De huisregels van de redactie
Stijlboeken: een gat in de markt
Uniformiteit, interne consistentie, huisregels, normering, codificatie,
een 'arbiter of conflicts', een huisstijl of een leidraad. Zoveel media,
zoveel motieven om er een stijlgids op na te houden. De Journalist
verzamelde uit binnen- en buitenland een stapel stijlgidsen en sloeg aan
het lezen en vergelijken. Om tot de conclusie te komen: er zijn meer
verschillen in de opzet van de boeken dan in de stijl zelf. En: iedere
redactie zou meerdere - vooral buitenlandse - stijlgidsen onder handbereik
moeten hebben.
Theo Dersjant
Ineens waren ze er. Het begon in 1992 met een
handelseditie, uitgegeven via Sdu, van het al intern bestaande 'de
Volkskrant stijlboek'. Inmiddels heeft het succes van die uitgave (van de
eerste editie gingen meer dan honderdduizend exemplaren over de toonbank)
navolging gekregen. Ook Trouw (1999), Het Financieele Dagblad (1999) en
NRC Handelsblad (2000) zagen brood in een handelseditie. In België doken
De Standaard/Het Nieuwsblad en in Duitsland het persbureau dpa (met
onderkast volgens dpa zelf, met kapitalen volgens de Volkskrant) in de
modieuze stijlgidsen-markt.
Op het eerste gezicht lijkt het kopiëren van het Volkskrant-succes het
motief voor het plotseling in de boekhandels opduiken van de stijlgidsen.
Een nadere beschouwing leert dat de aanleiding vaak platvloerser is. Zo
was de eerste stijlgids van de Volkskrant in 1986 het gevolg van de komst
van een computersysteem waardoor de correctieafdeling werd opgeheven.
Redacteuren en eindredacteuren dienden de correctie zelf ter hand te
nemen. Waardoor het belang van een norm voor eindredactioneel werk ineens
levensgroot aanwezig bleek. Een commissie diende een nieuw stijlboek samen
te stellen. Dat kwam er en het vormde de basis voor het latere commercieel
uitgegeven stijlboek.
Daar zou het waarschijnlijk bij gebleven zijn als niet in 1995 de spelling
van de Nederlandse taal werd herzien. Voor diverse redacties was het de
aanleiding de interne regels voor een zuivere spelling nog eens op een
rijtje - en op papier - te zetten. Die interne gidsjes bleken de
voorlopers van de later uitgegeven stijlboeken. De Volkskrant besloot
eveneens na de spellingherziening de eigen gids op de schop te gooien en
van een nieuwe naam te voorzien: Het nieuwe stijlboek (inmiddels meer dan
dertigduizend verkocht).
Kijkje in de keuken
De spellingherziening bracht versneld een situatie die in de VS
al langer bestaat. Grote kranten die een kijkje in de keuken der
journalistieke kwaliteit willen geven, brachten al veel eerder stijlboeken
uit. Via internet zijn gidsen van de New York Times, Miami Herald en
Washington Post te bestellen. Wie de namen van de media hoort, moet tot de
conclusie komen dat het uitgeven van een stijlgids vooral voor
kwaliteitsmedia een manier is om die kwaliteit te benadrukken. In
Nederland is het niet anders. De Telegraaf is nog niet op de markt
verschenen met een stijlgids en heeft, volgens een woordvoerster van de
directie, ook geen plannen. Voorts is het uitgeven van stijlgidsen een
bezigheid die bij uitstek lijkt weggelegd voor grote persbureaus.
Associated Press, Deutsche Presse-Agentur en UPI houden er een stijlboek
op na. Met gezag verkondigen zij hoe het moet, mag of kan. In die zin
heeft het ANP in Nederland ooit een commerciële kans laten liggen. Het ANP
beschikt wel over een interne gids (het ANP-Handboek), maar dat losbladige
multomapsysteem gaat uitgebreid in op praktische ANP-zaken (als de
ANWB-alarmregeling bij calamiteiten), waardoor het werk minder geschikt is
voor een groot publiek.
Stijlboeken zijn niet nieuw. Diverse redacties kenden al langer systemen,
vaak losbladige uitgaven, waarin een aantal huisregels werd vastgelegd.
