[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Boeken

Auteursrecht, hergebruik, royalty’s en voorpublicatie
Mag een journalist ook iets verdienen aan een boek?

Maar weinig journalisten schrijven bestsellers. De meeste journalistieke boeken hebben kleine oplages. Riskant voor de uitgever en weinig lucratief voor de journalist. Die smalle marges leiden soms tot wurgcontracten, waarbij de journalist bijna al z’n rechten opgeeft en nauwelijks iets verdient. Terwijl topauteurs als Geert Mak royalty’s boven de 15 procent eisen, vragen modale auteurs van boeken met kleine oplages niet meer dan een rechtvaardig deel.

Jeroen Vliegenberg

Wetenschapsjournalist Hans van Maanen van Het Parool heeft een tiental boeken geschreven, waarvan er drie een aantal herdrukken beleefden. Hij is een van de auteurs van een nog te verschijnen boek over publieke medische voorlichting. Uitgever Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Wolters-Kluwer, stuurde hem in eerste instantie een contract waarin de auteur het volledige auteursrecht overdraagt aan de uitgever. Een fragment:

‘Deze overdracht bevat alle tot het auteursrecht behorende bevoegdheden voor alle landen ter wereld, daaronder begrepen de bevoegdheid van de uitgever om het desbetreffende werk – al dan niet vanuit een databank – te exploiteren of te laten exploiteren in digitale, elektronische of optische vorm, een en ander al dan niet op vaste informatiedragers dan wel door middel van online beschikbaarstelling op internet of in enig netwerk, of op elke andere wijze die nu of in de toekomst voor de uitgever wenselijk of mogelijk is, alsmede het recht om het Werk te vertalen, te bewerken of anderszins te wijzigen.’

Na protest van Van Maanen is deze passage verwijderd, maar toch spreekt hij nog steeds over ‘flanswerk’. ‘Er staat bijvoorbeeld dat het contract van rechtswege eindigt wanneer de auteur overlijdt. Gebruikelijk is dat de rechten in dat geval worden overgedragen aan de erfgenamen. Van een professionele uitgever verwacht ik zulke slordigheden niet.’

Van Maanen heeft een nieuwe versie wel getekend. Met één voorbehoud. In een van de clausules stond dat de auteur pas na publicatie van het boek passages of een bloemlezing in bijvoorbeeld een krant mag afdrukken. ‘Dat gaat mij te ver.  Zeker als er een actuele aanleiding is, mag ik mijn eigen werk nog voordat het in boekvorm is verschenen, in een krantenartikel aanhalen.’

De Parool-journalist ontvangt behalve één gratis exemplaar een honorarium van 10 procent van de netto omzet, te delen met de mede-auteurs. ‘Veel zal het niet zijn. Vaak blijft het liefdewerk nieuw papier.

Boze tongen beweren dat vooral de educatieve uitgeverijen van Wolters-Kluwer de neiging hebben om de schrijver zijn auteursrecht te ontfutselen. De wurgband zou worden aangetrokken om zo de financiële risico’s die kleven aan internet en digitale uitgaven enigszins te dekken.

Volgens Klaas de Boer, directeur van Kluwer BusinessMedia, zijn de contracten die Kluwer aanbiedt zeker geen wurgcontracten. ‘Dat lijkt me nogal overdreven. Alsof een uitgever alleen maar zijn gouden munten telt. Gewurgd hoef je je bij ons echt niet te voelen.’

Kluwer huldigt het principe dat het recht van publicatie bij de uitgever ligt zolang de exploitatie voortduurt. Leent het boek zich voor andere of meerdere media, dan betaalt Kluwer doorgaans een extra toeslag op het honorarium. Daarmee wordt het publicatierecht afgekocht.

De Boer: ‘We hebben veel met freelancers te maken. Die hebben we een jaar of drie geleden gevraagd of ze bezwaar hadden tegen het afkopen van publicatierecht. Slechts één procent had bezwaar.’ Vaak worden in zo’n geval tegelijkertijd contracten met andere media afgesloten waarin zaken als verdeling van de opbrengst, distributie en percentages worden vastgelegd.

