De Eurowob
Gemeenschappelijke voorbereidende
besluiten
500PC0030
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad
inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees
Parlement, de Raad en de Commissie
Tekst:
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET
EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD inzake de toegang van het publiek tot
documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie
(ingediend door de Commissie)
TOELICHTING
1. Ontstaansgeschiedenis
Bij het Verdrag van Amsterdam werd een nieuw artikel 255 in het EG-Verdrag
ingevoegd op grond waarvan burgers en ingezetenen van de Unie recht op
toegang tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie
krijgen. Daarin komt onder de algemene beginselen van de Unie ook de
opvatting voor dat de besluiten met de grootst mogelijke eerbiediging van
het beginsel van openheid en zo dicht mogelijk bij de burger moeten worden
genomen.
Overeenkomstig dit nieuwe artikel 255 heeft de Commissie tot taak een
wetgevingsvoorstel betreffende de algemene beginselen voor en de
beperkingen op het recht van toegang tot documenten van de drie
instellingen voor te bereiden. Dit voorstel moet in het kader van de
medebeslissingsprocedure binnen twee jaar na de inwerkingtreding van het
Verdrag van Amsterdam, dus vóór 1 mei 2001, worden goedgekeurd. Ook moet
elke instelling in haar eigen reglement van orde specifieke bepalingen
betreffende de wijze van toegang tot haar documenten opnemen.
De Raad en de Commissie passen reeds meer dan vijf jaar een
gemeenschappelijke gedragscode betreffende de toegang van het publiek tot
hun documenten toe. Het Europees Parlement heeft in juli 1997 een
gelijkaardige regeling vastgesteld. [1]
[1] Gedragscode inzake de toegang van het publiek tot documenten van de
Raad en de Commissie, door de Raad op 20 december 1993 goedgekeurd, PB L
340 van 31.12.1993, blz. 43, en door de Commissie op 8 februari 1994, PB L
46 van 18.2.1994, blz. 58. Het Europees Parlement heeft een besluit over
de toegang van het publiek tot haar documenten op 10 juli 1997
goedgekeurd, PB L 263 van 25.9.1997, blz. 27.
2. Voorbereiding van het voorstel voor een verordening
Bij de opstelling van dit voorstel voor een verordening heeft de Commissie
in het bijzonder rekening gehouden met de volgende elementen :
- de wetgevingen inzake toegang tot documenten van de lidstaten, en met
name de in de Noordse landen, die een lange traditie van openstelling van
hun documenten voor het publiek kennen gevolgde goede praktijken;
- het verslag van de Commissie institutionele aangelegenheden van het
Europees Parlement over de transparantie binnen de Europese Unie, dat door
het Europees Parlement tijdens zijn plenaire vergadering op 12 januari
1999 werd goedgekeurd (rapporteur : Mevrouw Lööw);
- de Overeenkomst EG/VN van Aarhus over de toegang tot informatie, de
deelneming van het publiek en de toegang tot de rechter op milieugebied,
die in juni 1998 werd ondertekend;
- het door de Europese ombudsman in aansluiting op zijn onderzoek op eigen
initiatief inzake de regels voor de toegang van het publiek tot documenten
die in het bezit zijn van de communautaire instellingen en organen
opgestelde speciale verslag; [2]
[2] PB C 44 van 10.2.1998, blz. 9-13.
- het Groenboek over overheidsinformatie in de informatiemaatschappij; [3]
[3] COM(1998)585.
- de positieve ervaring die de laatste vijf jaar met de toepassing van de
op vrijwillige basis door de Raad, de Commissie en het Europees Parlement
ingevoerde regeling is opgedaan, zoals die ervaring met name uit de
verslagen van de Raad en de Commissie over de tenuitvoerlegging van hun
gedragscode naar voren komt.
