| [an error occurred while processing this directive] |
|
Dossiers
Pim Fortuyn
Nico Haasbroek: 'Ik vond het een voorrecht hem te hebben
gekend'
Mijn favoriete democratie moet het meer hebben van kleurrijke figuren dan
van grijze muizen. En in de loop der jaren probeer ik me steeds meer te
laten leiden door nieuwsgierigheid dan door oordelen, die vaak
vooroordelen blijken te zijn.
Nico HaasbroekIn het midden van de
jaren tachtig was ik hoofdredacteur van Radio Rijnmond. Op een dag kwam ik
erachter dat Pim Fortuyn 'op Zuid' woonde. Een professor die op Zuid
woonde, midden tussen de mensen in achterstandsgebieden, Nederlanders en
buitenlanders. Op Zuid waar een paar honderdduizend mensen wonen, maar
waar zelfs geen bioscoop meer is, terwijl een Rotterdams probleem is en
blijft dat de meeste intellectuelen in het gunstigste geval in Kralingen
of Hilligersberg wonen, maar meestal buiten Rotterdam.
Ik zocht hem op in zijn huis aan de Randweg en vroeg of hij een wekelijkse
column voor onze omroep wilde maken. Hij ging dankbaar op het aanbod in en
leverde lange tijd boeiende bijdragen. Totdat Elsevier hem vroeg.
Met zijn gedachtegoed ben ik dus al jaren vertrouwd. Dat Fortuyn door Jan
en alleman wordt getypeerd als een plotseling opduikend fenomeen slaat
nergens op. Voor de start van Paars zond Radio Rijnmond al urenlange
verkiezingsshows uit waarin Pim in debat ging met lijsttrekkers als
Lubbers en Bolkestein. Wim Kok liet zich door Felix Rottenberg vervangen.
In die tijd voerde ik als hoofdredacteur een anti-censuur experiment uit.
Ik onderzocht wat er gebeurde als je tien jaar lang afzag van het
toepassen van censuur. Ook Fortuyn mocht zeggen wat hij wilde. Columnisten
bestreden elkaar via hun columns en luisteraars belden tussen zes en zeven
uur 's avonds op als ze het niet eens waren met wat er via Radio Rijnmond
werd uitgezonden. Bij mijn vertrek kon ik constateren dat de voordelen van
het niet toepassen van censuur groter waren dan de nadelen. Ook denk ik
dat het experiment heeft geleid tot minder zelfcensuur.
Over de laffe moord op Pim Fortuyn is al veel gezegd en geschreven. Ik heb
niet zo'n behoefte om daar hier en nu veel aan toe te voegen. Ook ik was
geschokt. Ik claim geen vriendschap. Wel vond ik het een voorrecht hem te
hebben gekend. Regelmatig hebben we vocaal de degens gekruist en dat was
bijna altijd de moeite waard. Een bijzondere en kleurrijke man, zoals
gezegd. Geen racist.
Na de moord is hier en daar beweerd dat Fortuyn door de linkse politiek en
de media is vermoord. Dat is natuurlijk lariekoek.
Om te beginnen weten we op dit moment nog veel te weinig van de
achtergronden van de moord, vooral omdat de vermoedelijke dader zo laf is
om er het zwijgen toe te doen.
Ook is het nog veel te vroeg om een complete analyse te kunnen geven van
de wijze waarop Fortuyn door de politiek en de media is bejegend. De
opkomst van Fortuyn bij deze verkiezingen was groot nieuws en het is de
taak van de media om dat groot te brengen. Dat heeft niks te maken met
overexposure.
Zowel door Fortuyn als door zijn opponenten zijn er onzinnige, domme en
beledigende uitspraken gedaan en daarbij fungeerden de media in de eerste
plaats als boodschapper. Zo hoort het ook in een goed functionerende
democratie. Het is bijna dom om boodschappers de schuld te geven van wat
er in de samenleving gebeurt.
Wat betreft Pim Fortuyn en de verkiezingen signaleer ik twee processen.
Allereerst was er de columnist Fortuyn die gaandeweg moest leren om de
gedaante van een politicus aan te nemen, waarbij de provocerende taal
plaats moest gaan maken voor anders gekozen woorden die nodig zijn om als
mogelijke coalitiepartner resultaat te behalen. Op het niveau van de
Rotterdamse gemeentepolitiek leek Fortuyn dit proces redelijker te
beheersen dan menigeen voor ogen hield. Aan het opereren als politicus in
Den Haag is hij niet toegekomen.
