[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]  
De toekomst van de krant (1)
De Journalist, nummer 2, 28 januari 2005


Het conflict moet uitkomst bieden

Klaus Schönbach

Wat is het unieke van kranten? Ze bieden dagelijks een uitvoerig overzicht van de wereld, professioneel voorgeselecteerd, gerangschikt en uitgelegd. Uit lezersonderzoek blijkt steeds weer dat de diversiteit van de onderwerpen in de krant als verrassend, maar ook als betrouwbaar gewaardeerd wordt. Waarom dan toch verliezen kranten continu aan reikwijdte? 
De uitbreiding van het televisieaanbod maakt het al lang gemakkelijker om een samenvatting te verkrijgen van wat er in de wereld gebeurt. Maar dit overzicht is nooit zo omvattend als in een krant, behalve als men elke dag tien uur achter elkaar naar alle nieuwskanalen op televisie kijkt. Een krant biedt betere mogelijkheden om snel te scannen en om te beslissen wat men preciezer wil weten. 
Maar meer en meer mensen vinden het overzicht van de wereld dat hen door nieuws op televisie wordt geboden, op radio, teletekst en op nieuwssites, uitvoerig genoeg. Een indicatie voor dit vermoeden vinden we in een grootschalig Duits lezersonderzoek uit 2004. Het laat zien dat jongeren (14–29 jaar) anno 2004 politieke en economische vraagstukken duidelijk minder belangrijk vinden dan hun leeftijdsgenoten in 1993. Politiek en economie zijn belangrijke krantenonderwerpen, en wil kranten lezen een gewoonte worden, dan moet er al in de vroegste jeugd mee worden begonnen.

Dit betekent geen pleidooi voor krantenfusies of voor slordig werk van journalisten, omdat het nu eenmaal toch niet zou uitmaken wat de krant aanbiedt (wel of geen politiek en economie, wel of geen wereldoverzicht); als er steeds minder lezers zijn houdt het misschien wel gewoon op. Maar aan de positie en de inhoud van kranten valt nog altijd iets te verbeteren. Het heeft ook zin, om het afnemen van het aantal lezers te proberen te keren. Mijn onderzoek onder nu al 520 Duitse, Nederlandse, Zweedse en Amerikaanse kranten, biedt perspectief: Abonnementen worden minder opgezegd als kranten serieuze berichtgeving aanbieden, er nog esthetischer en sterker gestructureerd uitzien, in hun inhoud nog veelvoudiger zijn, lezers niet laten wachten op een bijlage op zaterdag maar elke dag iets van dit speciale onderwerp aanbieden, nog meer servicegericht optreden en nog meer Heimatverbundenheit met hun regio tonen. Overigens zou er ook best iets aan de prijs mogen worden gedaan. 

Na tien jaar onderzoek naar de succesfactoren van dagbladen begin ik echter toch te twijfelen, of de problemen in de krantenwereld door de dagbladen zelf zijn op te lossen.
Ik ben pessimistisch omdat kranten (ook worden ze nog overzichtelijker, diverser en nuttiger) burgers nodig hebben die graag uitvoerig op de hoogte willen blijven van politiek en economie, sport, wetenschap en cultuur en die nieuwsgierig zijn naar de gemeenschap waarin ze leven. Omdat deze gemeenschap vaak in eerste instantie de woonomgeving is, is het ook zo gevaarlijk als krantenfusies lokale bindingen tussen lezers en krant verminderen. Want het enige hoopgevende resultaat uit het Duitse lezersonderzoek is dat de interesse in ‘lokale evenementen, het gebeuren hier ter plaatse’ onverminderd hoog is, ook bij jongeren. 
Mensen die niet in een uitvoerig en professioneel bewerkt overzicht van de wereld geïnteresseerd zijn, laten zich ook niet terug halen door kleinere formaten. Want een onhandige krant is hun probleem niet. Een dagblad is voor hen gewoon overbodig, omdat het veel aanbiedt dat voor hen niet belangrijk is en misschien te weinig van wat het op dit moment wel is. Die specifieke onderwerpen krijgen ze uitvoeriger, sneller en meestal ook goedkoper via talkshows op televisie, uit huis-aan-huisbladen, lokaal radionieuws, speciale tijdschriften, sms-nieuws en internet. 
Ook pogingen om de krant te individualiseren zijn kennelijk geen succesrecept. Opvallend is dat tot nu toe niemand serieus geld wil stoppen in de ‘Daily Me’ van Nicholas Negroponte (Medialab, MIT Mass.), of te ‘Ihre individuelle Zeitung’ van de Universiteit te Keulen. Het idee achter deze producten is dat ze alleen maar onderwerpen en diensten bevatten die ikzelf interessant vind. Wat er in de maatschappij speelt blijft buiten, behalve als het tot mijn hobby hoort. Maar voor een voornamelijk individuele behoefte heb je geen dagblad nodig. 

