]r=2Ie2$u'-{l'\ B3ew>F^l )ɶdN34si =~y׿?g,hu:?tߞ/,lwoӼykły/O:etyslBlȖF(֐P$3;Ƕ]$]X^eS>K-[TYJ_[ %y]_擱׌GQ>ò@͈m׊}yD,‹Eh P[.KnWK\%Os1n{l8za,nnX$`=IU@E$xdTLZ RZ BKJ\:@.pA k>{,f%3hX`jH$`#T^DKs1gJ:R`5+5Y@WRuxر\ٳsv^$Jiv}|X99m^6WgN@>EiŎ]*DrddEvz|eؐ6Lcf66AXv)aGAhWxq7``17#Xznc;L!'Ma"Z1 m.?sT.ќ@/.fF؍J%M NU xpffD.&{ZMXO^8JKaN@5(7߀Y?>j`96#` "!z“ JSb_R$r,ڡyR-!pQFDy 5b 2D  E7VVZqV6kzkHsҒ5R3bXʢT}Fy*`V xoSE&[ Yyrb^j*y`hfQ>Z8h^dT_N-%pvx46|Gs+ \SGd1Q:^h^8eڨ'y +K *2*TR6U܈.qT%u_ 0yK |ҒG1x;Ѽl(_ oڊf_FB<\+d6ZN9ueaվZI? fF_HO =j%NY':_'..LAzoXX)ceD-gn5=L6-ɝ(X(N*()w48?wdU4X I?O*/^s_fF7@êݭL1IeQdOx7fgEbh}b{gxl-\`ΒRNUQy&<‹[N߅(4׊NZh]B~dkdq+?5{5" ثEبV>6;hZfJ3۵:砜3+%wẖ4QETr`^BN2 >%S%` 6-B!ͅ!4/@r!-]+AL ޒB!UGY<49'ܺ -)%OhxMFeI?8z L-YW`l skM&S_?ET~xw{)DGbdJhPU#&$<馀M3{(闲|id4 IѐBBZSkO9H뉻 hTdƮ!G\fxo~F)M 0T詴g ppe:1Bb(yAK)S.yL/N=!.^0Rbί|x@_{ke?1_?T+f*Ha O!:A(\i ^l~$[a ^\(j%0l? d|6قUunyBFJ^Bt-#>yhO}Mc!҉""`K-kΗ.{`GVB:H?=8 !BI/8):;Vh  ްbg+KW8k i9'ʢcB̂_,{BKP /-W|zmQ򄢢b /x+tI4x;ME$#*&Ⱦ$Ű Oi· ruW :J.gf^,uJL\~=H_OQ/ėh?H9_i &&GAY g2vEOxHIzEA]g~*3 ߕr/h~r7}h PDd*-P'[Lkw$Qj9ni?OTL(H GyCh/11r_I~4c_( yA%=fh- ~p<33AI)`o MrQ,e b^ ^zoDQLEzLx', }Ehu ފ/ܛRxQ~PͫnJi) ~~ m=fNahe ֥؇8\@!&6BWtN4~߸O`O)!pS&)XQJf f?LU8 0sJmV+<"~哺:|iarmknV}Jo 4V4ϲL$RWBxf iTV1 % y6}>‹W/f{ ?