| [an error occurred while processing this directive] |
Dossier Kwaliteit Terug naar inhoudsopgave Kwaliteitsdossier Fact checking: de feiten moeten kloppen Als je een artikel schrijft, ga je ervan uit dat de feiten die je hebt verzameld, kloppen. En dat wat je is verteld, waar is. Namen spel je uiteraard correct. Toch heeft iedere krant een vaste rubriek ``Rectificaties´´. Is er een waterdichte methode om missers te voorkomen, zodat je als verslaggever en redactie geloofwaardig blijft? Nicole de Boer In de Verenigde Staten besteden kranten,
tv-stations en vooral tijdschriften traditioneel veel tijd en geld aan het
controleren van feiten voordat ze worden gepubliceerd. De reden voor een medium om er een fact checking
department op na te houden is drieledig: Hoe zo´n fact checking department precies te werk
gaat, wordt duidelijk aan de hand van de nauwgezette werkwijze van het
Duitse weekblad Der Spiegel (oplage: 1.050.000 exemplaren). Ieder stuk
moet van een paraaf worden voorzien door de afdeling Documentatie. Deze
afdeling telt 80 medewerkers, die de artikelen napluizen op onbewezen
stellingen, (de juridische houdbaarheid van) het feitenmateriaal
controleren en bronnen checken. Gemiddeld buigt een documentalist zich
twee tot vijf uur over een artikel. Omstreden passages moeten door de
auteur worden opgehelderd. Op de redactie is de verhouding
documentalist-verslaggever één op vijf. Medewerkers van de afdeling
Documentatie schrijven zelf niet en stromen ook zelden door naar de
schrijvende tak van de redactie. De helft van hen is
documentatie-journalist en heeft de status van redacteur. De anderen
verrichten ondersteunende taken. Er werken enkele generalisten, maar
merendeels specialisten, zoals juristen, natuurwetenschappers en artsen. De Amerikaanse krant The New Republic had enkele jaren geleden verslaggever Stephen Glass in dienst, ooit zelf begonnen als fact checker. Op een gegeven moment bleek dat hij tientallen artikelen geheel of gedeeltelijk verzonnen had. Hij wist zijn collega´s van de fact checking department ervan te overtuigen dat ze zijn bronnen beter niet konden bellen. Dat zou zijn informanten wel eens kunnen afschrikken. Hij leverde wel zijn aantekeningen en (fake) faxberichten in. Hij viel uiteindelijk door de mand, werd ontslagen en zit nu in een inrichting. De reactie van de hoofdredacteur: ``De bullshit detector heeft hier duidelijk gefaald.´´ In Nederland kende de Volkskrant in 1996 een soortgelijke affaire. Free-lance journalist Jan Haerynck had in twee jaar tijd 33 grote reportages geleverd, waarvan hij een groot deel had verzonnen. Hij viel tenslotte door de mand met een wel heel bijzonder verhaal over een ontvoering in Euro Disney Parijs. Er was niets over in het Franse nieuws geweest. De reactie van hoofdredacteur Pieter Broertjes: ``Bedrog komt in de beste families voor´´. En van ombudsman Jos Klaassen: ``Soms kan een verhaal zo verschrikkelijk geloofwaardig zijn dat de gedachte aan een canard zelfs niet in je opkomt´´. Het credo van de krant is nu: geen mogelijkheid om te checken, dan geen verhaal. Het NOS-journaal checkt zo veel mogelijk bronnen: boeken, bestanden, personen. Is de redactie niet zeker genoeg van de zaak, dan wordt een item niet uitgezonden. Als het nieuws belangrijk genoeg is om te melden en er is maar één bron, dan moet dat duidelijk blijken in de berichtgeving. Een idee zou zijn om, net als de Associated Press doet, bij elk verhaal vijf telefoonnummers in te leveren waar de eindredactie de feiten kan checken. Maar is dat haalbaar in Nederland? Nederland is een klein taalgebied en heeft daardoor relatief niet zulke hoge oplages en kijkcijfers. De werkdruk, zeker bij dagbladen, is hoog, terwijl fact checking een tijdrovende en omslachtige werkwijze is. Een team van speciale documentalisten kost bovendien veel geld. En een claimcultuur, zoals in de Verenigde Staten, heeft Nederland niet. De Cincinnatti Inquirer bijvoorbeeld moest tien miljoen dollar schadevergoeding betalen aan bananen-gigant Chiquita vanwege publicaties waarin het bedrijf werd beschuldigd van cocaïnetransporten Verslaggever Mark Gallagher wist tweeduizend voice-mails van Chiquita te onderscheppen en meende daar het cocaïnevervoer op bananenboten uit te mogen afleiden. Het bleek niet waar. Hij was verliefd geworden op zijn verhaal. Hij werd ontslagen en de dreiging van een strafproces wegens het stelen van voice-mails hangt hem nog steeds boven het hoofd. Dan Nederland. Het Algemeen Dagblad meldde in augustus 2002 dat LPF-kamerlid Eberhard een strafblad heeft. Eberhard werd twee weken op non-actief gesteld en moest zijn onschuld bewijzen. Toen hem dat lukte, schaamde het AD zich diep. Het moest excuses aanbieden en op de voorpagina rectificeren. Eberhard dreigde met een rechtszaak, maar trof uiteindelijk een schikking met het AD. Hij kreeg een voor Nederlandse begrippen ongekend hoog bedrag aan schadevergoeding toegekend. De betrokken verslaggeefster is overigens nog steeds in dienst bij het AD. In januari 2003 blunderde het AD opnieuw.
``Nederland bij Russische maffia favoriet voor witwassen crimineel geld´´
kopte het op de voorpagina. Met het artikel was niets mis, de conclusie
kwam uit een politierapport. Alleen… het nieuws was een jaar oud, een
student van de politieacademie had het een jaar daarvoor uit de krant
geknipt. Ombudsman Bram Versteegt van het AD: ``Ieder
bericht, spectaculair of niet, moet honderd procent kloppen. Het wordt
niet extra gecontroleerd. De afdeling documentatie documenteert, maar
checkt niet. Alleen als er een reputatie op het spel staat, zijn we nog
net een tikkeltje zorgvuldiger. Als er een fout is gemaakt, die ernstige
gevolgen heeft voor een persoon of instantie, dan rectificeren we. Ook als
we vinden dat de belangen van de lezer geschaad zijn, rectificeren we.
Verder hebben we een rubriek met `simpele´ rectificaties.´´ In iedere beroepsgroep worden fouten gemaakt.
Nieuws brengen blijft mensenwerk. En ook in de journalistieke wereld geldt
de wet van Murphy: ``If anything can go wrong, it will´´. Als een speciale
fact checking department voor een medium niet haalbaar is, zit er maar een
ding op: alert blijven. Oorzaken voor missers Een journalist/redactie kan zich wapenen tegen
missers door: Bronnen:
|