Meestal ontvangt een auteur een honorarium van 10 tot 12 procent. Dan gaat het om de winkelprijs minus BTW. De royalty’s zijn gestaffeld: hoe meer er verkocht wordt, hoe hoger de royalty.

De kwestie van (digitaal) hergebruik ligt volgens De Boer lastig. Internet opent wegen die nu nog niet volledig zijn te overzien. ‘Het gebeurt uitsluitend met toestemming van de auteur, die soms een extra toeslag ontvangt. Maar boeken zijn vaak niet geschikt voor hergebruik op internet of als CD-Rom.

In het contract staat meestal dat de auteur bij een gewijzigde herdruk de verplichting heeft om de inhoud van een update te voorzien. Als de wijziging leidt tot een nieuwe boektitel eindigt het contract of wordt een nieuw contract afgesloten.

Over het recht van voorpublicatie - een journalist zal zijn boek graag in zijn eigen medium willen voorpubliceren – worden aparte afspraken gemaakt die niet in het contract staan. ‘Het is voor een uitgever natuurlijk wel een reclame-uiting.’

Niet alleen ‘modale’ auteurs strijden voor een redelijke beloning, ook topauteurs als Geert Mak hebben zich in de strijd geworpen. ‘Na de topvoetballers en de topmanagers schreeuwt opnieuw een beroepsgroep om gerechtigheid: de Nederlandse auteurs van bestsellers willen hogere royalty’s’, schreef de Volkskrant onlangs.

Marijke Spies, voorzitter van de Vereniging van Letterkundigen (VVL), heeft zich erover verbaasd. ‘Die hele kwestie over royalty’s is zo breed uitgemeten in de pers. De honoraria vormen een zeer zijdelings punt. Het gaat ons vooral om een herziening van de standaardcontracten die de VVL met de Groep Algemene Uitgevers heeft opgesteld. Wij willen dat een contract een beperkte duur heeft, bijvoorbeeld een licentie voor zeven jaar. Daarnaast willen we ook betere vergoedingen voor nevenrechten, zoals vertalingen of verfilmingen - met een duidelijke inspanningsverplichting van de uitgever.’

Jan Geurt Gaarlandt, directeur van uitgeverij Balans, noemt het ‘volkomen gek’ wanneer iemand auteursrechten moet afstaan. ‘Ja, ik heb ook een journalist gesproken – nee ik noem geen naam - die dat is overkomen. Je hoort wel eens van dat soort praktijken. Of het een trend is dat er wurgcontracten worden aangeboden, weet ik niet. Bij Balans geldt in elk geval dat wij fatsoenlijke contracten aanbieden naar literaire maatstaven. Met royalty’s van 10, 12,5 en 15 procent, in oplopende staffel. Bij boeken die zwaar geïllustreerd zijn, liggen de percentages iets anders.’

Er zijn volgens hem maar weinig schrijvers die ‘godsmooie’ aantallen boeken verkopen. ‘Bij ons zijn Paul Witteman, Elsbeth Etty, Roel Janssen, Marcel Metze en Marcel Haenen heel behoorlijke middenmoters met een verkoop tussen de tien- en twintigduizend exemplaren. De journalisten die bij Balans publiceren blijven wel, daar ben ik optimistisch over.’

‘Gelukkig gaat het bij de meeste non-fictieschrijvers, zoals journalisten, in de eerste plaats om de inhoud. Het grote voordeel van journalisten is dat ze toegankelijk kunnen schrijven. Ik zie ze graag komen. Behalve wanneer ze eerder gepubliceerd werk willen bundelen. Dat doe ik meestal niet.’

Als kleine, zelfstandige uitgever heeft Balans het soms moeilijk. Een vervelend punt noemt Gaarlandt de advertentievoordelen die PCM-uitgevers in PCM-kranten hebben. ‘Maar ik ben niet snel de boom in te krijgen.’

