[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossiers
Srebrenica

(Uit: De Journalist, nr 8, 23-4-1999)
Vijf Kosovo-gangers in gesprek

De datum voor het gesprek over de Kosovo-verslaggeving was al vastgesteld vóórdat de Navo begon met bombardementen. Op vrijdag 16 april, de dag van het gesprek, is duidelijk dat de meeste genodigden niet kunnen komen: ze zijn op reis. Vlak voor het begin bellen er weer een paar af: het werk gaat voor. Ook op deze vrijdagmiddag draaien de buitenlandredacties op volle toeren. Uiteindelijk zijn er vijf deelnemers, inclusief de winnares van World Press Photo. Genoeg voor een indringend gesprek over de persoonlijke gevoelens van de verslaggever.

Dayna Smith is een van de 25 fotografen van de Washington Post. Ze kreeg maandag jl. in Amsterdam de hoofdprijs uitgereikt van World Press Photo voor haar icoon-achtige foto van een rouwende Albanese vrouw in Kosovo (zie het uitvoerige interview in De Journalist d.d. 26.2.1999). Hoewel zelf Amerikaans zegt ze: 'Het is makkelijk om je met de mensen in Kosovo te identificeren. Ze zien er net zo uit als wij, het is onze eigen geschiedenis.'

Jan Banning is freelance fotograaf voor o.a. Trouw en Artsen zonder Grenzen. 'Het was een emotionele beslissing om naar Albanië te gaan. Ik werd niet gestuurd, ik vond zelf dat ik moest gaan. Van Artsen zonder Grenzen kreeg ik paar duizend gulden om te reizen in ruil voor foto's. Van Trouw kreeg ik geen toezegging. Ze krijgen dagelijks honderden foto's van persbureaus. We zien wel als je terug bent, zeiden ze.'

Egbert Hermsen is redacteur en verslaggever van KRO radio: 'Alles bij elkaar ben ik sinds 1992 zeven keer in Albanië geweest. Ik was in december en februari in Kosovo. Nu ben ik net terug uit Albanië en Macedonië. Ik ben cynischer teruggekomen, vooral vanwege het politieke spel dat gespeeld wordt.' 

Arie Kievit is freelance fotograaf voor diverse dagbladen: 'Een jaar geleden was ik al eens in Albanië. Nu was ik anderhalve dag in Macedonië toen ik gevangen werd genomen door de Serviërs en naar Pristina werd gebracht. Zo werd ik, tegen mijn bedoeling, zelf nieuws vanwege m'n gevangenschap.'

Marcel Molle is fotograaf voor de Volkskrant. Sinds 1991 bezocht hij een à twee maal per jaar voormalig Joegoslavië. Nu fotografeerde hij vluchtelingen in Macedonië. 'Vroeger was ik nogal pacifistisch', zegt hij, 'maar nu was er geen alternatief'.

Piet Hagen en Herman Hoeneveld

'Deze oorlog is anders'

Een kleine honderd Nederlandse journalisten, cameramensen en fotojournalisten hebben de afgelopen tijd verslag gedaan over de situatie in en om Kosovo. Door hun inspanning is de oorlog nog dichterbij gekomen dan hij al was.
Hoe verschillend journalisten ook denken over de acties van de Navo, het is 'onze' oorlog. Ook geroutineerde oorlogsverslaggevers blijken daardoor geraakt te worden.
'Je bent er emotioneel meer bij betrokken', zeggen de vijf deelnemers aan het gesprek dat wij organiseerden ter gelegenheid van de uitreiking van de prijs aan World Press Photo-winnares Dayna Smith.
Een ronde-tafelgesprek over de motivatie om te gaan, de betrokkenheid bij het lot van tolken, het meeleven met de vluchtelingen en de partijdigheid van de pers.

