[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossier Kwaliteit
Terug naar inhoudsopgave Kwaliteitsdossier

Gedragscode per redactie:
mooi maar moeilijk

De ethiek van de journalistiek is in de mode. In forumdiscussies en op opiniepagina's waarschuwen zowel buitenstaanders als vakgenoten tegen het oprekken van de journalistieke normen onder invloed van verschijnselen als undercover journalistiek, reality-tv en infotainment. De laatste twee jaar verschenen alleen al in Nederland vier boeken over de ethiek van de journalistiek.

Piet Hagen en Jean-Pierre Geelen

Ook in andere landen laait de discussie op. In Frankrijk gaat het debat over de macht van de pers. In Amerika maakt men zich zorgen over de groeiende kloof tussen journalistiek en publiek. Als reactie daarop is er een beweging die de journalistiek een meer opbouwende rol geeft binnen de samenleving. Men spreekt in dat verband over civic journalism en committed journalism.
In Nederland gaat het debat over de vraag of er naast de juridische regels van de rechter en naast de beroepsnormen van de Raad voor de Journalistiek een meer uitgewerkte gedragscode nodig is. Algemene codes, zoals de Code van Bordeaux, zouden te weinig houvast bieden voor het dagelijkse handelen. Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren bezint zich op zo'n code, maar de animo daarvoor lijkt gering.
Ondertussen pleiten anderen voor afspraken per medium. Kranten, tijdschriften en omroepen zouden zelf meer moeten praten over hun uitgangspunten en gedragsregels. Bij Amerikaanse media is dat vrij normaal. Kranten als The New York Times hebben precies opgeschreven wat hun gedragslijn is ten aanzien van het gebruik van bronnen, het checken van berichten, undercover journalistiek, betaalde reizen, cadeautjes en dergelijke.
Ook in Nederland wint de gedachte terrein dat media voor zichzelf gedragsregels moeten stellen. Op verschillende redacties is het gesprek over een eigen gedragscode gaande. Nu nog vindt die discussie binnenshuis plaats, maar het is denkbaar dat media in de toekomst hun eigen gedragscode openbaar maken. Dan weet ieder die met een journalist van dat medium te maken heeft, volgens welke regels hij te werk gaat.
Zover is het nog niet: de discussie over een eigen gedragscode voor De Limburger wordt in stilte gevoerd en de zojuist voltooide gedragscode van NRC Handelsblad (onderdeel van het stijlboek) zal niet in de boekhandel verkrijgbaar zijn. Een nieuw geluid in de discussie komt van Lútsen Kooistra, hoofdredacteur/directeur van het Friesch Dagblad, die pleit voor een 'deugden-ethiek'. De 'regel-ethiek' heeft volgens hem afgedaan. Het is veel beter eerst te zeggen wat je uitgangspunten en motieven zijn en van daaruit te kijken wat je in concrete gevallen moet doen.
De redactie van De Journalist organiseerde een ronde-tafelgesprek over de ethiek van het vak, toegespitst op de eigen gedragsregels van een redactie. Deelnemers: Lútsen Kooistra van het Friesch Dagblad, Hubert Smeets, lid van de hoofdredactie van NRC Handelsblad, Hans Verstraaten, hoofdredacteur van Nieuwe Revu, en Steven de Vogel, eindredacteur van het KRO-tv-programma Reporter.


'Strijd om aandacht zet regels onder druk'

Piet Hagen en Jean-Pierre Geelen

Lútsen Kooistra: Journalisten spreken anderen aan op hun ethiek, maar wat is eigenlijk onze eigen ethiek? Die vraag wordt steeds vaker aan ons gesteld. Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren onderzoekt of wij niet ethische gedragsregels moeten ontwikkelen. Maar op de laatste jaarvergadering had ik niet de indruk dat dit iets is wat bij veel hoofdredacties erg leeft. Terwijl er toch bij de media zelf veel discussie gaande is.

Hubert Smeets: Volgens mij is het ook een heilloze weg om dat via het Genootschap te doen. Dat gesprek kun je beter op je eigen redactie voeren.

