[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossiers
Srebrenica

(Uit: De Journalist, nr. 8, 23-4-1999)
De media-oorlog om Kosovo

Hoe hebben de Nederlandse media het de eerste weken van de oorlog tegen Servië gedaan? In De Journalist (nr.7, d.d. 9.4.99) worden tevreden journalisten geciteerd. Van de Golfoorlog is geleerd, we doen wat we kunnen, de informatie is in ieder geval veelzijdig, dat is zo'n beetje het idee. Maar Abe de Vries signaleert fundamentele fouten.

Abe de Vries

Laat ik beginnen met een onhandigheidje, een bedrijfsongelukje en een extreem probleemgeval.
Herman van Gelderen, Netwerk-verslaggever in Belgrado, zei niet te verwachten dat de NAVO-bombardementen veel burgerslachtoffers zouden eisen. Wees gerust, de piloten weten precies waar ze moeten vliegen en wanneer ze op de knop moeten drukken. Prompt vaagt een verdwaalde 'precisiebom' twee straten in een woonwijk weg. Elf doden en meer dan dertig gewonden in Aleksinac.
Redacteur Coen van Zwol van NRC Handelsblad schreef een necrologie van de Albanese hoogleraar en Rambouillet-onderhandelaar Fehmi Agani. Serviërs zouden Agani hebben geëxecuteerd. 'Voor Belgrado zijn alle Kosovaarse leiders terroristisch ongedierte, dat alleen in leven mag blijven uit tactische overwegingen', strooit Van Zwol met peper. Agani had dood kunnen zijn, maar hij was het niet. NAVO-propagandavalletje.
Harald Doornbos is freelancer voor de GPD-bladen, Netwerk en Radio 1. Van de Servische autoriteiten moest hij al op de tweede dag van 'Allied Force' het land uit. 'Nu zijn we overgeleverd aan de Servische televisie, die niet objectief is in haar berichtgeving', deed hij op de radio zijn beklag. Hoe objectief is Doornbos zelf? Hoe moet je zijn steunbetuiging in Netwerk aan het Albanees-Kosovaarse rebellenleger UCK noemen? 'Journalistiek gewaagd?'
Drie journalisten die uit hun klassieke rol vallen en politieke motieven in hun nieuws toelaten. Misschien doen ze dat vanwege hooggestemde idealen, sympathie voor een strijdende partij of banden met belangrijke politieke krachten binnenslands. Maar de balpen wordt dan snel een kruisraket. 'In zekere zin zijn de bombardementen die de NAVO nu in Joegoslavië uitvoert, een vervulling van de vurige wens van menige oorlogscorrespondent tijdens de oorlog in Bosnië', merkte Raymond van den Boogaard al op.

Nederland is in oorlog en onze media doen mee. Verslaggevers, redacteuren en commentaarschrijvers zijn op uiteenlopende manieren in het gevecht verwikkeld geraakt. Velen tegen wil en dank: omdat ze geen toegang hebben tot het echte slagveld en ze de informatie die tot hen komt niet onmiddellijk op waarde kunnen schatten. Anderen onbewust: omdat ze simpelweg te weinig van de Balkan afweten. En niet weinigen juist opzettelijk: omdat ze vinden dat de tegenstander straf verdient. Wie zich prettig voelt bij een feitelijke, onafhankelijke en zo volledig mogelijke weergave van de actualiteit kan het resultaat niet erg bemoedigend vinden.
Het nieuws over de crisis op de Balkan wordt in veel gevallen gepresenteerd in een zelfopgelegd, bijna gemilitariseerd perspectief, dat tot in detail tegemoet komt aan de wensen van de NAVO. Alle journaals en nieuwsrubrieken openen iedere dag hun uitzendingen met beelden van de vluchtelingen in Albanië en Macedonië. Beelden die - cynisch maar waar - essentieel zijn voor de mediashow die de NAVO dagelijks optuigt om het gooien met bommen te rechtvaardigen. Ook op de achttiende dag van de bombardementen, nu ik dit schrijf, wordt het nieuws dat er weer meer vluchtelingen bij zijn gekomen rechtstreeks gekoppeld aan bekendmakingen dat de NAVO het aantal vluchten opnieuw opvoert, dat de acties volgens de NAVO wederom zeer succesvol zijn en dat de NAVO voor de zoveelste keer eist dat de Joegoslavische president Slobodan Milosevic buigt.
De boodschap van de alliantie - Milosevic is het Grote Kwaad, de NAVO is Superman - zuigt een vacuüm in de berichtgeving. Beladen begrippen als het 'G-woord' (genocide) vormen het hart van het NAVO-mediaoffensief. Het leeuwendeel van de media heeft zich die taal vanaf de eerste dag eigen gemaakt, puur op basis van horen zeggen, zonder eerst de bewijzen af te wachten van misdaden die dat soort predicaten verdienen. Bovendien is het bondgenootschap erin geslaagd ieder oorzakelijk verband tussen de bombardementen op Servië en de vluchtelingenstromen vanuit Kosovo weg te masseren. Presentator Pia Dijkstra van het NOS-Journaal lijkt zeker te weten dat Milosevic persoonlijk iedere vluchteling de grens laat overzetten. Ook het ANP gooide alle remmen los. Op 31 maart wist het persbureau te melden dat de 'terreur tegen twee miljoen Albanezen is uitgelopen op een ware volkerenmoord'. Het bericht moest het zonder betrouwbare bronnen doen.
Anderzijds is nauwelijks zendtijd beschikbaar voor Servische zegslieden, laat staan voor het tonen van de gevolgen van de bombardementen voor de Servische burgerbevolking, of voor interviews met mensen die door de NAVO-acties gewond zijn geraakt. De paar aangekochte flitsen van RTV-Belgrado vallen in het niet bij het NAVO-carnaval dat dag in dag uit door de huiskamers trekt. Nova vraagt elke avond commentaar en uitleg aan Rob de Wijk van het pro-atlantische instituut Clingendael. 'Verboden voor welbespraakte advocaten van de vijand', staat daar op de studiodeur. In Netwerk mag oud-minister van Defensie Joris Voorhoeve, ongeïnterrumpeerd door de interviewer, beweren dat de Serviërs in Kosovo 'tienduizenden Albanezen afslachten'.
Een voorval op de centrale redactie van de Drentse Courant en het Groninger Dagblad in Assen tekent de sfeer waarin dit zondigen tegen de journalistieke mores door de vingers wordt gezien. Collega Rob Siebelink meldt dat daar een gejuich opging bij het nieuws dat een Nederlandse F-16 een Servische MIG had neergeschoten.

