[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]  

Karin Husslage (WO, Universiteit van Amsterdam) 


                                      terug naar overzicht Samenvattingen Scriptieprijs De Journalist


Leken in het nieuws

Er is een discussie gaande in de media over de veranderingen in het NOS Journaal in de afgelopen jaren. Een specifieke rol in hierin weggelegd voor kritiek op de toename aan interviews met de gewone-man-op-straat. De één noemt het ‘opleuken’ of populistisch, de ander ‘civiv journalism’ of ‘de staat met de straat verbinden’.

De trend van gewone mensen prominenter in beeld brengen is gesignaleerd in Duitsland, Zweden, Groot-Brittannië, de VS en zelfs Nederland. Structureel en over een langere periode bekeken is hierover echter nog maar weinig bekend. Deze scriptie brengt daar verandering in. Aan de hand van een kwantitatieve inhoudsanalyse van twintig jaar aan NOS-journaals – waarvan negen journaals uit drie maanden van elk jaar bekeken werden – geeft deze scriptie een beeld van de rol van de leek in het nieuws.

Uit 168 journaals, 1403 items en 7630 bronnen blijkt dat de ordinary citizen anno 2006 meer dan drie keer vaker voorkomt dan in 1993. Waar gewone mensen in 1993 nog 4,2 procent van alle bronnen vormden, is dat percentage in 2006 9,0. En namen ze in 1993 nog de zesde positie in van meest gevraagde bronnen; in 2006 is dat de 4e positie geworden, of zelfs de tweede plaats (na de politicus) als presentatoren en verslaggevers niet meegeteld worden.

In de lengte van de interviews valt op dat over het algemeen bronnen tegenwoordig korter in beeld komen. De gemiddelde lengte van de interviews is van 27,4 seconden in 1987 gedaald naar 18,7 in 2006. De tijd die gewone mensen in het nieuws krijgen om iets te vertellen is daarentegen gestegen: van 6,8 seconden naar 10,8 seconden gemiddeld. Dit geeft wederom aan dat gewone mensen belangrijker zijn geworden in het nieuws.

Wat verder opvalt is dat de meeste leken voorkomen in augustus (de rustige ‘komkommermaand’) en de minste in april (een gewone maand). December zit daar tussenin  als maand met zowel gewone dagen als de feestdagen. Ook zijn er meer leken in het nieuws te zien in de dagen rond het weekend (vrijdag t/m maandag) dan doordeweeks (dinsdag t/m donderdag). De lengte van bronnen verschilt hierbij niet significant.

De onderwerpen waarop gewone mensen het meest gevraagd worden te reageren zijn respectievelijk de categorieën defensie/oorlog, buitenlandse politiek, celebrities, algemene human interest en sport. Dat oorlog vaak met leken geassocieerd wordt, is te verklaren door het grote aantal interviews met mensen in oorlogsgebieden die vertellen over wat ze vinden van de oorlog en hun situatie daarin. De hoge score in de laatste drie categorieën geeft aan dat leken vaak geassocieerd worden met het zogenaamde ‘zachte nieuws’.

Het effect van de opkomst van de commerciële televisie, met RTL Nieuws in 1989, is helaas niet goed te onderzoeken omdat de journaals van voor 1993 niet geheel bewaard zijn. Wel is de gestegen waarde die gehecht wordt aan de gewone mens in het algemeen toe te wijzen aan de gestegen concurrentie voor het NOS Journaal. Niet alleen door de komst van een commercieel televisiebulletin, maar ook door een toename in infotainmentshows zoals Hart van Nederland en RTL Boulevard, en internet als bron van nieuws.

Dat de gewone-man-op-straat belangrijker is geworden in het nieuws, is met dit onderzoek duidelijk aangetoond. Er valt echter nog een hoop te zeggen en discussiëren over de goede en slechte kanten hiervan. Voordelen kunnen zijn dat verslaggeving minder vanuit de elites gebeurd en dichter bij het publiek staat; dat een breder publiek zich tot het nieuws aangetrokken zal voelen omdat het beter te begrijpen en herkenbaarder is als gewone mensen erover vertellen; of dat het nieuws een gevarieerder beeld geeft door mensen uit verschillende regio’s en sociale klassen te ondervragen. Maar nadelen die genoemd worden in de literatuur zijn ook niet mis: dat het nieuws meer gaat bestaan uit emotionele reacties zonder argumentatie; dat burgers niet genoeg rationele informatie tot zich krijgen om als burger te functioneren; dat het nieuws een vertekend beeld kan geven van publieke opinie; dat het nieuws te negatief wordt; of dat het nieuws partijdig overkomt.

Deze thesis besluit met een advies hoe de risico’s kunnen worden aangepakt: leken meer argumenten laten geven; leken vragen naar oplossingen voor problemen waar anders alleen over gezeurd wordt; leken alleen vragen om een reactie als hun rol relevant is voor het onderwerp; bij meningen aangeven dat het geen publieke opinie is, maar slechts enkele peilingen; proberen meerdere kanten van opinie te laten zien en niet over de gewone-man-op-straat spreken alsof deze simpel of dom is. 

karin_husslage@yahoo.com
   


                                         
terug naar boven
 

 
[an error occurred while processing this directive]