| [an error occurred while processing this directive] |
|
Dossiers
Onderzoeksjournalistiek
Eerste internationale conferentie over
onderzoeksjournalistiek
'Zoek niet verder
- er is niets aan de hand'
In Kopenhagen werd de eerste internationale conferentie voor
onderzoeksjournalistiek gehouden. Honderden journalisten uit tientallen
landen ontmoetten er elkaar. Het begin van een groot netwerk.
Jacqueline Wesselius
Het begon allemaal met een paar brieven. Brieven van boeren met een koe
die gek werd en vervolgens doodging. De boeren woonden verspreid over het
Verenigd Koninkrijk, kenden elkaar niet en schreven John Waite omdat ze
niet snapten wat er met 'het beest' aan de hand was. Misschien, dachten
ze, was het wel iets voor zijn onderzoeksprogramma Face The Facts, dat
elke week door Radio 4 (BBC) werd uitgezonden.
In de loop van de tijd werden de brieven talrijker. Regeringswoordvoerders
spraken desgevraagd geruststellende woorden. De BBC moest geen slapende
honden wakker maken. Er was immers niets aan de hand. Wetenschappers in
Edinburgh zeiden dat ook.
John Waite reisde af naar een onderzoeksinstituut in Edinburgh, waar hij
inderdaad te horen kreeg dat ze niets hadden kunnen ontdekken; maar het
hoofd van het team vertrouwde hem toe dat hij zijn kinderen 'voor de
zekerheid' toch maar niet langer bepaalde soorten rundvlees voorzette.
Er begon zich steeds duidelijker iets af te tekenen. Terug naar het
ministerie van landbouw, waar de minister van landbouw John Waite
scheldend de deur uit schopte. Prachtige radio, het begin van een enorm
schandaal.
Het was een van de vele verhalen die collega's elkaar vertelden op de
internationale conferentie, die in Kopenhagen gehouden werd, op initiatief
van de IRE (Investigative Reporters and Editors). Methodes en problemen
werden naast elkaar gelegd en bleken vaak overeen te komen.
In Slovenië stuiten journalisten op dezelfde hindernissen als in Rusland,
de Verenigde Staten, of Nederland. Een daarvan is het gebrek aan
medewerking van de overheid; sterker: als geruststellende woorden hun
uitwerking blijken te missen en de journalist toch blijft graven, wordt
langzaamaan de druk opgevoerd. Dat eindigt meer dan eens met regelrechte
dreigingen, als het niet erger is.
Het was de moord op een onderzoeksjournalist in Arizona die de aanleiding
vormde voor de oprichting van IRE. En dat soort dingen doen zich niet
alleen voor in landen met een sterke maffia of een minder sterke
democratie. Het gebeurt ook dicht bij huis. En het zijn niet alleen de als
'engelen' vermomde criminelen die dreigende taal uitslaan.
Vincent Dekker van Trouw kreeg van een overheidswoordvoerder te horen dat
het 'gevaarlijk' voor hem zou worden als hij nog langer doorging met zijn
onderzoek naar de Bijlmer-ramp. Dat was nadat zijn chef en zijn
hoofdredacteur al onder druk waren gezet om hem te laten stoppen. Dat
hielp niet - zij hadden beiden zelf geconstateerd dat de officiële lezing
over de ramp met de El Al Boeing aan alle kanten rammelde. Wel werd Dekker
het werken steeds moeilijker gemaakt en ook begonnen collega's aan hem te
twijfelen - terwijl hij niets anders deed dan telkens wijzen op de
onduidelijkheden, inconsistenties of onjuistheden in de officiële versies.
Die klopten gewoon niet met de verklaringen van diverse getuigen, met
berekeningen van deskundigen of zelfs maar met de schaarse documenten die
eindelijk boven water kwamen. Er was ook allemaal net iets te veel
materiaal verdwenen. Tapes waren niet terug te vinden of bleken op
onverklaarbare wijze onbruikbaar geworden. Maar hoezeer een journalist het
ook aan het rechte eind heeft, er bestaat kennelijk een soort
'schandaalmoeheid' bij zowel het publiek als de collega's. 'Eén scoop is
OK, vijf is teveel', erkende Vincent Dekker in Kopenhagen.
