[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Dossiers
Onderzoek naar Journalisten
in Nederland


Deel 5
Internetpers: geen nerds en geen jonkies

Kenmerken internetjournalisten in Nederland: Tweederde is man Slechts 10 procent is jonger dan 26 jaar voor 38 procent is dit de eerste baan in de journalistiek 55 procent werkt exclusief op/voor het internet

Nederlandse journalisten die excusief voor internet werken, zijn niet - zoals wel eens wordt verondersteld - jonge computernerds, maar ervaren journalisten afkomstig van andere sectoren van de media. Een kwart van de internet-journalisten verzorgt originele content, de rest 'bewerkt' bestaand materiaal van bijvoorbeeld een moedermedium. Dat blijkt uit een survey onder Nederlandse internetjournalisten. Deel vijf van de serie 'Onderzoek naar journalisten in Nederland'.

Mark Deuze *

Uit de totale mediapopulatie van het onderzoek (in totaal 175 mediatitels) bleken bij de start van het onderzoek - augustus 1999 - 55 een eigen gepubliceerde World Wide Web-site te hebben. Helaas bleken negen van deze Websites louter uithangborden voor het moedermedium en als zodanig onbruikbaar voor het onderzoek. Daarnaast werden 12 nieuwssites gevonden zonder binding met een moedermedium. Via deze in totaal 58 sites werden de e-mailadressen van de redactieleden achterhaald. Dit bleek uiteindelijk buitengewoon lastig: op een enkele uitzondering na publiceert bijna geen enkele online redactie de individuele e-mailadressen van medewerkers. Uiteindelijk werden 135 e-mails verstuurd met de uitnodiging om een speciaal daarvoor op het Web gepubliceerde vragenlijst in te vullen. Hierop reageerden 64 journalisten. Ook werden nog eens zeventien journalisten, veelal chefs van de verschillende internetredacties, persoonlijk geïnterviewd. Door alle redacties alsnog na te bellen was het mogelijk het totaal aantal online journalisten vast te stellen op 179. Inmiddels kan veilig gesteld worden dat deze getallen achterhaald zijn en dat het aantal nieuwssites en het aanbod op de reeds geïdentificeerde sites enorm is toegenomen. Toch geven de resultaten van dit onderzoek een aardig beeld van een zich snel ontwikkelende 'aparte' groep mediaprofessionals, ook al ontberen zij vooralsnog de formele erkenning en status die de collega's bij de traditionele media genieten.

Nu het ene na het andere mediabedrijf de publiciteit haalt met internetplannen, advertenties uitpuilen van de webadressen en zelfs de reguliere verslaggeving doorspekt is met netjargon en virusnieuws, wordt het interessant om eens te kijken hoe het werk als journalist in de digitale omgeving van het internet in elkaar steekt. Dit jaar viert de Nederlandse digitale journalistiek haar eerste lustrum: sinds 1995 (met name NRC Handelsblad) nemen de vaderlandse nieuwsmedia de stap naar het medium internet middels eigen websites met daarop gepubliceerde journalistieke inhoud. Daarnaast bieden de laatste jaren steeds meer internetbedrijven nieuws aan op het web, variërend van providers als World Online en Planet Internet tot specifieke diensten als YourNews, News4Free (Sapenda) en Nu.nl. Voor al dit soort sites werken journalisten: digitale ofwel online journalisten. Het gaat hierbij niet om journalisten die over het internet schrijven, maar voor het internet werken. In het kader van het landelijke onderzoek is geprobeerd deze nieuwe beroepsgroep in kaart te brengen. Het is daarbij vooral de vraag of het hier al gaat om een specifieke 'soort' journalist in de zin van waarden, normen en professionele opvattingen.

De internetjournalisten voldoen allereerst niet aan het stereotype van de jonge computernerd: meer dan de helft valt in de categorie 26-35 jarigen - slechts tien procent is jonger dan 26 jaar. Hoewel het algemene beeld suggereert dat ook in deze tak van journalistieke sport meer mannen dan vrouwen werkzaam zijn, blijkt dat bij de jongsten en bij de omroep de verhoudingen al wat meer gelijk zijn. Dit stemt overeen met internationale trends in de journalistiek, waar uit onderzoek blijkt dat juist jonge vrouwen positiever staan ten opzichte van nieuwe media en het gebruik daarvan als journalist. De deelnemers aan het onderzoek blijken hoger opgeleid dan de collega's elders in de journalistiek, sterker nog: hoe jonger de digitale journalist, hoe hoger hij of zij opgeleid is. De helft van de online journalisten werkt voor de website van een dagblad, twintig procent sleutelt online bij de omroep, zes procent verzorgt de site van een tijdschrift en ruim een kwart werkt voor uitsluitend op het web verschijnende nieuwsmedia. Opmerkelijk detail: voor 38 procent vormt het World Wide Web de eerste werkplek als journalist.

