[an error occurred while processing this directive]
[an error occurred while processing this directive]   Bedrijfsreportages

Radio Nederland Wereldomroep
Goochelen met tijden, talen en uiteenlopende luisteraars

Zie ook: Wereldtelevisie
Zie ook: Eén miljoen mailtjes
Zie ook: Rijdende radioscholen


Moeilijk te zeggen wanneer de dag begint bij RNW. Om zeven uur ’s ochtends, met het programma Nieuwslijn? De Indonesische desk heeft er dan al uren opzitten, de ‘Latino’s’ zijn nog lang niet gearriveerd – of net weg, het is maar hoe je ’t bekijkt. Portret van een continubedrijf.

Jacqueline Wesselius

9.45 uur – tijd voor de dagelijkse buitenlandvergadering – zoniet een beginpunt dan toch een ijkpunt. Midden-Oostenspecialist Bertus Hendriks wijst op het tijdsverschil, waardoor zijn voorbeschouwing over de vorderingen van de road map inmiddels een ‘nabeschouwing’ kan zijn geworden wanneer deze eindelijk is beland in de Spaans- en Portugeestalige uitzendingen voor Latijns-Amerika. Vier tot negen uur tijdsverschil en evenveel de andere kant op – hoe los je dat op?
‘Je leert er creatief door te zijn’, zegt Ardi Bouwers, coördinator buitenlandredactie. ‘Daarom werken we ook bij voorkeur met voorbeschouwingen. Het nieuws nemen we dan de volgende ochtend wel mee in het bulletin.’

Tijdens dezelfde ochtendvergadering komen nog wat andere problemen aan de orde. De lijnen naar Nepal zijn overbezet, klaagt de redactrice die dat gebied ‘covert’ – maar, vraagt een collega, hoe zit het met het breukvlak in de Middellandse Zee, is dat al hersteld? O ja, en moeten we echt een journalist uit Lahore hebben om de situatie in Noordwest Pakistan toe te lichten? ‘Peshawar is veel dichterbij!’
Hier is een internationale omroep aan het werk, die goochelt met tijden, talen, en de meest uiteenlopende luisteraars (en tegenwoordig ook kijker en surfers). Expats en emigranten vormen de hoofdmoot van de Nederlandstalige doelgroep, en ook die is verre van eenduidig: ambassadepersoneel, militairen, oude emigranten, nieuwe expats, kinderen van expats, back packers... Al met al 1,42 miljoen Nederlandstalige luisteraars, inclusief Vlamingen. En daarnaast de luisteraars in alle andere talen: de Spaans- en Portugeestaligen in Latijns-Amerika, de bahasa-Indonesischtaligen in Indonesië en nog eens al diegenen die naar de Engelse uitzendingen luisteren. Plus de speciale uitzendingen naar en vanuit Suriname en de Antillen, in het Sarnam en Papiamento.
Hoe bedien je die uiteenlopende groepen? Bouwers: ‘Het kost een jaar voordat je erin zit. Het gemakkelijkst, in eerste instantie, is je te richten op de Engelse edities. Van daar is de overgang naar de Spaanse en Indonesische uitzendingen kleiner, al hebben ze allemaal een eigen aanpak. Binnenkort gaan de mensen van alle afdelingen ook in andere talen werken. Een enorme stap..’
Bouwers stipt de verschillen aan: ‘Engelse reportages bevatten veel meer informatie. Dat betekent ook dat je twee keer zoveel basismateriaal nodig hebt. In Nederlandse radioreportages gaat het vooral om de sfeer. Zo’n reportage is niet heel informatiedicht. Op de korte golf verdwijnt een groot deel van de sfeer. Sfeer is mooi als binnenkomer, maar daarna willen we het verhaal zelf. We willen dus ook “de tweede en derde alinea”, zoals een dagbladjournalist eens zei.’
Albert Bek coördineert het nieuwsbulletin: ‘In het nieuws volgen we veel meer items in de diepte. Dat onderscheidt ons van de binnenlandse omroep. Voor Engelstalige en Indonesische uitzendingen maak je keuzes uit het Nederlandse nieuws. Royalty bijvoorbeeld – zoals de ontwikkelingen rond Margarita – daar smullen ze van, maar ook voor de veiling van de etherfrequenties is belangstelling.’
Bouwers: ‘Er zijn ontwikkelingen die niet als groot worden aangemerkt, maar toch aansluiten bij ontwikkelingen in andere landen. Bijvoorbeeld de ASEAN kijkt heel erg naar de EU. Dat er parallellen te leggen zijn is ook een belang van het verhaal.’
Parallellen, uitleg, duiding, context: het zijn termen die voortdurend terugkomen. Hoe maak je Nederlandse verschijnselen en ontwikkelingen duidelijk voor mensen in het buitenland? Voor bepaalde begrippen is een begrippenlijst ontwikkeld: Melkertbanen, CDA, verzuiling.
Bouwers: ‘Bertus Hendriks heeft onlangs een reis gemaakt naar Libanon en Syrië. Daar ontdekte hij dat een begrip als verzuiling, naar ons idee toch typisch Nederlands, de mensen daar enorm aanspreekt. Want daar heb je immers ook heel veel verschillende religieuze gemeenschappen. In Libanon leidde dat een kleine dertig jaar geleden tot een burgeroorlog. Voor hen is het interessant te zien hoe wij daarmee omgaan.’
Bek: ‘Emotie overbrengen is ook belangrijk. Nederlanders op vakantie willen niets over Nederland weten, behalve dat het hier slecht weer is. Maar als je heel lang in het buitenland zit, wil je dat carillon horen, daar zit emotie achter. Ook nieuws uit hele kleine plaatsjes horen mensen graag.’