3. Voor wie geldt het recht van toegang (artikel 1)
Overeenkomstig het bepaalde in artikel 255 van het EG-Verdrag heeft iedere
burger van de Unie of iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon met
verblijfplaats of met een statutaire zetel in een lidstaat dit recht op
toegang tot documenten. Zoals dit binnen de huidige regeling reeds het
geval is, zal de verzoeker geen belang moeten aantonen.
4. Werkingssfeer van de verordening (artikelen 2 en 3)
Instellingen welke onder de verordening vallen
Overeenkomstig artikel 255 van het EG-Verdrag zal de verordening enkel van
toepassing zijn op de documenten van het Europees Parlement, de Raad en de
Commissie. Deze verschillende instellingen en de componenten ervan zijn
omschreven in artikel 3.
Aangelegenheden welke onder de verordening vallen
Artikel 28, lid 1, en artikel 41, lid 1, van het Verdrag betreffende de
Europese Unie bepalen uitdrukkelijk dat het recht op toegang ook van
toepassing is op documenten op het gebied van het gemeenschappelijk
buitenlands en veiligheidsbeleid en de politiële en justitiële
samenwerking in strafzaken.
Voorts vloeit uit de rechtspraak van het Hof van Justitie voort dat deze
verordening ook van toepassing is op documenten betreffende de
werkzaamheden die onder het EGKS-Verdrag en het Euratom-Verdrag vallen.
[4]
[4] Arrest van 15.12.1987 in zaak 328/85, Deutsche Babcock, Jurispr. 1987,
blz. 5119.
Door de verordening bestreken documenten
De wetgeving zal alle documenten bestrijken welke bij de drie instellingen
berusten, dit wil zeggen die door hen opgesteld zijn of die van derden
afkomstig zijn en zich in hun bezit bevinden. Deze uitbreiding vormt een
grote stap voorwaarts ten opzichte van de huidige regeling, waardoor
slechts de door de instellingen opgeleverde documenten worden bestreken.
Zij wordt door zowel het Europees Parlement als de ombudsman sterk
aangemoedigd, en zou het bovendien mogelijk maken zich op de in de meeste
lidstaten geldende wetgeving af te stemmen. Bovendien pleit de formulering
van verklaring nr. 35 voor deze ruimere uitlegging van artikel 255. Het
spreekt evenwel vanzelf dat de toegang tot een document dat van een derde
afkomstig is, niet zal worden verleend indien dit document onder een van
de in artikel 4 bedoelde uitzonderingen valt. Bovendien zal de instelling
in geval van twijfel de derde-auteur van het document vooraf raadplegen,
waarbij zij zich, indien zij geen antwoord ontvangt, het recht voorbehoudt
om over de toegang tot het betrokken document de eindbeslissing te nemen.
Om een doeltreffende informatie van de Europese burgers over deze
uitbreiding mogelijk te maken, zal de toegang worden beperkt tot
documenten van derden die eerst na het van toepassing worden van deze
verordening aan de instelling werden gericht.
Definitie van het begrip "document"
Het begrip "document" wordt gedefinieerd als elke inhoud ongeacht de
drager ervan. Hierbij zal het enkel gaan om administratieve documenten,
dit wil zeggen alle documenten betreffende een aangelegenheid die onder de
verantwoordelijkheid van de instelling valt, met uitzondering van die voor
intern gebruik en die waarin individuele overdenkingen zijn vervat of die
gedachtenwisselingen weergeven of oordelen die in het raam van intern
overleg en interne beraadslagingen vrij en ongedwongen werden gegeven,
alsook informele boodschappen die met name via elektronische post werden
verstuurd en die gelijk zijn te stellen met telefoongesprekken. Zoals het
Comité van onafhankelijke deskundigen in zijn tweede verslag beklemtoont
[5], heeft de Commissie immers evenals alle politieke instellingen
behoefte aan "ruimte om na te denken" over haar beleidsbepaling voordat
deze publiek domein wordt, daar immers beleid dat tot stand komt in het
licht van de schijnwerpers van de publiciteit vaak pover uitvalt.
