| [an error occurred while processing this directive]
|
|
Arend Hulshof
terug naar overzicht
Samenvattingen Scriptieprijs De Journalist
China
en de beloofde persvrijheid
‘Door Peking de Olympische
Spelen toe te wijzen, wordt de ontwikkeling van de mensenrechten in China
gestimuleerd.’ Dat verklaarde de vice-president van het Olympisch Comité
Peking 2008, Liu Jingmin, in 2001 toen de stad zich kandidaat stelde voor
de Spelen. Nu, bijna zes jaar later en anderhalf jaar voor het evenement,
melden de mensenrechtenorganisaties Amnesty International en Human Rights
Watch dat die belofte nog nauwelijks is nagekomen.
De vraag is wat de Nederlandse (sport)journalistiek
hiermee moet. Naar mijn mening moeten media in aanloop naar en tijdens de
Olympische Spelen niet alleen berichten over de sportprestaties die de
atleten leveren, maar ook over het maatschappelijke klimaat en de
mensenrechtensituatie in het land. Nederlandse journalisten moeten toetsen
of China zich aan zijn toezegging houdt. Media moeten dan aandacht
besteden aan de vele mensenrechtenschendingen die in heel China
plaatsvinden, en in het bijzonder aan de schendingen die direct gelieerd
zijn aan de Spelen, bijvoorbeeld aan Ye Guozhu die uit zijn huis werd
gezet omdat op zijn stuk grond bouwwerkzaamheden voor de Spelen waren
gepland. Toen hij samen met andere gedupeerden een vergunning aanvroeg om
te demonstreren, werd hij opgepakt en tot vier jaar cel veroordeeld.
Onlangs werd bekend dat hij in de gevangenis is gemarteld. Dat is hard
nieuws waarover moet worden bericht.
De volgende vraag is hoe de Nederlandse
media in China te werk moeten gaan. Om hier achter te komen heb ik een
literatuurstudie gedaan, waarbij ik onder andere publicaties van
organisaties als Human Rights Watch, Verslaggevers zonder Grenzen en
Amnesty International onderzocht. Daarnaast deed ik een empirisch
onderzoek. Ik had interviews met de China-journalisten Garrie van
Pinxteren, Willem Offenberg en Betta Plebani. Zij gaven aan hoe moeilijk
het soms is om in China te werken. Je hebt als journalist een J-visum in
je paspoort waardoor een plaatselijke autoriteit je direct kan herkennen
en je kan belemmeren in je werk.
Van Pinxteren noemde het voorbeeld van een groep olieboeren over wie ze
voor het NRC Handelsblad een reportage schreef. De autoriteiten hadden
deze boeren hun land afgenomen waartegen de boeren in opstand kwamen. Van
Pinxteren zocht de boeren in hun dorp op en interviewde een aantal van
hen. Bij vertrek werd ze door de politie aangehouden, ondervraagd en
uiteindelijk gedwongen materiaal af te staan. Deze belemmering is nog
echter onschuldig vergeleken bij de hindernissen die Chinese journalisten
ondervinden. Garrie van Pinxteren werd belemmerd bij de nieuwsgaring maar
uiteindelijk kon ze haar artikel wel plaatsen. Chinese journalisten kunnen
dit zelden omdat de meeste media niet onafhankelijk zijn en
hoofdredacteuren gevoelige artikelen niet publiceren.
Buitenlandse journalisten worden in het ergste geval het land uit gezet.
Bij Chinese journalisten die zich – in de ogen van de autoriteiten –
misdragen, hangt vaak een veel strengere straf boven het hoofd.
Dat Chinese journalisten nauwelijks persvrijheid hebben, heeft direct
invloed op de werkwijze van Nederlandse journalisten die vanuit China
verslag doen. Chinese media worden gedwongen tot zelfcensuur en kunnen
niet of nauwelijks kritisch over de overheid berichten. Daardoor mist de
Nederlandse journalist, als hij al Chinees kan lezen, een belangrijke
onafhankelijke nieuwsbron. Het is daarom belangrijk dat journalisten op
zoek gaan naar alternatieve bronnen. Voor journalisten die alleen tijdens
de Olympische Spelen in het land zijn, is het belangrijk dat zij zich goed
voorbereiden zodat ze niet alleen beschrijven hoe groots de
sportprestaties zijn en hoe prachtig het land is, maar ook een beeld geven
van de mensenrechtenschendingen.
arendhulshof@hotmail.com
terug naar boven
|
|