Banning: 'Voor mijn verslaggeving maakt het niet zoveel verschil of ik in Oost-Timor ben of in de Balkan. Maar voor de lezers en kijkers wel. Wildvreemde mensen vragen je hoe het was. Ze gaan in discussie. Ze vragen naar de gevaren. Terwijl het helemaal niet zo gevaarlijk is om een vluchtelingenkamp te bezoeken. Kennelijk leeft het voor de mensen. Dat maakt het voor jezelf ook anders. Ik vond dat ik daarheen moest.'
Kievit: 'Je bent fotojournalist en je denkt dat je daar een belangrijke reportage kunt maken. Toch kost het moeite kranten daarvan te overtuigen. Er zijn zoveel fotografen, zeggen ze, wat heb jij daar aan toe te voegen? Dat zeggen ze niet tegen een schrijvende journalist. Dat die gaat, vinden ze normaal. Terwijl Reuters en AP toch ook elke dag perfecte features sturen. Maar voor mij als fotograaf is het belangrijk daar zelf te zijn. Aan de andere kant weet ik ook wel dat mijn aanwezigheid niet veel nut heeft. Ik kan de mensen niet helpen.'
Hermsen: 'Dat moet je niet zeggen, het is wel degelijk belangrijk dat journalisten uit Nederland daarheen gaan. Het is een druppel in de emmer, het helpt een beetje.' Molle: 'Als ik in Nederland fotografeer, vraag ik me wel eens af waar ik mee bezig ben. Ik maak portretten, fotografeer wat er gebeurt. Maar wat is de nieuwswaarde? In de Balkan gebeuren dingen die in ieder geval belangrijk zijn, twee uur vliegen hier vandaan. Daar wordt Europese geschiedenis geschreven.'

Die betrokkenheid bij het eigen werelddeel blijkt verschil te maken. Ook het contact met tolken is meer persoonlijk.

Hermsen: 'In Kosovo werkte je met Albanese tolken en je raakte aan hen gehecht. Je weet dat ze risico's lopen. De Serviërs hadden een lijst van mensen die voor de buitenlandse media werkten.
Ik probeer doorgaans niet persoonlijk in de gebeurtenissen betrokken te raken. Niet dat ik me het lot van de mensen niet aantrek, je kiest altijd partij, dat kan niet anders, je kunt niet neutraal zijn. Maar ik wil wel enige afstand houden.
In Somalië kende ik ook mensen met wie ik bevriend was, maar ik kon m'n eigen gevoelens en mijn werk toch beter scheiden. Nu loopt het te veel door elkaar.
Ik ben geen echte oorlogsjournalist. Ik ben wel in verschillende oorlogssituaties geweest, in Somalië, Soedan, Noord-Irak, Rwanda. Maar ik had nog niet meegemaakt dat ik zo aan mensen gehecht raakte. Ik hoorde het ook van collega's. Dat ze tranen in de ogen kregen, als zij dachten aan de tolken die achterbleven.'
Smith: 'Ik heb vorig jaar in Kosovo veel met een Albanese fotojournalist opgetrokken die voor mij als tolk werkte. Dat was goed voor zijn krant, want ik had de middelen om een auto te huren. We hebben perfect samengewerkt. Later werkte hij ook met andere collega's. Toen het bombarderen in Pristina begon, verlieten zij het land. Maar Alban bleef en we hebben drie weken lang geprobeerd hem te bereiken. Een keer heb ik nog contact gehad, toen was zijn huis in brand gestoken. Hij zat ondergedoken. Meteen werd de verbinding verbroken. Gisteren hoorde ik dat hij de grens was over gekomen, dat hij in veiligheid was.'
Hermsen: 'Ik was terug in Rajac waar de massaslachting was geweest die de aanleiding werd voor de conferentie in Rambouillet. Wat mij vooral trof was dat mijn tolk, een Albanees uit Pristina, daar in tranen uitbarstte. Ik ontmoette hem voor het eerst in december en we werden goede vrienden, ik logeerde bij zijn familie. Hij was een ervaren tolk, hij was overal geweest. Hij bleef steeds kalm, ook als ze bij contoleposten tegen je schreeuwden en geweerlopen op je richtten. Maar toen we in Rajac waren, begon hij te huilen, en ik vroeg hem waarom. Hij had immers al zoveel doden gezien. Maar dit was anders. Hij was er bij toen de massaslachting plaatvond. Hij kende de mensen die gedood waren. Dat zal ik niet gauw vergeten, dat hij in tranen uitbarstte.
Toen ik wegging, na de mislukking van Rambouillet, en ik hem vroeg waarom hij niet meeging naar Holland, zei hij dat hij moest blijven, om het verhaal over de oorlog te vertellen. Hij voelde het als zijn plicht om de wereld te laten weten wat er gebeurde. Ik heb duizend keer geprobeerd hem te bellen. Later hoorde ik van anderen dat hij in Pristina was gebleven. Ik ben bang dat het verkeerd is afgelopen met hem.'

