere leeftijd niet meer, wijzen de cijfers nu al uit. 
Internet neemt ook de sociale functie van het dagblad over. De nieuwe generaties ontmoeten er chattend en bloggend oneindig veel leeftijdgenoten met dezelfde interesses.
De voorspelling is dat een jaarlijkse stijging van het breedbandgebruik met 10 % leidt tot een autonome oplagedaling van 4 %. 

Ik hoop, geloof zelfs, dat er plaats blijft voor echte kwaliteit in (regionaal) nieuws, duiding en debat in gedrukte vorm. Maar de groep mensen die daarvoor ook wil betalen, zal vele malen kleiner zijn. De vraag of het dagblad als nieuwsmedium voor de massa zal verdwijnen - met een ten opzichte van gratis kranten altijd te hoge prijs - is nauwelijks relevant. De vraag is wanneer.
Het verspreiden van nieuws is al niet meer het exclusieve domein van journalisten. Van de 120 miljoen volwassen internetgebruikers in Amerika noemen zich 32 miljoen al geregeld blog reader. Over een jaar waait dat bloggedrag over. Dus, uitgevers, zorg voor faciliteiten en businessmodellen. En laten wij nu wél de wijken en buurten in gaan, online. 
Het dagblad als pakket gebundelde informatie is, evenals radio- en televisieprogrammering, een achterhaald concept. Onze toekomstige klant wil geen voorverpakte en voorgeprogrammeerde informatie. Hij bepaalt zelf wat hij op welk moment wil lezen, horen of zien. Dat zal ons vak definitief veranderen. Is dat erg ? Nee. Papier is slechts een middel. De toekomst stelt wel veel hogere eisen. Niet meer het medium als zodanig zal competitief dienen te zijn, maar ieder afzonderlijk artikel, ieder beeld.