Daarbij ging het soms om een nogal willekeurige weerslag van de heersende
redactiecultuur. Die cultuurverschillen zijn terug te vinden in de huidige
stijlgidsen. Want wie een stijlgids wil beginnen, ziet zich voor de vraag
gesteld: wat moet er in?
Wie een gids commercieel wil uitgeven, moet zich daarbij de vraag stellen:
wat is interessant voor een algemeen publiek? Dat alle redacties die een
stijlgids commercieel wilden uitgeven met dat dilemma worstelden, is aan
de boekwerken af te zien. De een (Het Financieele Dagblad, De Standaard)
gaat uit van een beperkte uitleg van het begrip stijl: alle taalkundige
aangelegenheden die een journalistieke tekst beter leesbaar maken. Andere
gidsen (NRC Handelsblad, Trouw) hanteren het begrip breder: alle
uniformering in de werkwijze van de redactie. Inclusief het al of niet
gebruiken van initialen bij verdachten of het manipuleren van foto's.
Daarbij nog diverse extraatjes die met uniformering helemaal niets meer te
maken hebben. Wie in het NRC-stijlboek onder het woord krijgsraad zoekt,
krijgt een lemma over de inhoudelijke betekenis van dat begrip, het Trouw
Schrijfboek (inmiddels meer dan veertigduizend verkochte exemplaren)
verschaft allerlei data en de juiste schrijfwijze van personen. Trouw is
daarin overigens nogal doorgeschoten. Hoewel het boekje de titel 'Trouw
schrijfboek' draagt, beperkt het zich niet alleen tot het taalkundige
aspect van de journalistiek. Zo vindt de lezer 'handige
internetverwijzingen', twintig citaten over journalistiek en alle premiers
sinds 1918. Een, kortom, nogal willekeurige aanvulling op het talige deel
van de gids.
Als we het hebben over het taaldeel van de stijlgidsen valt op dat Ludo
Permentier en Ludo van den Eynden in hun stijlboek voor De Standaard/Het
Nieuwsblad wel zeer uitgebreid uitpakken. Hun werk verenigt Renkema's
'Schrijfwijzer' met delen die op zichzelf een basisboek journalistiek
vormen. Overigens duikt ook Trouw - hoewel in mindere mate - diep in
taalkwesties. Zo wordt de kwestie d of t nog eens uit de doeken gedaan.
Met uniformering of stijl heeft dat natuurlijk niet zoveel meer te maken,
maar blijkbaar is het noodzakelijk.
Alle andere gidsen gaan ervan uit dat de basisbeginselen voor het
schrijven van een journalistieke tekst aanwezig zijn. Vervolgens worden
veelgemaakte fouten op een rij gezet. NRC Handelsblad deed dat door een
complete jaargang door de computer te jassen en te zien welke taalmissers
het meest voorkwamen. Op die manier kreeg de krant een Top-700 van
taalfouten. Trouw presenteert een Top-170 van fout gespelde woorden.
Wie in het talige deel van de stijlgidsen verschillen zoekt, zal ontdekken
dat de Nederlandse pers op dat terrein weinig onderscheid kent. Of het
moet gaan om de vaststelling dat NRC Handelsblad en Trouw er een andere
wijze van noteren van telefoonnummers op nahouden. Trouw ('Misschien wel
de beste stijlgids van Nederland') schrijft MIG (voor het Russische
gevechtsvliegtuig), NRC en de Volkskrant maken melding van een MiG.
Niemand zal er wakker van liggen. En dan nog: in hoeverre hebben we het
bij deze spellingkwesties over taalproblemen?
Iets groter lijken de verschillen bij de meer journalistieke
aangelegenheden die in de gidsen worden aangesneden. Al geldt ook hier dat
Nederlandse kranten op dit gebied meer op elkaar lijken dan ze van elkaar
verschillen. Het onderscheid zit vooral in de onderwerpen die worden
aangesneden. Opmerkelijk is in dit verband bijvoorbeeld de opmerking in de
stijlgids van De Standaard/Het Nieuwsblad over het aannemen van
geschenken. De redactie keurt een betaalde reis of een verblijf alleen
goed, als er voldoende nieuws te verwachten is uit het evenement. Het
nieuwe stijlboek van de Volkskrant meldt in welke gevallen de redactie wel
en in welke gevallen de redactie niet naar een begrafenis gaat (alleen als
de uitvaart een bijzondere gebeurtenis belooft te worden). Het stijlboek
van Het Financieele Dagblad (2500 verkochte exemplaren) meldt bij het
trefwoord 'rectificatie' nog de bijzonderheid dat een fout niet alleen in
de krant rechtgezet moet worden, maar ook bij de afdeling documentatie, om
daarmee te voorkomen dat een fout in de toekomst weer uit het archief kan
opduiken. Bij al deze kwesties is het maar de vraag of andere redacties er
wezenlijk verschillend over denken, maar zij maken er in hun stijlgidsen
geen melding van.