[5] Tweede verslag van het Comité van onafhankelijke deskundigen,
hoofdstuk 7, punt 7.6.6.
Verenigbaarheid tussen het algemene beginsel van toegang tot documenten en
de bestaande specifieke regels
In het kader van bepaalde procedures gelden specifieke regels betreffende
de toegang tot documenten en dossiers. Daarom is het van belang
uitdrukkelijk te bepalen dat de toekomstige regelgeving die het algemene
recht op toegang tot documenten betreft, niet van toepassing zal zijn
wanneer er met name ten behoeve van bepaalde personen met een specifiek
belang, specifieke regels bestaan of die het vertrouwelijk karakter van
bepaalde documenten beheersen. Het zou in elk geval wenselijk zijn
binnenkort in het licht van de algemene beginselen inzake transparantie
tot een herziening van deze regels over te gaan.
5. Uitzonderingen op het recht van toegang (artikel 4)
De ontwerp-wetgeving omvat een aantal uitzonderingen op het recht van
toegang tot documenten. Zoals in de huidige regeling reeds is voorzien,
zijn al deze uitzonderingen gebaseerd op een "harm test". Dit betekent dat
toegang tot de gevraagde documenten wordt verleend, tenzij openbaarmaking
ervan tot een aanzienlijke aantasting leidt van bepaalde specifieke
belangen welke in dit artikel uitdrukkelijk worden vermeld, en door middel
van concrete voorbeelden worden verduidelijkt. Vastgesteld kan worden dat
ten opzichte van de uitzonderingenregeling in het kader van de huidige
gedragscode van de Raad en de Commissie, de andere uitzonderingen beter
werden geformuleerd.
6. behandeling van oorspronkelijke en confirmatieve verzoeken,
beroepsmogelijkheden, wijzen van uitoefening van het recht van toegang en
regels voor reproductie voor commerciële doeleinden of andere economische
benutting (artikelen 5 tot en met 8)
Voorgesteld wordt met enkele aanpassingen bepalingen in te voeren die
analoog zijn aan die welke in het kader van de huidige regeling worden
toegepast, daar deze laatste immers goed functioneert.
Aldus werd de mogelijkheid ingevoerd om de termijn van antwoord met een
extra maand te verlengen, waarbij de verzoeker ervan vooraf op de hoogte
wordt gebracht en waarbij een en ander naar behoren met redenen wordt
omkleed. Voorts werd, overeenkomstig het arrest van 19 juli 1999 van het
Gerecht van eerste aanleg in zaak T-14/98 (Hautala tegen Raad), de
verplichting ingevoerd om toegang te verlenen tot bepaalde gedeelten van
een document waarvan sommige andere gedeelten "gemaskerd", en daarmee
ontoegankelijk werden omdat zij onder een van de uitzonderingen op het
recht van toegang vallen.
Bovendien werd het beginsel van de stilzwijgende toestemming in het
stadium van het confirmatief verzoek ingevoerd, hetgeen een versterking
van de rechten van de burger betekent.
7. Slotbepalingen (artikelen 9 tot en met 11)
Er is in enkele slotbepalingen voorzien om met name:
de door de verordening bestreken instellingen ertoe te brengen de nodige
maatregelen te nemen om de burgers in te lichten over hun rechten, met
name door openbare documentenregisters open te stellen;
· eraan te herinneren dat de instellingen in hun eigen reglement van orde
specifieke bepalingen moeten opnemen ten einde de in deze verordening
vervatte algemene beginselen en beperkingen toe te passen.
Bovendien is het hoogst wenselijk dat de drie instellingen zich ertoe
verbinden een aantal aanvullende maatregelen te treffen om voor een
samenhangende benadering zorg te dragen bij de toepassing van deze nieuwe
regels met betrekking tot het recht van toegang van het publiek tot hun
documenten. Tot deze maatregelen behoort met name de organisatie van
opleidings- en voorlichtingsacties voor hun personeel, alsook een
herziening van de bestaande regelingen op het gebied van registratie,
opslag en archivering en indeling naar vertrouwelijkheidsgraad van
documenten.
