[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossiers
Srebrenica

(Uit de Journalist van 3 mei 2002)
'Meer interesse voor Dutchbat
dan voor slachtoffers'

Na de moord op zevenduizend Servische moslims bij Srebrenica hebben Nederlandse journalisten relatief weinig gedaan om de toedracht van de genocide te onthullen. Ze hebben zich volgens Niod-onderzoeker Paul Koedijk aanvankelijk meer geconcentreerd op de rol van Dutchbat.

Piet Hagen

Koedijk zei dit vorige week in het door de NVJ georganiseerde debat over het Srebrenica-rapport van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod). Buitenlandse journalisten als David Rhode (Christian Science Monitor) en Roy Gutman (Newsday) hebben de eerste publicaties over de massagraven gebracht. Daarna kwamen ook Nederlandse verslaggevers in actie.
Het verwijt aan Nederlandse journalisten is ook gemaakt door Jan Wieten in zijn achtergrondstudie over de pers en Srebrenica, die als bijlage bij het hoofdrapport is gevoegd. Hij wijt de omslag in de Nederlandse pers - van steun voor kabinet en Dutchbat naar kritiek - onder andere aan de gebrekkige voorlichting in die tijd. Journalisten hadden de indruk dat er veel verborgen bleef en raakten daardoor extra gemotiveerd om de gang van zaken rond Dutchbat uit te zoeken. De genocide kreeg even minder prioriteit.
Frank Westerman, destijds verslaggever bij NRC Handelsblad en nu freelancer, meent dat het toch anders is gegaan. Zelf heeft hij het allebei gedaan: de gang van zaken bij Dutchbat en Defensie uitzoeken én onderzoek naar Srebrenica. Wel heeft de hoofdredactie volgens hem op een gegeven moment druk uitgeoefend om het wat kalmer aan te doen met de Dutchbat-verhalen. (Zie kadr onderin)
Ewoud Nysingh, destijds verslaggever bij de Volkskrant en nu bij Nova, vertelde dat hij vóór de val van Srebrenica aan generaal Couzy heeft gevraagd of hij opgeroepen kon worden als reserve-kapitein van de infanterie. Dat verzoek werd afgewezen, deels omdat de Servische inlichtingendienst ook Nederlandse kranten leest, deels om het weinig professionele Dutchbat af te schermen. Volgens Nysingh is het jammer dat er de laatste maanden geen verslaggevers in ter plekke waren. Zij hadden de internationale gemeenschap op het naderend onheil kunnen wijzen, waardoor er misschien wel luchtsteun was gekomen.
Volgens Nysingh is het verwijt over een te geringe belangstelling van de Nederlandse pers voor de massamoord niet helemaal onterecht. 'Ik zat al op de Haagse redactie toen de stukken verschenen van David Rhode. Ik zag dat op de telex en belde daarover met de redactie in Amsterdam, maar die hadden niet veel belangstelling. Ik heb toen zelf het originele stuk van de Christian Science Monitor opgevraagd en een verhaal gemaakt. Dat werd gelukkig wel de opening van de krant.'

'Amice-briefje' van Voorhoeve aan Knapen
Frank Westerman zegt dat hij in oktober 1995 van zijn toenmalige chef Maarten Huygen het verzoek kreeg wat minder over de nasleep van Srebrenica te schrijven en maar eens een verhaal over Greenpeace te maken. Dat verzoek zou gevolgd zijn op een 'amice-briefje' van minister Voorhoeve (overigens over een vroegere kwestie) aan toenmalig NRC-hoofdredacteur Ben Knapen.
Het briefje aan Knapen is gedateerd op 3 oktober 1995 en gaat over de kop boven een overlees van een artikel van Westerman. Die kop suggereerde dat Voorhoeve iets verzwegen zou hebben.
Knapen, lid van de raad van bestuur van PCM Uitgevers, herinnert zich dat niet. 'Ik ken Voorhoeve uit zijn Clingendael-tijd, maar voor zover ik me herinner hadden wij na de val van Srebrenica geen contact. Zo'n briefje herinner ik me ook niet, maar als Westerman een kopie heeft, zal dat wel zo zijn. Maar ik heb geen druk op Huygen of Westerman uitgeoefend om minder over Dutchbat en Defensie te schrijven. Zo werkt dat niet bij de NRC. Het kan hoogstens zijn dat ik gevraagd heb hoe het was gegaan, gewoon om een antwoord te kunnen geven aan Voorhoeve.'
Maarten Huygen weet ook niets meer van een amice-briefje of van druk van de hoofdredactie. 'Eerder het omgekeerde: adjunct-hoofdredacteur Laura Starink vond dat we meer energie moesten steken in de toedracht van de slachtpartij in Srebrenica.'
Er is volgens Huygen wel gepraat over de vraag of alle verhalen over de 'bunker' van Defensie en Dutchbat niet te veel en te gedetailleerd waren. 'Dat zie je vaker bij grote onderzoeksprojecten. De verslaggever bijt zich er zo in vast, dat de lezer het niet meer kan volgen. Al was het bij Westerman wel zo dat hij veel onthullingen deed. En hij kan ook heel goed schrijven. Niettemin heb ik wel eens gevraagd of we niet te uitvoerig waren in onze berichtgeving.'

 

 

 
[an error occurred while processing this directive]