[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossiers
Raad voor de Journalistiek

Uit: De Journalist nr. 12, 15-6-2001
Commentaar op de Raad
Houden wij ons aan de feiten?

De Journalist besteedt regelmatig aandacht aan de uitspraken van de Raad voor de Journalistiek. Op een informatieve manier: wat zijn belangrijke thema's die een rol spelen en wat zijn de grote lijnen? Daarnaast is er ook ruimte voor kritische noten: is de Raad consequent, is de motivering deugdelijk? Deze keer aandacht voor de weergave van feiten.

Arthur Maandag

Feiten zijn heilig, het is een van de grondslagen van de journalistiek. Het gaat om de waarheid. Of toch niet? 'Wij journalisten houden niet zo van de waarheid… Dat vinden we een te groot woord. Hoor en wederhoor, feiten en meningen gescheiden houden, daarmee houdt het denken over de fundamenten van het vak wel op. Is dat niet raar? Onze handel is toch de waarheid?', schreef Martin Sommer op 5 oktober 1996 in de jubileumbijlage van de 75-jarige Volkskrant.
Centraal staat dat in een publicatie een zo duidelijk, volledig en betrouwbaar mogelijke weergave van de feiten moet worden gepresenteerd. De journalist dient daartoe de juistheid van de gegevens op deugdelijke wijze te verifiëren. Hoe ernstiger de beschuldigingen, hoe groter de zorgvuldigheid.

Ernstige beschuldigingen
NRC Handelsblad ging de mist in toen op basis van een uitlating van een vertegenwoordiger van reizigersorganisatie Rover de conclusie werd getrokken, dat Nederlandse overheidsgelden waren verdwenen in de zakken van de Britse aandeelhouders van busbedrijf Arriva. De Raad voor de Journalistiek: 'Dit levert een beschuldiging van ernstige aard op. Bij publicatie van een dergelijke beschuldiging dient, zoals de Raad al bij herhaling heeft geoordeeld, een journalist met bijzondere zorgvuldigheid te werk gaan. Wippoo mag dan een representant zijn van de reizigersorganisatie Rover, die hoedanigheid maakt hem nog niet tot een zegsman op wiens uitlatingen een journalist zonder meer mag afgaan als het gaat om de financiële handel en wandel van een bepaalde vervoersonderneming.'   
'Verweerders hadden hetzij klaagster in de gelegenheid dienen te stellen commentaar te leveren op de gewraakte uitlating, hetzij die uitlating ter verificatie moeten voorleggen aan iemand bij wie zij specifieke kennis omtrent de financiën van klaagster aanwezig mochten achten.' (Arriva Personenvervoer Nederland tegen Alberts/Berkhout/NRC Handelsblad RvdJ 2000/45).
De Raad kreeg vorig jaar ook te maken met iets wat een trend lijkt te worden. Kranten steken veel tijd in grotere verhalen die in bijlages verschijnen. En daarbij hoort een nieuwsverhaal op de voorpagina. Vooral op zaterdag kan dat dan mooi een 'eigen' opening opleveren. Groot gevaar is dan dat in de slag om een plek op de voorpagina het nieuws te sterk wordt aangezet.
Het gebeurde het Algemeen Dagblad in een stuk over vermeende misstanden in Nederlandse dierentuinen. De krant beweerde dat 'ankeiler' en featureverhaal in samenhang moesten worden bezien, maar die vlieger ging niet op.
Het voorpaginastuk op zijn merites beschouwend, vindt de Raad dat er in dat stuk 'ernstige beschuldigingen zijn geuit, die kennelijk aan alle Nederlandse dierentuinen worden toegerekend. Bij het uiten van dergelijke beschuldigingen moet met bijzondere zorgvuldigheid te werk worden gegaan, hetgeen hier niet is gebeurd.' Even later: 'De algemene beschuldigingen vinden als zodanig geen grondslag in het door verweerder overgelegde feitenmateriaal.' (Nederlandse Vereniging van Dierentuinen tegen J. Huisjes/Algemeen Dagblad RvdJ 2000/53).
Een uitspraak in gelijke zin is er in een zaak over humanitaire geldinzamelingen ten behoeve van Iran. De EO zond in 2Vandaag een reportage uit over oneigenlijk gebruik van in Nederland ingezameld geld. Het aangedragen feitenmateriaal rechtvaardigde niet de vergaande conclusies, onder meer over bouw van gevangenissen en wapenaankopen, die in de uitzending werden getrokken. Klacht daarover dus gegrond.(Stichting Solidariteit met Iraanse Mensen tegen Bronkhorst/Rosier/EO RvdJ 2000/03).