Bart Middelburg, (misdaad)journalist bij Het Parool, heeft vanwege vakantie de discussie over boekcontracten niet echt kunnen volgen. ‘Ik hoorde Emile Brugman van Atlas wel iets zeggen over de gevolgen van de eisen die de groep-Mak stelt. Als uitgevers hogere royalty’s moeten betalen, maken ze minder winst, zegt hij. Dat gaat ten koste van minder succesvolle schrijvers. Daar zit wel wat in, denk ik. Maar laat ik voorop stellen dat ik geen broodauteur ben. Ik heb altijd te maken met standaardcontracten. Ik heb een vaste baan bij Het Parool en eens in de zoveel tijd schrijf ik een boek. Omdat ik dat graag doe en dus niet vanwege het geld.

Middelburg zat tot eind jaren tachtig bij De Arbeiderspers. Toen hij een boek over Klaas Bruinsma (‘De Dominee’) wilde schrijven, weigerde toenmalig directeur Ronald Dietz zijn medewerking ‘zonder een letter te hebben gelezen’. Volgens Middelburg was hij bang voor allerlei procedures en mogelijke represailles. Middelburg kwam terecht bij L.J. Veen, die het boek vervolgens wel uitgaf. Het werd een groot succes. ‘Veen vond het een belangrijk onderwerp. Het ging er niet om een hoop geld te verdienen. Ik ben al blij dat er uitgevers zijn die met jou in zee willen gaan en daarbij altijd de nodige risico’s lopen.

Voorpublicaties hebben voor hem nooit voor problemen gezorgd. ‘Ik heb vaak in Het Parool al geschreven over een onderwerp waarover ik ook een boek schrijf. Dan vind ik het niet meer dan billijk dat ik ook een voorpublicatie in Het Parool mag hebben.’ Bij Veen is dat nooit een probleem geweest. Ook niet bij het boek over ‘Godmother’ Thea Moear. ‘Als special zijn er maar liefst vier hoofdstukken uit dat boek in Het Parool gepubliceerd. Misschien wel een beetje erg veel, maar ik heb nooit een wanklank van Veen gehoord.

Bij uitgeverij Veen Bosch en Keuning gelden voor non-fictie standaardroyalty’s van 10 procent bij vijfduizend verkochte exemplaren. Dat loopt op van 12,5 (tienduizend exemplaren) naar 15 procent (meer dan tienduizend). In het geval van (meerdere) herdrukken, loopt het honorarium ook op, maar dat is afhankelijk van het soort uitgave: er zijn verschillen tussen een pocket- of een midprice-editie. Bij goedkope(re) pocketuitgaves liggen de vergoedingen tussen de 7 en 10 procent. De secundaire rechten (vertalingen, recensies, bewerkingen, bloemlezingen) zijn ruwweg verdeeld in 70 procent voor de auteur en 30 procent voor de uitgever. Over hergebruik of digitalisering van het werk bestaan volgens directeur Bert de Groot nog geen afspraken. ‘Door de onzekerheid op internetgebied is de kwestie minder urgent. Wel vind ik het een goede zaak als in de huidige standaardcontracten ook afspraken of richtlijnen over elektronische uitgave komen te staan. De markt verandert nu eenmaal.

Net als zijn collega Gaarlandt van Balans heeft De Groot ook moeite met de samenwerking tussen PCM-kranten en –uitgevers. ‘Af en toe werp ik een jaloerse blik op de boeken van NRC- en Volkskrantjournalisten die Prometheus of Meulenhoff in advertenties aanbieden. Oneerlijke concurrentie? Het is bepaald niet chique. En het steekt behoorlijk in elk geval.

Maar volgens De Groot is er nog steeds volop ruimte voor spontane samenwerking tussen een journalist en een uitgever. ‘Wij willen graag met journalisten werken.

 

 
[an error occurred while processing this directive]