Center for Media and Public Affairs:
een veelzijdige watchdogIn
Nederland zijn er nog geen, in Amerika zijn er talloze watchdogs. Een
daarvan is het Center for Media and Public Affairs. Deze non-profit
organisatie doet onderzoek naar nieuws- en ontspanningsmedia en publiceert
en debatteert daarover.
Ingrid Leeuwangh
Het Center for Media and Public Affairs (Cmpa)
mediawatch-instituut is in 1985 opgericht door het echtpaar Robert en
Linda Lichter. Ze neemt tv-stations, kranten en tijdschriften onder de
loep en onderzoekt waarover ze berichten, hoe gekleurd de berichten zijn
en of het medium zich aan gedragscodes houdt.
De onderwerpen variëren van het optreden van de media in verkiezingstijd (election
watch) tot een onderzoek naar het aantal vrouwelijke verslaggevers in
2002. Uit dit laatste onderzoek, waarvoor 12,179 avonduitzendingen werden
bekeken, uitgezonden door ABC, CBS en NBC, bleek dat het aantal
vrouwelijke verslaggevers in 2002 was toegenomen met 4 procent tot 29
procent ten opzichte van 2001.
De onderzoeken van Cmpa hebben een kwantitatief karakter. Veelal gaat het
om tellingen van, bijvoorbeeld, positieve versus negatieve berichtgeving.
Het Cmpa geeft geen oordeel over de kwaliteit van de berichtgeving Het
Cmpa noemt zichzelf een neutrale instelling. Zo neemt het alleen geld aan
van stichtingen en particulieren die niets met media en politiek te maken
hebben.
Sinds de presidentiële verkiezingen van 1988 registreert het Cmpa
politieke grappen tijdens late night shows, waaronder de Tonight Show with
Jay Leno en de Late show met David Letterman. Op de Cmpa-webite staat
precies hoe vaak politieke grappen langskomen en over wie. Deze cijfers
kunnen worden opgezocht op jaartal. De bekendste moppen over George W.
Bush en Bill Clinton zijn zelfs te vinden op de site.
Zo was in 2000 George Bush jr. 910 keer het onderwerp van grappen, Bill
Clinton 806 keer. Terwijl Clinton in 1998 nog goed was voor 1712 grappen
ten tijde van de Lewinsky-affaire.
Een van Cmpa's bekendste onderzoeken betreft de Late night-shows van David
Letterman en Jay Leno. In 1998 bleek dat vijf van de zes 'late
night-grappen' over Bill Clinton gingen. Cmpa maakte er een 'best-of
lijst' van, gerangschikt op onderwerp (cigar, dress, tie).
Cmpa screent voornamelijk grote televisiestations.
In een recente studie (gepubliceerd op 21 januari 2003) vergeleek het
centrum de berichtgeving over het platteland op televisiestations met
diezelfde berichtgeving in kranten. Wat bleek? Terwijl televisiestations
als ABC, NBC en CBS in 78 procent van de gevallen over criminaliteit
berichtten als het over het platteland ging, deden gedrukte media (New
York Times, Washington Post, USA Today, Time, Newsweek, U.S. News & World
Report) dat elf keer minder, namelijk zeven procent. Voor dit onderzoek
bestudeerde Cmpa 337 nieuwsverhalen over het platteland tussen 1 januari
en 30 juni 2002 in tien grote gebieden.
Cmpa houdt ook de entertainment-tv nauwlettend in de gaten. Zo laat een
Cmpa-studie zien dat tussen 1999 en 2001 de hoeveelheid seks op televisie
met 29 procent daalde en geweld met 17 procent. In dezelfde periode bleef
in bioscopen echter de hoeveelheid seks en geweld gelijk.
Daarnaast onderzoekt het Cmpa de manier waarop de media informatie
verstrekken over gezondheidsrisico's en complexe wetenschappelijke
onderwerpen, zoals de oorzaken van kanker en het broeikasprobleem.
Het Cmpa heeft zichzelf als doel gesteld om de maatschappij een empirische
basis te geven voor doorlopende debatten over fairheid en impact van
media, door goed gedocumenteerde en leesbare studies van de media-inhoud.
Het Cmpa onderzoekt alle media, terwijl andere mediawatch- instituten
meestal een invalshoek kiezen, zoals Palestine media watch en Accuracy in
Media, een mediawatch-organisatie die de media bekritiseert vanuit een
conservatief perspectief.
Met zijn tweemaandelijkse Media monitor geeft het Cmpa een goed overzicht
van zijn analyses. De monitor presenteert de hoofdzaken uit de
onderzoeken, aangevuld met de controverses daarover. De volledige tekst
van Media monitors is op de website te vinden.
De onderzoeken van Cmpa zijn zeer controleerbaar. Bij bijna alle
onderzoeken staat de methodologie vermeld: welke TV-stations of kranten
zijn onderzocht, wanneer en hoe lang. Daarnaast zijn de onderzoeken
helder, aantrekkelijk en informatief weergegeven. Het instituut staat open
voor kritiek: via de website zijn ze makkelijk te bereiken. Hun site is
tegelijk een archief van onderzoeksrapporten, bevat recente persberichten
en links naar internationale media-monitor organisaties.