[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Portretten

Terug naar Blokker-pagina

Knorrig onderweg
tussen heden en verleden


Piet de Rooy
*

Vorig jaar verscheen in het magazine van de Volkskrant de foto van een oudere heer, die wat in elkaar gedeukt op een mobylette gezeten door Frankrijk reed. Het was Jan Blokker. Die foto symboliseert de positie van Blokker: knorrig onderweg tussen heden en verleden. In zijn columns nam hij het heden de maat, in zijn rubriek Als de dag van gisteren deed hij dat de historici.
Aan de recensies in die rubriek viel vrijwel altijd af te lezen dat Blokker indertijd zijn studie geschiedenis had afgebroken. De grondtoon was regelmatig een tweeklank van bewondering en ironie. Niet zelden bleek een publicatie een geschikte aanleiding om een stuk te schrijven over een bizarre gewoonte, een zonderlinge opvatting of een opmerkelijk misverstand, waarbij slechts en passant de vlijt van het onderzoek werd geprezen en de omvang of onleesbaarheid van het resultaat betreurd. En omgekeerd: waarom was A.J.P. Taylor een van zijn favorieten? Dat was geen groot geleerde, hij zat nog wel eens mis en zijn opvattingen zijn inmiddels ernstig achterhaald, maar het was wel een fascinerend schrijver, die bijna achteloos met zinnetjes strooide als: 'German history reached its turning point - and failed to turn it.' Inzicht en distantie, dat zijn naar Blokkers oordeel de onmiskenbare tekenen van kwaliteit die te vaak schuil gaan onder het dichte dek van het academisme.

 

Aan de keuze die Blokker maakte uit het overrijke aanbod van boeken op het terrein van de geschiedenis deed zijn eigen verleden zich kennen: zijn 'dag van gisteren' was het Interbellum. In weinig perioden in de geschiedenis was het zo verstandig om wantrouwend te zijn, hoe fragiel bleek immers de beschaving toen te zijn. Trotse imperia als het Habsburgse Rijk bleken tot op het bot vermolmd, de Engelse beschaving die zich over een groot deel van de wereld had verspreid kon slechts gered worden van de ondergang dankzij de inmenging van de Verenigde Staten en het land van de dichters en denkers viel ten prooi aan de opkomst van het fascisme. Daarover gingen ook de stukken van Blokker die ik me het levendigst herinner: zijn reisverslag over de grenzen van het Habsburgse Rijk, over de slagvelden rond Verdun, zijn gesprek met Sebastian Haffner. Deze laatste had een 'briljant opstel' geschreven over Hitler en een 'kristalhelder boek' over Churchill, maar dat waren kale mededelingen in de intro. In het interview gebeurde verder eigenlijk heel weinig: Haffner rookte een doosje Players leeg, had een glaasje Schnapps ingeschonken en aan het eind vastgesteld dat ze niet veel meer hadden doorgenomen dan 'een paar autobiografische details en wat algemeenheden'. Tegelijkertijd werd duidelijk dat hier twee heren met elkaar in gesprek waren die aan een half woord genoeg hadden, die achter elke verwijzing een plank vol boeken wisten en die elkaar woordeloos hadden gevonden in de opvatting dat wrijving geen warmte, maar licht dient op te leveren. Vandaar ook die diepe weerzin tegen het al te snel gegeven morele oordeel.
Naast het Interbellum kiest Blokker ook regelmatig voor boeken over de Nederlandse geschiedenis. Het is zelfs de vraag of het hem daarbij niet vooral gaat om 'vaderlandse' geschiedenis. Dat moet hij van school hebben overgehouden. Het onderwijs in die jaren draaide immers niet om inzicht of vaardigheden, maar om kennis - en dat niet half, maar precies. Dat betekende dat het om jaartallen draaide en daarvan waren die van de Tachtigjarige Oorlog de belangrijkste. Naarmate de Nederlandse zelfstandigheid in de jaren dertig immers steeds meer bedreigd raakte, werd de geboorte van de Nederlandse onafhankelijkheid steeds belangrijker: 1568: Slag bij Heiligerlee, 1573: Alva vervangen door Requesens, 1580: Verraad van Rennenberg enzovoorts. En als vrijzinig-democraat weet hij zich afkomstig uit de Loevesteinse traditie. Het is ook deze centrale betekenis van de Opstand, die hem onlangs deed bekennen 'af en toe' naar bed te gaan met het werk van de Amerikaanse historicus Motley, die tussen 1856 en 1877 een negendelige prachtserie publiceerde over 'die roemrijke bevrijdingsoorlog'.
En dan is er, na Interbellum en Tachtigjarige Oorlog, een derde laag in de historische belangstelling van Blokker en die is te vinden in de klassieke oudheid. Voor zijn staatsexamen gymnasium is hij vele uren bezig geweest met Livius en Tacitus, schrijvers die in de twintigste eeuw hoogst actueel waren, ook al zal Blokker dat indertijd niet ten volle hebben bevroed. De eerste immers bleek vooral een anatomie te schetsen van de macht, de oorlog, de glorie en de nederlaag, de tweede bood een huiveringwekkend verslag van de manier waarop macht vernedert en corrumpeert. Maar de favoriete auteur lijkt toch vooral uit Griekenland te komen, Herodotos, de man uit Halikarnossos. Wat diens werk zo treffend maakt is de even wezenlijke als warme belangstelling voor iedereen met wie hij in aanraking kwam. Het was niet alleen een wijze scepticus, maar daarmee ook de ideale gesprekspartner. En terugkerend van zijn reizen schreef hij alles op, al die mooie, maar vaak ook ontroerende en dramatische verhalen - over de groten en kleinen der aarde, over brave borsten en duivelse bedriegers, over grootmoedigheid en kleinzieligheid. In 'de onvolprezen charme' van deze verhalen lag ook het klassieke thema besloten: de geschiedenis moge veranderen, de mensen niet. Daarmee was Herodotos niet de vader van de geschiedwetenschap, dat was Thukydides, maar wel degelijk de vader van de geschiedschrijving. Hier vervaagt de grens tussen geschiedenis en journalistiek - en juist in dat grensgebied houdt Blokker zich bij voorkeur op, knorrig op zijn  mobylette.

* De schrijver is hoogleraar geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam
 

 

 

 
[an error occurred while processing this directive]