[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossier Kwaliteit
Terug naar inhoudsopgave Kwaliteitsdossier

'Wij krijgen een neus voor
materiaal dat 'te mooi' is'


Toen de Volkskrant uiteindelijk met het schaamrood op de kaken de 'affaire' Haerynck via een paginalange boetedoening uit de doeken deed, ontstond in Nederland een discussie over de vraag: hoe zijn dergelijke missers te voorkomen. Bij het Duitse weekblad Der Spiegel was Haerynck naar alle waarschijnlijkheid nooit voorbij de afdeling 'Archief en Documentatie' gekomen. De honderdtwintig medewerkers van die afdeling zitten er dagelijks de redacteuren achter de feitelijke broek.

Theo Dersjant

Feiten zijn heilig in de journalistiek. Maar bij het Duitse weekblad Der Spiegel (betaalde oplage: 1.050.000 exemplaren) zijn de feiten net even iets heiliger dan bij veel andere tijdschriften of kranten. Enkele tientallen malen per week voltrekt zich op de redactie aan de Hamburgse Ost-Weststrasse hetzelfde ritueel: een redacteur 'biedt' zijn kopij ter overdracht aan op de afdeling documentatie. Doel: het verkrijgen van een paraaf van een medewerker van die afdeling, want zonder die goedkeuring komt geen artikel in het 'Nachrichtenmagazin' dat dit jaar op de kop af een halve eeuw bestaat.
'De reden voor zo'n zeer dure redactionele dienst', legt de historicus dr. Dieter Gessner, chef van de afdeling, uit, 'is dat Rudolf Augstein, een van de oprichters van Der Spiegel, na de oorlog inschatte dat kritische weekbladjournalistiek in nogal wat juridische verwikkelingen terecht kon komen. Augstein wilde die problemen voor zijn. Hij heeft geprobeerd een controle in te bouwen voor de redacteuren. Naast de wil om goede journalistiek te bedrijven, speelde de gedachte dat je niet om ieder artikel voor de rechter gesleept moet worden. De situatie in Amerika diende op dat moment als voorbeeld.'
Dat was niet verwonderlijk. Der Spiegel werd op de puinhopen van het zojuist verslagen Derde Rijk in de Engelse sector opgericht door drie Britse militairen en de Duitser Rudolf Augstein. Deze keek daarbij vooral naar Amerikaanse bladen als Newsweek en Time, die in het bezette land werden 'ingevlogen'. 'Der Spiegel heeft, kun je zeggen, de kritische weekbladjournalistiek in Duitsland geïntroduceerd', zegt Gessner.
De afdeling documentatie telt 120 medewerkers. Ongeveer de helft van hen is documentatie-journalist en heeft de status van redacteur. De anderen verrichten ondersteunende taken. Op de redactie is de verhouding documentalist-verslaggever één op vijf. Medewerkers van de afdeling schrijven zelf niet.
'Een manuscript', zegt Gessner, 'moet door de documentatie-afdeling van een paraaf worden voorzien. De omstreden passages moeten worden opgehelderd.' Dat gebeurt steevast in een gesprek tussen de schrijvers(s) en de documentalist. 'Het zou daarbij overigens niet goed voor het werkklimaat zijn als daarbij steeds strijd ontstaat tussen een verslaggever en onze afdeling. Dat proberen we te voorkomen.' Dat kan ook, omdat redacteuren van Der Spiegel slechts zelden onder naam schrijven en meestal met meerderen aan een stuk werken.
De medewerkers van Gessners afdeling pluizen de artikelen na op onbewezen stellingen, controleren de juridische houdbaarheid van feitenmateriaal en checken bronnen. Gemiddeld buigt een documentalist zich zo'n twee tot vijf uur over een artikel voor Der Spiegel. Daarna moet de auteur het verhaal verdedigen. 'Manuscripten die meer tijd vergen, worden meestal bij mij gemeld. Vaak is daar wat mis mee.'
Was vroeger de gedachte dat een goede documentalist vooral een allrounder moest zijn, Gessner zegt tegenwoordig alleen nog maar specialisten op een bepaald terrein in dienst te willen nemen. 'Zo hebben we juristen, natuurwetenschappers, een arts. Er zijn bijna geen generalisten meer, een paar ouderen nog. Want het is lastig een artikel over bijvoorbeeld de werking van een medicijn goed te kunnen beoordelen als je niet zelf arts bent. Een journalist schrijft zo'n artikel ook anders in de zekerheid dat een specialist het nog een keer beoordeelt.'
Nieuw aangeworven specialisten krijgen bij Der Spiegel een contract voor anderhalf jaar. In die tijd volgen ze een trainingsprogramma, waarna bekeken wordt of de toekomstig documentalist het, zoals Gessner noemt 'in de vingers heeft'. 'De ervaring leert dat ongeveer de helft afvalt.'
Documentalisten bij Der Spiegel stromen overigens zelden door naar de schrijvende tak van de redactie. Uitzonderingen zijn er natuurlijk, maar Gessner zegt: 'Een goede vakman is doorgaans een slechte journalist. Ik persoonlijk ben niet zo voor doorstroming. Als iemand wil leren schrijven, moet hij of zij hier als journalist beginnen.'
Toch, Gessner geeft het toe, is ook het Spiegel-systeem uiteindelijk niet waterdicht. Hij trekt een ordner uit de kast en begint juridische zaken uit het jaar 1996 te tellen: 'Een grenssoldaat van de voormalige DDR, een bank, een meubelbedrijf, een boksmanager, het fotomodel Claudia Schiffer, een arts uit de voormalige DDR...' Bij elkaar telt de historicus dertien gevallen die tot juridische kwesties leidden. Wordt een rechtszaak verloren, dan moet Gessner rapport opmaken over hoe het zover kon komen. Voorts wordt bekeken hoe lering getrokken kan worden uit de zaak.
Gessner zegt zich als 'grootste' zaak de kwestie Kurt Waldheim te herinneren. Der Spiegel beweerde op basis van documenten dat Waldheim in het voormalige Joegoslavië voor de SS werkzaam was. In een rechtszaak bleken de documenten vals. Gessner: 'Ik denk nog steeds dat wat wij schreven waar was, maar we konden het niet bewijzen.'
De redactie van Der Spiegel wordt - aldus Gessner - in toenemende mate geconfronteerd met 'vergiftigde informatie'. Dat maakt het werken er fors moeilijker op. Vooral bij artikelen over het Scientology-genootschap is het oppassen, beweert de historicus. 'We hebben te maken gehad met iemand die beweerde uit de school te willen klappen over Scientology omdat hij daar een lange tijd gezeten had. Het verhaal bleek echter door Scientology in scène gezet om tegen Der Spiegel een juridische procedure te kunnen beginnen. Op die manier hopen ze je terughoudend te maken in berichten over Scientology. Onze redacteuren krijgen zo langzamerhand een neus voor materiaal dat 'te mooi' is. Want dat moet je wantrouwen.'
Het Spiegel-archief, volgens het blad zelf het grootste privé-archief in Duitsland, is bijna exemplarisch gehuisvest: in een apart gebouw naast dat van de redactie. Beide kantoorblokken worden door een tunnel met elkaar verbonden. Dat, zo verhaalt Gessner, moet binnen afzienbare tijd veranderen. 'We doen op dit moment grote moeite het archief en de documentatie geheel electronisch te maken. Over twee jaar willen we van papier en microfilm af zijn. Het electronisch archief is er dan ook voor de redacteuren. Op dit moment hebben we een prototype draaien voor enkele geselecteerde journalisten op de redactie. Het uiteindelijke archief moet met drie clusters gaan werken: personen, zaken en gebeurtenissen. Het prototype draait momenteel met het personenarchief. In de toekomst moeten de redacteuren zelf de eenvoudiger zaken gaan opzoeken. Wij zijn er dan voor de gecompliceerdere recherches. Ik schat dat momenteel twintig tot dertig procent van de vragen die we van redacteuren krijgen zeer eenvoudig is. Encyclopedische vragen of de juiste schrijfwijze van een personennaam.'
Daarbij kunnen de documentalisten putten uit een gigantisch reservoir van electronische teksten. Alle artikelen uit de Financial Times, New York Times, Le Monde, Neue Zürcher Zeitung, Frankfurter Allgemeine Zeitung en Der Spiegel zelf zijn in het systeem op te vragen. Over een jaar of vijf, schat Gessner, moet de hele redactie van Der Spiegel er aan geloven: zelf een deel van het werk van de documentalisten overnemen. 'Ik schat dat de helft van onze medewerkers tegen die tijd overbodig zal zijn geworden. Ons uiteindelijke doel is de documentatie-journalisten op de redactie te zetten. Je krijgt dan een geheel nieuw redactioneel organisatieprincipe.
Het papieren archief bood ons al een voordeel ten opzichte van de concurrentie. Dat voordeel willen we minimaal behouden. Want wil je een doorwrochte analyse over een bepaald onderwerp maken, dan ben je aangewezen op een goed archief.
Dat is ook de reden waarom wij er hier niet aan beginnen, zoals veel andere bladen en kranten doen, om ons archief op Internet aan te bieden. Niet alleen heb je dan te maken met het probleem van copyrights, maar je verspeelt ook je exclusiviteit. En we willen onze voorsprong ten opzichte van de concurrentie behouden.'

