| [an error occurred while processing this directive] |
Dossier Kwaliteit Terug naar inhoudsopgave Kwaliteitsdossier Gedragscode per redactie: mooi maar moeilijk De ethiek van de journalistiek is in de mode. In forumdiscussies en op opiniepagina's waarschuwen zowel buitenstaanders als vakgenoten tegen het oprekken van de journalistieke normen onder invloed van verschijnselen als undercover journalistiek, reality-tv en infotainment. De laatste twee jaar verschenen alleen al in Nederland vier boeken over de ethiek van de journalistiek. Piet Hagen en Jean-Pierre Geelen Ook in andere landen laait de discussie op. In
Frankrijk gaat het debat over de macht van de pers. In Amerika maakt men
zich zorgen over de groeiende kloof tussen journalistiek en publiek. Als
reactie daarop is er een beweging die de journalistiek een meer opbouwende
rol geeft binnen de samenleving. Men spreekt in dat verband over civic
journalism en committed journalism.
Piet Hagen en Jean-Pierre Geelen Lútsen Kooistra: Journalisten spreken anderen aan op hun ethiek, maar wat is eigenlijk onze eigen ethiek? Die vraag wordt steeds vaker aan ons gesteld. Het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren onderzoekt of wij niet ethische gedragsregels moeten ontwikkelen. Maar op de laatste jaarvergadering had ik niet de indruk dat dit iets is wat bij veel hoofdredacties erg leeft. Terwijl er toch bij de media zelf veel discussie gaande is. Hubert Smeets: Volgens mij is het ook een heilloze weg om dat via het Genootschap te doen. Dat gesprek kun je beter op je eigen redactie voeren. Lútsen Kooistra: Die conclusie
gaat mij te snel. Natuurlijk moet elke redactie zelf over ethiek praten,
maar daarmee ben je niet af van de discussie over de ethiek van de hele
beroepsgroep. Andere beroepsgroepen hanteren ook codes. In de medische
sector bijvoorbeeld worden artsen voor de rechter gedaagd omdat ze een
eind hebben gemaakt aan het leven van een ten dode opgeschreven baby die
ondraaglijk lijdt. Formeel wordt een arts dan beschuldigd van moord, maar
hij wordt niet gestraft omdat hij voldaan heeft aan de eisen van
zorgvuldigheid en aan de regels die de medische professie zelf hanteert.
Dat zie je steeds: als een beroepsgroep zich aan de regels houdt is het
goed. Hubert Smeets: Ik vind het erg
interessant, maar tegelijkertijd voel ik me meer thuis bij de regel-ethiek.
Zoals Kooistra het formuleert, leidt de deugden-ethiek al snel tot de
biecht. Het gaat er om dat de waarachtigheid van de persoon in orde is.