10.45 uur – redactievergadering van de Nederlandse afdeling. Welke onderwerpen staan op de planning, wie is waar mee bezig? En ook: hoe klein mag het nieuws zijn? Was de uitgezonden bijdrage van de regionalen uit Gelderland wel ‘groot’ genoeg voor de internationale omroep? Het onderwerp had het voordeel dat er een band van was, zodat dit sfeerverhaaltje een groter gegeven (een storm) kon illustreren.
Voor de buitenstaander lijkt het voorvalletje te beduiden dat de samenwerking met regionale zenders wellicht beter is dan met de nationale omroep. Toch begint die wel van de grond te komen, vertelt Peter Veenendaal (hoofd van de Nederlandse afdeling). Er bestaat al een radio nieuwscentrale, waarin de nieuws- en actualiteitenrubrieken samenwerken – althans geluidsfragmenten uitwisselen. Maar het kan beter, structureler. Daar zijn ook concrete plannen toe – althans, die waren er, tot aan de laatste bezuinigingsronde – met name om een nieuwe eindredacteur te benoemen die zich uitsluitend zou bezighouden met uitwisselingen en gezamenlijke producties.
‘Het moet duidelijk zijn dat RNW niet alleen wat af te nemen, maar ook te bieden heeft. We maken zelf ook reportages, klankbeelden, documentaires. En als er een crisis in Afghanistan of in het Midden-Oosten is, weten ze ons altijd wel te vinden. Maar daartoe zou het zich niet moeten beperken. Ik kan me goed voorstellen, bijvoorbeeld, dat we samen een serie maken over de nieuwe lidstaten van de EU.’
Tenslotte heeft de Wereldomroep overal correspondenten en veel gespecialiseerde deskundigen, al zou dat aantal, als het aan Veenendaal ligt, nog mogen stijgen, ‘zodat er in verschillende uitzendingen heel veel Bertus Hendriksen zijn te horen.’
Die deskundigheid wordt binnen Nederland tot nu toe maar zelden erkend. Integendeel, RNW, ‘in groot aanzien in het buitenland’ (directeur Lodewijk Bouwens) ‘wordt in Nederland soms behandeld als het achterlijke neefje’ (Peter Veenendaal).
Veel Nederlanders horen de Wereldomroep alleen maar als ze elders in Europa op vakantie zijn. In de zomermaanden, erkent Veenendaal, ‘wanneer miljoenen Nederlanders op de camping de Tour de France willen volgen, is het verzorgen van uitzendingen voor Europa een lastige spagaat.’
Ga maar na: Europa telt permanent 400.000 mensen van Nederlandse origine. In de zomermaanden komen daar miljoenen vakantiegangers bij, met heel andere wensen en behoeften. Sinds begin juli wordt daar nu expliciet rekening mee gehouden. Van het drie uur durende nieuws- en actualiteitenprogramma Nieuwslijn is tegenwoordig het laatste uur (‘voor de uitslapende toerist’) vooral een serviceprogramma, waarin ook het Europees weerbericht een dagelijks terugkerend hot item is. Veenendaal: ‘Van zeven tot negen zenden we het reguliere programma uit. Dat is vrij zwaar en daar zit je niet altijd op te wachten voor je caravan. Maar in het laatste uur, als we het bijvoorbeeld over een staking van de Belgische Spoorwegen hebben, gaat het vooral om de praktische zaken.’
Deze wijziging is een klein onderdeel van de grote reorganisatie waartoe – ook zonder het rapport van McKinsey, maar wel na een onderzoek van Andersson Elffers Felix – al eerder dit jaar was besloten, al moet de ondernemingsraad nog sommige aspecten goedkeuren. Behalve dat er anders gewerkt gaat worden, betekent het ook het verlies van 45 banenongeveer twintig arbeidsplaatsen. Directeur Lodewijk Bouwens: ‘Iedereen heeft meegedacht, wetend dat de reorganisatie ook zijn of haar eigen hachje in gevaar zou kunnen brengen. Alleen, sinds bekend is hoeveel mensen er daardoor uit moeten, zijn ze woedend opteleurgesteld in me. En terecht. Het ís vreselijk. Toen ik hier kwam, in 1994, kende ik niemand persoonlijk. Dan is het gemakkelijk om koel te saneren. Nu heb ik bij elke naam een gezicht. En dan is het heel erg om het mes erin te moeten zetten. En nu komen er – nog afgezien van het McKinsey rapport - weer nieuwe bezuinigingen overheen. We zouden kunnen zeggen: wij hebben pas een bezuinigingsronde achter de rug, we hebben ons best gedaan en hoeven niet nóg een keer in te leveren. Maar wat er niet bij ons afgaat, gaat er bij de publieke omroep af... Dan wordt je toch weer een gebrek aan solidariteit verweten.
Wel is het zo dat wij verhoudingsgewijs veel goedkoper werken dan Radio 1, bijvoorbeeld. Ons budget van 44 miljoen euro omvat álles – inclusief de logistiek en de zendkosten. En we zenden vierentwintig uur per dag uit, in vijf zeven talen en over de hele wereld. Radio 1 heeft een begroting van 39 miljoen voor uitzendingen in één taal. En in tegenstelling tot wat bij ons het geval is, valt daar het beheer van de zenders niet onder.We zijn een beetje jaloers op die luxe.’

