Ombudsmannen Kees Buijs en Jan Kees
Hulsbosch:
'Journalisten proberen een
vervelend oordeel te ontlopen'
Een gepland debat met de
vier journalistieke ombudsmannen van Nederland is gereduceerd tot een
dubbelinterview. Frans van den Brink moest door omstandigheden afzeggen en
stuurde een schriftelijke bijdrage, de kersverse Algemeen
Dagblad-ombudsman, Willem Ammerlaan, zag er bij nader inzien vanaf. De
overblijvende twee blijken buitengewoon eensgezind. Een gesprek over hun
positie op de krant, de problemen en het nut van hun aanwezigheid.
Arnold Marseille
Zoals vrijwel alle ombudsmannen zijn Kees
Buijs (54) van De Gelderlander en Jan Kees Hulsbosch (56) van de
Volkskrant in de herfst van hun carrière. Op het moment van hun benoeming
waren ze al jaren in dienst van de krant die ze voortaan kritisch moesten
volgen.
Hulsbosch: 'Iemand die wat langer meeloopt voelt gemakkelijker aan
wat nu eigenlijk hoort in de journalistiek, de ervaring telt enorm.
Voordat ik begon ben ik in de Verenigde Staten gaan kijken hoe dat daar
ging met ombudsmannen. Ze adviseerden te beginnen met iemand die de
redactie goed kent en door de redactie wordt gekend. Laat je een vreemde
los op zo'n redactie die vervolgens flink kritisch tekeer gaat, dan heb je
alle kans dat hem de toegang tot de redactie wel niet wordt ontzegd, maar
dat hij niet altijd medewerking krijgt.'
Buijs: 'Het was wel moeilijk om ineens met afstand naar je eigen redactie
te kijken. Je slaat niet meteen om je heen in de trant van ik zal de
redactie nu eens gaan vertellen wat er allemaal fout is. Je moet eerst
gezag verwerven. Ook voor je zelf, om zelfverzekerder te worden. Dat
groeit, je kijkt van geval tot geval of iets nog te billijken is en dan
kom je na verloop van tijd vanzelf bij gevallen waarvan je zegt: dit is
helemaal fout gegaan.'
De onafhankelijkheid van de ombudsmannen is
betrekkelijk, omdat ze door de krant worden betaald en de hoofdredacteur
hen kan ontslaan.
Buijs: 'Een echte ombudsman hoort onafhankelijk te zijn en daar kan
ik mij niet op beroepen. We hebben daarom de term lezersredacteur bedacht.
Ook een ongelukkige term, want iedere redacteur is natuurlijk een
lezersredacteur. Maar ik vind Hulsbosch een lezersredacteur die zich
ombudsman noemt.'
Hulsbosch: 'Bij de Volkskrant is het de bedoeling dat de ombudsman een zo
onafhankelijk mogelijke positie inneemt. In de werkafspraken staat: de
ombudsman is onafhankelijk. Maar de hoofdredacteur heeft mij benoemd en
kan ook mij ontslaan. Dan heeft hij wel een naar conflict. Dat wens ik hem
niet toe. Anders dan ik schrijft Buijs ook nog gewoon voor de krant, onder
andere commentaren. Dan zit je in een merkwaardige positie. Je bent niet
alleen beoordelaar van de redactie, maar ook zelf redacteur. In theorie
zou Buijs soms zijn eigen stukken moeten beoordelen.'
Buijs: 'Sterker: sommige lezers houden een vergrootglas op mijn stukken.
Als ze een fout vinden bellen ze triomfantelijk op.'
Hulsbosch: 'Ik heb die onafhankelijke positie in de praktijk wel moeten
verdienen. Het zijn uiteindelijk de lezers die bepalen of je betrouwbaar,
echt onafhankelijk bent. Je kunt honderd keer zeggen dat je het bent, pas
na enige tijd zal dat blijken. In het begin kreeg ik vaak reacties van u
kunt mij niets wijsmaken. U komt uit die redactie voort en wordt betaald
door die krant.'
Een krant die in conflict komt met de
ombudsman lijdt wel gezichtsverlies.
Hulsbosch: 'Dat is op zich al een extra beschermingslinie. Maar wij hebben
van begin af aan duidelijk gemaakt dat ik niet door de hoofdredacteur op
de vingers kan worden getikt. Hij heeft in principe niets over mij te
zeggen. Hij stelt mij aan en aan het eind ben ik weer weg. Verder niks.'