The Washington Post gaf op 10 april een interessant signaal af. Openlijk trok de krant een nieuwe serie beschuldigingen van oorlogsmisdaden aan het adres van Belgrado in twijfel. In de eerste alinea van het nieuwsbericht repte de Post van een new rhetorical offensive van de regering-Clinton. Zoveel afstand heb ik de Nederlandse media nog niet zien nemen. Wellicht is het een voorbeeld dat navolging verdient. Media die zonder gedegen onderzoek en harde bewijzen beschuldigingen van oorlogsmisdaden breeduit en ongerelativeerd brengen, lopen kans een instrument te worden van staten en organisaties die bij conflicten zijn betrokken. Erger nog, ze veranderen in een speelbal van partijen die er belang bij hebben oorlogen te veroorzaken.
Ook in Kosovo bestaat dat gevaar. Sinds door het vertrek van de OVSE-waarnemers vaststond dat er bombardementen zouden komen, woedt in de Servische provincie een full scale war tussen een zich onder de burgerbevolking verschuilende rebellenmilitie die onafhankelijkheid wil, en een door speciale politietroepen gesteund staatsleger dat met alle middelen probeert een landsdeel te behouden. Dan wordt er gemoord, geplunderd en verkracht, maar eveneens is zeker dat de NAVO en Albanese nationalisten de gebeurtenissen zo dramatisch mogelijk trachten af te schilderen. Tussen die twee polen moeten media hun weg proberen te vinden. Het feit dat ook in andere delen van Europa en de wereld afscheidingsbewegingen opereren, maakt die opdracht alleen nog maar dringender.
Journalisten die niet verder gaan dan de constatering dat het allemaal verschrikkelijk is wat er in Kosovo gebeurt, verbergen moedwillig de andere dimensies van deze oorlog. Ze zijn op de wereld gezet om kritische vragen te stellen, dus óók vragen die de NAVO onwelgevallig zijn. Waar was dit bondgenootschap, toen beschermeling Kroatië vier jaar geleden binnen enkele dagen 200.000 Serviërs uit de Krajina verdreef (die nog steeds niet mogen terugkeren)? Waarom doet de NAVO alsof alleen de Serviërs schuld hebben aan de tragedie in Kosovo? Heeft het dreigen met ingrijpen de zaken niet juist verergerd en de ramp mede veroorzaakt? Waarom acht de alliantie het eigenlijk nodig de eigen pers te bedriegen met propaganda?
Het humanitair gemotiveerde enthousiasme waarmee de bommencampagne hier is begroet, ontslaat media niet van de plicht ook de vernietigende resultaten ervan zo volledig mogelijk in beeld te brengen. En Milosevic mag een oorlogsmisdadiger zijn, de NAVO is er niettemin in geslaagd met bommen en kruisraketten iedere binnenlandse oppositie tegen zijn leiderschap de kop in te drukken. De Serviërs denken in Kosovo het gelijk aan hun kant te hebben, maar de Nederlanders weten niet eens waarom. Dat laatste is niet vreemd, gezien het feit dat onze actualiteitenprogramma's bij voorkeur buiksprekers van de NAVO en de Albanese Kosovaren uitnodigen. De enkele dissident op televisie is of een woedende Servische nationalist, dus ongeloofwaardig, of een deskundige wiens kritiek onschadelijk wordt gemaakt door de toonzetting van de bejegening.
Beschouwingen over de achtergronden van wat er in Kosovo en op de hele Balkan aan de hand is, wemelen van de populistische simplificaties, heel geschikt om oorlogen een ideologische basis te geven. Ook wat dit betreft mogen nogal wat media de hand in eigen boezem steken. Geheel passend in het 'autistische vijandbeeld' (Leon Wecke) dat wij van de Serviërs koesteren, wordt dan veel plaats ingeruimd voor karakteriseringen van Milosevic. De pathologische 'Slachter van de Balkan' versus het beschaafde Westen, zo gaat dan dan. Een dergelijke personificatie van conflicten omzeilt reeksen lastiger vraagstukken, maar zelfs een kwaliteitskrant als NRC Handelsblad doet er aan mee (Peter Michielsen, 'Baby Face Killer', 3 april).
Op de opiniepagina's (Marcel van Dam in de Volkskrant), op internet (een goudmijn van alternatieve informatie) en in een enkel verstandig blad als De Groene Amsterdammer (Jaap van Ginneken) is nog enigszins een tegenwicht tegen dit jingoïsme te vinden. Al blijft het pijnlijk dat discussies over leven en dood pas worden gevoerd als de eerste bommen al zijn gevallen. En laten we wel wezen: het overgrote deel van de media in dit land heeft voor deze oorlog staan klappen. De fout zit 'm niet eens in al die manke analyses van de moeilijkheden op de Balkan. Analyses maken is nu eenmaal een lastig vak. De fout zit 'm in het applaus.

 

 
[an error occurred while processing this directive]