Maar dan is ieder die in de journalistiek werkt per definitie waarachtig,
want wie kan dat anders beoordelen dan de persoon zelf? Ik zou niet in een
college willen zitten dat anderen moet beoordelen op hun waarachtigheid. Steven de Vogel: De vraag is
zelfs wat journalistiek is. Zolang, om Jan Blokker te citeren, Henk van
der Meyden en Frits Bom zich journalist noemen, wil ik het woord
journalist niet in mijn paspoort hebben. Ik heb niks met 'de
journalistiek'. Als ik zie hoe allerlei media, in het bijzonder de
televisie, journalistiek bedrijven als vorm van vermaak, dan weet ik
absoluut niet meer wat ik onder journalistiek moet verstaan. Er is gewoon
geen gemeenschappelijke noemer. Dus als het gaat over ethische regels of
journalistieke deugdzaamheid, als je in dat gigantische bos een uitweg
wilt vinden, zul je zelf als blad of als programma je normen moeten
stellen. Lútsen Kooistra: Het gaat nu wel heel snel. Er zijn nog wel ijkpunten die voor de hele beroepsgroep gelden. Een begrip als objectiviteit, ook al kan ik daar zelf niet zoveel mee, heeft toch lang als een soort kwaliteitskenmerk gegolden. Ook nu nog proberen de meeste journalisten zich aan de feiten te houden. Ik weet wel dat die feiten ook afhankelijk zijn van de manier waarop je er naar kijkt. Maar dat betekent niet dat er niets gemeenschappelijks is in de manier waarop we het vak beoefenen. Hans Verstraaten: Er zijn wel degelijk codes die iets voorstellen. Een krant als The New York Times heeft een eigen code. Maar ook sommige Amerikaanse roddelbladen hebben een eigen code, waarin ze - op hun manier - vasthouden aan hoor en wederhoor; ze plegen in elk geval een telefoontje. Alleen het idee daarachter is anders. Bij The New York Times zeggen ze: wij staan bekend als een fatsoenlijke krant, dat willen we graag zo houden; de roddelbladen hebben een code om de juridische consequenties in de hand te houden. Steven de Vogel: Toch is het een probleem dat allerlei regels, die wij hier fatsoenlijk vinden en waar de Raad voor de Journalistiek toezicht op houdt, in de dagelijkse praktijk niet worden nageleefd. In veel gevallen wordt helemaal geen hoor en wederhoor toegepast. Ook de manier waarop journalisten met rectificaties of ingezonden brieven omgaan is in de praktijk anders dan in theorie. Dus dan komt er toch een lullig naschrift, waarin de redactie weer het laatste woord heeft. Het komt zelden voor dat een redactie uit zichzelf rectificeert. Hubert Smeets: Als NRC Handelsblad een zaak bij de Raad voor de Journalistiek verliest publiceren we dat. Bij ingezonden brieven hebben we als lijn dat we geen naschrift plaatsen. En het is gewoonte geworden om te rectificeren wat we fout deden. Steven de Vogel: Ik heb zelf een andere ervaring bij NRC Handelsblad, een krant die ik heel hoog heb, maar die zich toch niet altijd aan haar eigen normen houdt. Toen ik een keer op een bewijsbare fout wees, werd gezegd: stuur maar een ingezonden brief. De hoofdredactie dekte dat standpunt. Maar ik vind dat een krant uit zichzelf moet rectificeren.Ik geef toe dat onze eigen programma's daarin ook tekortschieten. Nu is rectificatie op de televisie moeilijk, maar ik vind toch dat we daar royaler mee moeten zijn. Lútsen Kooistra: Interessant is dat jij ontevreden bent over je behandeling door NRC Handelsblad vanuit een moreel gevoel. En de vraag is of wij met z'n allen hetzelfde morele gevoel hebben. En zo ja, kunnen we elkaar daar op aanspreken. Dat bedoel ik met deugden-ethiek. Misschien is dat woord niet zo gelukkig, maar ik bedoel ermee dat je iemand persoonlijk kunt vragen waarom hij iets doet of nalaat. Dat is iets wat ik ook zelf wil: ik wil in morele categorieën mijn werk kunnen verantwoorden tegenover mijn lezers en mijn redactie. Hubert Smeets: Als lid van de hoofdredactie zit