| [an error occurred while processing this directive] |
Dossiers Onderzoeksjournalistiek Echo’s uit de prairie Joop Bouma De zon hangt laag boven de prairie. Een diepe roodgele gloed hangt als een warme deken over het weidse landschap. De avond valt. In de verte naderen twee gedaanten te paard. Ze dragen cowboyhoeden, hun paarden lopen stapvoets. De kleuren, de entourage, de muziek... dit is Marlboro Country, het droomland van Philip Morris. Traag komen de twee paardrijders dichterbij. Een lied: Listen while I tell you a story, the tale of the Marlboro brand. It came out of Richmond, Virginia one day and spread clear across the land. De camera zoomt in op de twee paardrijders. Langzaam krijgen de contouren van hun gezicht meer scherpte. Een van hen heeft een dun, groen slangetje onder zijn neus. Als de ruiters passeren, zwenkt de camera mee: aan het zadel van de cowboy hangt een zuurstofcilinder. Stem: ,,Dit is Marlboro Country, het Westen van Amerika, locatie van de meest succesvolle campagne voor sigarettenreclame ooit. Marlboro, de sigaret met de hoogste verkoop in de geschiedenis, wordt geproduceerd door Philip Morris, een van de rijkste en snelst groeiende sigarettenfabrikanten ter wereld.'' De twee cowboys komen weer in beeld, nu in close-up. Stem: ,,Dit zijn de Marlboro-mannen, echte cowboys, ruwe symbolen van mannelijkheid, kracht en onafhankelijkheid. Bob Julian en zijn broer zijn ook echte cowboys, geboren en opgegroeid in Wyoming, maar Bob zal binnenkort voor de laatste keer zijn vee bijeendrijven.'' Bob Julian: ,,Ik begon met roken toen ik een kind was. Ik wilde zijn zoals die cowboys en paardentemmers, ik dacht dat je pas een kerel was als je een sigaret in je mond had. Het kostte me jaren voordat ik er achter kwam dat alles wat ik er door kreeg was longkanker. Ik zal als jonge vent sterven.'' Julian is 51 jaar als hij medio jaren zeventig door de Britse documentairemaker Peter Taylor wordt geportretteerd in een tv-film, die een wond slaat bij Philip Morris die nog altijd niet is geheeld. Bob Julian is allang dood als de documentaire in 1976 wordt uitgezonden, net als de vier van de vijf andere ex-cowboys uit het westen van de VS, die Taylor voor de documentaire filmt. 'The Marlboro Story - Death in the West' is bijna 25 jaar geleden gemaakt, maar nog altijd rust op de film een rechterlijk verbod tot verspreiding en vertoning. Het beelddocument is één keer legaal uitgezonden in 1976 voor de Britse tv, maar sindsdien ligt alle beeld- en geluidsmateriaal in een kluis van Philip Morris. Na de eerste uitzending van Taylors film door Thames Television in Groot-Brittannië, stapt Philip Morris in Londen naar de rechter en eist een vertoningsverbod. De sigarettenfabrikant voelt onmiddellijk aan dat verdere verspreiding van 'Death in the West' een pr-ramp kan betekenen voor de onderneming. Niet eens zozeer door de dramatische beelden en het gebruik van de Marlboro-reclameconcepten en -logo's. Maar vooral door de uitlatingen van twee hooggeplaatste medewerkers van Philip Morris, die met Taylor hebben gesproken. Wat die twee, wetenschapper Helmut Wakeham en vice-president James Bowling, argeloos voor de camera verklaren, kan het bedrijf grote schade berokkenen. Direct na de uitzending in Engeland weet Philip Morris al dat de Amerikaanse omroepmaatschappij CBS News belangstelling heeft om de tv-film uit te zenden in de VS. Rechter Desmond Ackner van de High Court of Justice, Queens Bench Division in Londen bepaalt op 1 juni 1977 dat Thames Television de film niet mag verspreiden. Alle materiaal moet bij Philip Morris worden ingeleverd. Dat gebeurt ook. Een videoband echter komt in 1981 in handen van prof. Stanton Glantz van de universiteit van San Francisco. Glantz, hoogleraar medicijnen, is dan net begonnen aan een onderzoek naar betalingen van de tabaksindustrie aan Amerikaanse politici. Via Glantz gaan uiteindelijk talloze kopieën van de documentaire de wereld over. Een kopie belandt ook in Nederland. Het verhaal rond ‘Death in the West’ begint in september 1975 als James Bowling, vice-president en directeur Corporate Affairs van Philip Morris in de Verenigde Staten, wordt benaderd door Peter Taylor met de vraag of de sigarettenfabrikant wil meewerken aan een tv-documentaire. Bowling spreekt met Taylor af hem te ontmoeten in Londen als hij daar toch moet zijn voor een zakenreis. Taylor heeft eerder programma's gemaakt over roken en gezondheid en Bowling verwijt Taylor dat hij de zaak in vorige documentaires wel erg eenzijdig belicht. Volgens Taylor is dat mede een gevolg van de herhaalde weigering van de Britse industrie om voor de camera commentaar te geven. Maar Taylors opdrachtgever, Thames Television, wil graag opnieuw aandacht geven aan het onderwerp en ditmaal vanuit de optiek van Philip Morris. Volgens Bowlings lezing stemt Philip Morris in met medewerking aan de documentaire van Taylor op voorwaarde dat het een afgewogen, wetenschappelijk en feitelijk programma zal worden. In 1976 komt Taylor met een camerateam naar New York, waar hij in het hoofdkantoor van Philip Morris James Bowling een uitgebreid interview afneemt. Taylor bespreekt met de directeur tal van algemene onderwerpen, maar komt telkens terug op kwesties over roken en gezondheid. Bowling antwoordt welwillend. Vervolgens praat Taylor met dr. Helmut Wakeham, vice-president wetenschap en technologie bij Philip Morris. Ook Philip Morris’ belangrijkste wetenschapper uit die jaren, babbelt er vrolijk op los. In de tv-documentaire worden uiteindelijk maar enkele passages uit de gesprekken gebruikt. Maar het zijn bepaald niet de 'statements' die Philip Morris graag in de openbaarheid ziet verschijnen. Enkele passages [i] Taylor vraagt Wakehams reactie op een in 1975 gepubliceerd rapport waarin de wereldgezondheidsorganisatie WHO meldt dat het roken een wereldwijde epidemie is die jaarlijks honderdduizenden doden eist. Taylor: ,,Het WHO-rapport is opgesteld door wetenschappelijke autoriteiten over de hele wereld. Trekt u serieus hun conclusies in twijfel? Wakeham: ,,Ik heb dat rapport niet echt goed gelezen.'' Taylor: ,,Had u dat niet moeten doen?'' Wakeham: ,,Nou, ik ben er in grote lijnen van op de hoogte. En ik ben ook op de hoogte van het feit dat de meeste mensen die mededelingen doen over roken en gezondheid, mensen zijn die doorgaans extreme standpunten innemen. Uiteindelijk gaat het hen er om de gezondheid van mensen te verbeteren en om die reden zijn ze geneigd in dit opzicht buitengewoon