Buijs: 'De hoofdredacteur kan mij wel op de vingers tikken. Dat is in die
tien jaar één keer gebeurd, in termen van: dat had je zo beter niet kunnen
schrijven.'
Frans van den Brink voert soms
overleg met de hoofdredactie over klachten van lezers.
Buijs: 'Ik niet. Behalve als het een klacht over de hoofdredactie
betreft. Dan vraag ik de hoofdredacteur om een reactie, die ik in mijn
antwoord verwerk.'
Hulsbosch: 'Ik heb eens per maand overleg met hoofdredacteur Pieter
Broertjes. Ik kan achterover gaan zitten en drie jaar lang zeggen 'je mag
je met niets bemoeien', maar ik vond enige verantwoording terecht. Maar ik
ken hem niet in wat ik doe, integendeel. Ik zeg af en toe: 'Beste Pieter,
ik heb deze brief naar die en die gestuurd en onderaan zet ik dat ik vind
dat jij je excuses moet aanbieden. Tot nu toe kreeg ik dan naderhand een
kopietje van Pieters excuusbrief.'
Lezing van de wekelijkse rubrieken leert dat
Van den Brink vaak volstaat met een uitleg, Buijs verder gaat (ik had het
anders gedaan) en Hulsbosch het verst (had anders gemoeten).
Hulsbosch: 'Je moet uiteindelijk wel een oordeel geven. Laatst zei
een oud-collega dat ik de laatste tijd veel strenger ben. Dat besef ik
zelf niet zo. Wel lag ik in het begin op zondagavond te woelen uit zenuwen
over hoe mijn stuk op de redactie zou zijn overgekomen. Nu niet meer.'
Een negatief oordeel wordt door de
desbetreffende redacteur vast niet op prijs gesteld.
Buijs: 'Je hebt een tweeslachtige positie. Je wordt gezien als degene
die naar buiten toe in belangrijke mate het gewicht van de krant bepaalt,
maar ook als degene die de vuile was buiten hangt. Er zijn collega's die
jarenlang hebben gevonden dat zo'n rubriek in de krant helemaal niet kon.
Je ging vervelende dingen over de redactie schrijven die lezers misschien
helemaal niet waren opgevallen. Ze zagen absoluut niet de meerwaarde. Je
bent zowel schoolmeester als vraagbaak. Je bestraft ze af en toe, maar
tegelijkertijd willen ze van je weten hoe jij denkt over een bepaalde
kwestie. Sommigen kwamen als ze niet helemaal zeker waren van een bepaalde
zaak, eerst bij mij hun licht op steken over hoe ze het moesten aanpakken.
Zodat ze niet achteraf in de rubriek zouden lezen dat ze het niet goed
hadden gedaan. Daar werkte ik niet aan mee. Ze horen zelf te denken, zelf
keuzes te maken.'
Hulsbosch: 'Redacteuren mogen in algemene zin komen praten over ethische
onderwerpen waar ze mee worstelen, maar niet aan de hand van een concreet
onderwerp. Want dan kan de ombudsman naderhand niets meer zeggen. Dan komt
er een klacht en wat moet ik dan zeggen? Sorry, ik heb het goed gevonden?'
Redacteuren zouden uit gepikeerdheid verhaal
kunnen gaan halen bij de hoofdredacteur.
Buijs: 'Dat is één keer gebeurd. Die redacteur vond het niet kunnen
dat hij in zijn eigen krant moest lezen dat hij iets fout had gedaan. Dat
hij zoiets rechtstreeks van de hoofdredacteur diende te horen.'
Hulsbosch: 'Bij mij ook één keer. Het opvallende is dat iedereen
regelmatig op maandag zegt 'leuke column' en 'terecht dat je er iets van
zei', maar dan zeg ik altijd: 'reuze bedankt, maar jij kwam er nu niet in
voor'. Want dan is de lol eraf. Ik heb de afspraak dat ik de column laat
lezen aan degene die erin voorkomt. Die mag aanmerkingen maken op
feitelijkheden. Maar er wordt dan enorme moeite gedaan om iets aan de
strekking van het stuk af te doen. Dat is dan o zo gevoelig. Een bekend
probleem van journalisten. Mijn eindredacteur is mijn vrouw en als die
begint met haar potloodje ga ik evengoed gelijk in de verdediging.'
Buijs: 'Redacteuren proberen eerst een feitje te ondergraven. En als dat
lukt, zeggen ze: 'Nu kun je de strekking ook niet handhaven'. Journalisten
zijn reuze slim in het proberen een vervelend oordeel te ontlopen.'
