| [an error occurred while processing this directive]
|
|
Tjitte Mastenbroek (WO, Rijksuniversiteit Groningen)
terug naar overzicht
Samenvattingen Scriptieprijs De Journalist
De
vertrossing van televisiekritieken
‘Het is waar gebeurd,
gisteravond heb ik twee uitstekende TROS-programma’s gezien.’ De TROS
en ‘vertrossing’ in televisiekritieken van NRC Handelsblad, de
Volkskrant en De Telegraaf, 1966-1980.
Dat de kwaliteit van televisieprogramma’s al decennia lang achteruit
gaat behoeft eigenlijk geen betoog meer. Alle ellende begon op 9 mei 1966.
Toen trad de TROS toe tot het publieke bestel. De TROS was een vreemde
eend in de bijt omdat deze omroep, anders dan de oudere
omroepverenigingen, geen maatschappelijk, religieus of politiek
doel had. De TROS maakte simpelweg programma’s die het grote publiek
graag wilde zien en zette zich met leuzen als 'Wij zijn er voor u – u
bent er niet voor ons – de kijker is de baas' en later 'Het zijn de
programma’s die het ‘m doen' af tegen de bestaande omroepen. De
strategie van de TROS was zo succesvol dat andere omroepen gedwongen
werden met de TROS mee te gaan. Op deze manier verwerd het medium
televisie, dat bij zijn introductie nog gezien werd als een prachtig
middel voor volksopvoeding en educatie, tot een ordinair amusementsmedium.
De rol van de TROS bij de verloedering en vervlakking van de Nederlandse
televisie was zo evident dat er zelfs een nieuw woord voor bedacht werd:
vertrossing.
Tot zover deze zeer beknopte omroepgeschiedenis van Nederland. Dat één
en ander achteraf gezien toch iets gecompliceerder in elkaar stak toonde
televisiewetenschapper Ben Manschot al in 1993 aan. Toch is het verhaal
over de vertrossing ook nu nog in de meeste literatuur over de
geschiedenis van de televisie te vinden. Manschot noemde het idee van de
vertrossing daarom al 'een van de meest populaire folklores in ons
land’.
Volgens Manschot hebben televisierecensenten een zeer belangrijke rol
gespeeld bij het populair worden van de term vertrossing. Recensenten
gebruikten het woord vertrossing in hun televisiekritieken steeds in
verschillende betekenissen. Omdat zij alleen schreven over zeldzame,
belangrijke of merkwaardige programma’s benadrukten zij het bijzondere
en het extreme. Deze recensies werden later door auteurs van
wetenschappelijke literatuur over televisie gebruikt als bron. Volgens
Manschot werden de groteske opvattingen van recensenten op deze manier
gemeengoed en ontstond zo het vertekende beeld dat veel mensen nu nog
steeds hebben van de televisie in de jaren zestig en zeventig.
In mijn scriptie heb ik systematisch onderzocht hoe televisierecensenten
van NRC Handelsblad, de Volkskrant en De Telegraaf in
de periode 1966-1980 schreven over de TROS en de vertrossing. Een van de
belangrijkste uitkomsten van mijn onderzoek is dat in de 751 onderzochte
televisiekritieken het woord vertrossing slechts éénmaal voorkomt. Dit
wil paradoxaal genoeg niet zeggen dat vertrossing geen rol speelde in
televisiekritieken in de jaren zeventig. Vooral recensenten van NRC
Handelsblad en de Volkskrant lieten veelvuldig blijken dat ze
vonden dat de televisie in de loop van de jaren zeventig oppervlakkiger
geworden was. Als hoofdschuldige wezen zij vaak in de richting van de
TROS.
Opvallend is ook dat De Telegraaf nooit een probleem maakte van de
vertrossing en juist veel meer schreef over een teveel aan saaie en
loodzware televisieprogramma’s. Volgens De Telegraaf was een
avondje ontspannen televisiekijken een recht voor iedereen en waren het
juist de ouderwetse verzuilde omroepen die dit welverdiende genot in de
weg stonden.
Om deze grote verschillen tussen kranten te verklaren heb ik gebruik
gemaakt van de theorieën van de Franse filosoof Pierre Bourdieu. Volgens
Bourdieu is smaak niet een op zichzelf staand iets, maar is smaak een
wapen wat gebruikt wordt om bepaalde posities mee te veroveren of te
verdedigen.
Aan de hand van de theorieën van Bourdieu en mijn eigen onderzoek schets
ik in ,,Het is waar gebeurd, gisteravond heb ik twee uitstekende
TROS-programma’s gezien’’ een beeld van strijd rond de TROS en
de vertrossing die in de jaren zeventig op het veld van de
(televisie)journalistiek werd uitgevochten.
tlmastenbroek@gmail.com
terug naar boven
|
|