Nieuwe deelstaten houden
niet van Der Spiegel
Het klimaat voor weekbladjournalistiek is er de laatste jaren in Duitsland niet beter op geworden, zo benadrukt dr. Dieter Gessner. 'Mede door de opkomst van electronische media zijn de advertentie-inkomsten bij de bladen - en ook bij Der Spiegel - gedaald. Daarnaast is er bij veel bladen, zoals bij Stern of Bunte, ook sprake van een daling van de oplage. Bij Der Spiegel is het gelukt de oplage op peil te houden. Maar we winnen geen nieuwe lezers.'
Die nieuwe lezers hadden afkomstig moeten zijn uit de 'nieuwe deelstaten' (de voormalige DDR). Verkoopt Der Spiegel in het voormalige West-Duitsland wekelijks een miljoen exemplaren, in de 'neue Bundeslaender' blijft de teller voorlopig op slechts 50.000 steken. 'Vol hoop openden we na de val van de muur in alle nieuwe deelstaten kantoren. Maar die hoop is maar deels uitgekomen. Op een conferentie stelde iemand onlangs vast dat de ironisch-cynische toon die Der Spiegel sinds de oprichting kenmerkt, in de nieuwe deelstaten blijkbaar niet wordt geapprecieerd.'

 

 
[an error occurred while processing this directive]