Denk na!
Als er dus al verschillen bestaan tussen de stijlboeken, zitten
die voornamelijk in de gekozen vorm. Trouw brengt een vijftrapsraket op de
markt. Een deel over de journalistiek (dat begint met de kreet: Denk na!),
een talig stijldeel, een alfabetische lijst met problematische woorden,
een lijst met de juiste schrijfwijze van namen en een deel met data
(eeuwigdurende kalender, winnaars van gouden medailles op Olympische
Spelen). Vooral de laatste twee delen lijken er met de haren te zijn
bijgesleept om enig onderscheidend vermogen en volume te kunnen genereren
op de inmiddels volle markt van stijlboeken.
NRC Handelsblad koos voor een lexicografische benadering. De alfabetisch
gerangschikte trefwoorden kunnen inhoudelijke informatie verschaffen,
taalkundige voorschriften of de juiste spelwijze van een woord. Wie onder
het woord maffia kijkt, leert dat de juiste spelwijze inmiddels (in de
ogen van NRC Handelsblad) met dubbel f is, maar leest ook iets over de
verschillende Italiaanse misdaadorganisaties.
Het nieuwe stijlboek van de Volkskrant kent een zelfde opzet. Het
Financieele Dagblad koos voor een traditionelere indeling, waarbij
afzonderlijke hoofdstukjes zijn gemaakt over spelling, leestekens,
grammatica, stijl en diversen.
De meest afwijkende vorm is die van De Standaard/Het Nieuwsblad, waar de
lezer een bijkans compleet basisboek journalistiek krijgt voorgeschoteld.
Het werk lijkt eerder geschikt voor beginnende journalisten of amateurs
die zich de journalistiek eigen willen maken. Wellicht speelt het
ontbreken van een beroepsopleiding journalistiek in Vlaanderen hier een
rol.
Het losbladige ANP-handboek dat wij ontvingen (niet in de handel) kent een
alfabetische index die verwijst naar tabbladen waar de betreffende
informatie is te vinden. Dat systeem vergemakkelijkt tussentijdse
wijzigingen.
Bijbel van AP
Het is misschien het flodderigst vormgegeven werkje dat ons onder
ogen kwam. Toch weerhield dat Associated Press (AP) er niet van om sinds
1977, toen de eerste editie verscheen, ruim 1,6 miljoen exemplaren te
slijten van 'The Associated Press Stylebook and Libel Manual' (huidige
titel: 'The Associated Press Stylebook and Briefing On Media Law'). In met
name de VS is het de bijbel voor journalisten op stijlgebied. Het is zeker
niet het eerste dat commercieel is uitgegeven.
Net als bij Trouw herbergt de AP-gids meerdere gidsen ineen. In dit geval
zelfs negen. Het eerste deel bestaat uit een alfabetisch lexicon,
vergelijkbaar met dat van NRC Handelsblad. Hoewel zeer Amerikaans valt op
dat AP ervoor koos de gids een soort basisgids voor de journalistiek te
laten zijn. Onder Baptist churches volgt een complete verhandeling over de
organisatiestructuur van het kerkgenootschap. Voor niet-Amerikanen kan dat
nog verrassende informatie opleveren. Nooit geweten, bijvoorbeeld, dat
prison en jail niet synoniem gebruikt mogen worden. Dan wordt, tijdens het
doorbladeren van het eerste deel, ook langzaam duidelijk hoeveel
praktische kwesties in de Nederlandse stijlboeken onbesproken bleven. Tot
welke leeftijd spreek je van een jongen en vanaf wanneer van een jongeman?
AP legt de grens bij achttien. Je kunt het er mee oneens zijn, maar
duidelijk is het wel en eenheid schept het zeker. En hoewel het dagelijks
in onze kranten voorkomt, meldt geen van de Nederlandse stijlboeken er
iets over.
