Het behoort tegenwoordig tot het
takenpakket van de hoofdredacteur. Advocaten eisen rectificaties dan wel
schadevergoedingen. De burger pikt niet alles meer. 'En terecht niet',
zegt AD-ombudsman Willem Ammerlaan.
Arthur Maandag
De voorbeelden stapelden zich de afgelopen tijd op: Ed Maas
contra Frits Wester, Anneke Grönloh tegen Paul de Leeuw, LPF-Kamerlid
Eberhard tegen het AD, Nova-presentator Willem Lust tegen Het Parool en de
plaatselijke CDA-fractievoorzitter tegen Haarlems Dagblad. De zaken
trekken brede aandacht, al heeft dat ongetwijfeld ook te maken met de
toename van het aantal media en het feit dat men in journalistieke kring
sterk de neiging heeft op elkaar te letten.
De toegenomen mondigheid van de burger heeft op redacties in ieder geval
tot een mentaliteitsverandering geleid, stelt AD-ombudsman Willem
Ammerlaan vast. 'Vroeger was er in de journalistiek een houding van: een
fout is altijd mogelijk en als het gebeurt heb je pech gehad. De
journalist kon toch tamelijk arrogant wegkomen met fouten, slordigheden en
onduidelijkheden. En als er dan al werd gerectificeerd, gebeurde dat
ergens weggedrukt onder op pagina 4.
Journalisten hebben zich te veel boven de wet geplaatst. Zich beroepend op
het recht op vrije meningsuiting. Met een buitengewoon milde rechterlijke
macht.
Scherts, parodie alles kon toch? De vrijheid die een columnist heeft…. En
incasseren was er niet bij. Laat het nu misschien wat doorslaan naar de
andere kant, maar ik vind dat nu een goeie ontwikkeling gaande is. Men
pikt niet alles meer. En terecht niet.
Alles wat in de VS gebeurt, zie je vijf à tien jaar later hier gebeuren.
Men is mondiger, beter opgeleid. De claimcultuur uit de VS zie je ook
hier. Vroeger was het model van no cure no pay in de advocatuur een taboe,
maar nu zie je het bespreekbaar worden.
En dat het dan allemaal om geld draait, daar geloof ik niet zo in. Ik heb
acht jaar in de Raad voor de Journalistiek gezeten en daar vaak meegemaakt
dat het toegeven van een fout al reden was een klacht in te trekken.
Slordig omspringen met een klacht is ook zo'n teken van arrogantie,
absoluut.'
Hoofdredacteur Folkert Jensma van NRC Handelsblad
krijgt gemiddeld eens in de drie weken een brief van een advocaat op zijn
bureau. 'Iedere hoofdredacteur in Nederland heeft er mee te maken. Of het
echt een trend is, weet ik niet. Ik zie eerlijk gezegd niet zo heel veel
verschil.'
Jensma geeft min of meer dezelfde analyse als Ammerlaan. 'Ik heb het idee
dat wij als journalisten met hetzelfde gevoel te maken hebben als
treinconducteurs en wijkagenten. Men laat zich niet zo gauw meer iets
zeggen. De burger heeft de grote behoefte iets terug te zeggen. En dat
leidt allemaal sneller tot juridisering. Een advocaat is makkelijk
gevonden…
En het dwingt je ook tot een gedegen behandeling van een klacht. Als je
een keer tegen een dagvaarding bent aangelopen, heb je daarvan snel
geleerd. Een advocaat is een procedurebeest. Die werkt gewoon een vast
programma af. Dat je binnen twee dagen moet reageren, staat helemaal
nergens, behalve dan in de brief. Maar voor je het weet heb je daarna al
een conceptdagvaarding in de bus. Mijn advies: altijd snel reageren.
In die zin krijgt een advocaat een snellere behandeling dan de gemiddelde
lezer. De advocaat weet hoe het werkt en spreekt ook meteen de
hoofdredacteur aan. Een boze lezersbrief belandt toch al snel in een
bakje, waar nog andere boze brieven liggen. Dan wil het wel eens een
weekje duren voordat ik reageer.'
Zelf vragen we heel incidenteel vooraf juridisch
advies. We hebben daar ook geen vaste procedure voor. Het is wel zo dat de
journalist kritisch moet zijn en de chef nog kritischer. Als er iets is,
komt het bij de hoofdredactie. Een voorbeeld: wat moet je als je iets
brisants hebt, maar meneer A houdt zich onbereikbaar voor commentaar. Moet
je dan 24 uur wachten of één week of twee weken? Dan raadpleeg je de
databank van de Raad voor de Journalistiek en maak je zelf een afweging
waarbij je het belang van de publicatie laat meewegen. Of iets op de
voorpagina komt, of het de opening van de krant is, het speelt allemaal
mee.
Als zich een advocaat met een klacht meldt, handelen we dat zoveel
mogelijk zelf af, ook uit kostenoverwegingen ja. We proberen het zo min
mogelijk te juridiseren. Met een snelle correctie, plaatsing van een
ingezonden brief of het maken van een follow-up. Maar lukt dat niet, dan
neem je stelling. Als er dan een dagvaarding komt, nemen we pas juridische
hulp in de arm.'
Intussen heeft Jensma, die zelf jurist is, het nog niet meegemaakt dat het
verder dan een rectificatie is gekomen. Schadevergoedingen zijn
uitgebleven. Ook in de opvallende rechtzetting, op 6 oktober 2001, van
eerder geuite beschuldigingen tegen zakenman E. Albada Jelgersma. Met die
rectificatie werd een kort geding voorkomen. 'En daarmee was de zaak
geëindigd.'
Het AD weet soms vooraf dat juristen zich massaal zullen melden.
Ombudsman Ammerlaan: 'Wij zien een golf van advocaten met onze jaarlijkse
tests. Haring, oliebollen, shoarma. We sturen ons oordeel daarom vooraf
altijd aan de betrokkenen en bieden de mogelijkheid van een korte reactie.
Per test melden zich gemiddeld tien advocaten. Daar heb je goeie bij, maar
ze weten echt niet allemaal wat ze aan het doen zijn. Ik denk dat er vijf
keer per jaar echt iets serieus aan de hand is.
Wij hebben net die zaak rond Eberhard gehad en hem 10.000 euro betaald als
vergoeding voor gemaakte kosten. Natuurlijk zijn we daar niet blij mee. We
zitten echt niet te wachten op schadeclaims. Maar er is toch niets
verkeerds mee als de andere kant voor zijn rechten opkomt?
Peper heeft ons in de zaak rond de declaraties met een proces gedreigd en
Annemarie Jorritsma later ook, toen het om belangenverstrengeling ging.
Haar heb ik bijna gesmeekt naar de rechter te gaan. Maar ze ging niet. We
zijn geen masochisten, maar op zich hoeft een rechtszaak helemaal niet erg
te zijn. We moeten het ook niet overdrijven Vergeleken met het buitenland
zijn we hier heel netjes, iedere krant heeft in grote lijnen dezelfde
gedragsregels. We zijn nette calvinisten.
Van zo'n zaak met Eberhard moet je leren. Je moet nog alerter zijn. Maar
ik zie het als een bedrijfsongeval, dat zich bij elke krant voordoet. De
Volkskrant had het met Huibregtsen en NRC Handelsblad met Albada Jelgersma.
Het houdt je bij de les.'