2000/0032 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees
Parlement, de Raad en de Commissie
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met
name op artikel 255, lid 2,
Gezien het voorstel van de Commissie, [6]
[6] PB C
Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag, [7]
[7] PB C
Overwegende hetgeen volgt:
(1) In artikel 1, tweede alinea, van het Verdrag betreffende de Europese
Unie, zoals dat Verdrag voortvloeit uit het Verdrag van Amsterdam, vindt
het begrip "openheid" zijn verankering in de volgende bewoordingen : "Dit
Verdrag markeert een nieuwe etappe in het proces van totstandbrenging van
een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa, waarin de
besluiten in zo groot mogelijke openheid en zo dicht mogelijk bij de
burger worden genomen".
(2) Deze openheid maakt het mogelijk voor een betere deelneming van de
burgers aan het besluitvormingsproces te zorgen en een grotere
legitimiteit, doelmatigheid en verantwoordelijkheid van de administratie
ten opzichte van de burgers binnen een democratisch systeem te waarborgen.
(3) In de conclusies van de te Birmingham, te Edinburgh en te Kopenhagen
gehouden bijeenkomsten van de Europese Raad is op de noodzaak gewezen voor
een grotere transparantie in het werk van de instellingen van de Unie te
zorgen. In aansluiting op deze conclusies zijn de instellingen met een
reeks initiatieven gestart om de doorzichtigheid van het
besluitvormingsproces te verbeteren, door, enerzijds, gerichtere acties op
het gebied van voorlichting en communicatie en, anderzijds, de
vaststelling van regels betreffende de toegang van het publiek tot
documenten.
(4) Deze verordening beoogt de toegang tot documenten te optimaliseren met
de grootst mogelijke inachtneming van het openheidsbeginsel. Zij moet het
recht op toegang tot de documenten ten uitvoer leggen en de voorwaarden en
beperkingen van dat recht overeenkomstig het bepaalde in artikel 255, lid
2, van het EG-Verdrag vaststellen.
(5) Aangezien het vraagstuk van de toegang tot documenten niet in het
EGKS-, noch in het Euratomverdrag is geregeld, moet deze verordening van
toepassing zijn op documenten die betrekking hebben op activiteiten welke
onder deze beide verdragen vallen. Dit is bevestigd in verklaring nr. 41
bij de Slotakte van het Verdrag van Amsterdam.
(6) Ingevolge artikel 28, lid 1, en artikel 41, lid 1, van het Verdrag
betreffende de Europese Unie geldt het recht op toegang eveneens ten
aanzien van documenten die onder het gemeenschappelijk buitenlands en
veiligheidsbeleid en onder de politiële en justitiële samenwerking in
strafzaken vallen.
(7) Teneinde de openbaarheid van de werkzaamheden van de instellingen te
verbeteren en zich op de in de meeste lidstaten geldende nationale
wetgeving af te stemmen, dient de werkingssfeer van het recht op toegang
alle bij het Europees Parlement, de Raad en de Commissie berustende
documenten te omvatten.
(8) De in deze verordening vervatte beginselen mogen geen afbreuk doen aan
specifieke, voor de toegang tot documenten geldende regels, met name die
welke rechtstreeks betrekking hebben op personen die daarbij een specifiek
belang hebben.
(9) Het is onontbeerlijk dat de bescherming van het openbaar belang en van
bepaalde individuele belangen door een uitzonderingenregeling wordt
gewaarborgd. Voor elk van deze belangen dienen voorbeelden te worden
gegeven opdat deze regeling zo transparant mogelijk wordt. Tevens dienen
de instellingen in staat te worden gesteld hun documenten voor intern
gebruik te beschermen wanneer deze individuele overdenkingen behelzen of
wanneer daarin gedachtenwisselingen zijn vervat of oordelen welke vrij en
ongedwongen in het raam van interne raadplegingen en beraadslagingen zijn
gegeven.