conservatief te zijn. U zult toch niet verwachten dat de WHO opstaat en zegt dat roken gezond is?'' Taylor: ,,Tenzij ze dat zouden geloven. Kennelijk hebben ze die opvatting niet op basis van het bewijs dat ze hebben vergaard.'' Wakeham: ,,En nu ontdekken we dat allerlei dingen opeens ongezond zijn.'' Taylor: ,,Onder meer sigaretten.'' Wakeham: ,,Ja, ook sigaretten. Dus wat gaan we doen? Stoppen met leven? De beste methode om niet te sterven, is niet geboren worden.'' Ook Bowling reageert op het WHO-rapport. ''Bent u bezorgd over die publicatie'', vraagt Taylor. Bowling: ,,Of ik bezorgd ben? Ik ben bezorgd, maar waarschijnlijk op een andere manier dat je denkt. Ik ben bezorgd dat mensen verkeerde conclusies trekken, bijvoorbeeld door te besluiten onze producten niet meer te kopen, zonder dat zij over voldoende kennis beschikken. Tot dusver is er geen wetenschappelijk onderzoek op basis waarvan iemand zich kan veroorloven zoiets over roken te zeggen.'' Taylor tegen Wakeham: ,,U bent het niet eens met de artsen?'' Wakeham: ,,Dat klopt. Ik zie ook niet wat daar fout aan is. Ik ben het over veel zaken oneens met mijn dokter. Een arts heeft mij gezegd dat ik moest stoppen met roken. In feite ben ik een niet-roker. Ik rook sigaretten voor onderzoek, maar ik ben geen gewoonteroker en desondanks geven artsen dit soort adviezen bij wijze van algemeen beleid of gewoonte, niet op basis van enige echte kennis. De gemiddelde arts is een leek op het gebied van fundamentele kennis over roken en gezondheid.'' Bowling: ,,Heel wat mensen en organisaties die over dit onderwerp mededelingen doen, hebben zelf geen enkel wetenschappelijk onderzoek gedaan op dit gebied.'' Wakeham: ,,Ik denk dat als het bedrijf zou geloven dat sigaretten echt schadelijk zijn, dan zouden we niet in de 'business' zijn. We hebben als onderneming een ethische standaard. Ik denk dat de leiding van Philip Morris oprecht is in zijn standpunt. Er is een heleboel twijfel over de vraag of sigaretten schadelijk zijn.'' Taylor: ,,Het WHO-rapport zegt dat er in sigaretten een groot aantal kankerverwekkende stoffen zitten. Laat uw onderzoek andere uitkomsten zien?'' Wakeham: ,,Nee.'' Taylor: ,,Dus u stemt in met de conclusie van de WHO?'' Wakeham: ,,Ik erken dat er veel wetenschappelijke literatuur is met aanwijzingen dat sommige van deze stoffen in rook zitten.'' Taylor: ,,En uw eigen onderzoek wijst dat ook uit?'' Wakeham: ,,In sommige gevallen. We hebben niet alle stoffen onderzocht.'' Taylor: ,,Kunt u zeggen dat sigaretten niet schadelijk zijn voor de roker?'' Wakeham: ,,Ik ben niet in de positie om dat te zeggen. Ik weet niet wat schadelijk is voor de roker en wat niet. Eerlijk, ik weet het niet.'' Bowling: ,,Ons standpunt is: als iemand ooit een bestanddeel in tabak of tabaksrook vaststelt dat gevaarlijk is voor de mens, of dat er niet in zou mogen zitten, dan zouden we het verwijderen. Niemand heeft dat ooit gezegd.'' Taylor: ,,Maar Wakeham geeft toe dat er stoffen in sigaretten zitten die kankerverwekkend zijn.'' Bowling: ,,Die stoffen zitten ook in de buitenlucht in New York City.'' Wakeham: ,,Niets van wat we in tabaksrook hebben aangetroffen, heeft concentraties die als schadelijk kunnen worden beschouwd.'' Taylor: ,,Maar de stoffen op zichzelf zijn wel schadelijk, toch?'' Wakeham: ,,Alles kan als schadelijk worden beschouwd. Appelmoes is schadelijk als je er te veel van krijgt.'' Taylor: ,,Ik denk niet dat veel mensen doodgaan van appelmoes.'' Wakeham: ,,Omdat ze er niet te veel van eten.'' Taylor: ,,Maar mensen roken veel sigaretten.'' Wakeham: ,,Laat ik dit zeggen. Mensen die appelmoes eten gaan dood. Mensen die suiker eten gaan dood. Mensen die sigaretten roken gaan dood. Maar bewijst het feit dat mensen die sigaretten roken doodgaan, dat roken de oorzaak is?'' Als op het hoofdkantoor van Philip Morris in New York de videoband van de uitzending van Taylors documentaire in Engeland wordt afgedraaid, is het huis te klein. ,,Het programma was een complete schok voor ons. Het was ook een schending van de mededelingen die door Thames Television aan mij zijn gedaan over de aard van de documentaire'', verklaart Bowling bij de rechter in Londen. [ii] ,,In plaats van een programma met een eerlijke presentatie van wetenschappelijk inzichten, is het centrale thema een barbaarse satire op de Marlboro-reclamefilms.’’ Volgens Bowling zijn de citaten uit de interviews door Taylor uit hun context gehaald. ,,Ik kan alleen maar zeggen dat we zijn misleid en bedrogen door Thames Television. ,,De hele documentaire is een vooropgezet anti-roken-, en meer in het bijzonder, anti-Philip Morris-programma geworden.’’ Bowling verklaart verder dat als hij dit vooraf had geweten, hij nooit aan het interview had meegewerkt. Verdere vertoning van de film zal de firma wezenlijk beschadigen, aldus de vice-president. Hij vraagt een verspreidingsverbod aan de rechter. Deze willigt de eis in. Philip Morris heeft intussen bij Thames Television ook een eis van miljoenen dollars schadevergoeding neergelegd. Toewijzing van de claim kan het einde betekenen van het Britse bedrijf. Na het rechterlijke bevel onderhandelen Philip Morris en Thames Television langdurig over een minnelijke regeling. De zaak wordt na drie jaar geschikt, ter vermijding van een slepende, kostbare rechtszaak. De regeling bepaalt dat Thames alle beeld- en geluidsmateriaal afstaat aan Philip Morris. Maar de precieze afspraken tussen beide partijen zijn nooit bekend geworden. Bij de regeling trekt Philip Morris een eerdere beschuldiging in, dat Taylor zich schuldig zou hebben gemaakt aan misleiding bij zijn contacten met Philip Morris.[iii] En ook trekt Philip Morris de schadeclaim in. Een keihard rechterlijk bevel en de nauw verholen dreiging van een miljoenenclaim vrijwaart de sigarettenfabrikant jarenlang van verdere vertoning van de geruchtmakende documentaire. Op 11 mei 1982 echter zendt Kron-tv, een televisiestation in San Francisco, woonplaats van prof. Stanton Glantz, een piratenversie uit van ‘Death in the West’. Bij Philip Morris treedt een alarmplan in werking. Andrew Whist, pr-chef van Philip Morris International, stuurt een telex de wereld rond, die onder meer belandt op het bureau van de Nederlander Jules Hartogh, pr-chef bij Philip Morris Europa in Lausanne, Zwitserland. [iv] ,,Gisteravond is de documentaire vertoond op Kron-tv, er is een goede kans dat andere tv-stations de documentaire gaan vertonen, in de VS of elders. Het doel van deze telex is jullie te vragen op je hoede te zijn, want dit is een delicate kwestie. We moeten afzien van elk commentaar, stuur media met hun vragen door naar mijn kantoor.’’ Tegen Kron-tv onderneemt Philip Morris niets. Hartogh reageert meteen op de telex van Whist. Hij wil meer weten. ,,Om te voorkomen dat er een verergering optreedt van de schade na de vertoning in 1976 in het Verenigd Koninkrijk en om te vermijden dat de documentaire vervolgens wordt uitgebuit door de antirokenbeweging in Europa, Afrika en het Midden-Oosten hebben we met spoed extra informatie nodig’’, aldus Hartogh. [v] Vooralsnog blijft het rustig, ook in Europa. Maar Philip Morris zit op het vinkentouw. Dat blijkt als weekblad De Tijd op 15 juli 1983 in een artikel over roken in Nederland over het bestaan van ‘Death in the West’ rept. Het is vooral een achteloos tussenzinnetje dat op het kantoor van Philip Morris Holland in Amstelveen tot grote ongerustheid leidt. Het blad schrijft dat een Nederlandse arts een videoband van de film heeft. De dokter wordt niet bij naam genoemd maar Philip Morris besluit tot een voorzorgsmaatregel. Mr. J. A. Stoop, huisadvocaat van Philip Morris Holland, stuurt De Tijd een brief, waarin hij uitlegt dat het internationale auteursrecht van ‘Death in the West’ berust bij Thames Television, ‘hetgeen met zich meebrengt dat voor het vertonen van deze film haar toestemming vereist is’.[vi] De brief is overigens door Stoop eerst in extenso voorgelegd aan de bedrijfsadvocaat van het Europese hoofdkantoor in Lausanne [vii] Stoop schrijft aan De Tijd: ,,Op grond van het rechterlijk verbod en de daarna getroffen schikking zal Thames Television aan niemand toestemming verlenen de film te vertonen en kan zij dit ook niet doen.’’ De advocaat merkt vervolgens op dat vertoning van de film in Nederland een ‘duidelijk geval van auteursrecht-inbreuk zal opleveren, nog daargelaten dat het vertonen ook uit anderen hoofde jegens mijn cliënt onrechtmatig zou zijn.’ ,,Het doel van deze brief is u er op te wijzen dat, indien u op welke wijze dan ook uw medewerking zou verlenen of zou bijdragen aan vertoning van de film, dan wel derden, die de film zouden willen vertonen behulpzaam zou zijn, bijvoorbeeld door hen mede te delen waar zij deze film kunnen verkrijgen, u jegens mijn cliënten onrechtmatig zult handelen en voor de daardoor veroorzaakte schade aansprakelijk zult zijn. Doel van deze brief is dus mede om u te verzoeken en voor zoveel nodig te sommeren al dergelijke handelingen achterwege te laten.’’ Mr. Stoop vraagt de hoofdredactie van De Tijd om de arts die een video van ‘Death in the West’ in zijn bezit zou hebben, een kopie van zijn brief te geven, ‘onder mededeling dat het in deze brief gestelde ook voor hem bestemd is’. Het is voor de hoofdredactie van De Tijd een kleine moeite even in het archief te duiken om te zien hoe Thames Television enkele jaren eerder diep door het stof moest onder dreiging van een miljoenenclaim van Philip Morris. De brief van de advocaat mist zijn uitwerking niet. De Tijd reageert per kerende post.[viii]Stoop is te laat. De naam van de mysterieuze dokter is al doorgespeeld door De Tijd. Maar hoofdredacteur J. Swart is de beroerdste niet. Hij meldt Stoop vrijwillig en ongevraagd aan wie de informatie is verstrekt. ,,Wij moeten u meedelen dat wij al eerder de VPRO en KRO (Brandpunt) desgevraagd de naam van de desbetreffende arts die in het bezit is van de videoband, hebben doorgegeven.’’ Stoop weet wat hem nu te doen staat. Hij neemt direct contact op met G. L. de Bruin, marketing directeur van Philip Morris Holland, die een brief schrijft aan C. Brinkhuizen van KRO Televisie.[ix] De Bruin voegt een kopie van Stoops brief aan De Tijd bij. En vult aan: ,,Naar wij van mr. Stoop vernamen, kan in kort geding verbod tot uitzending van de film gevorderd worden. Gaarne vertrouwen wij, dat u na kennisneming van de bijlage definitief van uw voornemen tot uitzending van de film zult afzien.’’ Dat helpt. C. Brinkhuizen antwoordt een paar dagen later dat de KRO afziet van uitzending van de film.[x] ,,Uw opstelling en de rechterlijke uitspraken in Engeland lijkt een uitzending onmogelijk te maken. Mocht dat niet zo blijken te zijn, dan zullen wij onze beslissing heroverwegen.’’ Nu de VPRO nog. Voor deze eigenzinnige omroep wordt jhr. mr. Stoop opnieuw in stelling gebracht. Hij stuurt, per aangetekende brief met bewijs van ontvangst, een afdruk van de effectieve dreigbrief aan De Tijd aan de omroep.[xi] ,,U wilt de inhoud van die brief wel als mede voor u bestemd beschouwen. Voor het geval u van plan was geweest de betrokken film uit te zenden, neem ik aan dat u na kennisneming van de bijgevoegde brief uw voornemen tot uitzending van die film zult hebben laten varen.’’ Stoop wil van de VPRO wel graag even een schriftelijke bevestiging van dat voornemen. Die komt, ook weer per kerende post. Maar de omroep is minder meegaand dan het weekblad De Tijd en de KRO.[xii] ,,De door u aangeduide film ‘Death in the West’ staat inderdaad in de belangstelling van de VPRO-televisie. Bij de beslissing om deze film al dan niet uit te zenden zal de informatie vervat in uw brief betrokken worden. Het moge echter duidelijk zijn dat de VPRO zich ten aanzien van die beslissing in dit stadium nadrukkelijk alle rechten voorbehoud. Derhalve kan ik u momenteel niet bevestigen dat de desbetreffende titel niet door de VPRO-televisie zal worden uitgezonden’’, schrijft mr. A. J. de Gruijl, secretaris programmaleiding VPRO Televisie. Niettemin zendt ook de VPRO niet uit. Met het nog altijd geldige Britse vonnis acht de omroep het risico kennelijk toch te groot. In De Tijd van 29 juli 1983 verschijnt onder het kopje ‘We zijn gewaarschuwd’ een zuur stukje over het optreden van Philip Morris.[xiii] In het bericht wordt melding gemaakt van de juridische actie van Philip Morris tegen De Tijd, na het artikel over roken in Nederland. Ook elders is op het artikel gereageerd: in Hilversum, zo schrijft De Tijd schijnheilig. ,,De KRO heeft om juridische redenen afgezien van uitzendplannen, bij de VPRO wordt er nog over nagedacht.’’ In een interne notitie blikt de jurist Bradley Brooks van Philip Morris Europa kort daarna terug op de kwestie.