Ү~۳w[q.e⒝iͯwvO fgӭ]h{} H bv':"}C$;שram.xl8u L4=Wt!L0ȴP&g rdb]PRk΁ ']ĘTd @w0 {hi8zxDpoK`%]4Ec7Ӹ 1D_B%`C:FOa&ܹeLx--Zt'h9p J&ʀ S<9׽.Q5Ua0dolDM1u0>B:i)=[ q ^!;8`aqh&jt<6"ʙ.d A6kHy)Y6[."iEq(pu: t4_ዻ:XQϞri\Gu\e%Ż^_0kjFxRa(@thDB Ud)1ץ0PCNZ? MR#$jI9( tijx ⮩Z 6,)n  &ҼiK4Bnӌt f Ə0qk͓6ZlnȴPgZm掌jo&q'xܓA=IdVGG>p7>IbM[cf뼰%w'lKa" 9B[K g{:}M)'ί5ZTbZk!IE 3Vۇ_ĭP{1PÑ%?ћTs`Q a6i`e?0wecLڿG vCT .WTH3'i;`Oj)fuhq׹Js޶F_<]ϡ j>FC\NYƒn+]lh0?9߹}*Gs&v6_14??j
]v7=9IIN2GI&q8x}|@6؄ݔ}9y*/$ے?{F?tP(T4|tx4a~{OYt霿9g͋Y_s-y`<_t:~[u #[< [CB& <>>$Y< 2(Ux GpdT!g!W`\dy+Z(ŇlOtεguO.D_XfeR,+E"ce7SLHa^--(0si3 C FLy,:Znltf|68գV,SKVk\Η]c_!D>z ݔwO_ W#܅|;:#BgI§ lgtcev*KkqW2/•k|2(Ҽ_ZO7/hExMtjeji.=bM\/ ' d1rR VJ\$5Vh SKBűRq":!rzegeҬd LMI8}ʋtby.LiX@_s& J;v5{vD)"O+q4鋣_, (=mqp+RHȡUlO٦`\&x"׫p""C٪M~M/Uع)lSō>HRk GoX[3WJ_!')-پܨz0H#a~#ˆ"9p&࡭H[~ie$3̅iN/Z`tS/_5_VEAy`(hNADأVjy,?Zwԅe)2\ :Łuhּ̍&wvԱc&eQ:sE e }?J ax0 {݃0RXOW J H'\Ǹs8"Y"@Dn /31 ^|rk>#E ~z8S*i?H]t> K@Z+{BIDPHA9+d/Efx_uVVdI/CWR\@HAZ h_6(yB+q!JK(&F:Gz]r>IZ[Ӏ5J~$wQPr0!KLWҸs>!Xp4J~B^DhI%?}Kq_?5LfP~p ؛/H,Ŧ@KyBXꂗkESQ^)bD KkCmZ] f'utu궯By`ʂ,|_B[YSX%ZYu)&!%=?{sv 3%L\3)U #}mO!$@ D] y!G}-MW][1zu ~qx`g`@QѤgCGk {9a!D57߭Gh^C~߄7h@7͞` z Ad~=X!9`# QB(MBLI~U>BB"D s3"VfJ\CNDVx u8pؖ|J9>p`rM=o)_F48e["1j*?j"3O~v0my;(?1>k#ę'ars_A(i5 ք;W)[m6:CP AW㿩92+xޑD^mq-cج-*SC Tc۶}_π9]Cͧ!hy~Q ~;kQxm<;7OHrΦp+C=;j  

