| [an error occurred while processing this directive] |
Portretten Exclusief: De sprookjes van Henk van der Meyden Rudie Kagie volgt de uitvinder van het sterrennieuws en de showpagina al jaren en schreef - bij het naderen van de 65ste verjaardag van Henk van der Meyden een portret. Dit is de eerste aflevering van een reeks portretten van een aantal journalisten die De Journalist de komende maanden op de site beschikbaar stelt. Beleef 't mee! ‘Nee, het leven van een journalist gaat niet over rozen. Op papier lijkt het één bruisende champagne-party, waar de meest beeldige meisjes je voortdurend omringen - maar hun aanwezigheid is nietszeggend. In werkelijkheid is dit een eenzaam vak. Want het gedrukte woord is machtig en in één regel kun je van een vriend van jaren een vijand maken. En soms moét je dat doen.’ Henk van der Meyden in ‘Privé over Privé’ (1974) De glans en glitter van Henk van der Meyden Het ontluikende sprookje en het sprookje aan diggelen Hij noemt zichzelf de meest productieve journalist van de wereld. In Nederland is hij in ieder geval de uitvinder van de showpagina en het sterrennieuws. De man ook van de synergie: hij stak miljoenen in eigen producties die hij vervolgens in zijn eigen krant en tijdschrift bejubelde. Rudie Kagie volgt de verrichtingen van de ster-journalist al jaren en schreef – bij het naderen van diens 65ste verjaardag een portret. Door Rudie Kagie Negen maanden nog en dan wordt de zeldzaam koersvaste gezondverstandkrant getroffen door een verandering die gelijkstaat aan de amputatie van een vitaal lichaamsdeel. Hendricus Theodorus van der Meyden bereikt op 26 juni 2002 de pensioengerechtigde leeftijd. Twintig jaar geleden kondigde hij al aan de journalistiek op korte termijn te zullen verlaten, maar hij bleef. De krant kon het gezichtsbepalende fenomeen niet missen. De vut, die tegensputterende redacteuren bij het concern met een gouden zwaaihand tot ledigheid veroordeelt, ging aan Van der Meyden voorbij. Een Telegraaf zonder Privé-pagina zou geen complete Telegraaf zijn. Nu het einde van de succesformule in zicht is, pakken donkere wolken zich samen boven de Amsterdamse Basisweg. Er is geen opvolger voor de workaholische journalist én entrepreneur, boegbeeld én kop van jut, de handige donder die het schmieren tot genre verhief, de multimiljonair die hamerend op het toetsenbord van een antieke Scheidegger zijn eigen merkartikel werd. Bijna vijfenveertig jaar lang flikte die malle Van der Meyden het toch maar. Een telefoongesprekje van vijf minuten was genoeg voor een krantenpagina tekst. Sommigen noemen zoiets een knap staaltje vakmanschap. Anderen zien de aanpak als bewijs voor de brakke basis onder de ‘exclusieve berichtgeving’ die voornamelijk drijft op het oppompen van loze leuterpraat. De verguisde veelschrijver, die vakgenoten met de betrekkelijkheid van het begrip ‘collega’ in de journalistiek confronteert, levert de grondstof waarmee het populistische ochtendblad kon uitgroeien tot de populairste ontbijtlectuur van Nederland. Kwestie van gezond verstand gebruiken. ‘s Morgens met zanderige slaapogen, vóór het tanden poetsen, een krant opslaan die over de volle breedte van pagina zeven in vette kapitaalletters uitroept dat ‘miljonair voor Coby’s tranen’ viel, dat ervaart menige abonnee als de mentale optater die helpt bij het wakker worden. (Na lezing direct handen wassen, de krant geeft af.) Het ochtendblad als klaroenstoot, dan is de lezer meteen bij de les. Geen ‘moeilijk gedoe’ (daar hebben mensen op de nuchtere maag geen trek in), maar ‘leuke’, ‘lichtvoetige’ trivialia, met nadruk op weetjes die aan de consument een spontaan gesis van tussen de tanden laten ontsnappen of, beter nog, de onbedwingbare lust doen opwellen om de regels hardop voor te lezen ten einde aan de prille disgenoten uitingen van verbazing, verbijstering of desnoods een gulle