Maar dezelfde kritiek kan stevig of milder
worden verwoord.
Hulsbosch: 'Je moet je positie helder houden. Als je gaat schuiven
alleen maar omdat het misschien wat harder verwoord is dan redacteuren
zelf graag zouden zien, ben je nergens meer. Dan wordt je positie als
ombudsman heel snel ondermijnd.'
Buijs: 'Scherper dan nodig verwoord je het ook niet. Vaak weet je dat
collega's iets met de beste bedoelingen hebben opgeschreven en dat het
toch een effect in de krant heeft dat ze niet hebben voorzien en vaak nog
steeds niet zien, ook niet nadat je hen er op wijst.'
Een echte fout vraagt eigenlijk om een echte
rectificatie.
Buijs: 'Ik behandelde in mijn zaterdagrubriek tevens de
rectificaties. Nu heeft De Gelderlander een aparte, zonodig dagelijkse
rectificatierubriek.'
Hulsbosch: Ik vind dat er een zelfstandige rectificatierubriek moet zijn,
royaler dan ons 'abuis'-stukje links onderin op pagina negen. Maar de
hoofdredactie wil zelf in de hand houden wanneer ze een fout toegeven.
Soms willen ze dat om welke reden dan ook niet en dan ontstaan er grote
problemen, die veel onaangenaamheden, tijd en geld kosten. Wat is er op
tegen om dingen die fout zijn te rectificeren? Maar ze willen de
mogelijkheid dat het tot juridische verwikkelingen zal leiden helemaal in
eigen hand houden. Soms zijn er legitieme redenen om te zeggen: schrijf
maar een ingezonden brief. Maar als de redactie niet zelf rectificeert,
weet de lezer niet wat nu waar is. En als iets niet gerectificeerd wordt,
komt het fout in het archief en blijft het dus fout gaan.
De betrouwbaarheid van het nieuws en van de hele krant wordt afgemeten aan
fouten en foutjes vooral. Niet alleen taalfouten, maar ook onbenullige
dingen als plaatsen in de verkeerde provincies. Dan komt altijd: 'Als dit
al niet klopt wat moet ik dan al niet denken van ...'
Buijs: 'Sommige fouten zijn heel hardnekkig, die krijg je er bijna niet
uit. Berucht zijn bepaalde taalconstructies en het gebrek aan enig
rekenvermogen bij redacteuren. Het wekt de indruk dat de journalist zich
er niets van aantrekt en zijn eigen krant niet leest. Wat vaak ook waar
is.'
Hulsbosch: 'Bij redacteuren dringt niet voldoende door hoe belangrijk het
voorkomen van die foutjes zijn. Het glijdt langs ze af. De hoofdredactie
moet daar werk van maken. Gebeurt dat niet, dan is ons werk tevergeefs.'
Dan is de ombudsman niet meer dan een excuus
voor al die fouten. Een bliksemafleider zoals Van den Brink de functie
typeert.
Hulsbosch: 'Ik vind mezelf wel meer dan een excuus, maar of het
meetbaar is? Ik denk niet dat het aantal fouten is afgenomen. Een krant
komt nu eenmaal niet elke dag keurig volgens vaste stapjes tot stand. Ik
denk wel dat er een goede invloed van ons op de redactie uitgaat. Aan de
hand van de vele klachten die ik doorgeef over fouten, is de redactie er
zelf op gaan letten. De dagelijkse leiding maakt nu aan het eind van elk
ochtendrapport zelf melding van fouten. Er is nu dus een interne
rectificatierubriek. Men ziet in dat al die fouten de geloofwaardigheid
kunnen aantasten. Een van de redenen om een ombudsman aan te stellen was
ook dat alle klachten zouden doorkomen. Er gebeurt nu iets mee. Vroeger
verdwenen ze gewoon in de prullenbak. Er zijn ook hoofdredacteuren die
vinden dat ze dat zelf moeten aanpakken. De vraag is alleen of dat ook
gebeurt.'
Buijs: 'Behalve de rubriek schreef ik ook een interne nieuwsbrief, waarin
ik kwesties behandelde als: hoe ga je om met personen die je anonimiseert.
Typisch iets waarmee je grote problemen kunt krijgen als je dat niet goed
doet. Met iemand van de hoofdredactie heb ik een richtlijn geschreven. Ook
om te voorkomen dat we daar om de haverklap problemen mee krijgen. Dat is
werk achter de schermen, maar daardoor heeft die functie wel betekenis.'
