[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossier Kwaliteit
Terug naar inhoudsopgave Kwaliteitsdossier

Fact checking: de feiten moeten kloppen

Als je een artikel schrijft, ga je ervan uit dat de feiten die je hebt verzameld, kloppen. En dat wat je is verteld, waar is. Namen spel je uiteraard correct. Toch heeft iedere krant een vaste rubriek ``Rectificaties´´. Is er een waterdichte methode om missers te voorkomen, zodat je als verslaggever en redactie geloofwaardig blijft?

Nicole de Boer

In de Verenigde Staten besteden kranten, tv-stations en vooral tijdschriften traditioneel veel tijd en geld aan het controleren van feiten voordat ze worden gepubliceerd.
Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier, werd vorig jaar naar aanleiding van de moord op Pim Fortuyn geïnterviewd door het tijdschrift The Newyorker. Het interview zelf duurde anderhalf uur. Het gesprek met de fact checkers van het blad duurde twee uur. Daarna heeft hij per e-mail nog een aantal aanvullende vragen beantwoord. Geen detail bleef onbesproken, tot en met de spelling van Beerenburg aan toe.

De reden voor een medium om er een fact checking department op na te houden is drieledig:
- de wil om goede journalistiek te bedrijven
- de naam hooghouden
- juridische problemen/claims voorkomen

Hoe zo´n fact checking department precies te werk gaat, wordt duidelijk aan de hand van de nauwgezette werkwijze van het Duitse weekblad Der Spiegel (oplage: 1.050.000 exemplaren). Ieder stuk moet van een paraaf worden voorzien door de afdeling Documentatie. Deze afdeling telt 80 medewerkers, die de artikelen napluizen op onbewezen stellingen, (de juridische houdbaarheid van) het feitenmateriaal controleren en bronnen checken. Gemiddeld buigt een documentalist zich twee tot vijf uur over een artikel. Omstreden passages moeten door de auteur worden opgehelderd. Op de redactie is de verhouding documentalist-verslaggever één op vijf. Medewerkers van de afdeling Documentatie schrijven zelf niet en stromen ook zelden door naar de schrijvende tak van de redactie. De helft van hen is documentatie-journalist en heeft de status van redacteur. De anderen verrichten ondersteunende taken. Er werken enkele generalisten, maar merendeels specialisten, zoals juristen, natuurwetenschappers en artsen.
Bovendien schrijven redacteuren van Der Spiegel zelden onder naam en werken ze meestal met meerderen aan een stuk.
Het systeem blijkt niet waterdicht. Der Spiegel voert ongeveer tien rechtszaken per jaar. Wordt een rechtszaak verloren, dan moet het hoofd van de afdeling Documentatie een rapport opmaken over hoe het zover kon komen. Ook wordt bekeken hoe lering getrokken kan worden uit de zaak.
Een grote misser in 1986 betrof de Oostenrijkse presidentskandidaat Kurt Waldheim. Hij zou in voormalig Joegoslavië hebben gewerkt voor de SS. In een rechtszaak bleken de documenten waarop het artikel was gebaseerd vals. Der Spiegel denkt nog steeds dat het waar is, maar kon het niet bewijzen.

De Amerikaanse krant The New Republic had enkele jaren geleden verslaggever Stephen Glass in dienst, ooit zelf begonnen als fact checker. Op een gegeven moment bleek dat hij tientallen artikelen geheel of gedeeltelijk verzonnen had. Hij wist zijn collega´s van de fact checking department ervan te overtuigen dat ze zijn bronnen beter niet konden bellen. Dat zou zijn informanten wel eens kunnen afschrikken. Hij leverde wel zijn aantekeningen en (fake) faxberichten in. Hij viel uiteindelijk door de mand, werd ontslagen en zit nu in een inrichting. De reactie van de hoofdredacteur: ``De bullshit detector heeft hier duidelijk gefaald.´´

In Nederland kende de Volkskrant in 1996 een soortgelijke affaire. Free-lance journalist Jan Haerynck had in twee jaar tijd 33 grote reportages geleverd, waarvan hij een groot deel had verzonnen. Hij viel tenslotte door de mand met een wel heel bijzonder verhaal over een ontvoering in Euro Disney Parijs. Er was niets over in het Franse nieuws geweest. De reactie van hoofdredacteur Pieter Broertjes: ``Bedrog komt in de beste families voor´´. En van ombudsman Jos Klaassen: ``Soms kan een verhaal zo verschrikkelijk geloofwaardig zijn dat de gedachte aan een canard zelfs niet in je opkomt´´. Het credo van de krant is nu: geen mogelijkheid om te checken, dan geen verhaal.

Het NOS-journaal checkt zo veel mogelijk bronnen: boeken, bestanden, personen. Is de redactie niet zeker genoeg van de zaak, dan wordt een item niet uitgezonden. Als het nieuws belangrijk genoeg is om te melden en er is maar één bron, dan moet dat duidelijk blijken in de berichtgeving.

Een idee zou zijn om, net als de Associated Press doet, bij elk verhaal vijf telefoonnummers in te leveren waar de eindredactie de feiten kan checken. Maar is dat haalbaar in Nederland?