Rechtbankverslagen
Aparte vermelding verdienen rechtbankverslagen. De feiten worden daarbij door de betrokkenen aan de onafhankelijke rechter voorgelegd. De Raad voor de Journalistiek heeft dan ook, terecht, als vast oordeel dat de journalist daarop mag afgaan. Dit betekent dan ook dat de regel van hoor- en wederhoor, immers een middel om de waarheid boven water te krijgen, bij de weergave van rechtszaken in principe niet geldt. (Cronogorac tegen Zijlmans/Rotterdams Dagblad RvdJ 1999/71 en X tegen Zembla RvdJ 2000/23).
Daarbij komt ook nog dat de Raad het niet ontoelaatbaar vindt dat de standpunten van de betrokken partijen enigszins worden aangezet en een niet geheel neutrale toon wordt gebruikt (Marlstone Recordings/Knubben Kraft tegen Van Laarhoven/Limburgs Dagblad  RvdJ 2000/14). Wat de reden daarvan is, en waar de grenzen liggen, laat de Raad in het midden. Is een rechtbankverslag een soort recensie, zoals in een ver verleden ook al eens met betrekking tot sportverslagen is vastgesteld? Helaas ontbreekt de onderbouwing.

Geruchtencircuit
De Nederlands rechter, en ook de Europese, erkent dat de pers binnen een democratische samenleving een belangrijke rol heeft waar het gaat om het signaleren van misstanden. Er zijn daarover duidelijke uitspraken van onder meer de Hoge Raad. Van journalistiek die pretendeert misstanden aan de kaak te stellen, mag een grotere mate van zorgvuldigheid worden verwacht dan gewoonlijk al van de journalistiek wordt verwacht, stelde de Hoge Raad in 1984 in een maatgevende uitspraak, waarin Vara-ombudsman Frits Bom figureerde.  
De Raad voor de Journalistiek werkt, het is hierboven ook al duidelijk geworden, binnen dezelfde kaders.
Dat werd in 1998 voor Elsevier pijnlijk duidelijk in een zaak die was aangespannen door toenmalig minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken. Het weekblad suggereerde dat de bewindsman voorkennis had van plannen van Desi Bouterse om tegenstanders uit de weg te ruimen en chantabel zou zijn. Het stuk was voornamelijk gebaseerd op informatie uit het geruchtencircuit en was opgebouwd uit vragen en vermoedens, waarmee het beeld werd geconstrueerd dat er iets mis was met Van Mierlo.
En dat gaat dus echt te ver. Signaleren en onderzoeken van geruchten, is prima. Bronnen mogen worden beschermd. Maar wel moet voldoende aannemelijk worden gemaakt dat de gepubliceerde informatie in voldoende mate wordt gedragen door de gebruikte bronnen. 'Daarbij zullen van belang zijn onder meer de aard van de informatie, de hoedanigheid en redenen van wetenschap van de gebruikte bronnen en de na verificatie gebleken consistentie van de door de bronnen gegeven informatie.'
'Het is bovendien onverklaard gebleven waarom betrokkenen ten aanzien van het eerste gepubliceerde artikel, van 21 maart 1998, geen hoor en wederhoor hebben toegepast. Nu het gaat om zeer ernstige beschuldigingen, die de persoonlijke en politieke integriteit van klager konden aantasten, hadden betrokkenen alvorens tot publicatie over te gaan, die zeker aan klager behoren voor te leggen.' (Van Mierlo tegen G. Leistra/Elsevier RvdJ 1998/47).