Lútsen Kooistra: Die conclusie gaat mij te snel. Natuurlijk moet elke redactie zelf over ethiek praten, maar daarmee ben je niet af van de discussie over de ethiek van de hele beroepsgroep. Andere beroepsgroepen hanteren ook codes. In de medische sector bijvoorbeeld worden artsen voor de rechter gedaagd omdat ze een eind hebben gemaakt aan het leven van een ten dode opgeschreven baby die ondraaglijk lijdt. Formeel wordt een arts dan beschuldigd van moord, maar hij wordt niet gestraft omdat hij voldaan heeft aan de eisen van zorgvuldigheid en aan de regels die de medische professie zelf hanteert. Dat zie je steeds: als een beroepsgroep zich aan de regels houdt is het goed.
Journalisten hebben de Code van Bordeaux, waarin regels zijn gegeven in de 'Gij zult'-vorm: de journalist zal zus en de journalist zal zo. Maar ik heb het idee dat de regel-ethiek niet meer zo goed functioneert. Die regels werkten prima in een tijd waarin overeenstemming bestond over goed en kwaad. Ze golden voor de samenleving als geheel of anders voor een bepaalde groep daarbinnen. Ik kom zelf uit de gereformeerde wereld en daar had je regels. Als je je daaraan hield, was je een goede journalist. Dat is niet meer zo, ook bij ons niet. Wat is dan wel het criterium voor goede journalistiek?
Ik ben voor een verschuiving van regel-ethiek naar deugden-ethiek. Bij de regel-ethiek gaat de aandacht naar de handeling: als je handelt volgens de regels, is dat goed. Bij de deugden-ethiek ligt de nadruk op de persoon: wat is je motief, wat is je gezindheid? De journalist kan zich dan niet meer verschuilen achter regels, zoals 'bij ons geldt nieuws is nieuws', maar hij moet zelf antwoord geven op de vraag uit welke motieven hij iets wel of niet heeft gedaan.
De deugdzame mens heeft een aantal karaktereigenschappen zoals moed, eerlijkheid en redelijkheid. Wat mij betreft gaat het in de journalistiek ook om zulke deugden, bijvoorbeeld om waarachtigheid en fairness. Dat lijkt me zinvoller dan allerlei regels, waarachter ieder zich weer kan verschuilen.

Hubert Smeets: Ik vind het erg interessant, maar tegelijkertijd voel ik me meer thuis bij de regel-ethiek. Zoals Kooistra het formuleert, leidt de deugden-ethiek al snel tot de biecht. Het gaat er om dat de waarachtigheid van de persoon in orde is. Maar dan is ieder die in de journalistiek werkt per definitie waarachtig, want wie kan dat anders beoordelen dan de persoon zelf? Ik zou niet in een college willen zitten dat anderen moet beoordelen op hun waarachtigheid.
Ik denk dat het probleem waarover we praten is ontstaan doordat de journalistiek ontzuild is. Daarbij heeft de journalistiek zich een positie aangematigd die ze niet kon waarmaken. Dat was het idee van het onthullen van wat fout was en van het controleren van de macht. De journalist in dienst van de democratie. Ik denk dat die fase voorbij is en dat daarom deze discussie opkomt. De vraag is waarom de journalistiek eigenlijk bestaat. Als vertegenwoordiger van de liberale journalistiek vraag ik me dat ook wel eens af: waarom heeft de journalistiek zo'n grote bek en komen ze met zulke hoge woorden? Terwijl het gaat om heel eenvoudige dingen, bijvoorbeeld om sensatie, of om het verlangen op de voorpagina te staan, of gewoon om de behoefte er te zijn als journalist. Het recht van de journalist komt niet voort uit de journalistiek zelf, dat zal zich elke keer weer moeten bewijzen.

Steven de Vogel: De vraag is zelfs wat journalistiek is. Zolang, om Jan Blokker te citeren, Henk van der Meyden en Frits Bom zich journalist noemen, wil ik het woord journalist niet in mijn paspoort hebben. Ik heb niks met 'de journalistiek'. Als ik zie hoe allerlei media, in het bijzonder de televisie, journalistiek bedrijven als vorm van vermaak, dan weet ik absoluut niet meer wat ik onder journalistiek moet verstaan. Er is gewoon geen gemeenschappelijke noemer. Dus als het gaat over ethische regels of journalistieke deugdzaamheid, als je in dat gigantische bos een uitweg wilt vinden, zul je zelf als blad of als programma je normen moeten stellen.
Afgezien van de juridische regels waaraan iedereen zich moet houden, kun je moeilijk iets vastleggen voor de hele journalistiek. Daarvoor is het begrip journalistiek te vaag. Iedereen kan onder dat mom journalistiek bedrijven. Je bent als blad of als programma al ontzettend ver als je voor jezelf kunt zeggen dat je aan een bepaalde norm voldoet. Wie jou leest, hoort of ziet moet het daarmee doen. En wie daar geen vertrouwen in heeft, kiest iets anders.
Als je er in slaagt zo'n norm per medium vast te stellen, heeft dat ook consequenties voor mensen die op de redactie werken. Tegen iemand die heel andere ideeën heeft, kun je dan zeggen: ga jij maar naar een ander medium, want je past hier niet.