Onder het trefwoord weapons worden alle wapensystemen en handwapens
toegelicht, waarbij het vooral gaat om de verschillen. De journalist die
in een bericht schrijft dat bij een overval een shotgun is gebruikt, moet
ook weten wat een shotgun is, aldus AP. Want misschien was het wel een
pistool of een revolver, nog twee termen die door journalisten nogal eens
verward worden.
Het AP-stijlboek zet voorts alle weersverschijnselen op een rij, van
blizzard tot wind chill index. Zelfs ruimt AP bijna een hele pagina in
voor schaaknotaties en wordt een aantal voorwaarden gegeven waaraan
berichten over opiniepeilingen moeten voldoen. Onmisbaar ook is het lemma
Military titles, waar voor alle legeronderdelen wordt gemeld welke rangen
er zijn en hoe deze door AP worden afgekort.
Deel twee van het AP-handboek is eveneens lexicografisch van opzet en gaat
helemaal over sporttermen. Zo vinden we onder badminton in vier regels de
voornaamste spelregels uitgelegd. In het derde deel staan alle zakentermen
op een alfabetische rij. Daarna volgt een leestekengids en een
bibliografie. In dit deel staat een aantal boeken opgesomd waaruit juiste
spellingen kunnen worden gehaald in het geval de stijlgids van AP geen
uitsluitsel geeft. Zo dient een reporter zich voor de juiste spelling van
namen van vliegtuigen te wenden tot 'Janes All the Worlds Aircraft'. Voor
geografische namen is de 'National Geographic Atlas of the Word' de
standaard.
Deel zes is de Libel manual, een overzicht van jurisprudentie op het
gebied van de journalistiek, gevolgd door deel zeven, de richtlijnen voor
auteursrecht. Daarna komen nog korte delen over de Freedom of Information
Act (Amerikaanse Wet Openbaarheid van Bestuur) en fotobijschriften. Voor
AP-medewerkers zelf is er een deel over het doorgeven en coderen van
kopij.
When in doubt, cut it out
Een dergelijke statuur, maar dan in Canada, heeft 'The Canadian
Press stylebook: a guide for writers and editors'. Het stijlboek van het
Canadese persbureau bestaat al sinds 1940 in een commerciële editie en
kent een iets andere opzet dan het AP-handboek. In 71 hoofdstukken (editie
1989) worden alle relevante onderwerpen op een rij gezet. De hoofdstukjes
zijn soms maar een paar pagina's maar behandelen bijkans alles wat een
journalist zou moeten weten. Het Canadian Press(CP)-handboek begint met de
principles, waarin het uitgangspunt When in doubt, cut it out een mooie
binnenkomer is. Globaal meldt CP dezelfde informatie als het AP-handboek,
maar soms is er net wat meer te lezen. Informatie over alle
legeronderdelen mist bijvoorbeeld bij AP. Voor Nederlandse stijlgidsen zou
dat een aanvulling kunnen zijn. Wie kent - vooral sinds het afschaffen van
de dienstplicht - nog het verschil tussen een compagnie, peloton, divisie,
leger of regiment, en wie weet hoe de rechtspraak in het leger plaatsvindt
(zijn dergelijke zaken openbaar?).
Grappig is de laatste opmerking in het hoofdstukje Editing. Onder het
kopje: 'Nieuws uit de eigen sector', lezen we: 'Terwijl natuurlijk iedere
fout voorkomen moet worden, zijn vooral fouten over de dagbladindustrie
pijnlijk. De hoofdredacteur van een krant die zijn naam verkeerd gespeld
ziet in een CP-bericht, twijfelt terecht aan de betrouwbaarheid van onze
berichtgeving.'
CP hanteert voorts de stelregel dat bij overlijdensberichten de
doodsoorzaak altijd vermeld moet worden. Als de oorzaak niet duidelijk is,
moet dat ook gemeld worden. In sommige gevallen kan - op verzoek van
familie - ervan worden afgezien om aids als doodsoorzaak in het CP-bericht
te noemen, maar weer niet als redelijk bekend is dat de overledene aids
had. Ook over dit onderwerp zwijgen de Nederlandse stijlgidsen.