Extra onderzoek
De Raad opereert geregeld in zaken waarvan niet op voorhand duidelijk is hoe de uitkomst is. Klachten zijn soms gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond. Af en toe vraag je je echter in gemoede af waar journalisten, en hun bazen, mee bezig zijn. Neem nu een Netwerk-uitzending van 7 maart 2000 met eenzijdige zware beschuldigingen van een individueel familielid aan het adres van een verzorgingshuis. Gunstige oordelen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het Regionaal Medisch Tuchtcollege werden simpelweg niet vermeld. De uitzending levert een ongerechtvaardigd negatief beeld op. De redactie van Netwerk heeft ten onrechte nagelaten extra onderzoek te doen. (Zorgcentrum Woerden tegen Netwerk RvdJ 2000/52). En wie, tegen beter weten in, in publicaties blijft vasthouden aan verkeerde en beledigende feiten, en dan ook nog een duidelijke rectificatie weigert, hoeft bij de Raad natuurlijk niet op sympathie te rekenen. (Van Wingerden tegen Paradijs/De Telegraaf RvdJ 1998/10). 
  
Het bestaansrecht van de onafhankelijke Raad voor de Journalistiek mag dan bij gelegenheid  ter discussie worden gesteld, de Raad zelf heeft zich een deel van eerdere inhoudelijke kritiek ter harte genomen. Uitspraken zijn minder dan in het verleden puur gericht op het concrete geval. Huub Evers klaagde na een analyse van Raad-uitspraken in 1987 in zijn boek 'Journalistiek en ethiek' over gebrek aan eenduidige en heldere omschrijvingen van allerlei termen.
Grote lijnen vielen maar moeilijk te ontdekken. Dat is inmiddels verbeterd. De Raad verwijst nu ook geregeld naar eerdere uitspraken. Je weet dan beter hoe de Raad denkt en kunt daar ook voor de toekomst iets van leren. Bovendien neemt de Raad ook alle ruimte voor de motivering van zaken, die het individuele karakter overstijgen. Dat is op zich allemaal winst.

Arthur Maandag is jurist en journalist bij het Haarlems Dagblad.
    

Genoemde uitspraken:
Arriva Personenvervoer Nederland tegen Alberts/Berkhout/NRC Handelsblad RvdJ 2000/45
Nederlandse Vereniging van Dierentuinen tegen J. Huisjes/Algemeen Dagblad RvdJ 2000/53
Stichting Solidariteit met Iraanse Mensen tegen Bronkhorst/Rosier/EO RvdJ 2000/03
Cronogorac tegen Zijlmans/Rotterdams Dagblad RvdJ 1999/71 
X tegen Zembla RvdJ 2000/23
Marlstone Recordings/Knubben Kraft tegen Van Laarhoven/Limburgs Dagblad  RvdJ 2000/14
Van Mierlo tegen G. Leistra/Elsevier RvdJ 1998/47
Zorgcentrum Woerden tegen Netwerk RvdJ 2000/52
Van Wingerden tegen Paradijs/De Telegraaf  RvdJ 1998/10 

Sinds begin dit jaar worden de uitspraken van de Raad voor Journalistiek alleen nog in samenvatting in De Journalist gepubliceerd. Ze zijn volledig te raadplegen via www.rvdj.nl. Via een zoekmachine, met een zeer uitgebreide reeks trefwoorden, kunnen alle uitspraken, die sinds de oprichting van de Raad in 1961 zijn gedaan, worden geraadpleegd. 

 
[an error occurred while processing this directive]