[xiv] Tot op het hoogste niveau – ook de directeur van de PM-sector EG, Aleardo Buzzi is er bij betrokken - is het optreden van de sigarettenfabrikant geanalyseerd. Tevreden wordt vastgesteld dat door de ongevraagde mededeling van De Tijd, dat de informatie over de videoband al was doorgespeeld aan de KRO en de VPRO, PM’s advocaat Stoop direct de andere omroepen kon aanschrijven. ,,Tot zo ver lijkt de aanpak te hebben gewerkt. We zijn van mening dat we vastberaden moeten doorgaan met onze pogingen heruitzending van de film te voorkomen. Als we dat niet doen en de film wordt een keer uitgezonden, dan moeten we vrezen dat de ‘sluizen’ open gaan in heel Europa en misschien ook elders.’’ In de terugblik wordt opgemerkt dat tijdens een onderhoud dat directeur De Bruin van Philip Morris Holland had met Brinkhuizen van de KRO, bleek dat de omroep in de opvatting verkeerde de film te kunnen uitzenden, omdat uit niets was gebleken dat Philip Morris na de uitzending een jaar ervoor door Kron-tv in San Francisco juridische actie tegen dit station had ondernomen. De KRO had daaruit geconcludeerd dat het gerechtelijk verbod kennelijk niet meer van kracht was. Brooks maakt duidelijk dat met de Amerikaanse advocaat Alexander Holtzmann van Philip Morris International en met pr-man Andrew Whist in New York is afgesproken dat er van nu af elke juridische actie rond een dreigende vertoning van de documentaire eerst wordt besproken met het hoofdkantoor in Amerika. Het stormpje trekt over, bij Philip Morris wordt opgelucht adem gehaald. Niemand kan dan nog bevroeden dat de echte slag om ‘Death in the West’ in Nederland nog moet komen. Bij de KRO ligt al een paar jaar de videoband van ‘Death in the West’ stoffig te worden op een plank, als Brandpuntverslaggever George Mustert wordt benaderd door Ruud Hendriks van Veronica Omroep Organisatie. ’s Lands jongste omroep moet om te voldoen aan de bepalingen in de Omroepwet een nieuwsprogramma ontwikkelen. Algemeen directeur Rob Out wil het meteen goed aanpakken. Hij geeft eindredacteur Hendriks de opdracht een actualiteitenrubriek op te zetten met gedegen en ervaren journalisten van naam. Hendriks vraagt Mustert of hij belangstelling heeft. Na enige aarzeling hapt Mustert toe. ,,Wat mij vooral aansprak was de verzekering die Out gaf dat wij in de Veronica-cultuur een grote mate van journalistieke vrijheid zouden krijgen. Dat was voor mij ook een dwingende voorwaarde. Out heeft mij bezworen dat wij de vrije hand zouden hebben in onderwerpkeuze en aanpak. In die paar maanden daarna bleek dat al spoedig een loze belofte.'’[xv] Ook journalisten als Jaap van Meekren (oud-Avro) en Joop Daalmeijer (ex-Vara) gaan met Veronica in zee. Het drietal vormt de kern van een team dat Veronica’s Nieuwslijn inhoudelijk gaat vormgeven. Mustert, Van Meekren en Daalmeijer willen met de eerste uitzending van Nieuwslijn een klapper maken. Mustert heeft de kopie van ‘Death in the West’ met toestemming van zijn collega’s van Brandpunt meegenomen bij zijn overstap naar Veronica. Hij oppert de mogelijkheid om in de eerste uitzending van Nieuwslijn de verwikkelingen rond de geruchtmakende documentaire te tonen, mer daarbij fragmenten uit de film. Daaromheen kan dan het thema roken en gezondheid verder worden uitgediept. Mustert maakt er geen geheim van dat het onderwerp juridisch gezien gevoelig ligt. Niettemin voelt de redactie wel voor het plan. Ruud Hendriks legt het plan voor aan Out. Als medeoprichter van Veronica en algemeen directeur kent Out zichzelf van oudsher een zware stem toe in het programmabeleid. In dit geval zeker, gezien de voorspelbare juridische verwikkelingen. Philip Morris zal direct advocaten in stelling brengen als bekend wordt dat uitzending van ‘Death in the West’ dreigt. Out twijfelt. Nog los van de mogelijke juridische complicaties, vindt hij roken en gezondheid geen geschikt onderwerp voor een eerste uitzending van een nieuwe rubriek. ,,Out zei: Ik wil geen kankercellen op het scherm. Hij vond dat hij ook rekening had te houden met de jonge Veronica-achterban’’, herinnert Mustert zich. Kort na de bespreking stuurt Out een memo aan Hendriks: het bestuur, de staf en hij als algemeen directeur, zijn tegen de uitzending vanwege de juridische consequenties. Out blijkt door de jurist van de NOS, mr. Bouke Geersing, te zijn gewaarschuwd voor mogelijk ernstige juridische gevolgen van uitzending. Veronica’s huisadvocaat mr. Egbert Dommering wordt erbij gehaald. Ook hij is tegen. ,,De risico’s dat we zouden verliezen achtte hij reëel. Ik probeerde hem te wijzen op de journalistieke vrijheid en het algemeen belang van uitzending van deze documentaire’’, zegt Mustert. ,,In het licht daarvan konden we best wat risico nemen, vond ik.’’ Maar houdt Out vast aan zijn veto. ,,We hielden een redactievergadering in een gespannen sfeer. We besloten toch door te gaan. Out bleef bij zijn weigering, al was hij bereid om toe te staan dat het onderwerp in een latere uitzending aan bod zou komen.’’ De redactie is laaiend. De reportage ligt gereed voor uitzending en de directeur blokkeert vertoning. Mustert is verbijsterd. ,,Bij de publieke omroep, zoals ik die kende, was het ondenkbaar dat een directeur een journalistiek item zou tegenhouden. Het veto van Out heeft de nieuwe actualiteitenrubriek nog voor de eerste uitzending op een haar na ten onder gebracht.’’ Eindredacteur Hendriks weet op het nippertje een paleisrevolutie te voorkomen door een compromisvoorstel. Zijn plan: we halen het onderwerp uit de eerste uitzending van Nieuwslijn en brengen het onder in een veel langere documentaire, die enkele weken later kan worden geprogrammeerd in het nieuwe achtergrondprogramma ‘Nieuwslijn Special’. Mustert stemt in, maar alleen op voorwaarde dat zijn al gemonteerde onderwerp ongewijzigd in de documentaire wordt opgenomen. Uitzending tijdens de première van Nieuwslijn is daarmee van de baan. Het onderwerp wordt verzet naar de eerste Nieuwslijn Special op 25 oktober 1985. Probleem is echter dat de ‘special’ staat geprogrammeerd om 20.00 uur, precies tegenover het NOS Journaal dat in die jaren nog gigantische kijkcijfers heeft. De redactie stemt morrend in met het compromis. Mustert maakt een opzet voor het programma, die door Dommering wordt bekeken. Dommering gaat akkoord. Maar een dag later ontvangt eindredacteur Ruud Hendriks van Out een memo. ‘Strikt vertrouwelijk’, staat er boven. In het briefje zegt de algemeen directeur dat aan uitzending van Death in the West te veel risico’s zitten. Het programma kan niet in productie worden genomen. En: ,,Indien dit morele problemen geeft, staat het iedereen vrij een andere werkkring te zoeken.’’ Hendriks stapt naar Out en herinnert hem aan zijn eerdere besluit de documentaire wel uit te zenden op een ander moment, in een Nieuwslijn Special. De twee komen overeen dat Mustert nogmaals een programmaopzet maakt, maar ditmaal veel gedetailleerder. Ook over deze opzet wordt Dommering geraadpleegd. De advocaat gaat opnieuw akkoord. Mustert: ,,En Out sprak de gevleugelde woorden: Go ahead.’’ GEEN ANTWOORD Philip Morris Holland is al sinds september op de hoogte van het aanvankelijke plan om fragmenten uit ‘Death in the West’ te vertonen in de eerste uitzending van Nieuwslijn. Mustert heeft in een telex aan het Amerikaanse hoofdkantoor van de firma enkele vragen gesteld. De antwoorden wil hij gebruiken voor zijn reportage. De vragen gaan over de Britse documentaire en over Philip Morris’ opvattingen over de risico’s van roken. Maar de antwoorden blijven uit. Wel gaat de eerste advocatenbrief naar Out. Op 30 september 1985 ontvangt Veronica een korte telex van Philip Morris International.[xvi] De mededeling luidt: ‘Wij zijn in gesprek met onze advocaten, u hoort nog van ons.’ De boodschap is duidelijk. Een paar dagen later stuurt algemeen directeur G. de Wit van PM Holland een brief aan Veronica-voorzitter mr. W. J. Bordewijk.[xvii] De brief wordt hem persoonlijk overhandigd. ,,Wij hebben vernomen dat Veronica plannen heeft het nieuwe programma Nieuwslijn te lanceren met een verhaal over ‘Death in the West’’, schrijft De Wit. ,,Vanwege de hartelijke banden tussen Philip Morris en uw organisatie, voel ik mij genoodzaakt u enkele feiten voor te houden over ‘Death in the West’ en de manier waarop deze film tot stand is gekomen.’’ Volgt het hele verhaal over Taylor en zijn ‘frauduleuze zwendel’. ,,U moet weten dat andere degelijke televisie-stations besloten hebben ‘Death in the West’ niet uit te zenden. Het gebruik van de band zou een ernstig misbruik zijn van de journalistieke vrijheid en betekent bovendien het meewerken aan een bewuste poging tot misleiding van kijkers.’’ De Wit stelt in de brief dat vertoning van de film strijdig is met de Nederlandse wetgeving die verbiedt dat er op tv direct of indirect reclame wordt gemaakt voor sigaretten. ,,Ook al zou Veronica vervolging willen riskeren, dan nog kan Philip Morris de noodzakelijke toestemming tot vertoning niet geven omdat wij niet betrokken willen raken in een wetsovertreding.’’ De Wit merkt op dat hij benieuwd is naar de argumenten voor Veronica om de film uit te zenden, omdat de tv-maatschappij die de uitzendrechten bezit – Thames Television – nooit toestemming kan hebben verleend. ,,De band die Veronica bezit is òf een piratenversie die zonder toestemming van Thames is verspreid, òf het is de originele versie die in strijd met het bevel van de rechter in omloop is gebracht.’’ De Wit wil over dit punt overleg met Veronica. ,,Andere media hebben erkend dat ‘Death in the West een kwaadaardige en militante poging is om met gebruik van de televisie een vooringenomen mening te bewijzen – zelfs als de feiten daarvoor geweld moeten worden aangedaan. Dit valt niet in de traditie van hoge kwaliteit en eerlijke berichtgeving, een traditie waarvan ik zeker weet dat Veronica die steunt en wil bestendigen.’’ Een dag na de brief aan Bordewijk heeft George Mustert contact met woordvoerder Henk van Roode van Philip Morris Holland. Hij meldt hem dat ‘Death in the West’ niet zal worden uitgezonden tijdens de eerste aflevering van Nieuwslijn. Hij kan Van Roode een zucht van opluchting horen slaken, maar de pr-man krijgt zowat een beroerte als Mustert hem vervolgens vertelt dat het onderwerp over de Marlboro-film wordt verwerkt in een langere documentaire over roken en gezondheid voor de ‘Nieuwslijn Special’, enkele weken later. Er gaat meteen een brief naar Rob Out. ,,Onze bezwaren tegen uitzending blijven onveranderd.’’[xviii] Het management van Philip Morris Europa, dat doorlopend op de hoogte wordt gehouden van de verwikkelingen rond Veronica, is eigenlijk niet eens zo ontevreden met opschorting. ,,Het lijkt er op dat we wat tijd hebben gewonnen.’’[xix] Op woensdag 16 oktober meldt Mustert zich met een camerateam op het ministerie van Volksgezondheid in Leidschendam. De tv-journalist heeft een afspraak met staatssecretaris Joop van der Reijden, de latere voorzitter van Veronica. Van der Reijden heeft ingestemd met een interview over het tabaksbeleid. Van der Reijden heeft inmiddels, in de kelder van zijn ministerie, samen met woordvoerder Jean Nelissen van de Stichting Volksgezondheid en Roken een kopie van ‘Death in the West’ bekeken. Tijdens het vraaggesprek stuurt Mustert er op aan dat Van der Reijden zich in een uitspraak voor de camera bindt aan de Britse documentaire. ,,Ik was nog steeds bang dat ook de special om zeep zou worden gebracht. Een duidelijke stellingneming van Van der Reijden zou dat moeilijker maken. Tijdens het interview zei Van der Reijden dat de film vertoond zou moeten worden op de scholen in het kader van gezondheidsvoorlichting. Dat was een belangrijke uitspraak.’’ Op dat moment gebeurt iets soortgelijks al in de Amerikaanse staat Californië. De antiroken-organisatie California Nonsmokers’ Rights Foundation heeft een meerdaagse thema-les over roken en de tabaksindustrie voor middelbare scholen ontwikkeld.[xx] Een video van ‘Death in the West’ hoort bij het lespakket. Ook in Australië wordt de film op scholen vertoond. Tijdens de vijfde WHO-wereldconferentie over roken en gezondheid, in juli 1983 in het Canadese Winnipeg, is er openlijk een levendige handel in video’s van ‘Death in the West’. De Californische niet-rokers verkopen in de wandelgangen van dit congres kopieën van de verboden documentaire voor 50 dollar per stuk. Jean Nelissen schaft daar het bandje aan dat hij na terugkeer in Nederland met staatssecretaris Van der Reijden bekijkt. De tabaksindustrie, die met een legertje anonieme waarnemers aanwezig is op de wereldconferentie in Canada, is niet blij met de handel in video’s. ,,De stand van de California Nonsmokers’ Rights Foundation was de meest populaire van de conferentie. Ons is verteld dat er zo’n vijfhonderd kopieën van ‘Death in the West’ zijn verkocht’’, aldus een ongesigneerd rapport van de conferentie, uit de bedrijfsarchieven van Philip Morris.