ARTIKEL
 
                                           
terug naar dossieroverzicht

De Journalist, nr.10, 2001         

'Persvrijheid is conjunctuurgevoelig'  

Anders dan in Engeland of de Verenigde Staten zijn grote rechtszaken op mediagebied op het ogenblik vrij zeldzaam in Nederland. Dat wil niet zeggen dat er hier voor media-advocaten geen droog brood te verdienen valt. Maar de praktijk heeft zich verlegd. Weinigen richten zich nog uitsluitend op het verdedigen van de persvrijheid. De jongere generatie werkt meer achter de schermen, preventief, en focust op internet en de virtuele (nieuws)markt. Portretten van drie generaties media-advocaten - van idealisten tot nichespelers.

Jacqueline Wesselius

Half april werd de Angelsaksische perswereld opgeschrikt toen Colin Myler, hoofdredacteur van The Mirror on Sunday, op staande voet ontslag kreeg omdat een rechter hem beschuldigd had van contempt of court. Zijn krant had een belanghebbende in een rechtszaak aan het woord gelaten, terwijl de jury nog geen uitspraak had gedaan.
Myler, een journalist met een lange staat van dienst, hangt mogelijk twee jaar celstraf en een forse geldboete boven het hoofd. En dat terwijl het stuk van tevoren op juridische consequenties was bekeken, weliswaar niet door Myler zelf, maar wel door de advocaat van The Mirror on Sunday.
In het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben media-advocaten hun handen vol. Boetes en schadevergoedingen kunnen er gemakkelijk in de miljoenen lopen. Een onderzoeksverslaggever als John Waite van de BBC, zendt niets uit zonder zijn advocaat te raadplegen, soms elke dag. En zijn collega Duncan Campbell van The Guardian, die als een van de auteurs van een spraakmakende internationale reportage over de (vaak illegale) handelspraktijken van grote tabaksproducenten, een van de stersprekers was op het congres van onderzoeksjournalisten in Kopenhagen, had niets kunnen voorbereiden omdat hij plotseling in een rechtszaak verwikkeld zat.
Een situatie die enigszins doet denken aan de goede oude tijd - tot midden jaren negentig - waarin Bart Middelburg en zijn krant, Het Parool, het ene kort geding na het andere aan hun broek kregen in verband met Middelburgs verhalen over maffiabaas Klaas Bruinsma en de zijnen. Meer dan twintig procedures heeft hun advocaat, Willem van Manen, gevoerd en de meeste heeft hij gewonnen.

Toch behoren dit soort processen in Nederland tot de uitzonderingen; schadevergoedingen en sancties zijn evenmin te vergelijken met wat in sommige andere landen gangbaar is. Men stapt hier trouwens niet zo heel gauw (meer) naar de rechter wanneer een uitzending of krantenartikel niet bevalt. Strafrechtelijke zaken doen zich in Nederland al heel zelden voor; slechts een enkele keer is een officier van justitie dom genoeg (Van Manen) om een krant of omroep te vervolgen. Hoe dan ook is het de afgelopen jaren in juridisch opzicht betrekkelijk rustig aan het mediafront, enkele zaken als Vanessa tegen Panorama en vooral de gijzeling van Koen Voskuil uitgezonderd. Maar in beide gevallen is het met een sisser afgelopen. In verband met de Mink K.-zaak (en dus de gijzeling van Voskuil) kreeg het Amsterdamse gerechtshof achteraf ook nog eens een reprimande vanwege procedurefouten en onzorgvuldigheden.
Misschien is het daarom dat Nederland eigenlijk maar een handjevol echt gespecialiseerde media-advocaten telt, van wie Willem van Manen zo'n beetje de nestor is. Behalve van Het Parool is Van Manen de advocaat van De Groene Amsterdammer en de Volkskrant. Hij is - wellicht meer dan wie ook - persadvocaat pur sang; hij werkt uitsluitend voor de media en nooit voor de tegenpartij: Dat heb ik afgeleerd. Elsbeth Polak, advocaat van Panorama in de Vanessa-affaire en oud-collega van Willem van Manen uit de tijd dat ze beiden bij Nauta Dutilh werkten, is minder strikt in de leer. Het gebeurt haar ook wel, maar veel minder vaak, dat zij de tegenpartij vertegenwoordigt en voor haar gevoel bijt dat elkaar niet. Ze heeft zelfs wel eens iets voor de Raad van de Journalistiek aanhangig gemaakt, iets waar Van Manen ernstige bezwaren tegen heeft (zie kader). Polak, die werkt bij het kantoor Stibbe, rekent onder haar clinten een aantal amusementsbladen. Daarnaast houdt ze zich ook bezig met intellectueel eigendomsrecht, onder andere auteursrecht en reclamerecht.
Een nieuwe generatie vertegenwoordigen Wanda van Kerkvoorden en Berthold Rosendahl. Dat weerspiegelt zich in de naam van hun piepjonge kantoor: e-torneys noemen zij zich en ze zijn dus gespecialiseerd in alles wat, juridisch gezien, met internet te maken kan hebben. Hun werk staat (tot nu toe) minder in verband met vrijheid van meningsuiting dan met auteursrecht en intellectueel eigendomsrecht.

Drie generaties, drie visies.