De vraag is of het compromis, een hybride krant, aantrekkelijk zou kunnen zijn voor mensen die geen al te uitvoerig overzicht willen van het publieke leven. Zo’n dagblad kan de speciale interesses van een individu bedienen, en ook nog een overzichtje bieden van de wereld – als een soort gimmick. 
Maar willen mensen echt voor iets betalen wat ze, als het hun specifieke interesses betreft, makkelijk en vooral gratis via internet kunnen verkrijgen? En als dat toegevoegde overzichtje al voldoende door het radionieuws of het NOS Journaal wordt aangeleverd? 
Wat te doen, nu het hoofdprobleem van kranten is dat het aantal geïnteresseerden in grondige overzichten van de wereld afneemt? Het antwoord hangt af van de vraag of je het libertair of paternalistisch wilt aanpakken. 
Een libertair iemand heeft geen moeite met het verval van het kranten lezen: als minder mensen aan de publieke sfeer willen deelnemen, dan zij het zo. 
Wie niet libertair is maar denkt te moeten ingrijpen, heeft verschillend strenge opties. Hij zou zachtjesaan kunnen beginnen met gewoon meer ‘krant in de klas’ of gratis abonnementen. Maar of dit genoeg is om jongeren te interesseren voor maatschappelijke vraagstukken? Echte paternalisten zouden dus zelfs hervorming van het onderwijs moeten eisen: elke dag maatschappijleer en een mondelinge overhoring aan het begin van de schooldag. Doel: vaststellen of de scholieren ook alles weten wat er actueel in de wereld speelt en of ze het kunnen inbedden in een interpretatiekader. Dan zouden kranten inderdaad niet alleen voor een kleiner wordende elite nuttig kunnen zijn, maar voor iedereen. 

Uiteindelijk gaat niet om de papieren krant op zichzelf, maar om het overleven van de dagbladjournalistiek. Een uitvoerig en professioneel bewerkt overzicht van de wereld hoeft niet noodzakelijk op papier te verschijnen (misschien alleen nog als speciale editie voor wie het niet kan laten om het papier te doen ritselen). Maar het moet wel worden aangeboden in een vorm die volledige informatie en verklaring daarvan toegankelijk maakt op een gestructureerde manier, en tegelijkertijd ook verrassing biedt. Huidige online kranten doen dat nog niet. Het ‘transportmiddel’ maakt ook weer niet zoveel uit, want: ‘The franchise is journalism, not the newspaper’. Maar juist de journalistieke selectie en de bewerking van het nieuws, die moet het publiek wél willen…

Maar mijn pessimisme zou tijdgebonden kunnen zijn. Men zou het een individualistische, ja zelfs hedonistische, fase kunnen noemen die we nu meemaken. Deze wordt uiteraard steeds weer voor korte tijd doorbroken door grote gemeenschapsstichtende evenementen zoals de Tsunami-ramp in Azië, de aanslagen van Elf September, de moord op Theo van Gogh en voetbalwedstrijden tussen Nederland en Duitsland. Maar wordt het wat betreft individualisme en hedonisme inderdaad alleen maar erger, bovenal met die steeds minder krantenlezende jeugd? 
De Amerikaanse socioloog Joseph Zvi Namenwirth ziet in plaats van continu toenemende of krimpende waarden in de Westerse wereld, de werking van cycli. Fases, waarin harmonie wordt benadrukt (en waarin de meesten zich niet druk willen maken over maatschappelijke problemen), wisselen systematisch af met periodes waar conflicten fel worden gediscussieerd en aangepakt. Zulke cycli duren ongeveer 50 jaar, aldus Namenwirth. Hij voorspelt dat in de VS de harmoniefase ongeveer nu op haar hoogtepunt moet zijn aangekomen, en dat de Amerikaanse maatschappij zich in toenemende mate weer met haar kloof tussen arm en rijk en haar andere problemen gaat bezighouden. Met andere worden: Zich terugtrekken in het privé-leven raakt steeds meer ‘uit’, maatschappelijk geïnteresseerd zijn wordt ‘in’. Zou dit weer een sterkere belangstelling voor politiek en economie kunnen betekenen en daarmee ook voor het lezen van kranten, in welke vorm dan ook? 
Specifiek over Nederland heeft Namenwirth helaas niets geschreven. Hoe lang we in Nederland moeten wachten tot de dagbladjournalistiek door een nieuwe maatschappelijke fase wordt gered, weten we dus niet. In de tussentijd moeten we maar genoegen nemen met de cosmetische operaties inzake de vorm en de inhoud van kranten.

Professor dr. Klaus Schönbach is hoogleraar Algemene Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Het tweede artikel in deze reeks is van de hand van Frits van Exter, hoofdredacteur Trouw: De Journalist nr. 3, 11 februari.









 

 
[an error occurred while processing this directive]