Van de tolken in Kosovo komt het gesprek op de vluchtelingen. Ook tegenover hen blijken de gevoelens meer een rol te spelen dan journalisten gewend zijn.

Molle: 'In Bosnië kwam ik toen de vluchtelingen al enige tijd in de kampen zaten. Nu zag ik mensen tijdens hun vlucht, mensen die nog maar kort geleden hun huis hadden verlaten, vol emoties, midden in hun ellende. Ze zaten daar met vijftigduizend op een terrein zo groot als tien voetbalvelden, omringd door Macedonische politie.
Men vraagt zich hier wel af of je al die verhalen van vluchtelingen kan geloven, maar als je steeds dezelfde verhalen hoort, van zoveel verschillende mensen, dan moeten die verhalen wel betrouwbaar zijn. Mensen uit Pristina vertelden dat gemaskerde mannen aan de deur waren gekomen en vijf, tien minuten hadden gegeven om te vertrekken.
Ik ben in Ethiopië geweest, in 1991, aan de grens met Soedan. Daar waren meer dan een miljoen vluchtelingen, een geweldig aantal, maar er waren weinig fotografen. Waarom? Omdat wij die ellende normaal vinden voor Afrika.
Nu was het alsof ik m'n eigen vader zag die in de oorlog, in 1944, met mijn grootmoeder weg moest uit Arnhem, naar het noorden van het land. Het was zo apocalyptisch, mensen die daar over de spoorlijn kwamen door een stuk niemandsland.'
Banning: 'Soms zie je dat journalisten vluchtelingen proberen te helpen. Ik heb dat zelf ook wel gedaan.'
Hermsen: 'Ik zag iemand uit Pristina die zijn familie kwijt was en niks meer had, alleen een plastic zak. We betaalden een paar nachten een hotelkamer en wat geld voor eten. Maar ik houd dat buiten m'n verhalen.'
Molle: 'Structureel kun je natuurlijk niks doen, maar soms kun je iemand individueel helpen.'
Banning: 'Het heeft te maken met de moraal. Het gaat over menselijke waarden. Zowel in je verhaal als in je eigen gedrag moet daar iets van blijken. Je kunt niet goed berichten over menselijk leed, als je zelf niet met de mensen begaan bent.'
Molle: 'Je bent wel begaan met hun lot, maar je moet het niet mooier voorstellen dan het is. Ik loop daar met 50.000 gulden apparatuur en in het hotel heb ik nog eens zo'n hoeveelheid. Ik denk niet dat de vluchtelingen het verschil zien tussen een fotograaf vol medeleven en iemand die voornamelijk uit ambitie zijn werk doet. Je kunt beter een goede foto hebben van een ambitieuze fotograaf dan een slechte foto van een fotograaf vol mededogen.'
Banning: 'Toch is je houding belangrijk. Denk je die vluchtelingen in als ze na een lange reis de grens bereiken en daar al die camera's zien. Natuurlijk: je bent daar om foto's te maken. Dat is je werk. Maar het maakt verschil of je ze aankijkt en wat tegen ze zegt of dat je onverschillig bent.'
Kievit: 'Als ik zie hoe een hele horde fotografen zich op een huilende vrouw stort, foto's neemt en weer verder gaat zonder iets tegen haar te zeggen. Ik probeer daar buiten te blijven. Ik maak ook m'n foto, maar dan probeer ik iets tegen die vrouw te zeggen. Het is dezelfde foto, maar voor die vrouw moet het anders zijn. Ze kunnen het aan je ogen zien of je iets om hen geeft.'
Smith: 'Er zijn foto's waarbij het niet uitmaakt of de fotograaf meelevend was of niet, maar in andere situaties maakt het uit. Ik was bij die begrafenis waarik de winnende foto maakte met drie andere fotografen. We zagen de weduwe huilen en we namen allemaal foto's. Toen de begrafenis begon, gingen de anderen weg. Ik bleef op de achtergrond staan, ik vond het goed er bij te blijven uit medeleven, ook al heb ik daardoor andere foto's gemist die ik graag gemaakt zou hebben. Maar daar heb ik geen spijt van.
De zorgzame fotograaf besteedt iets meer tijd aan de mensen, heeft meer contact met hen. Al probeer je maar een paar woorden te zeggen in hun eigen taal.'