Alles über die Nachricht
De laatste gids die we op ons bureau kregen is die van het Duitse
persbureau dpa: 'Alles über die Nachricht - Das dpa-Handbuch'. Ook hier -
dpa kijkt over de grenzen - is gekozen voor een lexicon. Wat opvalt is dat
het dpa-boek minder compleet is dan dat van bijvoorbeeld NRC Handelsblad,
maar zeker dan dat van Associated Press en Canadian Press. Niettemin
zitten er ook in het dpa-Handbuch en paar aardige lemma's. Onder het kopje
Bekennerbriefe (brieven waarin acties worden opgeëist): 'Met de chef van
het bureau contact opnemen over het inschakelen van de politie. (...)
Omdat het hier ook om een bewijsstuk gaat waarbij vingerafdrukken van
belang kunnen zijn, moet erop gelet worden dat zo weinig mogelijk
dpa-werknemers de brief en de enveloppe in de hand nemen.'
Een typische erfenis uit het verleden van de Duitse tweedeling is het
lemma Geheimdienstliche Agententätigkeit. Uitgebreid wordt toegelicht dat
werken voor dpa onverenigbaar is met het werken voor een geheime dienst.
In Duitsland is dat lemma blijkbaar nuttig. Ook dpa komt met een lijstje
van militaire rangen, waarbij meteen de vergelijkbare rangen in de VS,
Groot Brittannië en Frankrijk zijn gegeven.
Website
Nederlandse stijlgidsen blijken dus nog verre van compleet, zoals met name
Associated Press en The Canadian Press laten zien. Buitenlandredacties
doen er dan ook verstandig aan een paar van die gidsen in te slaan en op
de boekenplank te zetten. Al was het maar omdat veel nieuws afkomstig is
uit de VS, van een Amerikaanse bron of in het Engels geschreven.
Bij de Volkskrant heeft iedere redacteur een exemplaar van 'Het nieuwe
stijlboek' onder handbereik. Wie een redactie van Associated Press
binnenwandelt, zal daar vergeefs het AP-stijlboek zoeken. Het werk staat
op het intranet van het persbureau. Daar zit voor de redacties in de
toekomst zelfs nog een aardige mogelijkheid: een voor redacteuren
toegankelijke websitesite kan een enorme hoeveelheid achtergrondinformatie
herbergen die bovendien snel te updaten is. Wat wordt dan de toekomst van
het commercieel uitgeven van papieren stijlboeken? Misschien wordt het een
selling point om de websites van de dagbladen aantrekkelijk te maken.
Stijlgids Het Financieele Dagblad - Leidraad voor
financieel-economische teksten. M.C. Blom, J.A.J.M. van de Laar en M.E.
Verburg. Uitg. Het Financieele Dagblad, ISBN 9076173109, 157 blz., f
39,50.
Stijlboek NRC Handelsblad. Ewoud
Sanders en Koos Molenaar. Uitg. Van Dale Lexicografie bv, NRC Handelsblad,
ISBN 9066489960, 319 blz., f 39,50.
Stijlboek De Standaard/Het
Nieuwsblad. Ludo van den Eynden en Ludo Parmentier. Uitg. Contact,
Amsterdam, ISBN 9025416713, 359 blz., f 39,90.
Trouw Schrijfboek. Jaap de Berg. Uitg.
Rainbow pocketboeken Maarten Muntinga bv, Amsterdam. ISBN 9041701729, 640
blz.,
f 20,-.
Het nieuwe stijlboek, de Volkskrant.
Han van Gessel, Bas van Kleef, Jan Tromp en Wim Wirtz. Sdu Uitgevers, Den
Haag, ISBN 9012083834, blz., f 19,90.
The Associated Press Stylebook and
Briefing On Media Law. Norm Goldstein (red). Uitg. Associated Press, ISBN
0917360192, 334 blz., spiraalgebonden editie $ 11.75.
Dpa Alles über die Nachricht -
Das dpa-Handbuch. Uitg. Deutsche Presse-Agentur, dpa/Verlag R.S. Schulz,
Starnberg (www.rss.de),
ISBN 3796204546, blz., DM 49,80.
The Canadian Press stylebook: a guide
for writers and editors. Patti Tasko (red). Uitg. Canadian Press, 1999,
ISBN 0920009204, blz., $ 32.00.