[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossier Kwaliteit
Terug naar inhoudsopgave Kwaliteitsdossier

Ethisch handelen lastig te toetsen:
Onderzoek Bart Brouwers
('Alles voor het nieuws')

Dé ethiek van de Nederlandse journalist bestaat niet. De reacties van individuele journalisten op ethische vraagstukken zijn namelijk zeer divers. Voor zover er al regels en wetten voor journalistiek gedrag op te stellen zijn, zullen de verschillende media dat ieder voor zich moeten bepalen. Hoe dan ook dragen ethische principes wél bij aan de kwaliteit van nieuwsmedia. Iedere journalist vindt toch dat je niet liegt, beledigt en plagieert? Of niet? Bart Brouwers concludeert in zijn boek 'Alles voor het nieuws' dat de ethiek van de journalist zeer flexibel is.

Christien van Verseveld

'Journalisten liegen, stelen en kopen informatie. Geen buitenstaander kan bepalen wat waar is en wat niet', schrijft Brouwers in de inleiding. Om een kijkje in de journalistieke keuken te kunnen nemen, heeft hij in 1994 met negenentwintig journalisten gesproken over de keuzes die zij elke dag maken en daarmee hun ethisch handelen bepalen. Daarnaast heeft Brouwers een schriftelijke enquête afgenomen onder tweehonderd journalisten over ethische onderwerpen.
Uit de resultaten blijkt dat de meerderheid van de journalisten niet afkerig is van ongebruikelijke methoden om aan nieuws te komen. Want wil je als journalist actueel zijn en ben op zoek naar primeurs, dan kan ethisch handelen contraproductief werken. Ruim een kwart vindt nieuwsgaring via diefstal acceptabel en bijna de helft is bereid te betalen voor de informatie. Ook afluisteren, je voordoen als iemand anders, verzwijgen dat je journalist bent en gebruik van anonieme informanten worden niet direct afgewezen. De journalisten verdedigen het gedrag met de opvatting dat zij als waakhond van de samenleving bepaalde wetten mogen overtreden.
Journalisten worden regelmatig verleid om geld, cadeaus of dubieuze reizen aan te nemen, met name journalisten in de reiswereld en autobranche. Het accepteren van aangeboden cadeaus kan de onpartijdigheid van de journalist beïnvloeden. Meestal verwacht de gulle gever een tegenprestatie in de vorm van positieve publiciteit. Toch zijn veel respondenten niet echt streng in hun oordeel over het aannemen van presentjes. Slechts dertig procent wijst een uitnodiging voor een gratis persreis, waarvan het journalistieke nut vooraf niet duidelijk is, af. En als het journalistieke belang van de reis bewezen is en er gaat een journalist mee, dan laat vijftig procent de kosten betalen door de aanbieder.
Volgens Brouwers komt plagiaat vaker voor in de Nederlandse media dan menig kijker of lezer kan vermoeden, en dat komt de kwaliteit van nieuwsmedia niet ten goede. Immers, feiten worden niet - nogmaals - gecheckt en zijn daardoor vatbaarder voor onnauwkeurigheden. De journalisten uit het onderzoek schatten dat dertig procent van de beroepsgroep zich bezondigt aan plagiaat. Het komt vaak voort uit gemakzucht, tijdsdruk en onzorgvuldigheid.
Een anonieme bron is heilig voor journalisten. Een zeer grote meerderheid (96 %) vindt dat ze de plicht heeft om de bron, aan wie anonimiteit was beloofd, geheim te houden. Dit resultaat duidt erop dat journalisten vinden dat ze een beroepsgroep vormen die een bijzonder positie in de maatschappij inneemt, vergelijkbaar met artsen en geestelijken. Brouwers ontdekt: 'Journalisten zijn zich bewust van de afstand tussen de krant en de lezer, en dat willen ze ook zo houden. Zo kan een maatschappij in een maatschappij ontstaan met eigen opvattingen en normen.'
De vraag is of het ethisch gedrag van journalisten in de praktijk kan worden getoetst. Het antwoord is: moeilijk. Een gedragscode kan uitkomst bieden. Uit het onderzoek blijkt dat 62 procent een gedragscode per medium nuttig vindt, alhoewel slechts enkele dagbladen daadwerkelijk overwegen zo'n code op papier te zetten. Tegen landelijke, algemene regels bestaan bij de journalisten grote bezwaren. Het zou de persvrijheid in de weg staan en de redacties zouden zelf minder bewust worden van hun verantwoordelijkheid als een instantie de controle overneemt. Bovendien is een algemene code moeilijk te formuleren, omdat ethisch handelen in grote variaties denkbaar is. Een redacteur van NRC Handelsblad is niet te vergelijken met een roddelredacteur van Story.
Het is de taak van de journalistiek om elke dag weer een waarheidsgetrouw verslag van de toestand in de wereld - buurt, stad, land - te bieden. Deze plicht komt soms niet overeen met de ethische beperkingen; juist door diefstal of een leugen komt informatie boven tafel. Journalisten oefenen een semi-publieke functie uit, met daaraan gekoppeld ethische verantwoordelijkheden. Met ethisch gedrag wint de beroepsgroep aan geloofwaardigheid, respect en waardering. Door een code of ethische regels per medium op te stellen, kunnen redactieleden elkaar aanspreken op onethische gedragingen. Of de lezer ook op de hoogte wil, kan of moet zijn van de ethische overwegingen van journalisten, is niet door Brouwers onderzocht. Maar het publiek zal hoe dan ook profijt hebben van een gedragscode, aangezien het de kwaliteit van de journalistiek verhoogd.

 

 
[an error occurred while processing this directive]