In hoeverre zijn journalisten in deze oorlog partijdig?

Hermsen: 'Op dit moment kun je Kosovo niet in. Je ziet dus maar één kant. Maar ik ben eerder in Belgrado geweest, dus je kent de andere kant wel. Bovendien probeer ik mijn eigen sympathieën en mijn verslaggeving uit elkaar te houden. Ik heb een pro-Albanees standpunt, maar dat laat ik in mijn werk buiten beschouwing.'
Smith: 'Als we nu in Belgrado waren, zouden we berichten wat daar gebeurde. Maar de journalisten die er zitten, worden gecontroleerd door de Serviërs. Ze laten je alleen zien wat zij willen dat je ziet, je kunt het niet checken.'
Molle: 'Je moet vertellen wat je zelf ziet. Wij zagen het hardhandig optreden van de Macedonische politie tegen vluchtelingen. Daarvan doe je verslag.'
Hermsen: 'De ambassade vroeg mij waarom ik geen Serviërs had ondervraagd voor mijn reportage over Rajac. Maar er waren bijna geen Albanese Kosovaren achtergebleven. Ik kon moeilijk de Servische sluipschutters interviewen.'
Molle: 'Ik hoorde van iemand dat hij de Volkskrant niet meer wilde lezen, omdat wij pro-Albanees zouden zijn. Maar die had een Servische vriend die op hem inpraatte. Die zei dat al die vluchtelingenverhalen ingestudeerd waren. Maar hoe kun je tienduizenden mensen hetzelfde verhaal laten vertellen?'
Kievit: 'De Serviërs vertellen leugens, maar de Navo doet dat natuurlijk ook. Er komt wel enige informatie uit Pristina. Ik vind niet dat die voldoende wordt benut.'
Molle: 'Ik denk dat de Navo niet bewust liegt, maar ze vertellen niet de hele waarheid.'
Smith: 'Als de Navo fouten maakt, wordt dat snel hersteld. Er zijn negentien landen waar de pers er meteen opspringt als er een verkeerd bericht is. Omgekeerd weet je van de Servische informatie niet wat er klopt.
De dag nadat de bombardementen begonnen, hadden wij op de voorpagina van de Washington Post een foto van een verwoeste winkel in Pristina. Maar hoe weet je of dat het gevolg is van Navo-bommen? Het was een foto van een Servische fotograaf. Later vertelde een vluchteling uit Pristina dat de Serven Albanese winkels beschoten.'

Heeft de pers door pro-Albanese berichtgeving de aanval van de Navo gestimuleerd? Is het toeval dat de winnende World Press Photo een rouwende Albanese vrouw toonde? Wat zou het effect zijn geweest als een Servische vrouw weende om haar man?

Smith: 'Ik denk niet dat dat verschil maakt. Het gaat om het leed dat een oorlog veroorzaakt, aan beide kanten.'
Banning: 'Denk aan de winnende foto destijds van James Naghtwey. Door een misverstand is toen een Hutu het symbool geworden voor het lot van de Tutsi's.'
Hermsen: 'De reactie van de wereldgemeenschap op het geweld in Kosovo is vooral een gevolg geweest van het bloedbad in Rajac. Er waren meer bloedbaden, maar hierover heeft de wereldpers uitvoerig bericht. Daardoor werd het een keerpunt. Net als destijds de aanslag op de markt in Sarajevo.
Nu zie je het omgekeerde. Ik hoorde iemand zeggen: het is goed dat er beelden zijn van slachtoffers van het gebombardeerde konvooi. Dan zien mensen dat oorlog smerig is.'
Molle: 'Ja, het is goed voor de Serviërs. Maar we weten nog niet wat er precies is gebeurd. Ondertussen huilen de Serviërs krokedillentranen. Dat neemt niet weg dat ik dezelfde foto's gemaakt had, als ik daar was. Natuurlijk moet dat ook in de krant.'
Hermsen: 'Ik hoorde al collega's zeggen dat we nu wel genoeg vluchtelingenverhalen hadden gehoord. Nu zou je naar Kosovo moeten voor het echte nieuws. Twee Engelse journalisten en ik kregen het aanbod met het bevrijdingsleger Kosovo in te gaan. Maar ik moest naar huis, ik had geen geld meer. Die Engelse collega's vonden het belangrijk om de eersten in Kosovo te zijn. Het ging hun niet om het leed van de mensen, maar om de eersten te zijn.'
Molle: 'Ik ben zelf ook wel begaan met het lot van vluchtelingen. Maar voor die mensen zelf maakt het geen verschil of ik daar loop vol medeleven of gewoon met de ambitie om het eerste met nieuws te komen. Voor een journalist van een belangrijk Engels of Amerikaans medium is het ook veel belangrijker dat ze met nieuws komen. Dat gaat de hele wereld over.'