(10) Om ervoor te zorgen dat het recht op toegang ten volle wordt
geëerbiedigd, dient de huidige administratieve procedure in twee fasen
behouden te blijven met een mogelijkheid om beroep bij de rechter in te
stellen of een klacht bij de ombudsman in te dienen, en dient in het
stadium van het confirmatief verzoek het beginsel van stilzwijgende
toestemming te worden ingevoerd.
(11) Iedere instelling dient de nodige maatregelen te nemen om het publiek
van de nieuwe geldende bepalingen in kennis te stellen; om het voorts de
burgers gemakkelijker te maken de uit deze verordening voortvloeiende
rechten uit te oefenen, dient met name iedere instelling een
documentenregister open te stellen.
(12) Deze verordening heeft noch tot doel noch tot gevolg de ter zake van
toegang tot documenten geldende nationale wetgevingen te wijzigen. Het
spreekt vanzelf evenwel dat de lidstaten krachtens het voor de
betrekkingen tussen de Gemeenschapsinstellingen en de lidstaten bestaande
loyaliteitsbeginsel erop zullen toezien aan de goede toepassing van deze
verordening geen afbreuk te doen.
(13) Ingevolge artikel 255, lid 3, van het EG-Verdrag neemt elke
instelling in haar eigen reglement van orde specifieke bepalingen
betreffende de toegang tot haar documenten op. Dit aspect van de
tenuitvoerlegging van deze verordening is een noodzakelijke voorwaarde
voor de toepassing ervan. Deze verordening en deze toepassingsbepalingen
komen in de plaats van Besluit 93/731/EG van de Raad van 20 december 1993
betreffende toegang van het publiek tot documenten van de Raad [8], van
Besluit 94/90/EGKS, EG, Euratom van de Commissie van 8 februari 1994
inzake de toegang tot documenten van de Commissie [9], en van Besluit
97/632/EG, EGKS, Euratom van het Europees Parlement van 10 juli 1997
inzake de toegang van het publiek tot de documenten het Europees Parlement
[10],
[8] PB L 340 van 31.12.1993, blz. 43. Besluit gewijzigd bij Besluit
96/705/EG, EGKS, Euratom, (PB L 325 van 14.2.1996, blz. 19).
[9] PB L 46 van 18.2.1994, blz. 58. Besluit gewijzigd bij Besluit
96/567/EG, EGKS, Euratom (PB L 247 van 28.9.1996, blz. 45).
[10] PB L 263 van 25.9.1997, blz. 27.
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1 Algemeen beginsel en begunstigden
Iedere burger van de Unie en iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon
met verblijfplaats of statutaire zetel in een lidstaat heeft het ruimst
mogelijke recht op toegang tot de documenten van de instellingen in de zin
van deze verordening, zonder een belang te moeten aantonen, behoudens de
in artikel 4 genoemde uitzonderingen.
Artikel 2 Werkingssfeer
1. Deze verordening is van toepassing op alle bij de instellingen
berustende documenten, dit wil zeggen documenten die door de instellingen
zijn opgesteld of die afkomstig zijn van derden en zich in het bezit van
de instellingen bevinden.
Het recht op toegang tot documenten van derden is beperkt tot die
documenten die na het van toepassing worden van deze verordening aan de
instelling zijn gericht.
2. Deze verordening is niet van toepassing op reeds gepubliceerde
documenten, noch op documenten die op andere wijze voor het publiek
toegankelijk zijn.
Zij is niet van toepassing voor zover er specifieke bepalingen inzake
toegang tot documenten bestaan.
