| [an error occurred while processing this directive] |
Dossiers Onderzoek naar Journalisten in Nederland Deel 4 Kenmerken van aspirant-journalisten Vragenlijst, Mediatype, Publiek, Doelen, Ethiek, Conclusie De man/vrouw-verhouding is het tegenovergestelde van de bestaande praktijk: ongeveer eenderde van studenten is man, in de huidige praktijk is dat 66 procent; Bijna eenderde van de studenten heeft familie of vrienden werkzaam in de journalistiek; Van de studenten rekent 6 procent zichzelf tot een etnische minderheid tegenover 3 procent van de huidige Nederlandse journalisten; Eerstejaars schatten zichzelf veel minder 'links' in dan de beroepsgroep: 57 versus 79 procent. Studenten willen naar landelijke media Eerstejaarsstudenten journalistiek in Nederland zijn zowel idealistisch over het vak als cynisch over het publiek. Dit blijkt uit een survey onder de studenten van de scholen voor journalistiek te Tilburg, Utrecht en Zwolle als onderdeel van een landelijk journalistenonderzoek. Als het gaat om de ethiek van het beroep blijken studenten minder streng dan de gemiddelde Nederlandse journalist. Mark Deuze en Toon Rennen * Zoals elders in dit nummer wordt beschreven neemt het aantal opleidingen tot journalist in Nederland nog steeds toe. De universiteiten ontplooien nieuwe activiteiten, terwijl de vier HBO-instellingen hun programma proberen te vernieuwen door de introductie van moderne onderwijsvormen en versterking van de band met de arbeidsmarkt. Vragenlijst Naast de inhoudelijke en didactische aanpak zijn de houding en het verwachtingspatroon van de studenten twee belangrijke factoren bij het verwezenlijken van het doel van een opleiding: goed voorbereide journalisten afleveren. Aan eerstejaarsstudenten van de HBO-opleidingen in Tilburg, Utrecht en Zwolle werd daarom een vragenlijst voorgelegd die vergelijkbaar is met die uit het onderzoek onder de reeds in het vak werkzame journalisten. Bovendien vroegen wij naar de favoriete werkvelden en onderwerpen. In totaal namen 518 studenten deel aan het onderzoek. In totaal stonden er op het moment van onderzoek zo'n 825 eerstejaars ingeschreven bij de drie genoemde opleidingen. Over het algemeen ontlopen de ideeën van de studenten van de verschillende scholen elkaar weinig; de resultaten worden daarom als geheel gepresenteerd. Als er al verschillen op te merken zijn, kunnen deze niet verklaard worden door het gegeven op welke van de drie scholen de student zit. Hierbij kan opgemerkt worden dat het hier gaat om beginnende studenten waarvan velen nog geen idee hebben wat ze willen of waar ze aan begonnen zijn. Ook hebben ze nog weinig kans gehad om hun verwachtingen van het vak te toetsen aan de dagelijkse praktijk. Mediatype Op de vraag naar het mediumtype waarvoor de journalisten-in-spe het liefst zouden werken kwam verrassend het publiekstijdschrift als hoogstgenoteerde uit de bus, gevolgd door het dagblad en de (publieke) televisie. Bijna iedereen wil het liefst bij een medium met landelijke dekking terechtkomen. Internet, het zich snel ontwikkelende nieuwe terrein voor journalisten, wordt slechts door vier procent van de studenten gezien als favoriete toekomstige arbeidsplek. De lokale journalistiek - toch qua publieksinteresse een absoluut groeigebied - boeit de meesten in het geheel niet. Bureauwerk wordt een onaantrekkelijke kant van het beroep gevonden en de aspirant-journalisten zeggen niet uit te zijn op macht of persoonlijke bekendheid. Van het salaris hebben de studenten geen hoge verwachtingen. De Journalist boeit nog bijna geen enkele beginnende student: 96 procent gaf aan het laatste nummer van het vakblad niet ingezien te hebben. Publiek De studenten zien bij het publiek een heel ander belangstellingspatroon dan bij zichzelf. Gevraagd naar de favoriete onderwerpen van de gemiddelde Nederlander noemen de studenten bijna unaniem: 1. rampen en ongelukken, 2. geweld en criminaliteit, politie en justitie en 3. sport. Gevraagd naar de eigen favorieten rolde een andere top drie uit de bus: 1. wereldnieuws, 2. kunst en cultuur en 3. racisme, discriminatie en asielzoekersproblematiek. Hoewel 35 procent van de studenten zich op het nieuws over de multiculturele samenleving wil storten, denkt men niet dat het publiek daar echt op zit te wachten. De voorkeur voor de thematiek rondom discriminatie en racisme scoort daarentegen hoog bij beide vragen, wat duidt op een conflictoriëntatie en problematisering als uitgangspunt voor de verslaggeving rondom de multiculturele samenleving. Dit is echter juist een journalistieke benadering die ter discussie staat. Doelen Uit een eerdere analyse (zie De Journalist d.d. 7.4.2000) bleek dat Nederlandse journalisten in sommige gevallen duidelijk andere doelen een warm hart toe dragen dan bijvoorbeeld de collega's in de Verenigde Staten en Duitsland. In Nederland blijkt de combinatie van een zeer kritische houding en het analyseren van ingewikkelde zaken een stuk populairder dan elders. Dit, gekoppeld aan de relatief hoge waarde die aan het beïnvloeden van het publiek wordt toegekend, maakt dat er tot op zekere hoogte van een 'typisch' Nederlandse journalist gesproken mag worden. De vraag is of dit model reeds zichtbaar is onder de studenten journalistiek in ons land. De scores in de tabel staan voor de optelsom van de antwoordpercentages 'zeer belangrijk' en 'belangrijk'.
|