Soms is de kritiek van de ombudsmannen op
fouten van redacteuren zo fundamenteel dat de hoofdredacteur daar haast
wel een vervolg aan moet geven.
Buijs: 'Dat is niet onze verantwoordelijkheid. Maar als ik vind dat iets
de spuigaten uitloopt, kaart ik het zelf aan bij de hoofdredacteur.'
Hulsbosch: 'Mijn ervaring is dat alles wat ik publiekelijk verwoord, bij
de hoofdredactie allang bekend is. Natuurlijk zijn ze op de hoogte van die
problemen. Maar voor hen is het lang niet altijd opportuun om er iets aan
te doen.'
Buijs: 'Het kan ook dat de hoofdredacteur zich er makkelijk van af maakt
en denkt: het is door de ombudsman in de rubriek behandeld, dus daar hoef
ik niets meer aan te doen.'
Toevallig is bij De Gelderlander de
hoofdredacteur gedwongen opgestapt en bij de Volkskrant de
adjunct-hoofdredacteur van het Magazine opzij gezet.
Buijs: 'Ik ben vorig jaar de redactieraad in gebombardeerd omdat VNU
toen de constructie directeur/hoofdredacteur wilde invoeren. Maar toen
kwam plotseling de verkoop aan Wegener en kwam ik vervolgens in de
curieuze positie dat ik tot woordvoerder werd gekozen toen het tot een
botsing kwam met de hoofdredacteur. Het is natuurlijk gek dat je aan de
ene kant nieuws maakt en aan de andere kant dat nieuws in alle
objectiviteit moet becommentariëren. Je zit bijna jezelf over te schrijven
in de rubriek. Ik heb geprobeerd die verantwoordelijkheden een beetje te
scheiden door over mezelf in de derde persoon te schrijven.'
Hulsbosch: 'Wij hebben bewust een scheiding aangebracht tussen redactie en
ombudsman. Ik kan nooit een vertegenwoordigende positie innemen in de
redactie. Ik mag me ook helemaal niet bemoeien met wat er de krant in
gaat. Ik houd me verre van alle kwesties die een redactie bezighoudt. Bij
een vergadering zit ik alleen als toehoorder.'
Betrokkenheid is er natuurlijk wel. Persoonlijke emoties kunnen
sowieso parten spelen.
Hulsbosch: 'Ik sta bekend als iemand die zich niet snel laat
opwinden. Ik probeer alles vanuit de beleving van de lezer te beoordelen.'
Buijs: 'Er zijn wel lezers die het bloed onder je nagels vandaan halen.
Die voortdurend suggereren. Daartegen kun je je niet verweren. De lezers
zijn boos op jou, zien in de lezersredacteur de vertegenwoordiging van het
kwaad, want die redactie is altijd al zo verdacht bezig en jullie zullen
het wel op een akkoordje hebben gegooid. Er zijn lezers die suggereren dat
wij contact hebben met de BVD en op grond daarvan nieuws uit de krant
houden.'
Hulsbosch: 'De lezer is erg achterdochtig. Maar, het is niet je taak hen
de mantel uit te vegen. Je kunt de lezer wel een beetje opvoeden. Je weet
dat er een grens is aan wat jij elke keer probeert te bewerkstelligen en
in hoeverre dat wordt opgenomen. Als dat niet onmiddellijk gebeurt en je
raakt daar opgewonden van, dan vrees ik dat je een zeer ongelukkig leven
zou leiden als ombudsman.'
Twee praktijkvoorbeelden
1. Verdacht van kinderporno
De partner van de schooldirecteur uit Hengelo die ervan werd verdacht
kinderporno van het internet te halen, is boos op de Twentsche Courant/Tubantia
vanwege de zinsnede 'D. bekeek tijdens schooltijd pornosites op internet.'
'Nee, hij wordt verdacht van.' Woedend is ze dat de redactie haar verzoek
om weerwoord heeft afgewezen, omdat de krant voorzichtig met de kwestie om
wil gaan.
In een brief aan de vrouw excuseert Frans van den Brink de betrokken
journalist voor het niet gebruiken van de 'zou hebben'-vorm. Over het
verzoek om weerwoord schrijft hij: 'Hangende het onderzoek wil de
hoofdredactie, waarmee ik uitvoerig van gedachten heb gewisseld, daartoe
op dit moment niet overgaan'. En: 'Tot voor kort was het een ongeschreven
journalistieke wet verdachten niet aan het woord te laten: veronderstel
dat elke verdachte zijn onschuld in de krant gaat uitmeten. De lezers
zouden zich mogen afvragen of de redactie niet te ver gaat. Immers, wie
zijn onschuld volhoudt, blijkt lang niet altijd onschuldig.'
