[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Boeken

Lijst met titels van autobiografische boeken

Biografieën, autobiografieën en het 
Biografisch Woordenboek van Nederland

De
eregalerij der journalistiek

In het Biografisch Woordenboek van Nederland, waarvan onlangs het vijfde deel verscheen, komen opvallend veel journalisten voor. Zij zijn opgenomen de eregalerij van Bekende Nederlanders wier leven in twee of drie pagina’s is geboekstaafd voor het nageslacht. Nog mooier is natuurlijk een echte biografie, maar dan moet er wel een biograaf zijn die wat in je ziet. Wie het zekere voor het onzekere wil nemen, kan beter een autobiografie schrijven.

Piet Hagen

Het is de taak van journalisten Bekende Nederlanders te interviewen en te portretteren. Voor zover ze zelf bekend zijn is dat vaak reflected glory. Maar sommige journalisten treden zo op de voorgrond dat ze ook zelf Bekende Nederlanders worden. En dus interviewen journalisten ook elkaar, waardoor ze nog bekender worden. Als zulke bekende journalisten overlijden, worden zij bedolven onder de In Memoriams. Maar daarna? Is hun roem blijvend? Zal iemand zich vijftig of honderd jaar later herinneren wie zij waren?

Vier jaar geleden gaf Elsbeth Etty, biograaf van Henriette Roland Holst, enkele criteria waaraan een journalist moet voldoen om gebiografeerd te worden (De Journalist, nr.19, d.d. 17.10.97). Er moest volgens haar sprake zijn van een boeiend oeuvre, de kandidaat moest tijdens zijn leven een zekere bekendheid hebben genoten en hij moest een interessant, niet te alledaags leven hebben geleid; een enigszins gecompliceerd karakter strekte tot aanbeveling; ook moest het levensverhaal iets bijdragen aan de (pers)geschiedenis. 

Hoeveel journalisten voldoen aan die criteria? Voor zover mij bekend zijn er ruim honderd journalisten geweest, die door zichzelf of door anderen belangrijk genoeg gevonden werden voor een (auto)biografisch boek. In de meerderheid van de gevallen gaat het dan om personen die niet alleen journalist waren, maar ook politicus, schrijver of wetenschapper zijn geweest. Een tweede of derde ambacht verhoogt dus de kans op een biografie.

Onder de ge(auto)biografeerde politici-journalisten komen we grote namen tegen als Abraham Kuyper (De Standaard), Herman Schaepman (De Tijd en Het Centrum), Pieter Jelles Troelstra (de Baanbreker en Het Volk) en J.A.H.J.S. Bruins Slot (Trouw), maar ook mindere goden als Hendrik Algra (Friesch Dagblad), Fedde Schurer (Friesche Koerier) en Hein Roethof NRC). Als we ‘confessies’ meetellen, hoort ook Gijs Schreuders (De Waarheid) in dat rijtje.

Anton van Duinkerken, gebiografeerd door journalist Michel van der Plas, en Loe de Jong, die zelf memoires schreef, verruilden de journalistiek voor de wetenschap. Ook veel schrijvers beoefenden de journalistiek. Het is de vraag of Godfried Bomans, Menno ter Braak, Herman Heijermans junior, A.M. de Jong en Simon Vestdijk ook een biografie waardig bevonden waren als ze zich beperkt hadden tot stukjes in de krant.

Het genre biografie is in opkomst en daarvan profiteren ook journalisten. De laatste tien jaar verschenen biografieën van onder anderen Emmy J. Belinfante (o.a. De Nieuwe Courant), J.W. van den Biesen (Algemeen Handelsblad), Marcus van Blankenstein (o.a. NRC), Max Blokzijl (Algemeen Handelsblad), Conrad Busken Huet (Opregte Haarlemsche Courant en Nederlands-Indische kranten), Simon Carmiggelt (Het Parool), P.A. Daum (Het Vaderland en Nederlands-Indische kranten), J.M. Lücker (de Volkskrant), Philip Mechanicus (Algemeen Handelsblad), H.M. van Randwijk, Nico Rost (freelance), Alfred van Sprang (freelance) en Willem Walraven (Nederlands-Indische kranten). Ook in dit rijtje is sprake van literaire verdiensten, met name bij Busken Huet, Carmiggelt, Daum, Rost, Van Randwijk en Walraven.