Lútsen Kooistra: Het gaat nu wel heel snel. Er zijn nog wel ijkpunten die voor de hele beroepsgroep gelden. Een begrip als objectiviteit, ook al kan ik daar zelf niet zoveel mee, heeft toch lang als een soort kwaliteitskenmerk gegolden. Ook nu nog proberen de meeste journalisten zich aan de feiten te houden. Ik weet wel dat die feiten ook afhankelijk zijn van de manier waarop je er naar kijkt. Maar dat betekent niet dat er niets gemeenschappelijks is in de manier waarop we het vak beoefenen.

Hans Verstraaten: Er zijn wel degelijk codes die iets voorstellen. Een krant als The New York Times heeft een eigen code. Maar ook sommige Amerikaanse roddelbladen hebben een eigen code, waarin ze - op hun manier - vasthouden aan hoor en wederhoor; ze plegen in elk geval een telefoontje. Alleen het idee daarachter is anders. Bij The New York Times zeggen ze: wij staan bekend als een fatsoenlijke krant, dat willen we graag zo houden; de roddelbladen hebben een code om de juridische consequenties in de hand te houden.

Steven de Vogel: Toch is het een probleem dat allerlei regels, die wij hier fatsoenlijk vinden en waar de Raad voor de Journalistiek toezicht op houdt, in de dagelijkse praktijk niet worden nageleefd. In veel gevallen wordt helemaal geen hoor en wederhoor toegepast. Ook de manier waarop journalisten met rectificaties of ingezonden brieven omgaan is in de praktijk anders dan in theorie. Dus dan komt er toch een lullig naschrift, waarin de redactie weer het laatste woord heeft. Het komt zelden voor dat een redactie uit zichzelf rectificeert.

Hubert Smeets: Als NRC Handelsblad een zaak bij de Raad voor de Journalistiek verliest publiceren we dat. Bij ingezonden brieven hebben we als lijn dat we geen naschrift plaatsen. En het is gewoonte geworden om te rectificeren wat we fout deden.

Steven de Vogel: Ik heb zelf een andere ervaring bij NRC Handelsblad, een krant die ik heel hoog heb, maar die zich toch niet altijd aan haar eigen normen houdt. Toen ik een keer op een bewijsbare fout wees, werd gezegd: stuur maar een ingezonden brief. De hoofdredactie dekte dat standpunt. Maar ik vind dat een krant uit zichzelf moet rectificeren.Ik geef toe dat onze eigen programma's daarin ook tekortschieten. Nu is rectificatie op de televisie moeilijk, maar ik vind toch dat we daar royaler mee moeten zijn.

Lútsen Kooistra: Interessant is dat jij ontevreden bent over je behandeling door NRC Handelsblad vanuit een moreel gevoel. En de vraag is of wij met z'n allen hetzelfde morele gevoel hebben. En zo ja, kunnen we elkaar daar op aanspreken. Dat bedoel ik met deugden-ethiek. Misschien is dat woord niet zo gelukkig, maar ik bedoel ermee dat je iemand persoonlijk kunt vragen waarom hij iets doet of nalaat. Dat is iets wat ik ook zelf wil: ik wil in morele categorieën mijn werk kunnen verantwoorden tegenover mijn lezers en mijn redactie.

Hubert Smeets: Als lid van de hoofdredactie zit je tussen twee vuren. Aan de ene kant moet je niet bang zijn je collega's aan te spreken op hun journalistieke handelwijze, aan de andere kant is het nodig naar buiten toe je redactie te verdedigen. Dat is een lastige dubbelrol. Je moet als het ware tegen de redactie zeggen: je bent wel vrijbuiter, maar je bent geen franc-tireur. Je moet voorkomen dat je collega's er maar op los schieten.