Hij vond echter ook weer een mogelijkheid om de muur te doorbreken: door
contact op te nemen met anderen die, soms zelfs bij concurrerende media,
met hetzelfde onderwerp bezig waren. Eigenlijk het ei van Columbus: twee
weten meer dan één. Maar zeker in Nederland wordt zo'n manier van werken
nog heel vaak beschouwd als not done. Amerikanen en Scandinaviërs hebben
een voorsprong in dat opzicht - en vooral de laatsten zijn te benijden wat
betreft de openheid van hun bestel. Databanken, archieven en andere
overheidsgegevens zijn met name in Zweden veel gemakkelijker te raadplegen
dan in Nederland, laat staan in Frankrijk of andere meer 'gesloten'
landen, waar de bescherming van de 'privacy' - hoe belangrijk ook - soms
héél ver gaat. De Zweedse televisie slaagde er bijvoorbeeld in te laten
zien dat er maar liefst elfduizend psychiatrische patiënten rondliepen met
een wapenvergunning. Dit naar aanleiding van een 'familiedrama' waarbij
een psychopaat zijn familie had doodgeschoten. Het kostte weliswaar ook de
Zweden veel moeite om dit gegeven boven tafel te krijgen, maar het lukte.
Zoals ze ook inzicht kregen in de belasting- en salarisgegevens van leden
van de Hoge Raad, die er flink bleken bij te schnabbelen.
Toch wordt zelfs in Zweden geknabbeld aan de openbaarheid van bestuur,
onder voorwendsel dat de Europese richtlijnen daartoe verplichten. Het
gebeurt zo geleidelijk, dat je het bijna niet merkt, vertelde een
researcher van de Zweedse televisie. Ook in de Verenigde Staten worden de
privacy laws aangescherpt - merkwaardig genoeg eveneens (mede) onder
invloed van Brussel. Voor een deel is dat overigens niet ongezond, zoals
ook IRE's advocaat David Smallman toegaf: bedrijven mogen niet langer naar
eigen goeddunken omgaan met de gegevens van hun klanten en relaties. Die
moeten daartoe eerst toestemming geven. Maar, onderstreepte Smallman, het
opvragen van allerlei gegevens - strafregisters, belastingaanslagen, maar
ook bepaalde statistieken - wordt moeilijker gemaakt.
Juist daarom is het goed als met name onderzoeksjournalisten onderling
samenwerken. Ook internationaal. Om samen de ontwikkelingen in de gaten te
houden, maar ook gewoon om samen sterk te staan tegen multinationale
bedrijven en globaal opererende organisaties - of het nu om
misdaadorganisaties of geheime diensten gaat. In Kopenhagen kwamen heel
veel internationale contacten tot stand. Daar ontdekte Vincent Dekker dat
een Amerikaanse journalist een boek had geschreven over de Mossad (de
Israëlische inlichtingendienst), waarin ook de Bijlmer-ramp ter sprake
kwam. Zo had Joop Bouma (eveneens van Trouw) bij zijn onderzoek naar de
handel en wandel van de tabaksindustrie veel aan zijn collega's overzee.
En op grond van zijn eigen speurwerk werd hij tijdens de conferentie in
Kopenhagen uitgenodigd om lid te worden van een select internationaal
gezelschap van onderzoeksjournalisten. Eén van de vele positieve gevolgen
van de conferentie, waar zeker nog een vervolg op komt: volgend jaar in
Nederland.
IRE
IRE werd in 1975 opgericht door een handjevol Amerikaanse
onderzoeksverslaggevers, 'een zootje ongeregeld' volgens de huidige
directeur, Brant Houston. Een jaar na de oprichting werd een van de
founding fathers in Arizona vermoord. Maar in plaats van dat de zaak
waarmee hij bezig in de doofpot werd gestopt, stroomden er tientallen
verslaggevers naar Arizona om de draad op te pakken. IRE staat voor
Investigative Reporters en Editors, maar het is geen toeval dat de
afkorting overeenkomt met het Latijnse woord ire, woede: 'we worden
allemaal bewogen door een gevoel van verontwaardiging', aldus Brant
Houston. Inmiddels hebben ook onderzoeksjournalisten in Scandinavië zich
verenigd. Vooral Denemarken is actief met DICAR ( Danish Institute for
Computer-Assisted Reporting ), dat de conferentie in Kopenhagen
organiseerde.
www.ire.org
www.dicar.org
CAR
Tijdens de conferentie werden trainingen georganiseerd in CAR, of Computer
Assisted Reporting. Dankzij CAR is het mogelijk om elektronisch en vaak
online verkregen data te verwerken . Op deze manier is bijvoorbeeld ook
het in Trouw gepubliceerde scholenonderzoek tot stand gekomen. De auteur
van dit artikel, Marjan Agerbeek, was evenals Dick van Eijk (NRC
Handelsblad) een van degenen die in Kopenhagen hun collega's wegwijs
maakten in deze techniek.
|
|