12.00 uur - Nederland Centraal gaat van start, het lunchmagazine met nieuws, service en muziek.

De logistiek is behoorlijk gecompliceerd, zoals Rocus de Joode, manager operations, laat zien. Het zendschema bestaat uit blokken van 55 minuten, de klok rond, zeshonderd uitzendingen. Er Voor de uitzendingen in het Nederlands zijn er twee tot drie blokken per werelddeel, alleen Noord-Amerika heeft er maar één en Europa veel meer (12 uur per dag). Naast deze uitzendingen op de korte golf – waarbij veel geluidskwaliteit verloren gaat zodat presentatoren heel langzaam moeten spreken om verstaanbaar te blijven – zenden ook honderden zogeheten partner stations programma’s uit op FM of AM. En sinds begin juni wordt ook uitgezonden via DRM (Ddigital Rradio Mmondiale), waarmee op korte golf een FM-kwaliteit bereikt wordt. Wel heeft de luisteraar daarvoor een digitale ontvanger nodig. Voor minder ontwikkelde gebieden – waar internet ook meestal geen optie is – blijft de vertrouwde kortegolfontvanger of het plaatselijke partner station de beste manier om de uitzendingen te volgen.
En die worden – in elk geval in Indonesië – op de voet gevolgd, weet Indra Titus, hoofd van de Indonesische afdeling, die zegt te kunnen bogen op miljoenen luisteraars. ‘Wij doen niet aan Holland promotion, maar vertellen veel over Nederland en Europa. En over Indonesië zelf. Zeker in conflictgebieden – de Molukken, Papoua en nu weer Atjeh – wordt veel geluisterd. Daarbij krijgen we natuurlijk van weerszijden kritiek dat we teveel de andere partij aan het woord laten. Over Oost-Timor hebben we ook veel bericht. Monseigneur Bello, de bisschop die in 1996 de Nobelprijs voor de vrede kreeg, en president Gusmao wilden zelfs een straat naar Radio Nederland vernoemen. Wij weten vaak meer over de situatie in Indonesië dan de Indonesische media – en ook meer dan de andere Nederlandse media. Die focussen voor mijn gevoel vooral op Djakarta.’