Steven de Vogel: Je ziet dat journalisten heel verschillend over hun vak denken. Ik heb lange tijd geloofd in de traditie van de Amerikaanse journalistiek: objectiviteit, onafhankelijkheid, hoor en wederhoor, check and double check. Ik dacht: dat zijn de normen waar je je aan moet houden. Maar ik ben er achter gekomen dat ook dat flauwekul is. Sommige collega's doen alsof je van een andere planeet komt, als je over zulke normen begint. En die collega's zijn niet minder deugdzaam dan ik. Maar ze hebben wel andere opvattingen.

Hans Verstraaten: Ik geloof niet dat het nu slechter is dan vroeger. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar ik vermoed dat de bereidheid tot rectificeren nu groter is dan twintig jaar geleden.

Steven de Vogel: Misschien heb je gelijk, maar er zijn toch tal van kwesties waarin de journalistieke norm onduidelijk is.De houding van journalisten doet mij denken aan het gedrag van Nederlandse soldaten bij Srebrenica. Ik heb altijd gedacht dat een soldaat geen vrouw of kinderen prijs gaf aan hun vijand. Een soldaat beschermt burgers. En wat zie je: dat gebeurde niet, omdat de soldaten in de eerste plaats aan hun eigen leven dachten. Dat was politiek ook zo afgesproken. Het is dus niet zonder meer zo dat een soldaat burgers beschermt, desnoods ten koste van zijn eigen leven. Nee, een soldaat mag eerst zijn eigen leven redden.Ook in de journalistiek vraag ik me af of traditionele normen nog gelden. Zelf denk ik dat je als journalist 's nachts niet slaapt als je een fout van enige importantie maakt. Dat je daar echt mee zit. Dat je daar niet makkelijk overheen stapt en zegt: ach, we maken toch een lekker programma. Nee, je moet verrekte goed weten wat voor schade je kan aanrichten met een tv-programma.Daarmee zeg ik niet dat je uit voorzichtigheid dan maar minder kritisch moet zijn. Onze uitzending over Brinkmans commissariaat bij het bedrijf van zijn oom was volkomen terecht. Als de lijsttrekker van het CDA in boeken en interviews zijn eigen deugdzaamheid aanprijst, mag ik als journalist die deugdzaamheid controleren en aan de kaak stellen. Dat vind ik een essentiële taak van de journalistiek.

Lútsen Kooistra: Wat ik bedoel met mijn deugden-ethiek is dat jij je bezint op je verontwaardiging over zo'n zaak van Brinkman. Ik vind dat journalisten zich rekenschap moeten geven van hun taakopvatting. Waarom doen ze iets wel of niet. Waarom pak je bepaalde onderwerpen aan? Welk effect verwacht je van een bepaalde aanpak? Die vragen moeten je individueel en als redactie bezighouden.

Redactie: Sommige media hebben geprobeerd daar iets over op papier te zetten. Ook NRC Handelsblad heeft zoiets geprobeerd.

Hubert Smeets: Wij hebben een 'stijlboek' gemaakt, waarin ook wel regels staan over het gedrag. Ons idee was dat er enige eenheid in vorm en stijl moest zijn. Niet dat we allemaal volgens hetzelfde patroon moeten schrijven, zoals je bij angelsaksische media ziet, maar wel dat je dezelfde spellingsregels hanteert en nog zo wat. Dan kom je vanzelf uit bij belangrijker kwesties, zoals de vraag of je een betaalde reis van Neckerman accepteert, die een vakantie-oord wil promoten. Dat hebben we allemaal opgeschreven, maar dat is razend ingewikkeld, omdat het niet mogelijk is voor 170 redacteuren een werkwijze voor te schrijven. We willen immers niet dat de krant een uniform gezicht heeft.
Wat je wel kunt zeggen is dat een redacteur geen geld mag aannemen of een korting op de aanschaf van een auto. We zijn ook tegen chequeboek journalistiek, al zie je aan zo'n voorbeeld al hoe moeilijk het is algemene regels op te stellen. Toen ik correspondent in Moskou was, wilde ik een televisie-journalist interviewen die alleen wilde praten als hij professionele videobanden cadeau kreeg. Dat heb ik dus gedaan, want ik wilde bij die man binnen. Ik heb hem geen geld gegeven waarmee hij naar de hoeren kon, maar wel die videobanden. Hoe moet je dat nou opschrijven? Je kunt zeggen dat je in uitzonderlijke situaties eerst met de hoofdredactie moet overleggen, maar het blijft moeilijk.Toch is dat stijlboek nu af en ik denk dat het nuttig is om op die manier met elkaar af te spreken wat je normaal vindt. Het stijlboek is een momentopname van onze mores.