Een geval apart is Martin van Amerongen, over wie Hans Schoots een biografisch boekje schreef. Dat was bijzonder omdat Martin van Amerongen nog onder de levenden is. Meestal krijg je pas een biografie als je dood bent. Nu had Van Amerongen zelf al in 1981 ‘gedenkschriften’ gepubliceerd, met het argument dat deze ‘moeten worden geschreven door lieden die in de bloei hunner jongelingsjaren staan’. Dan is ‘het geheugen nog niet door alcohol en aderverkalking aangetast’ en wordt ‘de herinnering nog niet door misplaatste mildheid gefilterd’.

Ook Igor Cornelissen, Van Amerongens wapenbroeder uit zijn tijd bij Vrij Nederland, liet geen gras groeien over zijn rijke journalistenleven. Hij vereeuwigde zichzelf in een driedelig werk, waarin hij zelf de hoofdrol speelt temidden van Trotskisten en andere opmerkelijke figuren uit het linkse kamp.

Zowel Van Amerongen als Cornelissen gaven hun levensverhaal kleur via de mensen die zij beroepshalve tegenkwamen. Dat is ook het procédé dat Henk van der Meyden toepaste in boeken als ‘Privé’ en ‘Privé Geheimen’. Een van de hoofdstukken heet: ‘De prins, de pianist en ik’. Dat is de essentie: de glans van de sterren straalt af op mij.

Meester in dit genre is Willem Oltmans. Zijn autobiografie is zijn voornaamste levenswerk. De memoires gaan nu tot 1964 en beslaan al zeven delen. Als hij tijd van leven heeft, zullen er nog diverse delen volgen. Alle groten der aarde van president Soekarno tot president Kennedy figureren in het epos dat Oltmans aan zichzelf heeft gewijd.

Als autobiograaf moet je niet te veel last hebben van bescheidenheid. Carel Enkelaar, de eerste baas van het NTS/NOS Journaal, is het stralend middelpunt van het vuistdikke ‘Ooggetuige’. Journalistieke ijdelheid kenmerkt ook de memoires van Philip Pinkhof (De Telegraaf) en Piet Bakker (Het Volk en Elsevier), maar daar irriteert het minder omdat zij iets houden van de onbevangen razende reporter. Het kan overigens wel minder zelfvoldaan. Het is de romantiek van het vak die ook spreekt uit titels als ‘Ik trok er op uit’ (Max Blokzijl) en ‘Ik kwam, zag, schreef’ (Piet Bakker). Maar het kan ook bescheidener. P.A. Haaxman noemde in 1918 zijn herinneringen eenvoudig ‘Haagsche Schetsen’. Ook Henry Faas (de Volkskrant), B.J. Bertina (de Volkskrant) en Gerard van den Boomen (de Volkskrant en De Nieuwe Linie) namen enige afstand van zichzelf.

Wie wel wat te melden heeft, maar zichzelf niet meteen een boek waard vindt, kan terugblikken in een serie artikelen. Dat deden Henk Hofland (NRC Handelsblad) en W.L. Brugsma (o.a. Haagse Post) al werden die laatste notities toch weer gebundeld. Nog een tussenvorm: John Jansen van Galen gaf zichzelf een plaatsje in de geschiedschrijving van de Haagse Post.

Behalve enig gevoel van eigenwaarde van de schrijver zijn voor een autobiografie ook een uitgever en een lezerspubliek nodig. Bij een biografie van vreemde hand is de drempel nog hoger: er moet een auteur zijn die een paar jaar van zijn leven wil opofferen voor zijn held (of antiheld). Vaak kan dat niet zonder subsidie, dus moet er ook een geldschieter zijn die het project de moeite waard vindt. En om dat dure boek verkoopbaar te maken moet niet alleen het levensverhaal interessant zijn, maar is ook een boeiende verteltrant vereist. In die race vallen de mindere goden vanzelf af.