je tussen twee vuren. Aan de ene kant moet je niet bang zijn je collega's aan te spreken op hun journalistieke handelwijze, aan de andere kant is het nodig naar buiten toe je redactie te verdedigen. Dat is een lastige dubbelrol. Je moet als het ware tegen de redactie zeggen: je bent wel vrijbuiter, maar je bent geen franc-tireur. Je moet voorkomen dat je collega's er maar op los schieten. Steven de Vogel: Je ziet dat journalisten heel verschillend over hun vak denken. Ik heb lange tijd geloofd in de traditie van de Amerikaanse journalistiek: objectiviteit, onafhankelijkheid, hoor en wederhoor, check and double check. Ik dacht: dat zijn de normen waar je je aan moet houden. Maar ik ben er achter gekomen dat ook dat flauwekul is. Sommige collega's doen alsof je van een andere planeet komt, als je over zulke normen begint. En die collega's zijn niet minder deugdzaam dan ik. Maar ze hebben wel andere opvattingen. Hans Verstraaten: Ik geloof niet dat het nu slechter is dan vroeger. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar ik vermoed dat de bereidheid tot rectificeren nu groter is dan twintig jaar geleden. Steven de Vogel: Misschien heb je gelijk, maar er zijn toch tal van kwesties waarin de journalistieke norm onduidelijk is.De houding van journalisten doet mij denken aan het gedrag van Nederlandse soldaten bij Srebrenica. Ik heb altijd gedacht dat een soldaat geen vrouw of kinderen prijs gaf aan hun vijand. Een soldaat beschermt burgers. En wat zie je: dat gebeurde niet, omdat de soldaten in de eerste plaats aan hun eigen leven dachten. Dat was politiek ook zo afgesproken. Het is dus niet zonder meer zo dat een soldaat burgers beschermt, desnoods ten koste van zijn eigen leven. Nee, een soldaat mag eerst zijn eigen leven redden.Ook in de journalistiek vraag ik me af of traditionele normen nog gelden. Zelf denk ik dat je als journalist 's nachts niet slaapt als je een fout van enige importantie maakt. Dat je daar echt mee zit. Dat je daar niet makkelijk overheen stapt en zegt: ach, we maken toch een lekker programma. Nee, je moet verrekte goed weten wat voor schade je kan aanrichten met een tv-programma.Daarmee zeg ik niet dat je uit voorzichtigheid dan maar minder kritisch moet zijn. Onze uitzending over Brinkmans commissariaat bij het bedrijf van zijn oom was volkomen terecht. Als de lijsttrekker van het CDA in boeken en interviews zijn eigen deugdzaamheid aanprijst, mag ik als journalist die deugdzaamheid controleren en aan de kaak stellen. Dat vind ik een essentiële taak van de journalistiek. Lútsen Kooistra: Wat ik bedoel met mijn deugden-ethiek is dat jij je bezint op je verontwaardiging over zo'n zaak van Brinkman. Ik vind dat journalisten zich rekenschap moeten geven van hun taakopvatting. Waarom doen ze iets wel of niet. Waarom pak je bepaalde onderwerpen aan? Welk effect verwacht je van een bepaalde aanpak? Die vragen moeten je individueel en als redactie bezighouden. Redactie: Sommige media hebben geprobeerd daar iets over op papier te zetten. Ook NRC Handelsblad heeft zoiets geprobeerd. Hubert Smeets: Wij hebben een
'stijlboek' gemaakt, waarin ook wel regels staan over het gedrag. Ons idee
was dat er enige eenheid in vorm en stijl moest zijn. Niet dat we allemaal
volgens hetzelfde patroon moeten schrijven, zoals je bij angelsaksische
media ziet, maar wel dat je dezelfde spellingsregels hanteert en nog zo
wat. Dan kom je vanzelf uit bij belangrijker kwesties, zoals de vraag of
je een betaalde reis van Neckerman accepteert, die een vakantie-oord wil
promoten. Dat hebben we allemaal opgeschreven, maar dat is razend
ingewikkeld, omdat het niet mogelijk is voor 170 redacteuren een werkwijze
voor te schrijven. We willen immers niet dat de krant een uniform gezicht