[xxi] Staatssecretaris Van der Reijden noemt voor de Veronica-camera de documentaire ‘indrukwekkend en duidelijk’. Verder deelt hij mee dat hij maatregelen wil nemen tegen de ‘imago-reclame’ van tabaksfabrikanten, die in campagnes voortdurend de suggestie wekken dat roken stoer is en dat rokers blakend gezonde mensen zijn. Als Philip Morris van Mustert hoort dat Van der Reijden aan het programma meewerkt, stuurt de firma direct een brief aan de bewindsman. Gewezen wordt op het nog steeds bestaande dwangbevel van de Britse rechter. PM wil dat de staatssecretaris afstand neemt van ‘Death in the West’. Van der Reijden reageert niet op de brief. Terwijl Mustert op het ministerie van Volksgezondheid filmt, zitten Van Roode en marketingdirecteur De Bruin van Philip Morris met Rob Out in Hilversum om de tafel. De tabaksfabrikant heeft de antwoorden op Musterts vragenlijstje meegenomen naar het overleg met de Veronica-directeur. Het papier wordt als een ruilobject achter de hand gehouden, zo blijkt uit een fax die Philip Morris Europa aan de bazen in New York stuurt.[xxii] ,,Het is duidelijk dat de antwoorden alleen worden verstrekt als dat het overleg met Out kan vergemakkelijken. Ze zullen alleen mondeling worden gegeven en ze moeten worden gebruikt in ruil voor antwoord op onze vragen over de herkomst van de band met Death in the West en over de beweegredenen van Veronica om deze film te willen uitzenden zonder toestemming van de eigenaar van de rechten, Thames Television.’’ Volgens de documenten van Philip Morris over de ontmoeting met Out, deelt de directeur van Veronica in het gesprek mee dat Death in the West niet zal worden uitgezonden en dat ook geen delen van de film zullen worden gebruikt voor de special enkele weken later.[xxiii] Daarnaast biedt Out de twee PM-medewerkers aan dat ze de uitzending vooraf mogen zien. ,,We zijn erg verheugd met uw besluit’’, schrijft Van Roode daarna opgewekt aan Out. ,,We stellen het ook erg op prijs dat u ons de gelegenheid geeft het programma voor uitzending te zien en zonodig ons commentaar te geven. We wachten uw uitnodiging af.’’ Bij Philip Morris heerst na dit goede nieuws tot op het hoogste niveau diepe tevredenheid over de doorbraak die Van Roode en De Bruin bereikt lijken te hebben. Geoffrey Bible, president van Philip Morris International, huldigt het duo per telex: ,,Ik ben opgetogen over de uitkomst van uw ontmoeting met Mr. Out. Het is erg bemoedigend dat uw relaties met Veronica en het imago dat u voor Philip Morris in Nederland hebt ontwikkeld, zo goed zijn dat u een dergelijke moeilijke situatie wist te overwinnen.’’[xxiv]Ook Michael Horst, pr-chef van Philip Morris Europa, deelt in de lof, zij het op een niveau lager. Zijn baas Andrew Whist feliciteert hem per telex: ,,Je verdient grote lof voor je inspanningen. We zijn je zeer dankbaar.’’[xxv] Maar de vreugde bij Philip Morris is van korte duur. De loftuitingen verbleken op slag als vijf dagen later George Mustert met Henk van Roode belt en hem meedeelt dat de redactie gewoon doorgaat met de voorbereidingen van de Nieuwslijn Special van 25 oktober, waarin fragmenten uit ‘Death in the West’ zullen worden vertoond.[xxvi] De volgende dag belt Van Roode met Out, die volhardt in zijn toezegging dat ‘Death in the West’ niet zal worden uitgezonden. Mustert is verbijsterd over de opstelling van zijn directeur. Maar vooralsnog wordt de productie van de Nieuwslijn Special voortgezet. Tijdens een uitzending van Nieuwslijn kondigt Jaap van Meekren de Nieuwslijn Special van enkele dagen later aan, maar hij noemt het onderwerp van de uitzending niet. ,,Ik hoor later dat Out zich er tegen heeft uitgesproken’’, schrijft Mustert in zijn chronologische verslag van de gebeurtenissen. Out stuurt twee dagen voor de uitzending een memo aan Ruud Hendriks, die deze per telefoon voorleest aan Mustert. ,,Out schreef: ‘Ik neem aan dat je kunt begrijpen dat ik de gehele affaire ‘Death in the West’ meer dan zat ben. Tegen alle verwachtingen in blijft de desbetreffende redacteur om mij onbegrijpelijke redenen vasthouden aan dit item. Ik heb de heren van Philip Morris beloofd dat slechts summier aandacht zal worden geschonken aan de film – en dan bedoel ik drie minuten uit het oorspronkelijke item – en dat in de vraagstelling uitsluitend de problematiek van de tabaksindustrie in Nederland aan de orde zou komen.’’ Out wil diezelfde dag nog de delen van Death in the West zien die in Nieuwslijn Special zullen worden opgenomen. ‘Anders gaat de uitzending niet door’, schrijft hij in het memo. ,,Voor het geval dat het bij enkele redacteuren niet helemaal duidelijk is: namens het bestuur beslis ik wat er wel of niet wordt uitgezonden.’’ Out krijgt de passages niet te zien, domweg omdat de band nog lang niet klaar is. Hendriks deelt hem dit, ook per memo, mee. Waarop Out de Nieuwslijn Special afblaast. De redactie besluit in vergadering bijeen te komen. Musterts verslag: ,,Op de redactie tref ik op de kamer van Ruud een gezelschap in een absolute mineurstemming aan. Het doek lijkt te zijn gevallen. De stemming is bij sommigen dat het bijltje er bij neer moet worden gegooid.’’ Mustert stelt voor de band voor de uitzending toch gewoon af te monteren en advocaat Dommering het oordeel te laten vellen. Na het akkoord van de huisadvocaat zal Out in ieder geval geen juridische redenen meer kunnen aanvoeren om de documentaire van het scherm te houden. Na enige discussie wordt dit voorstel gevolgd. De redactie heeft sterke vermoedens dat Out andere argumenten dan juridische, heeft voor zijn afwijzende houding. De algemeen directeur heeft in die tijd grote persoonlijke financiële belangen bij het Veronica Blad. Wekelijks ontvangt hij in klare munt per verkocht nummer een percentage van de opbrengst. De tabaksindustrie is een zeer belangrijke adverteerder in het omroepblad. Ook in Veronica-programma’s komen opmerkelijk vaak tabaksartikelen in beeld. ,,Al hadden we geen bewijzen, we hadden het gevoel dat Out zijn juridische bezwaren uitsluitend hanteerde als schaamlap voor andere belangen’’, aldus Mustert. MINISTERIE WORDT NERVEUS Intussen wordt ook het ministerie van Volksgezondheid nerveus. Woordvoerder van WVC, George Dankmeijer, belt met Mustert en deelt mee dat de landsadvocaat graag de citaten van Van der Reijden wil toetsen om juridische problemen met Philip Morris te voorkomen. Mustert geeft de citaten door. De landsadvocaat wil dat een fragment wordt geschrapt, waardoor het commentaar van Van der Reijden niet meer in direct verband staat met de documentaire over Marlboro. Mustert verzet zich. Afgesproken wordt dat de jurist van WVC, de landsadvocaat en Dankmeijer de band van de uitzending mogen bekijken. Het blijkt dat het ministerie de uitlating van Van der Reijden dat ‘Death in the West’ op scholen moet worden vertoond, wil verwijderen. Mustert is furieus. ,,Ik zei: als dit een eis is, gaat die passage er uit. Maar alleen als er heel nadrukkelijk wordt uitgesproken wat de exacte reden is voor de wijziging, een politieke of een juridische. De vraag veroorzaakte enige onzekerheid. Dus jullie zwichten net als de baas van Veronica voor druk van de tabaksindustrie, hield ik hen voor. Ik zei tegen Dankmeijer: ik denk dat het politiek gevoeliger ligt als bekend zou worden dat dit de reden is. Waarop Dankmeijer zei: dat hoeft natuurlijk niet bekend te worden.’’ Het fragment wordt uiteindelijk niet geschrapt. Door de vraagstelling aan Van der Reijden in de eindmontage iets te veranderen, kan het citaat gehandhaafd blijven. Mustert werkt 26 uur onafgebroken om de special op tijd klaar te krijgen. Out is intussen weer mokkend akkoord gegaan met uitzending. Een verstandig besluit, vindt Mustert, want de redactie staat op scherp na het ondoorzichtige en op z’n minst zwalkende beleid van de algemeen directeur. ,,Het zou voor Veronica natuurlijk rampzalig zijn geweest als de redactie van een actualiteitenprogramma zou zijn opgestapt, kort na de eerste uitzending.’’ De dag voor de uitzending van Nieuwslijn Special, belt Out Van Roode op met de mededeling dat, ‘niettegenstaande eerdere beloften, besloten is dat er delen uit ‘Death in the West’ zullen worden uitgezonden in Nieuwslijn Special van 25 oktober. Out suggereert tegenover Philip Morris dat overmacht hem tot de ommezwaai heeft gebracht, zo blijkt uit de lezing van Philip Morris. De documentaire is door Veronica geplaatst op de zogenoemde ‘claimlijst’ die de publieke omroepen sinds jaar en dag hanteren. Iedere omroeporganisatie probeert als eerste een aangekochte serie, documentaire of film op die lijst te zetten. Plaatsing als eerste betekent het alleenrecht in Nederland om dat product uit te zenden. Het voorkomt dat twee of meer omroepen gelijktijdig op een onderwerp jagen en het voorkomt dat ze tegen elkaar gaan opbieden. ‘Death in the West’ is door Veronica op de claimlijst geplaatst. Als Veronica het ‘recht op eerste vertoning’ niet zou uitoefenen, kan een andere omroeporganisatie met argumenten de claim overnemen, zo meldt Out aan Van Roode. Hij legt uit dat bovendien de actualiteit in het geding is: op korte termijn zal het kabinet het eerste voorstel voor een tabakswet aan het parlement voorleggen. ,,Out deelde mee dat hij geen andere mogelijkheid zag dan toestemming te geven voor uitzending’’, aldus Van Roode in zijn rapport aan zijn bazen. De volgende ochtend mogen Van Roode en De Bruin komen kijken naar de band van de uitzending. Diezelfde ochtend nog krijgt Van Roode een telefoontje van een verslaggever van Trouw. Van Roode’s verslag aan Philip Morris Europa: ,,De journalist was opgebeld door een ambtenaar van het ministerie van Volksgezondheid die hem vroeg een bericht te maken voor de krant van vrijdag over het programma dat Veronica ’s avonds zal uitzenden. De beller vertelde dat het programma een controversiële film over Marlboro zou bevatten. Het telefoontje was duidelijk bedoeld om meer kijkers te trekken voor de uitzending. Na overleg met de redactie besloot de journalist het artikel pas zaterdagmorgen te publiceren.’’ Met lood in de schoenen kijkt Van Roode die vrijdagochtend naar de band van de uitzending, die diezelfde avond de lucht in zal gaan. Eindredacteur Ruud Hendriks en presentator Jaap van Meekren zijn ook aanwezig. Van Roode is doodongelukkig met het programma, blijkt uit het verslag dat hij aan zijn superieuren uitbrengt. ,,De vertoning duurde 40 minuten’’, schrijft hij. ,,Daarna was er een lange discussie. Tenslotte heb ik ruim een half uur met Out gesproken. Het was duidelijk dat het besluit om door te gaan vast stond. Het is voornamelijk een antiroken-documentaire geworden, die roept om reclamebeperking voor de tabaksindustrie. Het is zeker niet het neutrale, objectieve programma dat Out ons heeft beloofd.’’ In Musterts relaas van de gebeurtenissen staat hoe Van Roode reageerde na de viewing. ‘Verschrikkelijk’, zou de pr-man van Philip Morris hebben uitgeroepen. Waarop Ruud Hendriks reageert met: ,,Verschrikkelijk goed, bedoelt u zeker?’’ Van Roode vindt de uitzending ’eenzijdig, slecht en buitengewoon nadelig voor de sigarettenindustrie’. De pr-man belooft zijn collega’s op het Europese hoofdkantoor dat hij ze zo snel mogelijk een bandje zal sturen van de uitzending. Hij zal ook nagaan hoe hoog de kijkcijfers waren. ,,Ter afsluiting kan ik nog zeggen dat door het feit dat ‘Death in the West’ onderdeel was van een groter programma en concurrentie had van een populaire comedy en het Journaal op de andere zenders het negatieve effect minder ernstig is geweest. Zonder twijfel was de oorspronkelijke programmering in de eerste uitzending van Nieuwslijn veel schadelijker geweest.'’ Algemeen directeur De Wit van PM Holland stuurt die dag nog een boze telex aan Out en Bordewijk, waarin hij meldt diep gekwetst te zijn door de handelwijze van Out, maar het heeft geen zin meer.[xxvii] Op deze korte termijn kan Philip Morris niet meer naar de rechter. De uitzending gaat gewoon door. Mustert: ,,Uiteindelijk hebben het onderwerp, zoals gemaakt voor de eerste uitzending van Nieuwslijn, volledig uitgezonden.’’ In Trouw verschijnt de dag na uitzending een bericht, waarin Philip Morris aankondigt Veronica te willen vervolgen.[xxviii] Van Roode toont zich in de krant verbolgen over de handelwijze van de omroeporganisatie. ,,Nadat wij bezwaar hadden gemaakt werd ons verteld, dat men afzag van uitzending. In laatste instantie heeft men er toch weer toe besloten, zodat het nauwelijks nog mogelijk was vooraf naar de rechter te stappen.’’ Een proces is er tegen Veronica nooit gevoerd. Oud-directeur van Veronica, Rob Out, herinnert zich weinig van de druk die er door Philip Morris is uitgeoefend op hem en voorzitter Bordewijk.[xxix] ,,Er zijn wat contacten geweest. Maar ik heb dat niet al druk ervaren. Het was een uitzending waar ik zelf ook niet voor honderd procent achter stond. Ik vond het een te eenzijdig beeld geven. Aan de andere kant was het onderwerp belangwekkend genoeg om overstag te gaan. Ik vond het thema wat te eenzijdig gericht op één sigarettenmerk, terwijl de problemen door roken voor alle sigaretten gelden, niet alleen voor Marlboro. Er is toen tussen mij en de redactie enige onenigheid geweest, maar we hebben stukken uit die documentaire toch als enige omroep uitgezonden. En als ik dat niet had gewild, dan was het echt niet gebeurd, hoor.’’ Oud-staatssecretaris Van der Reijden zegt dat ‘we op het ministerie toch wel een beetje in angstige afwachting hebben verkeerd over de reactie van Philip Morris na uitzending van het Veronica-programma’.[xxx] Helemaal gerust waren de juristen van WVC niet op de afloop. ,,Ze vonden dat ik als staatssecretaris niet kon ingaan op een documentaire die met een rechterlijk verbod was belast. Maar er was een groepje mensen op het ministerie dat zei: gewoon doen, niks van aantrekken.’’ Joop Bouma (jbouma@trouw.nl) is onderzoeksjournalist en werkt bij dagblad Trouw -------------------------------------------------------------------------------- [i]Transcript van passages uit ‘Death in the West’, beschikbaar gesteld door het advocatenkantoor Wartnick, Chaber, Harowitz & Tigerman in San Francisco, Californië. Advocate Madelyn Chaber van dit kantoor voerde in 1999 en 2000 namens een rookster met longkanker een rechtszaak tegen de industrie. Chaber wilde transcripten uit ‘Death in the West’ gebruiken in de bewijsvoering tegen de sigarettenfabrikant, omdat ze van belang zouden zijn voor haar stelling dat Philip Morris decennia lang stelselmatig ‘samenspande, bedroog, misleidde en zaken verkeerd voorstelde’ in de discussie over roken en gezondheid. Philip Morris verweerde zich met succes. De rechter wees het gebruik van de teksten van de interviews met Bowling en Wakeham af. Chabers zaak eindigde in maart 2000 in een veroordeling van Philip Morris en RJReynolds tot het betalen van tien miljoen dollar elk. Het was de eerste keer dat er een zaak in de VS werd gewonnen door een ex-roker, die met roken was begonnen na 1965, het jaar waarin de federale Amerikaanse overheid gezondheidswaarschuwingen op sigarettenpakjes voorschreef. Meer over deze zaak is te lezen op de Internetsite van een ander advocatenkantoor (Napoli, Kaiser & Born in New York): http://napolikaiser.com/article124.cfm [ii] Zie voetnoot 1. [iii]PM 2501188511 Brief van bestuursvoorzitter George Weismann van Philip Morris Inc. aan voorzitter Howard Thomas van Thames Television Ltd, van 21 juni 1979. [iv]PM 2501188155 Telex van Andrew Whist (Philip Morris International) aan – onder anderen – Jules Hartogh (Philip Morris Europa) over een uitzending van ‘Death in the West’ in San Francisco. [v]PM 2501188279 Telex van Jules Hartogh (PM Europa) aan Andrew Whist (PM International) over ‘Death in the West.’ [vi]PM 2501188214 Brief van mr. J. A. Stoop van advocatenkantoor De Brauw en Helbach in Amsterdam aan Weekblad De Tijd, van 21 juli 1983. [vii]PM 2501188223 Spoedtelex met een concept-brief aan weekblad De Tijd van mr. Jan A. Stoop van advocatenkantoor De Brauw en Helbach in Den Haag aan huisadvocaat B. Brooks van Philip Morris Europa, van 20 juli 1983. [viii]PM 2501188217 Brief van J. C. Swart, hoofdredacteur van Weekblad De Tijd aan mr. J. A. Stoop, advocaat van Philip Morris Holland, van 22 juli 1983. [ix]PM 2501188221Geantidateerde brief van G. L. de Bruin, marketingdirecteur van Philip Morris Holland aan C. Brinkhuizen van KRO Televisie van 21 juli 1983. [x]PM 2501188202 Brief van C. Brinkhuizen, redactie Brandpunt, aan G. L. de Bruin van Philip Morris Holland van 1 augustus 1983. [xi]PM 2501188218 Brief van mr. J. A. Stoop aan Omroepvereniging VPRO van 25 juli 1983 [xii]PM 2501188211 Brief van mr. A. J. de Gruijl, secretaris programmaleiding VPRO Televisie, aan mr. J. A. Stoop van 25 juli 1983. [xiii]PM 2501188200 ‘We zijn gewaarschuwd’. Bericht uit De Tijd van 29 juli 1983, met vertaling in het Engels door Philip Morris Holland. [xiv]PM 2501188207A Telex (datum en geadresseerde onbekend) van B. Brooks, jurist bij Philip Morris Europa over de kwestie rond ‘Death in the West’ met De Tijd, KRO en VPRO. [xv]Interview George Mustert op 9 februari 2000. De reconstructie van de gang van zaken bij Veronica is goeddeels gebaseerd op een chronologisch verslag van de gebeurtenissen dat Mustert in die periode dagelijks heeft bijgehouden. [xvi]PM 2501188524 Telex van Philip Morris International aan Veronica van 30 september 1985. [xvii]PM 2501188456 Brief van algemeen directeur G. de Wit van Philip Morris Holland aan voorzitter mr. W. J. Bordewijk van Veronica, van 3 oktober 1985. Uit de aanhef blijkt dat dit schrijven is gericht aan algemeen directeur R. Out van Veronica, maar uit andere – latere – documenten van Philip Morris blijkt dat de brief uiteindelijk aan Bordewijk is gestuurd. Hij kreeg de brief op 3 oktober persoonlijk overhandigd, zie ook document PM 2501188454 (noot 19). [xviii]PM 2501188462 Ontwerpbrief aan Veronica. [xix]PM 2501188454 Brief van Michael Horst van Philip Morris Europa aan Aleardo Buzzi, president van Philip Morris EEC Region, van 4 oktober 1985. Dit documentnummer levert vier ‘hits’ op, de brief van Horst is nummer vier van de lijst. [xx]PM 2501188390/8416 ‘A curriculum for Death in the West’, lespakket van de California Nonsmokers’ Rights Foundation’ in samenwerking met ‘Risk and Youth: Smoking Project’ (27 pagina’s). [xxi]PM 2501115869/5893 Anoniem ‘Rapport over de vijfde Wereldconferentie over Roken en Gezondheid/ Winnipeg – Canada, 10-15 juli 1983’ (25 pagina’s). [xxii]PM 2501188447 Fax van M. Horst (PM Europa) aan D. Harris (PM International in New York) over de lijst met vragen van Veronica’s George Mustert. [xxiii]PM 2501188337 Engelse vertaling van een brief die H. van Roode (Philip Morris Holland) op 16 oktober 1986 stuurt aan R. Out, algemeen directeur van Veronica. [xxiv]PM 2501188440 Telex van Geoffrey Bible, president Philip Morris International aan G. L. de Bruin en H. van Roode van Philip Morris Holland, van16 oktober 1985. [xxv]PM 2501188443 Telex van Andrew Whist (PM International) aan M. Horst (PM Europa), van 16 oktober 1985. [xxvi]PM 2501188335/8336 Fax van H. van Roode (Philip Morris Holland) aan M. Horst (Philip Morris Europa), van 29 oktober 1985, met een overzicht van de gebeurtenissen tussen 16 oktober (het gesprek met Out) en 25 oktober (dag van uitzending van Nieuwslijn Special met '‘Death in the West’) [xxvii]PM 2501188338 Telex van G. M. de Wit, algemeen directeur PM Holland aan R.Out en mr. W. J. Bordewijk, algemeen directeur respectievelijk voorzitter van Veronica, van 25 oktober 1985. Dit documentnummer levert drie ‘hits’ op, de telex van De Wit is nummer drie van de lijst. [xxviii]‘Philip Morris wil Veronica vervolgen’, bericht uit Trouw van 26 oktober 1985. [xxix]Telefonisch interview met Rob Out op 16 september 2000. [xxx]Telefonisch interview met Joop van der Reijden op 7 september 2000. |