lach te ontlokken. Het is in ieder geval een duídelijk concept. Een krant die aldus te werk gaat, kan van veel worden beticht, maar niet van kleurloosheid. Voor vakkundig in elkaar gestoken kolommen geldt altijd dat ze een onmiskenbare mentaliteit, visie en identiteit uitstralen. Alles beter dan de pluriforme middelmaat waaraan geen mens aanstoot kan nemen omdat de angstvallige afzender zijn kijk op de werkelijkheid krampachtig probeert te verdoezelen. De Telegraaf kiest voor gezellig en leuk, een lach en een traan. Het was Van der Meyden die deze geheime missie van De Telegraaf als geen ander begreep. De consequenties, waaronder het kweken van een omstreden reputatie, nam hij op de koop toe. Hij kan het liefdesverdriet van een ontgoocheld soapsterretje beschrijven met een ernst die andere bladen voor een nationale ramp reserveren. Een trouwpartij groeit in zijn bijzijn steevast uit tot een ‘sprookjeshuwelijk’. Geen cliché is hem te sleets als hij bericht over de première van een musical waar de cast ‘glittert’, ‘glanst’ en ‘schittert’. Elk vermogen tot relativering of ironie is hem vreemd. Hij gaat helemaal op in die ‘wereld van klatergoud’ (een typische Van der Meyden-uitdrukking) waar hij zélf deel van ging uitmaken. Dat de voormalige ‘showpagina’ ook onder de naam Privé een zekere graad aan onnozelheid verraadt, heeft de oplage van de krant zeker geen kwaad gedaan. ‘Het is met De Telegraaf net als met een pakje sigaretten’, grapte Wim Kan ooit. ‘Je weet dat het slecht voor je is, maar je kunt er niet van afblijven.’ Van der Meyden gaat er, onder verwijzing naar de zelfbedachte bijnaam Emotie BV, prat op te weten wat het volk beroert. Als hij één ambitie nastreeft, dan is het gelezen, nee, gevréten te worden door de massa. Vanuit die positie verkeert hij regelmatig in het niemandsland waar journalistiek meer een kwestie van copy writing is geworden. Geen wonder dat ‘bladenmaker’ Peter J. Muller de ‘aan krankzinnigheid grenzende bevlogenheid’ van Van der Meyden onlangs in Adformatie als toonbeeld van genialiteit aanvoerde. Muller was verantwoordelijk voor het tabloid De Nieuwe dat aan zijn eigen waanzin bezweek. Het papier was decor voor een wonderbaarlijke, zij het principieel ongecheckte berichtenparade vol buitenaardse wezens, een Elvis Presley die winkelend in een supermarkt in Winterswijk was betrapt, een jongen uit Maassluis die de langste tong ter wereld uitstak (‘vijfennegentig centimeter en hij blijft groeien!’) of een mevrouw in Alkmaar die al dertig jaar op hetzelfde kauwgummetje kauwde. Doodzonde dat het verzonnen was; er zaten verhalen tussen die elke journalist die het ‘entertainen’ van de lezer als norm hanteert, deed watertanden. Want waar draait het eigenlijk om in dit vak? Van der Meyden glundert triomfantelijk als het hem wéér is gelukt de mensheid paf te laten staan van een nieuw toppunt van gekkigheid in een samenleving waarin onderhand niets te dol is. Om dat doel te bereiken, is het soms dienstig om een briesje in een orkaan te veranderen. De andere kunstgrepen die tot een ‘leesbaar verhaal’ leiden, zijn van dezelfde overrompelende eenvoud. Om te beginnen is de beschikbaarheid van een gedegen knipselarchief een absolute vereiste, want als het gerucht dat pakweg Willeke van Ammelrooy en Jeroen Krabbé iets moois met elkaar hebben op hardnekkig stilzwijgen van alle betrokkenen stuit, moet en zal dat ‘verhààl’ toch geschreven worden. Stoplappen, zoals de in diverse bewoordingen herhaalde verwachting dat dit nieuws zal inslaan als een bom c.q. inmiddels voor al heel wat opwinding zorgde, zijn niet genoeg om de tekst tot de minimaal aanvaardbare lengte op te rekken. In zo’n geval fungeert de knipselmap wederom als reddingsboei. Stonden beide huwelijken niet eerder onder druk? Vast wel. Zo niet, dan is de beweerde romance des te verbazingwekkender. In de thriller ‘Naakt over