heeft. Steven de Vogel: Bij de nieuwsrubrieken van de KRO bestaat er geen gedragscode op schrift, maar informeel is er wel een sterke sociale controle. Er wordt veel gepraat over wat wel en niet kan. Bij de televisie kunnen de effecten van een uitzending zo groot zijn, dat je ook wel gedwongen bent daarover te praten. Lútsen Kooistra: Bij het Friesch Dagblad wordt veel informeel gepraat over de keuzen die we maken. Ik hoop dat we over niet al te lange tijd een soort gedragscode kunnen maken, maar dan niet een stel regels, maar meer een beschrijving van onze motieven. Hans Verstraaten: Voor Nieuwe Revu is een gedragscode minder nodig, omdat we een kleine redactie hebben die veel onderling praat. Wij doen natuurlijk wel eens dingen die op het randje zijn. We zijn een brutaal blad en dat roept discussie op over de regels die wij hanteren. Zelf vind ik privacy belangrijk. Als het om openbare personen gaat, kun je je meer veroorloven, al hebben ook die een zeker recht op privacy. Nieuwe Revu heeft regelmatig dingen gedaan die anderen ons kwalijk namen. Daar discussiëren we over. We hebben destijds zwart geld aangeboden bij banken, om te kijken of ze dat accepteerden. Zoiets zou ik nog steeds doen, omdat we zo een kwalijke praktijk aan de kaak konden stellen die bij veel bankfilialen gewoon was. Maar een wethouder in Bergen op Zoom undercover testen op zijn geneigdheid tot het sluiten van deals waar hij zelf beter van wordt en die dan met naam en toenaam in de krant zetten, dat zou ik niet meer doen. Steven de Vogel: Laatst stond een stuk in Nieuwe Revu over Lubbers. Hij had zich toen nog niet teruggetrokken als kandidaat voor de Navo. Toen citeerden jullie een roddelblad dat had geschreven over Lubbers' womanizing. Je meldt dat dus niet op eigen gezag, je checkt zo'n mededeling ook niet, maar je neemt het gewoon van iemand over. Hubert Smeets: Je kunt als regel hebben dat je geen dingen van anderen overneemt zonder ze te checken. Maar er zijn gevallen waarin je het daarmee niet redt. Als de Volkskrant 's ochtends een primeur heeft die door de betrokkenen wordt ontkend, maar als dat onderwerp in Den Haag het gesprek van de dag is, kun je er haast niet omheen. Soms besluit je af te wachten, maar als Schutte Kamervragen gaat stellen, wat dan? En als Willem-Alexander een vriendin heeft en iedereen praat erover, wat moet je dan? Gelukkig kreeg hij op weg naar de wintersport een ongeluk, toen konden wij er ook over schrijven. Lútsen Kooistra: Ik vind dit mooie voorbeelden van de noodzaak om je te bezinnen op je eigen houding. Je moet nagaan wat er achter de afwegingen zit, die je van geval tot geval maakt. Dan kom je op begrippen als fairness, een heel belangrijk beginsel in de Amerikaanse journalistiek. Iedere journalist moet zich rekenschap geven van wat hij wel of niet fair vindt. Steven de Vogel: Maar zo werkt het niet. Je weegt ook af wat er in een bepaald geval gebeurt. Krijg je de journalistiek mee, of gaat het je de kop kosten? Tom Wicker van The New York Times heeft me eens verteld dat hij en zijn collega's vroeger niet schreven over Kennedy's amoureuze contacten. Dat was niet fair. Achteraf vindt hij dat onjuist. Als de president met een juffrouw van de maffia in bed ligt, is dat belangrijk om te melden. Lútsen Kooistra: In zo'n geval heb je misschien een andere deugd nodig, namelijk moed om in te gaan tegen wat al je collega's vinden, en toch te publiceren. In het algemeen denk ik dat er bij de nieuwsselectie meer moed nodig is. Waarom durft bijna niemand af te wijken van de gangbare keuzen? Is dat gebrek aan moed? Steven de Vogel: Soms moet je inderdaad dingen niet doen. Reporter kreeg destijds opnamen aangeboden van Graman van de CD, die een aantal vreselijke dingen zei. Wij hebben dat niet genomen omdat die man onder valse voorwendselen naar binnen was gelokt, hij