Willem van Manen: Europese jurisprudentie is een groot goed

Willem van Manen heeft twee liefdes: zijn tekenpen en mensenrechten. De eerste leidde tot een vaste cartoon in het Advocatenblad, waarin een advocaat-pingun valse grappen (van Manens woorden) debiteert. De tweede liefde had als gevolg dat Van Manen zich inspande voor de Stichting Advocaten voor Advocaten, waarvan hij nu voorzitter is. En dat hij zich ging verdiepen in persvrijheid. In Nederland staat daarover niets op papier - behalve in de grondwet: Er is geen enkele rechtsregel. Alles is een kwestie van omstandigheden. Persvrijheid - en de begrenzingen daarvan - kan ook niet omschreven worden. Wanneer is een publicatie onrechtmatig? Er bestaat wel zoiets als de Code van Bordeaux. Zon journalistieke code gaat echter gepaard met zoveel mitsen en maren, dat hij eigenlijk onbruikbaar is. Van het grootste belang voor de persvrijheid is de uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, dat journalisten de waakhonden van de democratie zijn. Waakhonden ten opzichte van de macht - alle vormen van macht, want alle macht corrumpeert.
In Nederland is, ten opzichte van de vrijheid van meningsuiting, in de jaren zestig en zeventig baanbrekend werk verricht in de media, zegt Van Manen. Dat kon niet voorkomen dat Tros-directeur Leeman (naar verluidt zeer tegen zijn zin) eens een kort geding aanspande (en won) tegen Gied Jaspers van de VPRO). Jaspers had er in een interview in De Limburger schande van gesproken dat gangsters als Rob Out van Veronica en genoemde Leeman ook maar n minuut zendtijd kregen: Vervolgens maakte Opland op mijn verzoek een tekening van Leeman in zon breedgeschouderde regenjas en met een borsalino op en patronenmagazijnen om. Dus een van mijn argumenten namens Jaspers was dat als je iets mag tekenen, je het ook mag zggen. Maar de toenmalige rechtbankpresident verklaarde de publicatie zonder meer onrechtmatig. Dezelfde rechter vond trouwens dat de Boycot Outspan Actie (voor wie het niet meer weet: daarbij werd het beeld gebruikt van een hand die een sinaasappel uitperst; maar de sinaasappel was het hoofd van zwarte Zuid-Afrikaan - red.) wel een ander plaatje had kunnen nemen ......  In hoger beroep werd met die opvatting korte metten gemaakt.
Duidelijk is, dat de tijden veranderd zijn; het gaat in dit soort zaken altijd om de omstandigheden van het geval en dus om ongeschreven recht. Van Manen: Dat toepassen van het ongeschreven recht heeft aan de ene kant iets heel moois. Het geeft de rechter de mogelijkheid de meest rechtvaardige uitspraak te doen. Aan de andere kant mag het natuurlijk ook weer geen sympathierechtspraak worden. We moeten ons voortdurend bewust zijn van de jurisprudentie uit Straatsburg, dat is een heel groot goed.
Dat de jonge Voskuil gegijzeld kon worden, staat volgens Van Manen haaks op dat Europese recht. Hij verwijst naar het Goodwin-arrest, genoemd naar een Britse journalist die, omdat hij zijn bronnen niet wilde prijsgeven, 5000 boete kreeg wegens contempt of court. Hij ging in beroep bij het Europese Hof voor de mensenrechten en werd daar, in 1996, in het gelijk gesteld. In Nederland, waar tot dusver voor journalisten gold: geen verschoningsrecht, tenzij ... is dat toen veranderd in: wl verschoningsrecht, tenzij ... Bij de Voskuil-affaire ging het om gijzeling zonder enige overweging, tegen de jurisprudentie in en zonder gekwalificeerde belangenoverweging, stelt Van Manen streng, die de hele zaak beschamend noemt voor justitie.
Echt grote perszaken zijn er weinig de laatste tijd: Misschien wordt er tegenwoordig minder beledigd?vraagt Van Manen zich af.Of kan men er wat beter tegen? Zaken zoals die tegen Bart Middelburg - die op Klaas Bruinsmas hitlijst stond en slechts de dans ontsprong omdat Bruinsmas luitenant Etienne Urka besefte dat liquidatie de zaak alleen maar zou verergeren - behoren al weer enkele jaren tot het verleden. Er is wel jurisprudentie mee geschreven: de rechtbank Amsterdam refereerde in zijn uitspraak aan de kennis en vasthoudendheid die de journalist moest opbrengen om de per definitie duistere zaken van de georganiseerde misdaad aan het licht te brengen. Daarom moet een journalist in dit soort zaken extra ruimte worden gegund bij zijn berichtgeving: Dat is een heel mooi vonnis. In hoger beroep is dat in stand gebleven. De rechtbank heeft een heel mooi arrest gewezen, waarin deze overwegingen werden meegenomen. In hoger beroep is dat in stand gelaten. Op deelgebieden is er dus wel jurisprudentie, maar het blijft een kwestie van omstandigheden.
In de loop der jaren heeft de pers meer ruimte gekregen. Toch is Van Manen niet onverdeeld optimistisch over de toekomst: De vrijheid van meningsuiting is conjunctuurgevoelig. Als het erg goed gaat met de conjunctuur, viert de economie hoogtij en gaat het vaak niet zo goed met de mensenrechten. Dat geldt ook voor de persvrijheid. Ik hoop dat het Hof in Straatsburg doorgaat op de ingeslagen weg.
 