Reactie van Hulsbosch: 'Wij hebben toevallig een interview met dit
echtpaar geplaatst. Welke ongeschreven journalistieke regel verhindert het
recht op weerwoord? Deze mensen waren van mening dat de media een verkeerd
beeld van hen schetsten en wilden hun kant van het verhaal doen. Dat lijkt
mij juist een journalistieke plicht.'
2. Verkrachting van vriendin
Een 16-jarig meisje beklaagde zich bij De Gelderlander over de
berichtgeving over de verkrachting van haar vriendin. Ze is verontwaardigd
over de zeer persoonlijke zaken die worden vermeld, zoals dat het 'haar
eerste seksuele ervaring was', 'waarbij hij haar ook anaal penetreerde' en
'het slachtoffer is nog steeds doodsbang, slaapt bij haar ouders op de
kamer.'
Buijs schrijft in zijn rubriek dat de journalistieke beweegreden (de
details spelen een rol in de strafmaat) verdedigbaar zijn, maar: 'Met het
vermelden van bijzonderheden die voor het slachtoffer en haar familie
uitermate pijnlijk zijn, zette de officier zijn eis kracht bij. Hij
richtte zich tot de rechtbank; de krant richt zich tot de lezers. In de
krant heeft de vermelding van die bijzonderheden een ander effect dan in
de rechtszaal: het meisje voelt zich voor het hele dorp beroofd van haar
intimiteit. In dit geval zou ik haar belang de doorslag hebben laten
geven.'
Reactie Hulsbosch: 'Ik ook. Maar ik moet er bij zeggen dat ik in eerste
instantie niet over het verslag van die journalist gestruikeld zou zijn.'
Buijs:: 'Dat is vaak het geval. De gevolgen voor betrokkenen worden veelal
pas duidelijk als je er door hen op wordt gewezen'.
Ombudsmannen sinds 1922
Japan had in 1922 de primeur: een comité hield
zich voor het dagblad Asahi Shimbun in Tokio bezig met 'het in ontvangst
nemen en onderzoeken van klachten van lezers'. Pas in 1967 volgde de
Verenigde Staten: de Louisville Courier-Journal stelde John Herchenroeder
als ombudsman aan. In Nederland was Kees Buijs bij De Gelderlander in 1990
de eerste. Nu telt de ledenlijst van de Organization of News Ombudsmen
ruim honderd leden in dertien landen, waarvan veertig in de VS (op
vijftienhonderd krantentitels). Met vier ombudsmannen op 35 dagbladen
scoort Nederland niet eens slecht. Kees Buijs werkt sinds 1978 voor De
Gelderlander, onder andere als redacteur wetenschap. Zijn ombudswerk is in
april overgenomen door Wil Kester en Gerard Hachmang, die de redactie
lezerscontact vormen. Na De Gelderlander volgden de Provinciale Zeeuwse
Courant (PZC) (Kees van der Maas) en het Leidsch/Haarlems Dagblad (Ruud
Paauw). Beide heren, voorheen respectievelijk hoofdredacteur en adjunct,
namen anders dan Buijs een vrijwel zelfstandige positie in. Zij vestigden
zich letterlijk buiten de redactie en waren slechts verantwoording
schuldig aan een commissie van 'buitenstaanders'. Na hun vut zijn ze niet
vervangen.
Na de fusie van de Twentsche Courant en Tubantia werd in 1996 Frans van
den Brink tot ombudsman benoemd, of 'lezersredacteur', zoals hij verkiest:
'Een ombudsman is geheel onafhankelijk. Ik niet, mijn baas is de
hoofdredactie. Bovendien voel ik mij een intermediair tussen redactie en
lezers en daar past het best de term lezersredacteur bij.'
Jan Kees Hulsbosch werd in 1997 de eerste ombudsman van een landelijke
krant: de Volkskrant. Hij is sinds 1985 in dienst van deze krant, onder
andere als chef van de redactie binnenland. Volgens afspraak legt
Hulsbosch, na drie jaar, in september zijn functie neer. Zijn opvolger
wordt binnenkort bekendgemaakt. Sinds maart heeft ook het Algemeen Dagblad
een ombudsman, Willem Ammerlaan. Hij is tevens lid van de Raad voor de
Journalistiek.