Steven de Vogel: Bij de nieuwsrubrieken van de KRO bestaat er geen gedragscode op schrift, maar informeel is er wel een sterke sociale controle. Er wordt veel gepraat over wat wel en niet kan. Bij de televisie kunnen de effecten van een uitzending zo groot zijn, dat je ook wel gedwongen bent daarover te praten.

Lútsen Kooistra: Bij het Friesch Dagblad wordt veel informeel gepraat over de keuzen die we maken. Ik hoop  dat we over niet al te lange tijd een soort gedragscode kunnen maken, maar dan niet een stel regels, maar meer een beschrijving van onze motieven.

Hans Verstraaten: Voor Nieuwe Revu is een gedragscode minder nodig, omdat we een kleine redactie hebben die veel onderling praat. Wij doen natuurlijk wel eens dingen die op het randje zijn. We zijn een brutaal blad en dat roept discussie op over de regels die wij hanteren. Zelf vind ik privacy belangrijk. Als het om openbare personen gaat, kun je je meer veroorloven, al hebben ook die een zeker recht op privacy. Nieuwe Revu heeft regelmatig dingen gedaan die anderen ons kwalijk namen. Daar discussiëren we over. We hebben destijds zwart geld aangeboden bij banken, om te kijken of ze dat accepteerden. Zoiets zou ik nog steeds doen, omdat we zo een kwalijke praktijk aan de kaak konden stellen die bij veel bankfilialen gewoon was. Maar een wethouder in Bergen op Zoom undercover testen op zijn geneigdheid tot het sluiten van deals waar hij zelf beter van wordt en die dan met naam en toenaam in de krant zetten, dat zou ik niet meer doen.

Steven de Vogel: Laatst stond een stuk in Nieuwe Revu over Lubbers. Hij had zich toen nog niet teruggetrokken als kandidaat voor de Navo. Toen citeerden jullie een roddelblad dat had geschreven over Lubbers' womanizing. Je meldt dat dus niet op eigen gezag, je checkt zo'n mededeling ook niet, maar je neemt het gewoon van iemand over.

Hubert Smeets: Je kunt als regel hebben dat je geen dingen van anderen overneemt zonder ze te checken. Maar er zijn gevallen waarin je het daarmee niet redt. Als de Volkskrant 's ochtends een primeur heeft die door de betrokkenen wordt ontkend, maar als dat onderwerp in Den Haag het gesprek van de dag is, kun je er haast niet omheen. Soms besluit je af te wachten, maar als Schutte Kamervragen gaat stellen, wat dan? En als Willem-Alexander een vriendin heeft en iedereen praat erover, wat moet je dan? Gelukkig kreeg hij op weg naar de wintersport een ongeluk, toen konden wij er ook over schrijven.

Lútsen Kooistra: Ik vind dit mooie voorbeelden van de noodzaak om je te bezinnen op je eigen houding. Je moet nagaan wat er achter de afwegingen zit, die je van geval tot geval maakt. Dan kom je op begrippen als fairness, een heel belangrijk beginsel in de Amerikaanse journalistiek. Iedere journalist moet zich rekenschap geven van wat hij wel of niet fair vindt.

Steven de Vogel: Maar zo werkt het niet. Je weegt ook af wat er in een bepaald geval gebeurt. Krijg je de journalistiek mee, of gaat het je de kop kosten? Tom Wicker van The New York Times heeft me eens verteld dat hij en zijn collega's vroeger niet schreven over Kennedy's amoureuze contacten. Dat was niet fair. Achteraf vindt hij dat onjuist. Als de president met een juffrouw van de maffia in bed ligt, is dat belangrijk om te melden.

Lútsen Kooistra: In zo'n geval heb je misschien een andere deugd nodig, namelijk moed om in te gaan tegen wat al je collega's vinden, en toch te publiceren. In het algemeen denk ik dat er bij de nieuwsselectie meer moed nodig is. Waarom durft bijna niemand af te wijken van de gangbare keuzen? Is dat gebrek aan moed?