Wie zijn de luisteraars? Ginger da Silva, network manager van de Engelse afdeling: ‘In principe Engelstaligen met zekere opleiding en belangstelling. Van de student in Nigeria tot de zakenman in Delhi of de professor in Idaho. Maar sinds internet bestaat, is het moeilijk te weten wie waar luistert. In principe zijn de Engelstalige uitzendingen vooral bestemd voor Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, (Zuid-) Afrika en Zuid- Azië. Maar ik heb e-mails gekregen van mensen uit China of Cuba die via internet luisterden.’
Jose Zepeda, die de Latijns-Amerikaanse afdeling leidt, citeert een blinde luisteraarster uit La Havana, die schreef: ‘Bedankt, Radio Nederland, jullie zijn al twintig jaar mijn ogen.’
Maar het mooiste verhaal is dat van een Colombiaan, die ontvoerd werd door guerrillero’s en hun langzaamaan, aan de hand van de uitzendingen van Radio Nederland, deed inzien dat er een andere wereld bestond dan de hunne, met niet alleen maar geweld en waar niet uitsluitend het recht van de sterkste gold. Een aantal van hen is toen gedeserteerd...
‘Wij maken de beste reclame voor Nederland’, zegt Zepeda. ‘Niet in de zin van: kom naar Amsterdam, of: proef onze geweldige kaas, maar wel in die zin dat wij een alternatief bieden. Wij laten zien wat democratie is.’ ‘Het is een platform van de democratie’, benadrukt Indira Titus. ‘Brug’ en ‘spiegel’ zijn ook woorden die telkens terugkomen. ‘De functie van deze organisatie is: een beetje licht brengen daar waar het donker is’, hervat Zepeda.
Natuurlijk dringt de vergelijking met de BBC World Service zich op. Onmogelijk om daarmee te concurreren. Da Silva zegt het al voordat de vraag is gesteld: ‘Ik ben zelf een loyale fan van de BBC. En we werken ook wel met hen samen. Maar wij laten een ander geluid horen, we tonen het Nederlandse perspectief: in verband met mensenrechten, drugsbeleid, euthanasie, de samenwerking met de rest van Europa. Dat Nederlandse perspectief hoeft niet overheersend te zijn. We zijn geen reclamebureau. Nederland is more sophisticated than that. We hebben, zoals onze slogan zegt, all shades of opinion.’ Ze geeft voorbeelden: het Engelstalige discussieprogramma Amsterdam Forum over actuele onderwerpen, de vele documentaires, de muziekprogramma’s – die overigens, zoals iedereen benadrukt, herhaaldelijk bekroond werden.
De documentaires gaan niet alleen over Nederland, al zal dat voortaan wel meer moeten gebeuren. Op CD gaan documentaires naar diverse partner stations. Da Silva: ‘Het is misschien duur om zo’n CD te fabriceren. In een tijd van McKinsey rapporten is het moeilijk er de economische waarde van in te schatten. Maar zo’n programma bereikt wel heel veel mensen.’

15.00 uur - het muziekprogramma Matinee heeft nog een uur te gaan. Dan begint Wereldnet, waar ‘gewone’ Nederlanders die in het buitenland wonen aan bod komen. Langzaamaan begint de Nederlandse afdeling zich klaar te maken voor de overdracht van de ochtendploeg naar de avondploeg, terwijl de ‘brug’ kijkt naar wat er de volgende dag staat te gebeuren en de planning bijhoudt wat internationaal op de agenda staat. Een Indonesische presentatrice verlaat een opnamecel, haar Engelstalige collega neemt haar plaats in. De Latino’s zijn aan hun werkdag begonnen. Om 17.00 uur volgt de tweede Nieuwslijn, om 22.30 uur de laatste. Even later beginnen de uitzendingen naar Midden-Amerika, gevolgd door die naar Azië, waar inmiddels de volgende ochtend aanbreekt. De Wereldomroep mag niet slapen.

Zie ook: Wereldtelevisie
Zie ook: Eén miljoen mailtjes
Zie ook: Rijdende radioscholen



 

 
[an error occurred while processing this directive]