[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossiers
Raad voor de Journalistiek

Uit: De Journalist nr. 4, 25-2-2000
Waarom Elsevier uit de Raad is gestapt

Elsevier werkt niet langer mee aan de Raad voor de Journalistiek. Hoofdredacteur Arendo Joustra vindt dat de manieren van de verschillende media te veel van elkaar verschillen, om de illusie van één beroepsopvatting in stand te houden. Ook heeft hij weinig vertrouwen in een Raad waarvan oud-politici deel uitmaken.

Arendo Joustra

Dat Elsevier niet meer meewerkt aan de behandeling van klachten bij de Raad voor de Journalistiek is geen bevlieging van een nieuwe hoofdredacteur, maar een besluit dat reeds is genomen door Elseviers vorige hoofdredacteur, H.J. Schoo, per 1 januari 2000 toegetreden tot de hoofdredactie van de Volkskrant. Het besluit is 4 januari meegedeeld aan de Raad en 22 januari afgedrukt in Elsevier.
Aanleiding voor het besluit is de discussie in het Nederlands Genootschap van Hoofdredacteuren over de ondertekening van een convenant dat de publicatie van de uitspraken van de Raad regelt. Hoewel de hoofdredactie van Elsevier van mening is dat ze zo sportief moet zijn om uitspraken van de Raad over gedragingen van Elseviers redacteuren in Elsevier af te drukken, kan ze om principiële en formele redenen niet akkoord gaan met een bindende overeenkomst die tot publicaties in Elsevier leidt zonder dat de redactie daarover iets te zeggen heeft.
Deze opstelling leidt automatisch tot het besluit de Raad  niet langer te erkennen: als de spelregels je niet aanstaan, moet je niet meespelen.
Overigens is dat ook de inzet geweest van de voorzitter van de Stichting Raad voor de Journalistiek, Aad van Cortenberghe. Bij de aanvang van de discussie over het convenant liet hij weten dat media die weigeren te tekenen, uitgesloten worden van behandeling van klachten (zie De Journalist van 27 november 1998). Met andere woorden: als Elsevier zich niet zelf had teruggetrokken, dan waren we uitgestoten.
Het is logisch dat Elsevier benieuwd is of de stichting de woorden van haar voorzitter gaat waarmaken. Zoals Elsevier ook benieuwd is hoe hoofdredacteuren van rubrieken op radio en televisie het convenant in praktijk gaan brengen. Want behalve de plicht de uitspraken te publiceren moet in het colofon (geschreven media) of bij de aftiteling (radio en tv) op het bestaan van de Raad voor de Journalistiek worden gewezen. Wat gebeurt er als dit wordt geweigerd?

De publicatieplicht is niet het enige bezwaar dat de hoofdredactie van Elsevier tegen het convenant heeft. Zo versterkt het convenant, veertig jaar na het einde van de Raad van Tucht, de suggestie dat journalisten onderhevig zijn aan tuchtrecht (publicatie van uitspraken als straf, en bij weigering het convenant te ondertekenen volgt verbanning uit de Raad). De journalistiek is echter, anders dan de medische stand, een beroep dat volgens artikel 7 van de Grondwet iedere burger mag uitoefenen. Daar past geen eigen tuchtrecht bij.
Het is een illusie te veronderstellen dat er zoiets is als een gezamenlijke beroepsethiek (journalisten versus anderen die gebruik maken van de vrijheid van meningsuiting). De 'manieren' van Elsevier zijn anders dan de 'manieren' van het Nederlands Dagblad, zoals die van NRC Handelsblad anders zijn dan die van de Volkskrant, zoals gebleken is in de berichtgeving over uitspraken van koningin Beatrix.
Met andere woorden, Elsevier kan weinig met beroepsregels die gebaseerd zijn op uitspraken van de Raad. Het zijn niet per definitie ook 'onze' regels. Het is overigens veelzeggend dat de huidige Raad, anders dan de Raad van Tucht, bij mijn weten nooit een poging heeft ondernomen de uitspraken van de afgelopen veertig jaar (of per periode van vijf jaar) zo te rangschikken dat een samenvattend overzicht ontstaat van maatstaven en gedragsregels. Tenzij de Raad opdracht heeft gegeven voor de boeken van Jeanne Doomen en H.J. Evers.
Voorts klonk bij Elsevier het bezwaar dat zich buiten de onafhankelijke rechter om jurisprudentie ontwikkelt over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Waarbij onze  indruk is - meer dan een indruk is het niet - dat de Raad de vrijheid van meningsuiting minder ruimhartig interpreteert dan de rechter. Hoe dan ook, het toetsen van wat wel en niet door de beugel kan, is beter in handen bij de rechter, geschoold in onafhankelijk oordelen, dan bij de vrijwilligers van de Raad, die - met respect voor hun inzet - voor het merendeel toch amateurs zijn.
De nieuwe koers van de Raad om oud-politici te benoemen tot leden van de Raad maakt het wat dit betreft alleen maar erger. In de nieuwe Raad zijn dat Winnie Sorgrager en Ed van Thijn, beiden overigens tweede keus volgens Van Cortenberghe in Zip, het blad van de School voor de Journalistiek in Utrecht. Voor Elsevier, dat zelf een politiek profiel heeft en als opinieblad uit de aard der zaak veel over politiek schrijft, is behandeling van klachten door een Raad waarin politici zitten, weinig vertrouwenwekkend.
Elsevier vreest dat politici te veel begrip hebben voor de klachten van hun collega's. Bijvoorbeeld omdat ze zelf regelmatig geblesseerd zijn door de media, zoals Sorgdrager (vindt ze zelf). Voor Van Thijn geldt dat hij als burgemeester van Amsterdam heeft bijgedragen aan de boycot van de schrijver W.F. Hermans (zie de brief van Van Thijn aan Hermans in Het Parool van 2 februari 1993). Moet uitgerekend Van Thijn zich gaan buigen over zaken waarbij de grenzen van de persvrijheid in het geding zijn?

Rest de vraag tot wie de lezers van Elsevier hun klachten moeten richten. Uit het eerder aangehaalde artikel in De Journalist heb ik begrepen dat die volgens Van Cortenberghe niet meer bij de Raad terecht kunnen, maar direct worden doorgewezen aan de rechter. Lezers van Elsevier die bij klachten geen overeenstemming kunnen bereiken met de hoofdredactie, kunnen de weg naar de rechter ongetwijfeld vinden. Voor de redactie van Elsevier betekent dit dat ze nog zorgvuldiger dan voorheen moet werken. De buffer die de Raad wel degelijk is geweest, is immers komen te vervallen.

 
[an error occurred while processing this directive]