Elsbeth Polak: Alles is een kwestie van omstandigheden

Elsbeth Polak is haar loopbaan begonnen als journaliste, bij het dagblad De Limburger. Vervolgens is zij rechten gaan studeren, en het lag dus voor de hand dat ze zich specialiseerde tot media-advocaat. Polak is ook een aantal jaren redacteur van het Advocatenblad geweest.
De laatste tijd vind ik dat rechters journalisten nogal de ruimte geven. Maar de feiten hoeven maar net iets anders te liggen of een casus wordt anders beslist. Feiten zijn ongelooflijk belangrijk. Allerlei aspecten worden meegewogen: hoe de informatie vergaard is, welke afspraken gemaakt zijn, de vorm van het stuk: is het nieuws, een achtergrondverhaal, een column? Het is een afweging van belangen: waar prevaleert de vrijheid van meningsuiting, waar de belangen van het individu? De ene keer rolt de bal zus, de andere keer zo. In Nederland moet je overigens van heel goeden huize komen om een persorgaan tot rectificatie te dwingen.
Panorama moest in de Vanessa-affaire wel een rectificatie plaatsen, maar een heel beperkte. Polak: Waar het bij het kort geding om ging was dat Vanessa wilde dat het blad uit de handel werd genomen. Die eis is niet toegewezen. Twee weken later kwam die uitspraak over die kleine rectificatie. Een echte rectificatie wordt alleen opgelegd als een verhaal niet goed onderbouwd of nodeloos kwetsend is. De vrijheid voor meningsuiting geldt ook voor pittige meningen. De journalistiek wordt hier niet aan banden gelegd - tenzij het gaat om overvalsjournalistiek.
De omroepen lijken al helemaal buiten schot te blijven, constateert Polak: Er wordt wel geprocedeerd tegen omroepen, omdat iemand zich in een programma belachelijk gemaakt voelt, of denkt niet op de juiste wijze over het voetlicht te komen. Het kan zich ook vertalen in schadevergoeding. Maar rectificaties? Op de televisie heb ik ze nooit gezien en bij de radio kan ik het me ook niet heugen. Vorig jaar heb ik het eens geprobeerd en dat is afgewezen.
Verreweg de meeste mediazaken spelen in Amsterdam en de rechters die daar dit soort zaken behandelen weten wat er op hun gebied te koop is: Op de televisie zien ze niet uitsluitend Nova en het Journaal, ze lezen naast NRC Handelsblad nog VN of HP/De Tijd en kijken - desnoods bij de kapper - ook wel eens iets anders in. Elders in het land is dat niet zo vanzelfsprekend.
Polak verdedigde eens een amusementsblad voor een rechtbank beneden de grote rivieren. Het was een zaak van twee bladen tegen elkaar: Ik probeerde de rechter te benaderen door erop te wijzen dat ook VN wel had gepubliceerd over de Gooise matras. Maar ik zag aan zijn gezicht dat hij dacht: ik wil helemaal niet weten wat er in het ene noch het andere blad staat. Kijk, elk blad heeft zijn eigen formule. Een amusementstijdschrift heeft een andere functie dan het Financieele Dagblad. Het is wel handig als een rechter daar enige feeling mee heeft.
 