Steven de Vogel: Soms moet je inderdaad dingen niet doen. Reporter kreeg destijds opnamen aangeboden van Graman van de CD, die een aantal vreselijke dingen zei. Wij hebben dat niet genomen omdat die man onder valse voorwendselen naar binnen was gelokt, hij wist niet tegenover wie hij zat en zijn verhaal is zonder toestemming opgenomen. Wij hebben op journalistieke gronden, op ethische gronden zou ik bijna zeggen, besloten dat materiaal niet te nemen. De maker ervan ging naar Deadline van de Tros, die zond het uit, en het was een wereldsucces. Iedereen vond het een fantastische uitzending. Niemand, behalve Eric Jurgens, stelde de vraag of zoiets kon. Waarom niet? Omdat het de CD is. Dan mag alles. Het is politiek correct om voor de CD andere journalistieke regels te hanteren dan voor de rest. De CD is met deze zaak niet naar de Raad voor de Journalistiek gegaan, maar ik ben benieuwd wat die gezegd zou hebben. Want volgens de gangbare journalistieke normen zou je die uitzending moeten afkeuren.Het merkwaardige is dat we over zo'n zaak geen discussie voeren, terwijl we over onze uitzending over Brinkmans commissariaat een knipselmap hebben van vierhonderdvijftig bladzijden. Daar is dus heel veel over te doen. Nou kwam dat wel omdat in die ene uitzending alles samen kwam. Het was een soort Oklahoma-bom, waarbij alles tegelijk gebeurde: een katholieke omroep die een beoogde CDA-premier aanpakt, een soort onderzoeksjournalistiek die op de televisie al jaren nauwelijks meer werd bedreven, het tijdstip vlak voor de verkiezingen, deals met Jusititie die altijd moeilijk liggen, en het eeuwige probleem van de vormgeving op televisie als je werkt met anonieme bronnen. Dan is het geen wonder dat je zowel in de politiek als in de journalistiek een felle discussie krijgt. In de journalistiek kreeg je twee reacties: de ene helft zei dat onze methode schandalig was en de andere helft prees ons de hemel in. Het leuke was dat die tegenstelling dwars door kranten als de Volkskrant en NRC Handelsblad heen liep.

Redactie: Dat is ook het lastige van een gesprek over gedragsregels per redactie. Een mooi streven, maar in de praktijk hondsmoeilijk, juist omdat er ook binnen een redactie verschillende opvattingen leven. De redactie van De Limburger is al anderhalf jaar bezig met het opstellen van een eigen code. In het eerste concept stond als uitgangspunt dat de journalist de waakhond van de samenleving is. In een later stuk wordt de onafhankelijkheid van de journalist als kernbegrip genoemd.

Hubert Smeets: Voor mij is het onzin te zeggen dat 'de' journalist 'de' waakhond van 'de' samenleving moet zijn. Dat kan wel eens zo zijn, maar als algemeen uitgangspunt zie ik er niets in.

Lútsen Kooistra: Ik wil eerst weten op basis waarvan de journalist zichzelf de taak van onderzoeksjournalistiek oplegt. Waarom doet hij dat? En geeft zo'n taakopvatting behalve rechten ook plichten?Als we zeggen dat we de waakhond van de samenleving zijn, waarom is dat? Wat is de juridische basis? Dan zie je dat de juridische positie van de pers in Nederland anders is dan die in de Verenigde Staten of Engeland of België. Ik wil dus weten hoe we daarover denken. Dat ligt bij een liberale krant anders dan bij een christelijke krant of -
in het geval van Hans Verstraaten - bij een 'brutale' krant?

Hans Verstraaten: Het heeft ook te maken met commerciële redenen. Je moet zorgen dat je gelezen of bekeken wordt en dus moet je de aandacht trekken. Ook daarom gebruik je wel eens onconventionele methoden. Daarbij is er natuurlijk wel verschil tussen de media. Bij Nieuwe Revu kan meer dan bij NRC Handelsblad. Maar in de hele journalistiek zie je dat de strijd om aandacht harder is. Dat zet de regels onder druk.


Boeken over de ethiek van de journalistiek:

Bart Brouwers (m.m.v. Henk van Berkel): Alles voor het nieuws.
De flexibele ethiek van de journalist. Den Haag, 1994.
Huub Evers: Media-ethiek. Morele dilemma's in journalistiek, voorlichting en reclame. Groningen, 1994.
Ed Lambeth: Committed journalism. An ethics for the profession. Missouri, 1992.
Max L.Snijders en José van Dijck (red): Ethiek in de journalistiek. Amsterdam, 1995.
Jacqueline Wesselius (red): Het mijnenveld. Over journalistieke moraal. Amsterdam, 1994
.

