[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Samenvatting van Huis aan huis in Stadshagen

Anita Harte-Mentink

Huis aan huis in Stadshagen. Rij na rij in de Mastenbroekerpolder. Nieuwbouwwoningen in een Vinexwijk in Zwolle. In de Zwolse wijk Stadshagen wonen nu ruim 10.000 mensen en over een aantal jaren zijn dat er minstens twee keer zoveel. Veel tweeverdieners en gezinnen met kleine kinderen. Blijkbaar aantrekkelijk voor uitgevers van huis-aan-huisbladen. De meeste huishoudens in Stadshagen ontvangen namelijk zes gratis nieuwsbladen. En dat vind ik veel. Maar vindt de gemiddelde Stadshagenaar dat ook?

Voor mijn afstudeerscriptie Huis aan huis in Stadshagen , heb ik in de wijk een onderzoek gedaan naar de behoefte aan huis-aan-huisbladen. En één van mijn vooronderstellingen was dat de Stadshagenaar het met mij eens is. 

Voordat ik aan het lezersonderzoek wilde beginnen, heb ik eerst gekeken naar de functie van huis-aan-huisbladen. Nieuwsmedia in het algemeen hebben een functie. Piet Bakker haalt in zijn proefschrift over regionale journalistiek de zes mediafuncties van Van Cuilenborg en McQuail aan. Uiteraard behoort het geven van informatie, het brengen van nieuws en het verslag doen van gebeurtenissen, tot de functie van huis-aan-huisbladen. Evenals het bieden van een mogelijkheid tot expressie, zoals de aankondigingen van grote en kleine activiteiten. Wat voor de gratis bladen veel minder telt, is het kritisch en opiniërend zijn. Er is bijvoorbeeld geen hoofdredactioneel commentaar, zoals bij de dagbladen. De functies, mobilisatie en amusement, die Bakker bij de regionale journalistiek buiten beschouwing laat, zijn voor huis-aan-huisbladen wel relevant. Er wordt immers nogal geadverteerd in deze bladen en het human interest verhaal en de rubrieken kunnen bijdragen aan het ‘amusementsgehalte’ van de krant. 

Zoals gezegd worden in Stadshagen zes huis-aan-huisbladen verspreid. Drie daarvan, de Peperbus, de Swollenaer en de Sassenpoorter worden in de hele stad Zwolle bezorgd. De twee eerstgenoemde kranten wekelijks, de laatste tweewekelijks. Deze krant is ook dunner en bevat minder nieuws en meer rubrieken.
Eén huis-aan-huisblad, de Vinexpress, richt zich alleen op Stadshagen. Deze krant staat een beetje los van de andere vijf. Het is de enige wijkkrant, het enige maandblad en bovendien wordt de krant door vrijwilligers gemaakt. De Vinexpress wordt uitgegeven door de welzijnstichting Travers en ontvangt daarmee subsidie van de gemeente Zwolle. De krant is dus veel minder afhankelijk van adverteerders dan de andere kranten.
De laatste twee bladen, het Streeknieuws (tweewekelijks) en de Stadskoerier (wekelijks), richten zich in hun berichtgeving primair op de buurgemeenten Zwartewaterland en Kampen. Ze worden in Stadshagen verspreid, omdat de wijk bijna letterlijk uitkijkt op deze gemeenten. Adverteerders uit die plaatsen merkten dat ze veel klandizie uit Stadshagen kregen, waardoor de wijk voor hen aantrekkelijk werd. 

Om meer zicht te krijgen op het hoe en waarom van de huis-aan-huisbladen, heb ik verschillende gesprekken gevoerd. De ene keer sprak ik met de uitgever, de andere keer met de redactie van het blad. In alle gevallen wilde ik graag weten waarom ze met de krant begonnen zijn; wat het doel is; hoe de redactie eruit ziet; wat de inhoud is en minstens zo belangrijk, of de krant kritisch beoogt te zijn en hoe het zit met de onafhankelijkheid. 