Wanda van Kerkvoorden en Berthold Rosendahl:
We staan nog dagelijks versteld van de kracht van internet

Snel, flexibel, praktisch. Dat zijn volgens Wanda van Kerkvoorden de sleutelwoorden van het soort werk waarin het kantoor e-torneys zich heeft gespecialiseerd: Alles wat met internet te maken heeft gaat heel snel. Dan moet je als advocaat niet vertragend werken. Het is zaak er in een heel vroeg stadium bij te zijn, om problemen te voorkomen. Dat is een andere manier van aanpak. In een grote maatschap krijg je dat niet voor elkaar.
E-torneys (of, voluit, e-torneys@law) bestaat nog maar kort. In september vorig jaar zijn de e-business advocaten gestart, met twee oude bureaus en een mobiele telefoon. In januari ging het kantoor aan de Amsterdamse Stadhouderskade officieel open - en nog geen drie maanden later (eigenlijk veel te kort na onze start) werden ze al door het tijdschrift Carp uitgeroepen tot Coolest Company
Zelf is Wanda van Kerkvoorden gespecialiseerd in zaken als intellectueel eigendomsrecht en auteursrecht, haar collega Berthold Rosendahl, die er later bij komt zitten, is vooral thuis op het gebied van ondernemingsrecht (mededinging, vennootschapsrecht). Gezamenlijk bewegen de vier e-torneys zich op de raakvlakken tussen al deze gebieden en tussen de Europese en Nederlandse wet- en regelgeving. Als groep dekken ze zowel media als freelance journalisten, hoewel ze ervoor waken geen tegenstrijdige belangen in huis te halen. Het is niet altijd eenvoudig om de bestaande wetgeving aan te passen aan het medium internet. Neem het auteursrecht, of het intellectueel eigendomsrecht: Een hyperlink, is dat een verwijzing of een voetnoot? Is nieuws op internet te beschouwen als een kroket uit de muur, of een fles melk bij de deur? Van wie is het? De dagbladen hebben geprobeerd een site als kranten.com te laten verbieden; maar kranten.com heeft terecht aangevoerd dat die site niet botst met de wetgeving, omdat je rechtstreeks deeplinkt naar de site van de krant, je kunt meteen zien waar een bericht vandaan komt. Dit is niet duidelijk bij de Nederlandse Pers Databank en daarom is dat misgegaan. En waar ligt de grens tussen herpublicatie en archivering?  Op internet kun je dergelijke problemen opvangen door revenue sharing: zodra jouw artikel wordt opgeroepen, krijg je recht op een deel van het bedrag dat daarvoor betaald wordt. Dat wordt gemakkelijker te regelen naarmate de betalingssystemen beter worden, ook voor kleine bedragen.
Een ander bezwaar van de dagbladen was dat door het deep linken naar een artikel vanaf kranten.com de advertenties op de voorpagina omzeild werden: In een andere, vergelijkbare zaak (KPN/XSO) werd geoordeeld dat dit tot een verbod moest leiden, maar in deze zaak achtte de President het niet aannemelijk dat de dagbladen door het deep linken werkelijk schade zouden lijden. De rechter stelde dat ook zij het artikel in kwestie immers van banners en buttons kunnen voorzien. Bovendien genereert die link van kranten.com waarschijnlijk meer bezoek. Je kunt ook specifiek advertentielinks kopen op sites die doorlinken vanaf kranten.com. Een andere mogelijkheid is om af te rekenen op het aantal bezoeken. Het is fascinerend dat dit soort dingen kunnen. We staan nog dagelijks versteld van de kracht van het medium internet. 