Ontwerp-gedragscode De Limburger

De redactie van De Limburger praat al geruime tijd over een eigen gedragscode. Het is nog niet zeker of zo'n code er werkelijk komt. De richtlijnen worden aangeduid als adviezen of vuistregels.
In een van de concepten die circuleren is 'onafhankelijkheid' het kernbegrip. De regels die daaruit voortvloeien zijn tamelijk streng en het is dan ook allerminst zeker dat dit concept erdoor komt. Door de fusie met het Dagblad voor Noord-Limburg heeft men nu trouwens andere zaken aan het hoofd. Na de fusie wordt de discussie mogelijk hervat.
Bij wijze van voorbeeld geven we enkele citaten uit een concept van oktober vorig jaar:

De journalist moet iedere belangenverstrengeling met of afhankelijkheid van derden vermijden.
- Een journalist maakt zich in alle gevallen bekend aan diegene met wie hij beroepshalve in contact treedt. Hij misleidt anderen niet over de aard en de bedoelingen van zijn werk en van een daaruit voortvloeiende publikatie. Van een en ander kan worden afgeweken in geval van openbare bijeenkomsten (...). Uitzonderingen zijn ook mogelijk als de journalist geen andere middelen heeft om een misstand voor het voetlicht te brengen. Ook in deze gevallen dient uitdrukkelijk en schriftelijk vastgelegd overleg met de hoofdredactie plaats te vinden.
- De journalist dient ervoor te waken persoonlijk en/of emotioneel betrokken te raken bij zaken waarover hij bericht. (...)
- Gespecialiseerde redacteuren dienen ervoor te waken persoonlijke relaties aan te gaan met diegenen met wie ze een strikt beroepsmatige relatie onderhouden.
- De journalist zal zijn onafhankelijkheid altijd bewaren tegenover rechtsprekende en opsporende instanties om te voorkomen dat ze kunnen worden gezien als verlengstukken daarvan.
- De hoofdredactie mag niet tornen aan de burgerlijke en politieke grondrechten van de journalisten, daarbij inbegrepen het lidmaatschap van een politieke partij.
- Indien een journalist (...) zitting wenst te nemen in een politiek orgaan of een vertegenwoordigend lichaam, kan hij in het gebied dat deze organen/lichamen bestrijken zijn werkzaamheden niet meer uitoefenen. Met de hoofdredactie dient te worden afgewogen hoe, waar en in welke mate de betreffende journalist nog kan en mag opereren.
- De journalist mag geen schrijvende en/of journalistieke werkzaamheden verrichten voor een politieke partij, een politicus of daarvan afgeleide organisaties of daarvoor werkende personen.
- De journalist mag nimmer werkzaamheden verrichten in ruil voor geld, goederen en diensten.
- De journalist mag nimmer zijn positie en/of functie gebruiken voor het verkrijgen van kortingen, speciale toegangskaarten en andere zakelijke voordelen.
- Een journalist presenteert zijn berichten zo eerlijk, duidelijk en volledig mogelijk. Daarbij mogen geruchten nooit als bewijs dienen. Ook mag geen informatie worden achtergehouden als dat bij het maken van een bericht of artikel beter uitkomt.
- In een nieuwsbericht mag de journalist nooit zijn eigen mening geven.
- Indien de krant/journalist haar bronnen volstrekte anonimiteit heeft gegarandeerd, moet die te allen tijde gestand worden gedaan, ook al heeft dat de zwaarstwegende juridische consequenties.
- Indien met een bron nalezing van een artikel is overeengekomen, dient de journalist die belofte na te komen. Nalezing kan alleen worden toegestaan voor het opsporen en voorkomen van feitelijke onjuistheden. Daarop moet een bron, die nalezing verzoekt, tevoren nadrukkelijk worden gewezen.
- Journalisten doen geen betalingen voor informatie, zeggen die niet toe en stellen die niet in het vooruitzicht.
- Achteraf gebleken feitelijke onjuistheden worden zonder enig voorbehoud en zonder het oordeel c.q. de aanmerking van buiten af te wachten, gerectificeerd.

 

 
[an error occurred while processing this directive]