Vervolgens werd het tijd voor het lezersonderzoek. Ik heb een enquête opgezet met 26 vragen. De eerste negen waren van algemene aard, zoals vragen naar leeftijd, geslacht en opleiding. Tien vragen hadden betrekking op het leesgedrag. Dit waren vragen als ‘hoe goed leest u de huis-aan-huisbladen’ en ‘hoeveel tijd per week besteedt u aan het lezen van deze bladen’. Of ‘welke onderwerpen uit de huis-aan-huisbladen interesseren u’ en ‘wat vindt u van de kwaliteit’. 
De laatste vragen gingen over betrokkenheid bij de wijk. Of iemand actief is in de wijk en wat iemands gevoel over de wijk is. 
Bij de uitwerking bleek dat niet alle vragen even relevant waren. Ook hadden sommige vragen teveel antwoordmogelijkheden, waardoor de verwerking onoverzichtelijk werd. Dit heb ik opgelost door achteraf antwoorden te clusteren.

Door bij de uitwerking vragen te combineren was het mogelijk om iets te zeggen over het leesgedrag en de behoefte aan de verschillende bladen. Vrouwen lezen bijvoorbeeld meer in de huis-aan-huisbladen dan mannen. En jongeren lezen minder dan ouderen. Alle zes de bladen worden door minsten 60% van de respondenten doorgebladerd, waarbij een deel ook stukken leest.
De twee ‘Zwolse’ huis-aan-huisbladen de Peperbus en de Swollenaer en de wijkkrant de Vinexpress, worden het best gelezen in Stadshagen. Meer dan de helft van de respondenten geeft aan deze bladen te lezen. Op zich is dit niet verwonderlijk. De eerste twee verschijnen wekelijks en brengen allebei actueel Zwols nieuws, aankondigingen en verslagen van gebeurtenissen. Daarnaast blijken Stadshagenaren geïnteresseerd in nieuws over hun eigen wijk. Daarom lezen ze de Vinexpress. Er staan foto’s in van hun kind of er is nieuws over de aanleg van het stadspark. Dat spreekt lezers aan. 
De scores op de vraag welke krant men niet wil missen of waarvoor men voorkeur heeft, bevestigden dit beeld. 

Ik heb mij in mijn onderzoek vooral gericht op het leesgedrag en de journalistieke kant en eigenlijk niet op het gebruik van de bladen als reclamemiddel. Drie van de zes bladen worden (redelijk) goed gelezen. De overige drie worden vooral doorgebladerd, waarbij tegelijk naar de advertenties wordt gekeken. Wat het leesgedrag betreft, lijkt de behoefte aan huis-aan-huisbladen dus minder groot dan het aanbod. De respondenten uit mijn onderzoek zullen waarschijnlijk niet gaan klagen als ze de helft minder krijgen. Sterker, ze vinden dat ze er teveel krijgen. Om daarmee te zeggen dat de helft van de huis-aan-huisbladen uit Stadshagen geen bestaansrecht heeft, is echter een te boute uitspraak. Zolang de adverteerder betaalt en de uitgevers een rendabel product op de markt kunnen zetten, zal de verspreiding doorgaan. 
Wanneer ik me echter alleen beperk tot de journalistieke kant, komt uit mijn onderzoek naar voren dat de respondenten in Stadshagen voldoende hebben aan de Peperbus, de Swollenaer en de Vinexpress. Wat dat betreft zullen de twee huis-aan-huisbladen van buiten Zwolle zich in de toekomst moeten beraden op hun positie in Stadshagen. Zij zullen hiertoe echter niet gedwongen worden door de lezer, maar door de adverteerder. Nu het winkelaanbod, en daarmee de advertentiemarkt, in Stadshagen in omvang toeneemt, zullen adverteerders uit omringende plaatsen meer moeite moeten doen om klanten uit Stadshagen vast te houden. Wanneer dit niet lukt zullen zij wellicht hun conclusies trekken. 


Zwolle, 25 januari 2005





 
 
[an error occurred while processing this directive]