 
Kan de Raad voor de Journalistiek gemist worden?

De beste Raad is geen Raad, stelt Willem van Manen. Het argument van kosteloos, laagdrempelig alternatief voor de rechter is strijdig met de werkelijkheid. In de praktijk wordt de Raad dikwijls gebruikt door mensen die wl een dure advocaat kunnen betalen en fungeert dan als voorportaal van de rechter. Vaak genoeg gebeurt het dan ook nog dat de laatste denkt: prachtig, die uitspraak schrijf ik over.
Een goed middel om de zaak op te lossen zou zijn: laat een klager kiezen tussen de Raad en de rechter. Dat houdt in, dat de Raad een bindend advies moet kunnen geven. Het nadeel is misschien dat de grote, sappige zaken aan de Raad voorbij gaan. Maar het is kiezen of delen.
In september vorig jaar schreef Willem van Manen een kritisch stuk in die trant (De Raad voor de Journalistiek is misbaar) in NRC Handelsblad. Kort daarna kwam hij mr Pim Haak, de president van de Hoge Raad, tegen. Daarbij ontspon zich het volgende gesprek: Haak: Leuk stuk. Van Manen: Dank je. Haak: Ik ben het met je eens. Van Manen (verrast): Goh. Mag ik je citeren? Haak (met een lachje): Ja hoor.
Elsbeth Polak is genuanceerder. Zij heeft bij de Raad zelfs eens een klacht ingediend, waarvan ze zag aankomen dat hij het bij de rechter niet zou halen, want wil een rechter een publicatie onrechtmatig verklaren, dan moet er nogal wat aan de hand zijn. Maar ook zij heeft haar bedenkingen: De rechter geeft straf, de Raad een standje. Het gewicht dat aan die Raad toekomt, is net zo zwaar als de beroepsgroep het ervaart. Als de betrokkene denkt: ze kunnen me wat, dan houdt het op. Dat is het bezwaar van alle zelfregulering. Van blaffen schrikt niemand, dat gebeurt pas als er gebeten wordt. Als de zelfregulering dient om stoom af te blazen, dan kan dat wellicht ook door middel van een ingezonden brief, het recht van antwoord zoals dat in andere landen bestaat.


terug naar dossieroverzicht
 

 