de schutting’ (1969) van Rinus Ferdinandusse stapt roddelreporter Lode Zaaijer op een zangeres af met de vraag of ze wel eens met de gedachte heeft gespeeld om samen met haar zus op te treden. Het antwoord vult de volgende ochtend een complete ‘showpagina’: het is niet waar, sterker, er is geen sprake van dat de artieste met haar zus een duo gaat vormen. Een Lode Zaaijer stelt zijn lezers nooit teleur. Een Henk van der Meyden ook niet. De knipselmap leert dat de Haagse slagerszoon Henk van der Meyden op de christelijke Van Hoogstratenschool werd uitgescholden vanwege zijn rode haren en slechte adem. Hij sloot zich op in zijn droomwereld. Publiceerde op zijn dertiende zelfbedachte sprookjes op de kinderpagina van Het Vaderland. Solliciteerde op zijn vijftiende bij De Telegraaf, waar hij het advies kreeg om eerst zijn mulo-diploma te halen. Vooralsnog moest hij zich bedruipen met de vijf cent per regel die het Haags Dagblad hem betaalde voor verslagjes van feestavonden en begrafenissen. Na de mulo kon hij als leerling-verslaggever aan de slag bij de Nieuwe Haagsche Courant, maar het begon pas écht ergens op te lijken toen hij als dienstplichtig militair de kans kreeg om in De Telegraaf te berichten over de A-griep die onze jongens in het Duitse Sennelager teisterde. Het nieuws haalde de voorpagina, waarvoor hij na zijn afzwaaien werd beloond met een aanstelling als politieverslaggever op de Haagse redactie van het ochtendblad. In 1959 al tuk op spraakmakende primeurs kwam Van der Meyden in actie toen hij hoorde dat de Amerikaanse pianist Van Cliburn na het winnen van een muziekconcours in Moskou op doorreis in Nederland verbleef. De verslaggever regelde een concert in het Scheveningse Kurhaus, kreeg voor elkaar dat de pianist in de pauze aan prins Bernhard werd voorgesteld en zorgde voor een fotograaf die de ‘historische ontmoeting’ vastlegde. De krant opende de volgende dag met het exclusieve nieuws. Hoofdredacteur Stokvis was dermate onder de indruk van het enthousiasme van de jonge reporter (die hij achteraf ‘mijn grootste ontdekking’ noemde) dat hij hem overplaatste naar de centrale redactie in Amsterdam en hem een dagelijkse pagina aanbood. De Britse boulevardpers had van nieuwtjes over het persoonlijk leven van artiesten die iedereen van radio, televisie, theater of bioscoop kent een apart genre gemaakt. In Nederland werd dat nog niet beoefend, totdat Van der Meyden volop de ruimte kreeg om de geheimen van Hilversum te onthullen. De opzet paste helemaal in de popularisering van de krant die volgens Stokvis nodig was om de oplage te laten stijgen. De ‘kroonprins van Stokvis’, zoals de van ambitie blakende nieuwkomer door jaloerse collega’s werd genoemd, draaide werkweken van minimaal tachtig uur. Naast zijn dagelijkse ‘showpagina’ vulde hij onder het pseudoniem Bob en Brigitte de tienerpagina in de zaterdagkrant, waarin hij ook nog eens present was met de vrouwenpagina Hij en Zij. In zijn vrije tijd schnabbelde hij als plaatsvervangend hoofdredacteur van ‘Tussen de Rails’, schreef als naamloze ghostwriter de aan modekoning Max Heymans toegedichte memoires ‘Knàl!’ en produceerde biografietjes over Romy Schneider en Catherina Valente. Henk kon toen al moeilijk stilzitten. Hij vertelde ooit dat hij ‘helemaal draaierig’ werd als hij zomaar, zonder dat het met zijn werk had te maken, ergens op bezoek was. Dat kon hij niet, het vak was de enige legitimatie voor het aanknopen van contacten. In 1967 richtte hij theaterbureau Concerto op, een impressariaat dat hij er gewoon even bij deed. Het was een uitvloeisel van zijn bemoeienis met de jonge violiste Emmy Verhey die hij onder auspiciën van de krant had laten optreden. De journalistiek is gebaat bij dat soort dubbelfuncties, legde hij ooit trouwhartig uit. Die combinatie verstérkt beide hoedanigheden. Een journalist die in de kleedkamers komt en na