| [an error occurred while processing this directive] |
[Kort dankwoord en Speech van Jan Lepeltak uitgesproken door Julia Lepeltak tgv De Journalist scriptie-uitreiking.] Geachte aanwezigen, Allereerst wil ik de jury en De journalist bedanken voor het toekennen van deze prijs en wil ik ook de andere winnaars feliciteren. Nadat ik begin dit jaar ben afgestudeerd heb ik mij voorlopig in Indonesië gevestigd. Om die reden kan helaas hier vandaag in Amsterdam, op deze feestelijke bijeenkomst, niet aanwezig zijn. Maar het is een eer dat ik, of beter gezegd mijn zus Julia, deze scriptieprijs in ontvangst mag nemen. Ik wil naast mijn ouders ook mijn scriptiebegeleiders Raymond Feddema, die helaas vorig jaar veel te vroeg is overleden en Alex Fernadez Jilberto van de Universiteit van Amsterdam bedanken, die mij de nodige adviezen en steun gaven. De eerste twee maanden bij het onafhankelijke weekblad Tempo was het nog wel nog even wennen. Het blad Tempo verkeerde toen in een moeilijke tijd, wat soms niet direct zichtbaar was op kantoor. Een jaar daarvoor was het kantoor van Tempo in het centrum van Jakarta bestormd en werd hoofdredacteur Bambang Harymurti en twee van zijn journalisten op het politiebureau door een ingehuurde knokploeg gemolesteerd. Politie-agenten stonden erbij en keken ernaar. Op dat moment hoorde ik net dat ik de stage kon gaan lopen bij Tempo, wat wel even slikken was. Een jaar later waren het keiharde, gecorrumpeerde advocaten die Tempo in 11 verschillende zaken voor de rechter sleepte waaronder een strafzaak waarmee drie Tempo journalisten, waaronder hoofdredacteur Bambang Harymurti een celstraf van vijf jaar riskeerden. Tempo had geschreven over de criminele handel en wandel van een bekende Indonesische zakenman.. Ondanks deze benauwde situaties was de sfeer bij Tempo altijd gemoedelijk en gezellig. Sommige journalisten keken eerst een beetje de kat uit de boom maar na 3 maanden was ik redelijk bekend op de redactie en werd ik lachend Jan Pieterszoon Coen genoemd. Hoewel het gemeenschappelijke koloniale verleden tussen Nederland en Indonesië het mij best moeilijk had kunnen maken gedurende mijn onderzoek, werd het juist een bron voor vriendschappelijk onderhoud en gezellig gebabbel. Mijn kennis van het Indonesisch begon ook te groeien via mijn vriendin, een rasechte Jakartaanse. Zo groeide ook mijn bewondering voor de journalisten van Tempo, vooral in hun manier van opereren. Ontspannen, kalm en eigenlijk altijd goedgehumeurd belden ze onder andere: topmensen in de regering, kettingrokende generaals tot en met de grotere boeven en pooiers in Jakarta voor quotes of het checken van hun verhalen. Ook hielpen ze mij belangeloos met het organiseren van interviews met bronnen die aanvankelijk volledig onbereikbaar leken. Ik beleefde als een soort Kuifje veel avonturen. - Zo zat ik op een ochtend in Kemang, het rijke deel van Jakarta in een enorme villa van een van de godfathers van Jakarta en voormalige rechte hand van Soeharto die mij op dat moment glimlachend cola en gebak aanbood - Maar besefte ik soms onvoldoende met wat voor gevaren en onder welke stress de Tempo-mensen moeten leven. Terwijl ze over gevoelige zaken zoals corruptie in het leger en politieke intriges schrijven, moeten ze met hun kleine salaris ook hun gezin onderhouden. En bedreigingen en intimidaties loeren altijd om de hoek. Het is belangrijk om constant te beseffen dat Indonesie nog steeds een keihard land is. Niet zozeer vanwege een mogelijke ’islamisering,’ maar omdat Indonesie nog steeds een grotendeels arme bevolking heeft, waarin verschillende politieke elites en het leger de dienst uitmaken, in plaats van de trias politica zoals in onze democratie. Dagelijks wordt veel Indonesiers grof onrecht aangedaan. En in wezen kunnen velen nergens naartoe om hun beklag te doen, behalve misschien bij de media. En daarom is het zo belangrijk om ontwikkelingen in de persvrijheid en vrije media in een land als Indonesie, waar de rechtsstaat zo verzwakt is door corruptie en intimidatie, met volle aandacht te blijven volgen. Zeker Nederland dat niet veel heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van sterke instituties in Indonesie, instituties die een democratie of onderdelen van een democratie, zoals het functioneren van vrije media kunnen versterken of waarborgen. Om die reden ben ik heel blij dat de jury van de Scriptieprijs De Journalist mij deze prijs heeft toegekend. Omdat ze hiermee ook te kennen geeft, zich bewust te zijn van de grote problemen en gevaren die het vrije woord in Indonesie bedreigen. Het is goed dat De Journalist en de NVJ zich betrokken voelen bij het wel en wee van hun Indonesische collega’s, waarmee toch altijd een speciale band zal blijven bestaan. En hopelijk kunnen de jonge journalisten van Tempo en Nederlandse collega’s een bijdrage leveren aan het voortbestaan van deze speciale band tussen een nieuwe generatie van schrijvers en journalisten. Was getekend, Jakarta, 12 mei 2005 Jan Lepeltak |