Nieuwsgierigheid, vasthoudendheid,
eigenwijsheid: die eigenschappen liggen volgens Arjeh Klamann van het
Utrechts Nieuwsblad aan de basis van 'de kunst van het edele spitten.' Hij
zei dat in zijn inleiding bij de Nederlands-Vlaamse conferentie over
onderzoeksjournalistiek, die vorige week in Utrecht plaats vond - de
eerste sedert meer dan een decennium. De druk bezochte conferentie,
georganiseerd door de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ), werd
door de deelnemers als een flinke vitaminestoot beschouwd. Jammer dat
tegelijkertijd bekend werd dat bij sommige kranten de
onderzoeksjournalistiek wordt wegbezuinigd.
Jacqueline Wesselius
Ruim tweehonderd journalisten uit Nederland en
Vlaanderen namen deel aan achttien workshops en even zovele
computertrainingen. Toch was dit nog maar een deel van al diegenen die
zich met de een of andere vorm van onderzoeksjournalistiek bezighouden.
Dat bleek uit het onderzoek van vier freelancers, Lieven Desmet, Marc
Ernst, Bram Vermeer en José van Vonderen, in opdracht van de VVOJ. Zij
tellen in totaal 343 onderzoeksjournalisten, waarvan 87 vrijgestelden
(vooral in Nederland), die zich niet met de dagelijkse berichtgeving
hoeven bezig te houden.
Het totale aantal is groter dan algemeen werd
aangenomen - al zijn het er niet zo erg veel die niets anders doen dan
onderzoeksjournalistiek. De definitie van onderzoeksjournalistiek loopt
daarbij wel erg uiteen. Die gaat van onthullingsjournalistiek tot het
signaleren van trends of het toetsen van beleid van bedrijven of overheid.
Sommigen zijn daar full time mee bezig, anderen doen het er 'tussendoor'
of zelfs incidenteel. Sommige media hebben er veel menskracht en middelen
voor (over), andere moeten roeien met de riemen die ze hebben.
Tot de twee niet Nederlandstalige genodigde behoorde Sarah Cohen van de
Washington Post, die een bijna voorbeeldig staaltje van
onderzoeksjournalistiek uiteenzette. Twee, later drie redacteuren waren
een jaar lang bezig met het opsporen en checken van (niet vrij
toegankelijke en onvolledige) gegevens over kinderen die overleden waren
als gevolg van fouten of nalatigheden van de sociale diensten en de
kinderbescherming in Washington, DC. Een monnikenwerk, dat tot
opzienbarende resultaten leidde.
Het Utrechts Nieuwsblad heeft een veel krappere beurs dan de Post.
Niettemin lukte het ook daar verslaggevers - bij wijze van spreken tussen
de bedrijven door - de dubbele 'petten' (en belangen!) van een aantal
wethouders te laten zien, zo vertelde hoofdredacteur Arjeh Klamann niet
zonder trots.
How-to
Het al eerder aangehaalde onderzoek naar de
onderzoeksjournalistiek legde volgens VVOJ-voorzitter Marjan Agerbeek een
achttal knelpunten bloot, waaronder een gebrek aan samenwerking, en aan
een stevige lobby. Met name op die punten wil de VVOJ zich sterk maken:
'We willen lobbyen en eventueel procedures voeren om ervoor te zorgen dat
belangrijke informatie die nu achter gesloten deuren blijft, openbaar en
toegankelijk wordt', beloofde Agerbeek.
Ook aan scholing bleek veel behoefte te bestaan. De workshops hadden dan
ook een hoog how to-gehalte. Tot de hoogtepunten behoorde de reconstructie
van de Zembla-uitzendingen over bouwfraude, waarin Oscar van der Kroon en
Jos van Dongen vertelden wat er allemaal voorafging aan de eerste
uitzending en hoe deze op het laatste moment - door een paniektelefoontje
van Kamerlid Rob van Gijzel - bijna niet doorging. Een ander hoogtepunt
vormde de workshop waarin Karel Knip (NRC Handelsblad) en Marleen Teugels
(freelance) uiteenzetten hoe de één gegevens over terrorisme en geheime
wapens boven water kreeg en de ander de gevolgen van Balkan- en Golfoorlog
in kaart bracht.
Boeiend ook was het relaas van twee koppels onderzoeksjournalisten over de
mogelijkheden en grenzen van samenwerking tussen verschillende media. Dat
waren de Vlamingen Geert Sciot (De Morgen) en Steven Decraene (VTM) en de
Nederlanders Joep Dohmen (nu NRC Handelsblad, destijds De Limburger) en
Bart Nijpels (nu Reporter, destijds Netwerk). Het eerste koppel werkte
samen met betrekking tot Sabena, waar ze ook gezamenlijk een boek over
publiceerden. Nijpels en Dohmen deden vanuit Brussel een aantal dingen
samen, met name de vleesfraude. Interessant was te zien hoe de media
televisie en krant elkaar aanvulden, verschillende mogelijkheden boden
ook. Sciot vertelde bijvoorbeeld dat dankzij de camera er deuren geopend
werden die anders dicht zouden blijven. Beelden van de vleesfraude-affaire
toonden hoe mensen zaten te draaien, om niet te zeggen te liegen. Aan de
andere kant kunnen krantenverslaggevers weer gemakkelijker onopvallend
ergens binnenkomen dan wel off the record achtergrondinformatie
verkrijgen. Een probleem was in sommige gevallen het 'verdelen' van de
primeurs en de deadline, die voor televisie en dagbladen anders ligt.
Bezuinigingen
Dit is nog maar een greep uit de talrijke, meestal
heel levendige, discussies, waarbij onder andere ook de WOB uitgebreid aan
bod kwam, in aanwezigheid van voorlichtingsambtenaren (één uit Den Haag,
één uit Brussel), die nu eens 'de andere kant' van het 'wobben' lieten
zien. Ook de (mogelijkheden tot) internationale samenwerking kwamen
uitgebreid ter sprake. En daarnaast waren er dan nog de
computertrainingen, waar het storm liep en die iedereen als bijzonder
leerzaam eervoer.
Een minpunt was dat in sommige gevallen de Vlamingen ietwat ondergesneeuwd
raakten onder hun veel talrijkere (en soms ook luidruchtigere) Nederlandse
collega's. Volgende keer een conferentie in Antwerpen of Brussel? Een
ander minder vrolijk stemmend element (maar daar konden noch de
organisatoren noch de conferentiegangers iets aan doen) was dat, hoewel de
audiovisuele media steeds meer aan research gaan doen, de geschreven media
deze specialismen juist lijken weg te bezuinigen. Dat is bijvoorbeeld het
geval bij Trouw, maar Ook redacteuren van andere - met name regionale -
kranten klaagden over bezuinigingen die juist de in verhouding dure
onderzoeksjournalistiek treffen.
Zie ook www.vvoj.nl