Laat duizend gedragscodes bloeien
En weer ontbrandt de roep om een gedragscode voor journalisten. De
beroepsgroep - ook dat is niet nieuw - ziet geen heil in zo'n ethisch
'keurslijf'. En iedereen weet: bij de eerstvolgende ramp of ontsporing van
de pers begint het wisselen van de argumenten opnieuw. Hebben de media die
steeds weerkerende vraag om een code niet aan zichzelf te danken?
Theo Dersjant
Weet u wat er in de Code van Bordeaux staat? Zit
de journalistieke code van het Genootschap van Hoofdredacteuren in uw
portefeuille, klaar om tevoorschijn te trekken in tijden van
journalistieke nood? En heeft u thuis de gebundelde uitspraken van de Raad
voor de Journalistiek op de boekenplank staan? Tien tegen één dat u hier
drie keer nee op moest antwoorden. En dat is vreemd. Immers, met de
regelmaat van de klok ontbrandt de maatschappelijke discussie over de
noodzaak voor een gedragscode voor journalisten. Steevast klinkt het dan
het uit de beroepsgroep: 'We hebben een code van Bordeaux en de Raad voor
de Journalistiek; de zelfregulering werkt'.
Maar die codes en de uitspraken van de Raad leven klaarblijkelijk niet zo
heel erg in de dagelijkse journalistieke praktijk. Waarom niet? Misschien
zijn ze te voor de hand liggend. Wie ooit de moeite nam de Code van
Bordeaux in te zien, bergt de tekst na lezing geeuwend diep in een
bureaulade: open deuren en niets nieuws. Zo lezen we: 'Eerbied voor de
waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht
van de journalist'. Geen enkele reden dus om je de teksten voor eeuwig
eigen te maken.
Een nog groter manco bij beide codes vormt het ontbreken van serieuze
sancties. Wij journalisten zijn wat dat betreft net kinderen. Want wat
gebeurt er als een journalist willens en wetens een van de regels van de
Code van Bordeaux overtreedt? En welke Nederlandse hoofdredacteur heeft
een verslaggever al eens een uitbrander gegeven wegens overtreding van de
Genootschaps-code? Hoeveel journalisten hebben in dit land hun baan
verloren na het overtreden van deze gedragsregels?
Laten we dus op z'n minst vaststellen dat de bestaande codes niet echt
leven onder onze beroepsgroep. Totdat er weer eens een roep om een
algemene gedragsregeling opklinkt, dan blijken die codes opeens razend
populair.
Wie ooit op een redactie gewerkt heeft, merkt na
enige tijd veelal dat het er wemelt van de afspraken en regelingen. Door
schade en schande moet een redacteur zich die redactie-mores eigen maken.
'Nee, wij noemen hier zelfs geen initialen bij verdachten. Alleen de
leeftijd en woonplaats.' Wie vraagt in welk document die regeling dan wel
te lezen is, ontmoet slechts onbegrip. 'Je weet het vanaf nu.' Ongemerkt
gaat het daarbij om een fiks aantal afspraken. Op papier zou je ze een
gedragscode kunnen noemen, alleen heeft niemand het ooit de moeite waard
gevonden ze aan het papier toe te vertrouwen. Want klaarblijkelijk staat
dat zo definitief. En journalisten houden van hun vrijheid, nietwaar, dus
laten we het maar zo.
Een paar kranten hebben inmiddels wèl een poging ondernomen die regels uit
te schrijven. Dat leverde om te beginnen heftige discussies ter redactie
op. Maar vreemd genoeg: toen die codes klaar waren, mocht de buitenwereld
er geen kennis van nemen. En waarom niet? Wie het weet mag het zeggen.
Als een journalist enige tijd op een redactie heeft gewerkt, ontdekt hij
of zij nog meer: niet alleen blijkt er een heel arsenaal ongeschreven
regels te bestaan, ook blijken de collega's er soms verschillende
gedragsregels op na te houden. Zo laat de ene redacteur met plezier zijn
interview aan de ondervraagde lezen voor publicatie, terwijl de ander
('over mijn lijk, ik ben degene die het verhaal maakt') er niet over
peinst. En dat is vreemd. De krant (of het tijdschrift, radio- of
tv-programma) behandelt een 'klant' op het ene moment op de ene manier,
terwijl op een ander moment andere regels gelden. En waarom? Eenheid van
beleid lijkt ver te zoeken.
Dat probleem doet zich nog meer gelden nu er soms meer freelance
journalisten op pad zijn dan er vaste redacteuren bij het medium werken.
Die freelancers representeren ook de krant of het tijdschrift als zij met
bronnen in contact treden. Is het teveel gevraagd die freelancers dan ook
te laten handelen volgens de gedragsregels van de opdrachtgever? Kan het
nu gebeuren dat redacties intern afspreken dat reizen alleen op kosten van
het medium gemaakt worden, terwijl wel kopij van freelancers wordt
afgedrukt die het vliegtuig door derden hebben laten betalen?
Dat alles leidt tot de stelling dat er niet één journalistieke gedragscode
zou moeten komen, maar dat iedere krant, tijdschrift, radio- of
tv-programma z'n eigen code moet ontwikkelen. Dat ieder medium de eigen
journalistieke mores - voor de eigen vaste mensen en de freelcancers -
eens op papier moet zetten. Die codes moeten openbaar zijn, zodat kijkers,
luisteraars of lezers zich erop kunnen beroepen. Uiteindelijk zal ieder
medium een code schrijven die bij dat medium past. Dat verschaft de
consument een sterkere positie. Een interview-kandidaat kan eerst vragen
om de bedrijfsregels omtrent het interview en kan na lezing beoordelen of
hij of zij daaraan wil meewerken. Of hij of zij kan navragen of het
betreffende medium de Raad voor de Journalistiek erkent en kan die
wetenschap een rol laten spelen in het besluit mee te werken aan een
artikel. Ergo, er ontstaat pluriformiteit in ethisch gedrag. Laat duizend
gedragscodes bloeien.
Natuurlijk, niet alles kan in reglementen worden vastgelegd. En
natuurlijk, het opstellen van dergelijke teksten is een moeizame operatie.
En natuurlijk, ook in een gedragscode moet veel mogelijk blijven. Want de
eerbied voor het recht op waarheid van het publiek blijft de eerste plicht
van de journalist. Maar dat wist u inmiddels al.