afloop van de voorstelling aanschuift in de kantine, hoort veel. En een impressario die als journalist onder internationale sterren verkeert, kan en passant zijn nevenfunctie aan de orde stellen en daar misschien een mooie deal uit slepen. Vanuit dezelfde gedachte lanceerde hij begin jaren zeventig Club Privé aan het Amsterdamse Leidseplein. In principe was hij elke avond aan de bar in het etablissment te vinden, waar het nieuws hem automatisch kwam aanwaaien. Club Privé hield het een kleine tien jaar vol, twee keer zo lang als de vanzelfsprekend ook Privé geheten talkshow die hij bij de Tros-presenteerde. Voor theaterbureau Concerto was evenmin het eeuwige leven weggelegd, maar daar kwam Stardust Holding bv voor in de plaats, een paraplu voor vijf vennootschappen ‘met activiteiten voor theater, radio, televisie en circus.’ De onderneming staat op naam van echtgenote Monica Strotman, maar Van der Meyden is de ‘creatieve man die projecten bedenkt’. Hij zit bovendien ‘in beleggingen’ en is voor een kwart mede-eigenaar van het Circustheater in Scheveningen. Investeerde onder andere zeven miljoen gulden in de musical Annie, zes miljoen in Grease en acht miljoen in het Chinese Staatscircus. De evenementen werden op de Privé-pagina met dezelfde vanzelfsprekendheid de hemel in geschreven als de musical The Cotton Club, waarmee Van der Meyden als eerste Nederlandse producent het West End in Londen haalde. De Telegraaf vond en vindt het allemaal best. Belangenverstrengeling? Welnee, wie niet alleen in het groot denkt, maar daar ook naar handelt, komt vanzelf uit bij wat tegenwoordig ‘synergie’ wordt genoemd. Van der Meyden is uiterst synergisch. In 1977 zette hij het weekblad Privé op, waarvan hij het hoofdredacteurschap twintig jaar lang verenigde met talrijke andere activiteten. Zijn particuliere Privé-leven, voor zover daar sprake van is, staat geheel in het teken van het imperium waar hij de spil van is. Op zijn zevenenveertigste (eerder had hij zich geen tijd voor een relatie gegund omdat hij ‘met de krant getrouwd was’) huwde hij voormalig Privé-medewerkster Monica Strotman. De trouwpartij werd in zowel krant als weekblad méér dan paginagroot verslagen. Drie jaar later vulde een foto van het gelukkige echtpaar mét kindje de cover van het pulpblad. ‘Exclusief! Henk van der Meyden: Hoe een baby je leven verandert - Zijn meest persoonlijke reportage - Monica vocht als een leeuwin voor onze Eliza.’ Een baas die zichzelf met zijn familie op het omslag van een tijdschrift zet, dat is uniek, maar Van der Meyden laat zich door conventies niet afschrikken. ‘In Nederland zijn journalisten lui. Negentig procent van hun tijd zitten ze in de kroeg met een glas pils voor hun neus’, klaagde hij in 1974 tegenover Elsevier. Zelf werkte hij ‘dag en nacht’, hoewel de dokter hem nog zo had gezegd dat hij het kalmer aan moest doen. ‘Ik leef op zwaardere middelen dan valium of librium.’ De vraag waar die allesbeheersende behoefte om zich te manifesteren vandaan komt, bleef tot dusver onbeantwoord. Zelf schijnt hij het ook niet precies te weten. Zijn schrijverij is in geen geval bedoeld als bijdrage aan de eeuwigheid. Critici van zijn elementaire taalgebruik wijst hij er op dat hij - ‘ja hoor eens even’ - een ‘nieuwsjager’ is en géén literator. ‘Ik geef toe dat bij mijn krantenstukken maar een klein percentage zit waarvan ik denk: dat is aardig, ik ben tevreden. Kan ook niet anders, met dat tempo waarin ze geschreven worden’. (NRC Handelsblad, 1983) Véél is het in ieder geval wel. Bulk voor de massa. In de horeca zou Van der Meyden zich als filiaalchef van een McDonalds-vestiging prettiger voelen dan als gerant van sterrenrestaurant De Silveren Swaen. Als violist zou hij de status van André Rieu verkiezen boven die van Nigel Kennedy. ‘Ik denk dat ik de meest productieve journalist van de wereld ben. Ik ben nog nooit journalisten tegengekomen die meer hebben geschreven. Zes pagina’s per week en dat veertig jaar lang komt overeen met zo’n dertig miljoen woorden. Dat zijn driehonderd dikke romans.’ (De Telegraaf, 1998) Woest was hij toen de Volkskrant suggereerde dat Van der Meyden een deel van het werk door knechtjes liet opknappen. Voor het eerst van zijn leven reageerde hij per ingezonden brief om een 'misverstand' recht te zetten. Echt, hij schrijft die Privé-pagina's altijd zelf vol, al koopt hij bij gebrek aan nieuwtjes uit Aalsmeer en Hilversum wel eens een paar buitenlandse bladen ter inspiratie. Daaruit vloeien dan waarschijnlijk berichten voort als: 'Trouwen Steffi Graf (32) en Andre Agasi (31) vandaag met elkaar in het geheim in Boca Raton bij Miami?'Het binnenstromende geld gebruikt hij niet om de geneugten van het leven optimaal te consumeren. Hij heeft géén rijbewijs, géén tweede huis, géén boot en moest er meer dan eens discreet aan worden herinnerd dat er zoveel gaten in zijn zolen zaten dat hij er verstandig aan deed een nieuw paar schoenen te kopen.Het gaat hem niet om mooie zinnen of diepgravende verhalen. Het gaat hem niet om het geld. Hoewel niet totaal afkerig van enige macht, is hij er niet door verblind, anders zou hij zijn tentakels al lang naar nóg meer sectoren van de samenleving hebben uitgestrekt. Drie maanden tekstanalyse van de pagina Privé voert tot het mogelijke antwoord op de vraag wat het fenomeen Van der Meyden dan wél drijft. Dat moet zijn uitgesproken zwak voor het sprookje zijn. Het in eindeloze varianten vertelde verhaal waarin alles ‘glanst’, ‘straalt’, ‘glittert’ en ‘betovering’ oproept. Op zijn dertiende debuteerde hij met sprookjes op de jeugdpagina van Het Vaderland en dat soort verhalen schrijft hij nog steeds het liefst. Het RTL-programma ‘Ja, ik wil een miljonair’ was een kolfje naar zijn hand. Van der Meyden op dreef in De Telegraaf van maandag 9 oktober 2000: ‘Het is zondagavond half tien als Stefan Kerkhofs en zijn prachtige vrouw Coby Bos in Studio Aalsmeer tijd maken voor dit exclusieve interview over hun huwelijk, waarmee zij Nederlandse tv-geschiedenis hebben geschreven. Nooit eerder trouwde er in Nederland een paar dat elkaar voor het eerst in de studio in de ogen keek. Maar als zij de salon binnenkomen voor dit exclusieve gesprek stralen zij en Coby kan haar emoties nog nauwelijks verbergen.’ Twee maanden later was het tv-huwelijk alweer gestrand, maar zelfs daar wist Van der Meyden een romantische draai aan te geven: ‘In deze kerstweek van warmte en harmonie komt het hard aan, maar het pasgetrouwde bruidspaar uit de spraakmakende tv-show gaat scheiden.’ Het is de rode draad die door elke editie van de Privé-pagina loopt: het ontluikende sprookje, het sprookje aan diggelen. Bij de zelfverkozen dood van Herman Brood, vorig jaar nog frequent aan het woord over zijn pogingen om van drank en drugs af te blijven, had Van der Meyden meteen zijn invalshoek te pakken. Het ontroerende verhaal zat natuurlijk bij Xandra, ex-vrouw van de muzikant: ‘Zij was zijn moeder Theresa tijdens die helse afkickperiode. (...) Dag en nacht was zij voor hem zijn vrouw én verpleegster. (...) Ze had aan de ene kant haar zorg voor hem maar aan de andere kant toch ook de zorg voor hun dochters. (...) Xandra was Hermans engel op aarde.’ Kreeg het publiek toch nog iets dat in de buurt van een sprookje kwam. Van slagerszoon met groenbemoste tanden tot ‘de meest productieve journalist van de wereld’. Van observator tot hoofdrolspeler. Van krantenjongen tot miljonair. Vaak beroemder dan de sterren over wie hij schrijft. Bewonderd en gevreesd. De gebroeders Grimm hadden het niet beter kunnen uitstippelen, al dichtte Van der Meyden zelf (in ‘Privé over Privé’, 1974) de volgende haiku over de betrekkelijkheid van aards succes: Een ster schittert in Hollywood een diamant op de vuilnisbelt
|