Wat denken jullie zelf van het conflict?

Hermsen: 'Ik heb vrienden in Belgrado, ik ben niet tegen Serviërs, ook al sympathiseer ik met de Albanezen in Kosovo. Maar ik ben cynisch over de internationale politiek. Ik was in Noord-Irak, een jaar na de oorlog, toen was ik de enige journalist, niemand dacht nog aan het lot van de Koerden.'
Banning: 'In dit conflict is het toch zo dat men in ieder geval iets probeert te doen. Dat is het verschil met de situatie in Birma of Oost-Timor. Hier probeert men tenminste iets te doen. Dat maakt mij juist iets minder cynisch. Ik vind het ook positief dat het mogelijk blijkt de publieke opinie te mobiliseren. Mensen reageren op de berichtgeving en voelen zich geraakt door wat er gebeurt. Daarom is het ook belangrijk dat er Nederlandse journalisten zijn.'
Smith: 'Dat denk ik ook, als wij in de loop der tijd  vijf, zes verschillende mensen sturen, zien de lezers dat de Washington Post dit belangrijk vindt.'

Arie Kievit op Servische tv
Fotograaf Arie Kievit was, ongewild, als enige Nederlandse journalist recent in Pristina. 'Er kwam een trein aan die half in Kosovo en half in Macedonië bleef staan. Het was grensgebied, je wist niet precies waar je je bevond. Toen kwam er Servische politie uit de trein die me meenamen. In het begin dreigden ze, sloegen en speelden met messen, maar later niet meer. Er waren ook twee Spaanse journalisten opgepakt. Die werden vijf, zes uur verhoord omdat ze dachten dat zij spionnen waren. De eerste nacht bleven we in een plaatsje onderweg, daarna kwamen we in Pristina. We verbleven in het Grand Hotel, waar ongeveer vijftien journalisten en fotografen zaten: uit Griekenland, Turkije, Polen, Canada en Rusland, en een Serviër die voor Reuters werkte. Er was ook een Spanjaard die voor de Servische tv werkte, maar ook materiaal naar AP kon sturen.
We maakten een tour door de stad van ongeveer een uur. Het was een deal: wij moesten hun kant van het verhaal laten zien. Ze lieten ons civiele gebouwen zien die verwoest waren, ze lieten het stadion zien dat volgens de Navo een concentratiekamp was, maar toen wij er waren was het leeg. We zagen dat Albanezen de stad verlieten zonder dat er militairen in de buurt waren. We moesten dat vertellen voor de Servische televisie. Dat ging niet met fysieke dwang, het was onderdeel van de deal. Een van de Spaanse journalisten moest zelfs aan de Navo vragen de bombardementen te stoppen. Iedereen kon wel zien dat het niet ons idee was dat interview te geven. Na het interview zouden we onze eigen reportage mogen maken, maar dat werd later niet toegestaan.
Na mijn vrijlating heb ik in Macedonië nog wel vluchtelingenkampen gefotografeerd, maar niet veel. Achteraf heb ik er wel spijt van gehad dat ik de grens over ben gegaan, niet alleen voor mijzelf, maar ook voor mijn ouders. Die hebben al twee kinderen verloren.
Het was een vreemde gewaarwording dat de krant waarvoor ik werkte, het Algemeen Dagblad, het nieuws van mijn gevangenneming op de voorpagina zette. Hoewel ik freelancer ben en zelf m'n reis moest betalen, was ik toen de man van het AD die gevangen zat. Ik werd overigens wel geholpen door de krant. Ze belden m'n ouders en instanties. Ook de NVJ en de internationale journalistenfederatie oefenden druk uit. Dat was belangrijk.'

 

 
[an error occurred while processing this directive]