Nederland is een klein taalgebied en heeft daardoor relatief niet zulke hoge oplages en kijkcijfers. De werkdruk, zeker bij dagbladen, is hoog, terwijl fact checking een tijdrovende en omslachtige werkwijze is. Een team van speciale documentalisten kost bovendien veel geld. En een claimcultuur, zoals in de Verenigde Staten, heeft Nederland niet.

De Cincinnatti Inquirer bijvoorbeeld moest tien miljoen dollar schadevergoeding betalen aan bananen-gigant Chiquita vanwege publicaties waarin het bedrijf werd beschuldigd van cocaïnetransporten Verslaggever Mark Gallagher wist tweeduizend voice-mails van Chiquita te onderscheppen en meende daar het cocaïnevervoer op bananenboten uit te mogen afleiden. Het bleek niet waar. Hij was verliefd geworden op zijn verhaal. Hij werd ontslagen en de dreiging van een strafproces wegens het stelen van voice-mails hangt hem nog steeds boven het hoofd.

Dan Nederland. Het Algemeen Dagblad meldde in augustus 2002 dat LPF-kamerlid Eberhard een strafblad heeft. Eberhard werd twee weken op non-actief gesteld en moest zijn onschuld bewijzen. Toen hem dat lukte, schaamde het AD zich diep. Het moest excuses aanbieden en op de voorpagina rectificeren. Eberhard dreigde met een rechtszaak, maar trof uiteindelijk een schikking met het AD. Hij kreeg een voor Nederlandse begrippen ongekend hoog bedrag aan schadevergoeding toegekend. De betrokken verslaggeefster is overigens nog steeds in dienst bij het AD.

In januari 2003 blunderde het AD opnieuw. ``Nederland bij Russische maffia favoriet voor witwassen crimineel geld´´ kopte het op de voorpagina. Met het artikel was niets mis, de conclusie kwam uit een politierapport. Alleen… het nieuws was een jaar oud, een student van de politieacademie had het een jaar daarvoor uit de krant geknipt.
Via de computer had de verslaggever niet alleen in het archief van zijn eigen krant kunnen kijken, maar ook kunnen zien wat de concurrentie erover had gepubliceerd. Zijn reactie: ``Als professional hoor je zo´n fout niet te maken. Ik had zorgvuldiger moeten zijn´´. Maar hoe kan het dat op een professionele redactie van bijna 200 journalisten zoiets niet wordt opgemerkt? Het AD liet het bij een vermelding in de rubriek van de ombudsman.

Ombudsman Bram Versteegt van het AD: ``Ieder bericht, spectaculair of niet, moet honderd procent kloppen. Het wordt niet extra gecontroleerd. De afdeling documentatie documenteert, maar checkt niet. Alleen als er een reputatie op het spel staat, zijn we nog net een tikkeltje zorgvuldiger. Als er een fout is gemaakt, die ernstige gevolgen heeft voor een persoon of instantie, dan rectificeren we. Ook als we vinden dat de belangen van de lezer geschaad zijn, rectificeren we. Verder hebben we een rubriek met `simpele´ rectificaties.´´
Ook Het Parool heeft geen afdeling die de feiten nog eens natrekt. De eindredactie geeft alleen inhoudelijk commentaar op een artikel. De verantwoordelijkheid ligt bij de verslaggever zèlf. Iedere medewerker gaat zeer zorgvuldig met de feiten om. Bij een primeur is men niet extra zorgvuldig, ieder bericht moet kloppen. Gaat er iets mis, dan rectificeert de krant.

In iedere beroepsgroep worden fouten gemaakt. Nieuws brengen blijft mensenwerk. En ook in de journalistieke wereld geldt de wet van Murphy: ``If anything can go wrong, it will´´. Als een speciale fact checking department voor een medium niet haalbaar is, zit er maar een ding op: alert blijven.
 

Oorzaken voor missers 

Een journalist/redactie kan zich wapenen tegen missers door:
De vergiftigde bron: Niet té blij te zijn met `spontaan aangeboden nieuws´
De giftige journalist: Nieuwe medewerkers en free-lancers te `screenen´
Gokken tegen de deadline: Altijd kritisch te blijven
Oud nieuws opnieuw gepubliceerd: Te blíjven checken
Missers met getallen (een nulletje teveel, omrekenfout): Niet domweg informatie over te nemen
Klakkeloos overgenomen nieuws (uit een ander medium): Niet elkaars verhalen over te schrijven
Technische `storingen´ en communicatiestoornissen; samenloop van omstandigheden: Zich niet op andermans terrein te begeven (bijv. sportjournalist brengt parlementair nieuws)

Bronnen:
Theo Dersjant - De 120 documentalisten van Der Spiegel (in: De Journalist 1997, no. 11)
Charles Groenhuijsen - Mooi verhaal, alleen kloppen de feiten niet (in: De Journalist 1998, no. 14)
Willem Pekelder - De geboorteweeën van een feit (in: De Journalist 2003, no. 3)
Willem Ammerlaan - Nieuws nadat het nieuws was (in: Algemeen Dagblad, 24-01-2003)
Theo Dersjant - Uit onbetrouwbare bron, de mooiste missers in de media (Uitgeverij Plataan, Zuthpen 2000)
De redacties van Het Parool en het Algemeen Dagblad

 

 

 
[an error occurred while processing this directive]