Artikel 3 Definities
Voor de doeleinden van deze verordening wordt verstaan onder:
a) "document": iedere inhoud ongeacht de drager ervan (schriftelijk op
papier of vastgelegd in elektronische vorm, dan wel als geluids-, beeld-
of audiovisuele opname); onder deze verordening vallen enkel de
administratieve documenten, dit wil zeggen documenten betreffende een
materie die verband houdt met de beleidsmaatregelen, acties en besluiten
welke tot de bevoegdheid van de instelling behoren, met uitzondering van
teksten voor intern gebruik, zoals overdenkings- en discussiestukken en
adviezen van diensten, alsmede informele boodschappen;
b) "instelling": het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;
c) "Europees Parlement": de organen ervan (met name het Bureau van het
Parlement en de Conferentie van voorzitters), de parlementaire commissies
en de fracties en diensten;
d) "Raad": de verschillende samenstellingen en de organen ervan (met name
het Comité van Permanente Vertegenwoordigers en de werkgroepen), de bij
het Verdrag of door de wetgever, om de Raad bij te staan, ingestelde
diensten en comités;
e) "Commissie": het college, zijn leden en hun kabinetten, de
directoraten-generaal en diensten, de vertegenwoordigingen en delegaties
alsmede de door de Commissie ingestelde comités alsmede de comités die
zijn ingesteld om haar bij te staan, met name bij de uitoefening van haar
uitvoeringsbevoegdheden;
f) "derde": iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon of entiteit die
niet tot de instelling behoort, met inbegrip van de lidstaten, de andere
communautaire of niet-communautaire instellingen en organen, alsmede de
derde landen.
De lijst van de in de eerste alinea, punten d) en e), bedoelde comités
wordt opgesteld in het kader van de tenuitvoerlegging van deze verordening
zoals bepaald in artikel 10.
Artikel 4 Uitzonderingenregeling
De instellingen weigeren toegang tot documenten waarvan openbaarmaking in
belangrijke mate afbreuk zou kunnen doen aan de bescherming :
a) van het openbaar belang, met name wat betreft :
_ openbare veiligheid,
_ defensie en internationale betrekkingen,
_ betrekkingen tussen en/of met de lidstaten of de communautaire en
niet-communautaire instellingen en organen,
_ financiële of economische belangen,
_ monetaire stabiliteit,
_ stabiliteit van de communautaire rechtsorde,
_ gerechtelijke procedures,
_ inspectie-, enquête- en auditactiviteiten,
_ het verloop van inbreukprocedures, met inbegrip van de voorbereidende
fasen,
_ het doeltreffend functioneren van de instellingen;
b) van de persoonlijke levenssfeer en het individu, met name wat betreft :
_ personeelsdossiers,
_ inlichtingen, adviezen en beoordelingen die in verband met
indienstnemingen of benoemingen als vertrouwelijk zijn gegeven,
_ gegevens over een persoon die een persoonlijk karakter hebben of een
document waarvan openbaarmaking een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer
zou kunnen betekenen of daartoe zou kunnen bijdragen, zoals gegevens die
onder het medisch beroepsgeheim vallen;
c) van de geheimhouding op handels- en industrieel gebied en van het
economisch belang van een welbepaald natuurlijk persoon of rechtspersoon,
met name wat betreft:
_ zaken- en commerciële geheimen,
_ intellectuele en industriële eigendom,
_ industriële en financiële informatie alsmede informatie op bank- en
handelsgebied, met inbegrip van gegevens betreffende zakenrelaties of
contracten,
_ gegevens betreffende de kosten en offertes in het raam van
aanbestedingen;
d) van de vertrouwelijkheid waarom de derde die het document of de
informatie heeft verstrekt, heeft verzocht of van de door de wetgeving van
de lidstaat vereiste vertrouwelijkheid.
Artikel 5 Behandeling van de oorspronkelijke verzoeken
1. Ieder verzoek om toegang tot een document moet schriftelijk geschieden
en voldoende nauwkeurig luiden om de instelling in staat te stellen het
document te identificeren. De instelling kan de aanvrager verzoeken zijn
aanvraag nader te preciseren.