Shovel
Het is opvallend dat nu al meer dan de helft (55 procent) van deze journalisten aangeeft exclusief voor het internet te werken, dat wel zeggen uitsluitend voor het online verschijnend journalistieke product werkzaam is. Dat is erg veel, zeker gezien het feit dat 'pure' online journalistiek in ons land nog slechts zeer weinig voorkomt; bijna alle Nederlandse nieuwsmedia met een website bieden daar meestal louter een bescheiden selectie van de inhoud van het moedermedium, dan wel de inhoud van elders verschijnende media (zoals het door PCM gewraakte Kranten.com). Zoiets heet in het Netjargon shovelware en geniet weinig aanzien in het digitale wereldje. Het wordt pas echt spannend als de journalist online originele content kan en mag bieden: inhoud exclusief voor het digitale medium. Die status bereikt naar eigen zeggen minder dan een kwart van de deelnemende journalisten - en dat zijn dan vooral de mensen die voor een provider of bij de omroep werken. Vreemd genoeg geeft maar liefst 95 procent aan zichzelf volledig redactioneel autonoom te voelen bij het werken voor het Web. Zo'n hoge score voor journalistieke vrijheid komt bijna nergens in Nederland - dan wel in journalistenonderzoek elders in de wereld - voor. Een mogelijke verklaring hiervoor ligt in het gegeven dat bijna alle internetredacties sterk geïsoleerd werken - sommige redacteuren geven zelfs aan dat ze in een ander gebouw dan de reguliere redactie gevestigd zijn. In dat isolement ziet de dag er voor de meesten uit als een combinatie van het lezen en beantwoorden van e-mails; het afstruinen van het Net voor materiaal en het redigeren en bewerken van teksten voor de website.

Snel nieuws
Op het gebied van journalistieke doelen die men zichzelf stelt, valt vooral op dat deze redacteuren niets moeten hebben van de populairste doelen van de collega's elders in de media (zie onder meer De Journalist d.d. 5.5.2000). Zaken als het beïnvloeden van het publiek en het zo kritisch mogelijk volgen van politiek en zakenleven zijn niet besteed aan de internetreporter. Als hoogste goed wordt het nieuws zo snel mogelijk brengen gezien, hetgeen niet verwonderlijk is gezien het 24-uurs nieuwskarakter van het Net. Direct daarna volgen sterk publieksgerichte doelen zoals het bereiken van een zo'n breed mogelijk publiek, het bieden van een platform voor discussie en het signaleren van nieuwe trends en ideeën; allen doelen die significant lager scoren bij de journalisten van pers en omroep. Dit soort claims onderbouwen de stelling dat juist de journalistiek op het World Wide Web de verbrokkelde relaties tussen redactie en het publiek kan herstellen.

De deelnemers werden ook nog stellingen voorgelegd, welke verder ingingen op het specifieke karakter van de online journalistiek. Duidelijk is, dat men de internetjournalistiek als een nieuwe, volledig op zichzelf staande beroepstak van de journalistiek ziet; als een vierde vorm naast dagblad-, radio- en televisiejournalistiek. Zoiets brengt verantwoordelijkheden met zich mee, zo blijkt: driekwart meent dat journalisten hun bestaansrecht op het internet extra moeten kunnen aantonen.

  eens
Online journalistiek staat op zichzelf: 78 %
 
Journalistiek moet juist op het internet een
toegevoegde waarde kunnen aantonen:
75 %
 
Sterke interactieve relatie met publiek is essentieel: 69 %
 
Online journalistiek is meer service-geörienteerd: 63 %
 
Geloofwaardigheid gaat boven vrijheid op het Net: 58 %
 
Nieuwsmonopolie traditionele journalisten vervaagt op internet: 47 %
 

Het onderzoek werd afgesloten met de vraag welke professionele titel men het beste bij zichzelf vond passen. De ene helft antwoordde 'journalist', de andere: 'online journalist'. Hoewel dit alles suggereert dat zich hier een min of meer zelfstandige, redactioneel autonome en actief publieksgerichte journalistieke beroepsgroep aan het vormen is, moet niet al te vroeg gejuicht worden. De resultaten van het onderzoek werden voorgelegd aan een reeks internetredacteuren van verschillende dagbladen, omroepen en online nieuwsdiensten middels diepte-interviews. Uit deze gesprekken blijkt vooral dat de internetjournalist in ons land nog tegen veel barrières aanloopt: onbegrip bij de collega's elders in de media, voorzichtigheid of zelfs onwil bij werkgevers (met name als het gaat om financiële en infrastructurele investeringen in een goed online product) en door de grote nadruk op shovelware (het bewerken van teksten van anderen voor de website). Ook bij de oprichtingsvergadering van de sectie internet van de NVJ in Utrecht (18 maart jl.) was dit sentiment voelbaar aanwezig. Een manier om een vorm van journalistiek bestaansrecht en redactionele bescherming af te dwingen, is een (online) redactiestatuut. Maar daar is in ons land, voorzover deze auteur bekend, nog geen sprake van.

Nu het internet snel gemeengoed wordt en de surfers steeds meer gewend raken aan interactiviteit, het aanpassen van inhoud naar de eigen voorkeuren en het selectief 'lezen' van delen van een verhaal ligt er een prachtige kans voor de (digitale) journalistiek en met name ook de journalistenopleidingen in ons land om de relatie met zowel het nieuws en het publiek te vernieuwen en te verdiepen. Deze uitdaging te laten liggen lijkt vooralsnog synoniem met het tekenen van het eigen digitale doodvonnis.

*
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met Christina Dimoudi en Daphna Yeshua.
 



 

 
[an error occurred while processing this directive]