wist niet tegenover wie hij zat en zijn verhaal is zonder toestemming opgenomen. Wij hebben op journalistieke gronden, op ethische gronden zou ik bijna zeggen, besloten dat materiaal niet te nemen. De maker ervan ging naar Deadline van de Tros, die zond het uit, en het was een wereldsucces. Iedereen vond het een fantastische uitzending. Niemand, behalve Eric Jurgens, stelde de vraag of zoiets kon. Waarom niet? Omdat het de CD is. Dan mag alles. Het is politiek correct om voor de CD andere journalistieke regels te hanteren dan voor de rest. De CD is met deze zaak niet naar de Raad voor de Journalistiek gegaan, maar ik ben benieuwd wat die gezegd zou hebben. Want volgens de gangbare journalistieke normen zou je die uitzending moeten afkeuren.Het merkwaardige is dat we over zo'n zaak geen discussie voeren, terwijl we over onze uitzending over Brinkmans commissariaat een knipselmap hebben van vierhonderdvijftig bladzijden. Daar is dus heel veel over te doen. Nou kwam dat wel omdat in die ene uitzending alles samen kwam. Het was een soort Oklahoma-bom, waarbij alles tegelijk gebeurde: een katholieke omroep die een beoogde CDA-premier aanpakt, een soort onderzoeksjournalistiek die op de televisie al jaren nauwelijks meer werd bedreven, het tijdstip vlak voor de verkiezingen, deals met Jusititie die altijd moeilijk liggen, en het eeuwige probleem van de vormgeving op televisie als je werkt met anonieme bronnen. Dan is het geen wonder dat je zowel in de politiek als in de journalistiek een felle discussie krijgt. In de journalistiek kreeg je twee reacties: de ene helft zei dat onze methode schandalig was en de andere helft prees ons de hemel in. Het leuke was dat die tegenstelling dwars door kranten als de Volkskrant en NRC Handelsblad heen liep. Redactie: Dat is ook het lastige van een gesprek over gedragsregels per redactie. Een mooi streven, maar in de praktijk hondsmoeilijk, juist omdat er ook binnen een redactie verschillende opvattingen leven. De redactie van De Limburger is al anderhalf jaar bezig met het opstellen van een eigen code. In het eerste concept stond als uitgangspunt dat de journalist de waakhond van de samenleving is. In een later stuk wordt de onafhankelijkheid van de journalist als kernbegrip genoemd. Hubert Smeets: Voor mij is het onzin te zeggen dat 'de' journalist 'de' waakhond van 'de' samenleving moet zijn. Dat kan wel eens zo zijn, maar als algemeen uitgangspunt zie ik er niets in. Lútsen Kooistra: Ik wil eerst
weten op basis waarvan de journalist zichzelf de taak van
onderzoeksjournalistiek oplegt. Waarom doet hij dat? En geeft zo'n
taakopvatting behalve rechten ook plichten?Als we zeggen dat we de
waakhond van de samenleving zijn, waarom is dat? Wat is de juridische
basis? Dan zie je dat de juridische positie van de pers in Nederland
anders is dan die in de Verenigde Staten of Engeland of België. Ik wil dus
weten hoe we daarover denken. Dat ligt bij een liberale krant anders dan
bij een christelijke krant of - Hans Verstraaten: Het heeft ook te maken met commerciële redenen. Je moet zorgen dat je gelezen of bekeken wordt en dus moet je de aandacht trekken. Ook daarom gebruik je wel eens onconventionele methoden. Daarbij is er natuurlijk wel verschil tussen de media. Bij Nieuwe Revu kan meer dan bij NRC Handelsblad. Maar in de hele journalistiek zie je dat de strijd om aandacht harder is. Dat zet de regels onder druk.
Bart Brouwers (m.m.v. Henk van
Berkel): Alles voor het nieuws. Ontwerp-gedragscode De Limburger De redactie van De Limburger praat al geruime tijd
over een eigen gedragscode. Het is nog niet zeker of zo'n code er
werkelijk komt. De richtlijnen worden aangeduid als adviezen of
vuistregels. De journalist moet iedere
belangenverstrengeling met of afhankelijkheid van derden vermijden.
|