Ingeval van zich herhalende verzoeken en/of verzoeken die omvangrijke
documenten betreffen, zoekt de instelling met de aanvrager naar een
minnelijke oplossing voor een billijke regeling ervoor.
2. De instelling stelt de aanvrager door middel van een naar behoren met
redenen omkleed schriftelijk antwoord binnen een maand nadat diens verzoek
is geregistreerd, in kennis van het daaraan gegeven gevolg.
3. Ingeval de instelling de aanvrager een afwijzend antwoord heeft
gegeven, stelt zij deze ervan in kennis dat hij binnen een maand na
ontvangst van het antwoord over de mogelijkheid beschikt bij de instelling
een confirmatief verzoek in te dienen, welk verzoek ertoe strekt de
instelling haar standpunt te doen herzien, waarzonder de aanvrager wordt
geacht van het oorspronkelijke verzoek te hebben afgezien.
4. Bij wijze van uitzondering kan de in lid 2 genoemde termijn met één
maand worden verlengd, mits de aanvrager daarvan tevoren in kennis wordt
gesteld met uitvoerige vermelding van de redenen daarvoor.
Uitblijven van een antwoord binnen de voorgeschreven termijn geldt als een
afwijzend antwoord.
Artikel 6 Behandeling van de confirmatieve verzoeken en
beroepsmogelijkheden
1. Indien de aanvrager een confirmatief verzoek indient, beschikt de
instelling te rekenen vanaf de registratie van dit verzoek over een
termijn van één maand om de aanvrager schriftelijk te antwoorden. Indien
de instelling besluit de weigering om het aangevraagde document vrij te
geven, te handhaven, moet de instelling deze weigering naar behoren met
redenen omkleden en de aanvrager in kennis stellen van de
beroepsmogelijkheden die hem openstaan, namelijk beroep bij de rechter en
indiening van een klacht bij de ombudsman, onder de voorwaarden die in,
respectievelijk, de artikelen 230 en 195 van het EG-Verdrag zijn vervat.
2. Bij uitzondering kan de in lid 1 genoemde termijn met één maand worden
verlengd, mits de aanvrager daarvan tevoren in kennis wordt gesteld met
uitvoerige vermelding van de redenen daarvoor.
Uitblijven van een antwoord binnen de vereiste termijn geldt als een
gunstig luidend besluit.
Artikel 7 Wijze van uitoefening van het recht op toegang
1. Toegang tot de documenten wordt gegeven door hetzij inzage ter plaatse,
hetzij afgifte van een kopie.
De kosten ervan kunnen ten laste van de aanvrager worden gebracht.
2. De documenten worden, rekening houdend met de door de aanvrager te
kennen gegeven voorkeur in een bestaande taalversie geleverd.
Van het aangevraagde document wordt een bewerkte versie ter beschikking
gesteld indien een gedeelte van dit document onder een van de in artikel 4
bedoelde uitzonderingen valt.
Artikel 8 Reproductie voor commerciële doeleinden of voor ander economisch
gebruik
Een aanvrager die een document heeft verkregen, mag dit zonder
voorafgaande toestemming van de rechthebbende niet voor commerciële
doeleinden reproduceren, noch op enige andere wijze economisch benutten.
Artikel 9 Voorlichting en registers
Elke instelling neemt de nodige maatregelen om het publiek over de uit
deze verordening voortvloeiende rechten voor te lichten. Teneinde voorts
de uitoefening van deze rechten te vergemakkelijken, biedt elke instelling
toegang tot een documentenregeister.
Artikel 10 Tenuitvoerlegging
Elke instelling neemt in haar reglement van orde de voor de
tenuitvoerlegging van deze verordening benodigde bepalingen op. Deze
bepalingen worden van kracht op ... [drie maanden na vaststelling van deze
verordening].
Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van
haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van ..... [drie maanden na de
vaststelling van deze verordening].
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks
toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, op
Voor het Europees Parlement Voor de Raad
De Voorzitster De Voorzitter