Ook het Biografisch Woordenboek van Nederland (BWN) moet selecteren. In de vijf tot nu toe verschenen delen zijn 1826 personen geportretteerd, in biografietjes van twee à drie pagina’s per persoon. Lag de nadruk aanvankelijk op politici, kunstenaars, geleerden en militairen, allengs kwam er meer aandacht voor beroepsgroepen als artiesten (Max Tailleur) en sporters (Bep van Klaveren). Ook het aandeel van vrouwen nam toe

Journalisten zijn goed vertegenwoordigd. Het is moeilijk de beroepsgroep scherp af te bakenen, maar ik schat dat bijna tweehonderd van de 1826 gebiografeerden, meer dan 10 procent, uit de laatste anderhalve eeuw gewerkt hebben als journalist, publicist, programmamaker of fotojournalist.

Het laatste deel van het BWN beschrijft 241 personen, van wie 25 journalistiek werk deden. Op twee uitzonderingen na zijn de gebiografeerden voor 1995 overleden. Joop van Tijn, W.L. Brugsma of Ischa Meijer zal men dus tevergeefs zoeken.

Ook nu blijken bezigheden buiten de journalistiek tot aanbeveling te strekken. Haya van Someren-Downer was maar kort journalist (De Telegraaf) en veel langer politicus (VVD). Ook Gerda Brautigam dankt haar roem meer aan de politiek (PvdA) dan aan de journalistiek (Het Vrije Volk). H. van der Kallen, Anton Koolhaas en A. den Doolaard zijn meer bekend als schrijver dan als journalist.

Er zijn maar een paar journalisten pur sang. Naast de al genoemde Emmy Belinfante en Willem Walraven zijn dat onder anderen Simon van Collem (de Volkskrant, VPRO), H.J. Lion (Nederlands-Indische pers) en L.J. Plemp van Duiveland. De laatste was voorzitter van de Nederlandse Journalistenkring tijdens de Eerste Wereldoorlog en daarna de eerste voorlichter in overheidsdienst - dus eigenlijk ook al geen zuiver bloed.

BWN-secretaris A.J.C.M. Gabriëls vindt het forse aandeel van journalisten niet zo vreemd gezien hun publicitaire bezigheden. Als ze overlijden hebben ze meer kans op een In Memoriam in de krant dan een natuurkundige of een chemicus. Voor het zesde deel ligt alweer een plan klaar, met onder anderen Nico Scheepmaker en Max Tak.

Veel journalisten hebben een interessant leven, omdat zij belangrijke gebeurtenissen van dichtbij meemaken en vooraanstaande mensen persoonlijk ontmoeten. Maar is hun levensverhaal daardoor interessant voor anderen? Of is het toch reflected glory?

Voorwaarde voor een boeiende biografie is toch dat de gebiografeerde zelf hoofdpersoon is in het verhaal. Dat verhaal moet inzicht bieden in de persoon van de journalist en tegelijk iets toevoegen aan wat we al weten over de tijd waarin hij leefde. Die twee elementen (het persoonlijk leven en het karakter van de hoofdpersoon enerzijds en de tijd waarin hij leefde anderzijds) moeten in de biografie tot een samenhangend verhaal worden samengesmeed. Als dat niet lukt, is een bloemlezing uit het gepubliceerde werk zinvoller - als dat tenminste niet te gedateerd is

Biografisch Woordenboek van Nederland, dl. 5, Uitg. Instituut voor Nederlandse Geschiedenis, ISBN 9052161224, 624 blz., f 75,- (tot 31 december). 

Zie ook de site van het BWN:
www.inghist.nl/rgp/werkbest/bwn/welkom.htm
 

 
 

 

 
[an error occurred while processing this directive]