De precedentwerking van individuele klachten. Over de Raad
voor de Journalistiek
Een casus: In 1995 zijn drie Nederlandse vrouwen in de Turkse badplaats
Alanya slachtoffer geworden van verkrachting. Een opiniërend stuk in het
tijdschrift Dünya (15 juni 2002) stelt nu dat de drie half naakt, met
wijnflessen in hun handen, rondliepen toen ze de verkrachter tegenkwamen.
De twee vrouwen die het misdrijf overleefden, herkennen zich absoluut niet
in deze beschrijving en voelen zich dermate beschadigd door de beweringen
dat ze bij de Raad voor de Journalistiek een klacht ingediend tegen de
uitgever van het blad en de schrijver van het artikel.
Sanne van der Most
De Raad voor de Journalistiek buigt zich over de
vraag of een journalist zijn werk zorgvuldig heeft gedaan en of een medium
met een publicatie of uitzending 'geen grenzen heeft overschreden van wat,
gelet op de eisen van journalistiek verantwoordelijkheid, maatschappelijk
aanvaardbaar is.' De Raad, die is samengesteld uit journalisten en
deskundigen uit de rechtelijke macht, de advocatuur, voorlichtingsdiensten
van ministeries en directies van uitgeverijen en omroepen, is een
onafhankelijke instantie. Burgers die klachten hebben over journalistieke
activiteiten en niet (of niet alleen) naar de rechter willen, kunnen deze
indienen bij de Raad.
Zelfregulering
Anders dan de rechter, kan de Raad geen sancties opleggen of, zoals de
medische tuchtcolleges, vakgenoten verbieden hun beroep nog verder uit te
oefenen. De Raad voor de Journalistiek kan een journalist of medium ook
niet verplichten om een rectificatie te plaatsen of schadevergoeding te
geven. Hoger beroep is ook niet mogelijk. Wat de Raad voor de
Journalistiek wel doet is een gezaghebbend oordeel geven over de gedraging
van de journalist of het medium waarover de klacht is ingediend. De
uitspraken van de Raad, die worden geplaatst in het vakblad 'De
Journalist', dragen hiermee bij aan de meningsvorming over journalistiek
gedragsregels en de Raad dient zo als een instrument voor zelfregulering
voor de media.
Maatschappelijk aanvaardbaar
In een opiniërend stuk moet onderscheid worden gemaakt tussen feitelijke
gegevens, die op waarheid kunnen worden getoetst, en de mening van de
schrijver van het stuk. Volgens de Raad zijn de beweringen in het
bovengenoemde 'Dünya-artikel', dat de drie Nederlandse vrouwen zich
schaars zouden hebben gekleed en met flessen wijn in de hand rondliepen,
als feiten gepresenteerd. De verweerders in de 'Alanyazaak' hebben echter
erkend dat de beweringen over de vrouwen feitelijk onjuist waren. De
klacht is daarmee gegrond verklaard en de grenzen van wat, gelet op de
journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is, zijn
overschreden.
Tendentieuze berichtgeving
Uit de klachten die in de loop der jaren door de Raad zijn behandeld en de
uitspraken die zijn gedaan valt een opsomming van criteria te distilleren
waarop het journalistieke product beoordeeld dient te worden en waar de
journalist zich dus naar zou kunnen schikken, wil hij niet het risico op
een klacht lopen. Naast de 'onjuiste weergave van feiten', zijn er veel
gegronde klachten geweest met betrekking tot discriminerende, grievende en
tendentieuze berichtgeving. Hiernaast is er een groot aantal uitspraken
geweest waarbij de privacy van bekende Nederlanders, slachtoffers,
verdachten en veroordeelden in het geding was of waarbij er geen
gelegenheid tot wederhoor is geweest. Misbruik van positie en het
verzwijgen van de identiteit door de journalist heeft ook dikwijls
aanleiding gegeven tot een gegronde klacht. Bij de behandeling van een
klacht wordt telkens een afweging gemaakt tussen het belang dat met de
publicatie van een stuk is gediend en de belangen die door de publicatie
worden geschaad. Nodeloos schade toebrengen moet ten alle tijden vermeden
worden.
In het geval van de 'Alanya-zaak' oordeelde de Raad dat het weglaten van
hetgeen zou hebben plaatsgevonden geen afbreuk had gedaan aan de strekking
van de publicatie. In de gegrondverklaring van de zaak speelde hiernaast
ook mee dat de schrijver van het artikel of de uitgever van het blad op
geen enkele manier achteraf hebben geprobeerd de negatieve gevolgen voor
de Nederlandse vrouwen te verminderen, door bijvoorbeeld het plaatsen van
een rectificatie en het aanbieden van excuses.
Rechtstreeks belanghebbende
In hoeverre dragen de uitspraken van de Raad van de Journalistiek
bij aan de journalistieke kwaliteitsbewaking? Om een klacht behandeld te
krijgen moet de indiener 'rechtstreeks belanghebbende' zijn en dus direct
betrokken zijn. Klachten van derden met algemene bezwaren over
berichtgeving in de media worden niet in behandeling genomen. Volgens de
klachtenprocedure van de Raad moet de klager zich persoonlijk in zijn
belangen geschaad voelen. De uitspraken van de Raad worden gepubliceerd in
de Journalist, het vakblad voor Nederlandse journalisten.
Schadevergoeding, het veroordelen tot plaatsing van een rectificatie of
hoger beroep is echter niet mogelijk. Hiervoor zal men toch naar de 'echte
rechter' moeten stappen. Aangezien de uitspraken steeds het resultaat zijn
van individuele klachten van direct belanghebbenden kan niet worden gezegd
dat de Raad in het algemeen de kwaliteit van 'de journalistiek' handhaaft.
Het gaat steeds om 'cases'. Natuurlijk gaat er vanuit die cases een
precedentwerking uit maar bedacht moet worden dat niet iedereen die zich
geschaad of onterecht behandeld voelt, zoals de twee Nederlandse vrouwen
in de 'Alanya-zaak', ook daadwerkelijk een klacht indient.