[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Partijpolitiek: hot or not?
Een visie op het manco van Vrij Nederland om jonge lezers aan te trekken

Godelief Swank

Het is in de loop der jaren een soort ‘Zoek de Tien Verschillen-spel’ geworden, het lezersbestand van Vrij Nederland. Waren het in de jaren ’70 vooral jongeren die met een Vrij Nederland onder hun arm liepen, tegenwoordig maakt het opinieblad deel uit van de leestafel van een zestigplusser. 

De linkse, kritische provo’s uit de jaren ’70 zijn hun blad nog altijd trouw, maar er is nauwelijks nieuwe aanwas. De cijfers van de NOM-printmonitor liegen er niet om: meer dan de helft van de VN-lezers was in 2003 vijftigplusser, tegenover een schamele zestien procent die jonger was dan dertig jaar. Het is frappant dat een tijdschrift dat ooit hèt lijfblad was van de kritische twintiger, nu zoveel moeite heeft om jongeren te bereiken. 

Je hoeft geen wiskundig expert te zijn, om in te zien dat wanneer Vrij Nederland over twintig jaar nog wil voortbestaan, het blad dringend meer jongeren aan moet spreken. 
Maar hoe doe je dat? De hoofdredactie van VN zag de oplossing tot nu toe vooral in het toevoegen van beeld (want jongeren willen plaatjes), het aanstellen van jongere redacteuren, en het maken van populair-sociologische specials, met thema’s als eten en wonen. Doekjes voor het bloeden, want echt helpen wil het niet. 

Logisch, want ondanks alle vernieuwingen leunt Vrij Nederland nog steeds op een bladformule uit de jaren zeventig, waarin partijpolitiek een van de grootste pijlers is. Partijpolitiek was een heet hangijzer in de tijd dat VN werd opgericht, tijdens de Tweede Wereldoorlog. En ook de jaren ’60 en ’70 (de hoogtijdagen van VN) waren jaren van politieke misstanden en opkomend politiek activisme onder jongeren. Kortom: partijpolitiek was hot. Juist door veel te schrijven over vakbonden, inspraak op universiteiten en politiek Den Haag, wist VN veel jongeren aan zich te binden.

Maar als je in 2004 een willekeurige VN openslaat, zie je nog altijd een tijdschrift dat bol staat van de partijpolitieke onderwerpen. Politici worden uitvoerig geïnterviewd, en iedere reorganisatie, ruzie of koerswijziging binnen een politieke partij wordt breed uitgemeten. Gemiddeld bestaat zeker de helft van de VN uit partijpolitieke artikelen, en wordt de andere helft gevuld met artikelen die weliswaar niet over partijpolitiek gaan, maar alsnog worden vertaald naar partijpolitieke maatregelen, of het ontbreken daarvan.

Terwijl Politiek Den Haag voor veel jongeren een ver-van-hun-bed-show is geworden. De huidige generatie jongeren voelt zich niet snel verbonden met een politieke partij, is niet gemakkelijk ‘links’ of ‘rechts’ in te schalen, en herkent zich zodoende niet in een opinieblad dat sterk geënt is op partijpolitiek.

Mijn stelling is dan ook: ‘Vrij Nederland zou meer jongeren trekken als ze minder over partijpolitiek zou schrijven’. Ik heb grofweg vier argumenten om deze stelling te staven. Ten eerste is de huidige generatie jongeren minder collectivistisch dan de generatie jongeren uit de jaren ’70. Uit de mentaliteitsmonitor van het Amsterdamse onderzoeksbureau Motivaction (meetjaar 2002) blijkt dat jongeren zich niet snel aansluiten bij een politieke partij of een vereniging, en maar moeilijk te porren zijn voor collectivistische zaken. Het is een gesegmenteerde cultuur, die je niet meer op kunt delen in stromingen. De huidige jongeren beschouwen zichzelf als individu.

Sowieso zijn de tegenstellingen tussen politiek rechts en links kleiner geworden, wat het belang van een partijpolitieke benadering afzwakt. Wellicht is Vrij Nederland iets te lang blijven hangen in deze links c.q. rechts-positionering. Bij het aantreden van het kabinet Balkenende profileerde VN zich opnieuw als stevig links. Een dergelijke positionering is niet meer van deze tijd. Je kunt niet meer verwachten dat je daarmee een vaste achterban inlijft. Zeker niet bij jongeren, die zich sowieso minder snel aansluiten bij een partij.

Een derde reden waarom ik denk dat partijpolitiek jongeren niet meer interesseert, is dat de noodzaak voor hen om hun politieke stem te laten horen is afgezwakt. De huidige twintigers en dertigers zijn niet, zoals hun ouders, grootgebracht in een tijd van politieke misstanden. De vakbonden zitten inmiddels goed in elkaar, er is meer inspraak op universiteiten, en op het gebied van de emancipatie van de vrouw is veel bereikt, om maar wat zaken te noemen waar jongeren zich in de jaren ’60 en ’70 sterk voor maakten.

Je zou kunnen zeggen dat hun ouders de weg voor hen hebben vrij gemaakt. De babyboomers zijn de geschiedenis ingegaan als de ‘protestgeneratie’, terwijl de huidige generatie jongeren wordt aangeduid als Generatie Nix, de Patat-generatie of de ZAP-generatie. Termen waar het politiek activisme niet bepaald vanaf straalt. 
Er zijn natuurlijk nog steeds politieke misstanden, maar die zijn minder concreet en baanbrekend dan ze in de jaren ’60 en ’70 waren.

De huidige generatie jongeren blijkt echter wel degelijk idealistisch, en maatschappelijk geëngageerd, zo blijkt uit dezelfde mentaliteitsmonitor van Motivaction. Sterker nog, het engagement onder jongeren is juist toegenomen de laatste jaren. Er is echter geen opinieblad voor hen. Dus hier ligt een gat, waar 
Vrij Nederland met ofwel een nieuw tijdschrift voor jongeren, of met een veranderde bladformule in zou kunnen springen.

Een vierde argument om af te stappen van een partijpolitieke benadering, is dat er een zekere verzadiging is opgetreden. Vroeger waren de artikelen die Max van Weezel en Joop van Tijn over politiek Den Haag schreven, unieke verhalen. Ze schreven over ontboezemingen van politici en deden politieke onthullingen. Maar ze waren een van de weinige Haagse verslaggevers. Terwijl nu iedere zichzelf respecterende krant, opinieblad of televisieprograma een eigen Haagse verslaggever heeft. Partijpolitieke verhalen zijn veel minder uniek geworden.

Kortom, redenen te over om te kiezen voor een andere invalshoek. Je kunt immers ook opiniërend schrijven over materialisme, onderwijs, macht, wetenschap en ethiek, succes en gezondheid. Er ontbreekt in het huidige medialandschap naar mijn mening een intellectuele reflectie op lifestyle-onderwerpen, terwijl die er wel degelijk zou kunnen zijn. Dan moet je geen oppervlakkig verhaal over materialisme schrijven, maar juist in intellectuele zin bekijken hoe wij met rijkdom omgaan en hoe ons dat al dan niet heeft veranderd. En ook politiek als machtsmiddel hoeft niet in de ban gedaan te worden. Als het maar niet met een omweg door Den Haag wordt gebracht. 




 
 
[an error occurred while processing this directive]