Vervolgens was het zo dat de politiek en de media in het begin van de
verkiezingstijd aanmerkelijk feller op Fortuyn reageerden dan de laatste
tijd. Er was sprake van een wederzijds gewenningsproces. Wat mij daarbij
vooral opviel was dat men bang leek voor Fortuyn en zoals bekend is angst
een slechte raadgever.
Verder is opmerkelijk dat Fortuyn zich ontpopte als de kampioen van de
televisiedemocratie. 'De camera loves him' heet dat in het jargon. In de
Westerse wereld waar tijdens prime time vooral de fictie regeert, ervaart
een groot deel van de kijkers die fictie steeds meer als werkelijkheid.
Heel wat Amerikaanse tv-kijkers vonden indertijd dat de Watergate hearings
slecht geacteerd werden. Men besefte - op een tijdstip dat doorgaans soaps
werden uitgezonden - niet dat het om realiteit ging.
Pim had ook een acteur kunnen zijn die voor politicus speelt. Voor een
deel verklaart dat zijn enorme populariteit. Er zijn kijkers die andere
maatstaven hanteren bij het beoordelen van politici dan de maatstaven die
voor Den Haag Vandaag gelden.
Persoonlijk vond ik het tendentieus om Fortuyn op één lijn te stellen met
politici als Janmaat, Haider en Le Pen of hem op een ongenuanceerde manier
in verband te brengen met de Tweede Wereldoorlog. Zelfs een
kwaliteitskrant als The Times deed daar aan mee.(Overigens heb ik diverse
buitenlandse journalisten gesproken die wel goed over dit onderwerp hebben
bericht.) Achteraf kan de vraag gesteld worden of een dergelijke
bejegening tot het ontstaan van een demonisch beeld heeft bijgedragen?
Het is wel een Europees fenomeen dat er zich in tal van landen
uiteenlopende soorten politici, kiezers en critici manifesteren die van
mening zijn dat er een einde moet komen aan oude gesloten politieke
culturen.
Over het algemeen heeft NOS RTV, via Het Journaal, Jeugdjournaal, Aktueel,
Den Haag Vandaag, Radio 1, internet, teletekst en vele extra uitzendingen
goed over Fortuyn en de verkiezingen bericht. Vooral door het nieuws te
volgen. In duizenden minuten, door miljoenen mensen bekeken en beluisterd.
Natuurlijk zijn er ook fouten gemaakt en leveren we intern waar nodig
zelfkritiek.
Binnen de NOS voeren we een discussie over de vraag hoe de publieke omroep
zijn missie (van iedereen, voor iedereen) het meest optimaal in
programma's kan vertalen. Een van de manieren om dat te doen is het
toepassen van civil journalism waarbij de agenda van de burger naast de
dagelijkse politieke agenda een belangrijke plaats inneemt. Direct na de
dood van Fortuyn heeft een deel van het publiek laten weten zich
onvoldoende in de Haagse politiek te herkennen.
In het Rotterdams Dagblad van 11 mei schrijft René Diekstra, die de
afgelopen twee jaar veel met Rotterdamse burgers gesproken heeft: 'Wat ik
iedere keer weer vaststelde was dat hetgeen de burgers in hun dagelijks
leven stoort, voor politici maar zelden de agenda van hun beleid bepaalt.
Wat ik ook vaststelde was dat politici voortdurend op "zenden" staan en
vrijwel nooit op "ontvangen". Verder zijn de meeste politici vooral
risicovermijdend bezig.' Het probleem is, stelt Diekstra verder,
'authenticiteit in communicatie'. De publicist H.J.
Schoo schrijft in de Volkskrant van dezelfde datum: 'Het is beter slechts
bescheiden conclusies aan de episode-Fortuyn te verbinden. Zoals "de"
politiek er goed aan doet te erkennen dat emoties, ook angst en wrok, de
verafschuwde "onderbuik" een legitieme politieke categorie vormen.
Politici moeten kiezers niet pathologiseren, maar hun eventuele klachten
en angsten accepteren en hun belangen behartigen. Ook is het verstandig
lastige kwesties niet langer buiten de politieke en morele orde te
plaatsen.'
In deze conclusie kan ik mij goed vinden.
Als uit de uitslag van de verkiezingen blijkt dat veel kiezers zich
herkennen in het gedachtegoed van Fortuyn, dan lijkt het mij verstandig om
dat in nieuw regeringsbeleid te vertalen.
Nico Haasbroek heeft dit artikel
op persoonlijke titel geschreven.
|
|