]r۸=~ خXw.iʱ͜LRLΞɦRQHB ػ@1Ŷ^$I 4ݼ_<Wl%1{_~>gA[պxsN~˴d fY8i׽QGdvlj 0m cfxmE'1OaBF[l0<#$" 4?rf"B̕A&>f-d{&3Ȇy6mE|2bG2,"cX4)1 2y"B-{e:gZ̔&y$ %2h}lغaК% V7ܤL5UgB<wX6G7nT^'iܚ d*1O[>̯.ʵDe[ r P PjGv sW1lL~b.h!*-Z^LfB'M)/ѷrH8,߿n{קUoܭBgdzp4擹YU 2NŸKPrzJ55h>[rxf3i>,1 vۧ5OC'.Bui|Z*1xdq3cXE sd~{BI*BE{L$\{l'b2IZT:pqT=¦H-ܘc6KEúS&k*<"_(h,U92+nL(-Ãj͞]C,VJĊai;qL];1p58[n_UxC%9tW/ab92PJL 4#9 صY}P\!l퀁\݌`鵸r0hx ܊hŜuF7hub\Ĝp<zawviV7&ynUʖB/}f2xu"Pǫm3#4 &r>\7H`j, xRhQL svAUMg;<-Ȇ1'(UBOb}1 ? Z˱7kΦ I50Jyp-v}e 5b 2MEEⷠVTZqV6+zkHsҒBS"XʢP}By*`V ho$y*; 8S 91Qdu|04ӰZU ..: GS K"ͧ棍J mf/V`?+G>Wx6*D^ Re+ wPa禰u7b(JD`UfIlWhV.*}`rѼCe|4/gx$m^~P4p|4&gjYF|U/zYX/mRixvї:=6"`ZSI`:_'ݣ6.TAzoX)ceD g4yL6.ɝ0X(NcQQ`{>tNX9!i?_I3VyV Zky3^lz+Y3"*̠lhQrN̏t o lYS[(ʩ1*β€>՘exqRcFZP;݆W*׸iǃ|U"lTBe,ZEҳRv8(g |} @67U6}_a}Q[fg ֖ Z&ot#4TnUo'4&C=o&^/306Պ^ "jjJc J?G=IA"#1R%r ,y\QtæUKYP4AC[2h#﬩^'c$]gQ^{"Rcאe&S7BG?#jsG释󄦄OI"DZV򆖧U8gT:%(HOZ=ZgPB y49UGy[3nyPIQMr|&Zs$pp/"0D^0Kc@Te*|J^<0p'U~rr!K|BRx-␠A7/3>=̖^֋L!'T-K(G{͋WȒ^f/.9: x?2&?3 GVɫ|,c'HO8r ΜElV Ou(?( Y.1̬ O<'Vʞqd / j>GQ~P> tN諸gmwe&EX~0%ˆ5uKʽF0K wsrjސE!y˵9oX%%BK Ջ~zFrEAQe^1|fίxVX(-G闖K>(HyBQa>I {M$ܢZ Dw^Fd_bX| hL]O %yr /ںEi" .?}PҞzt'CX+{BAt/4r9DV, ae鳁s)Ps;'Lı .3CG? J9 }DG?>mVVCC2t(-&d|+ e*Idbn2C/qch?}A1ίh !ђ3J~~k͠ 7_&XM(2"t/U/=" )hq&Rňxeֆ>"oVGAOT)(?(}_7#4?X} O'r ZCKxˆDJKQPqh /+' 1b ʳ|;CJf ?JPޖzq Ϧ#T3mJS)Wt.'\oT@ЫE=wK9c׮&%z J$k1|R`=b1Pg)[^ G~tɹ*u)?S4W>^jv!׆f)pz\_XȔC]xHcx"°q>2ē4k O%"wٖN,=L}x~xh%ϥk߿;8{sn 3T\3)U C}knOw 8] ZH uGHi#}tC$GuZ]?&n ۫Ixu] {P [3 &m6Pv5RNա{u~mz5^Wy]~~՛k߯_$\}?! Q1Q)/qG!Q3%]DAhdFpFdߪTi+BbHlBy4dm8e_lKNNNo \Xg abM='9 _F'ipʶDlDJXU|FՌDv3Oo~w0My;(?1>k=#ę<`rɋJcu&>dszq'ɱ;>ӫl;q\_&Ǐɩ/39ε\Xk;&Cg+2ke9MEJp|fj6dpW ClaWZ 2~Ʈa"642!%fa 恁ǮGH^0 /b,@fjw0!A 4Q prs_A(i9 ք;W)[7*CP AW2 :nLT!E}alXM0M0:B:I!=T q Fn5!;8`POxm,E1$VlH+ 4S,)rm\EҊQ>2zyZiLwu!=Ҹ.r5 L5w+YU`VJO_&lш+?74oSb!KG/ap hԴd&0FHԒrQbU }Ss(mX$Lu ;hm0|R J >Jn,ј& U?pM\0k0~WLך[ ]T^߭IdsZ$*m꿿|l{2nLqy F<\{2n&Ùj7 NYLrGIe7Ծ/J&nNG'n8kb7j}o؍ua{`RWcvͰd䖭4l]b|u7U}da qO Ķ_t?\˔McivxHUR y4;ïV[vBfp$1F_slg&՜:m& c)vO]j7v]%k;e(wD>mI%ج &C T#۶}^_z . PnF x0"5?@vNsntlk-`;.xwʐx圉uZW ?6\j