De lol van Maarten van den Biggelaar
Fun. Dat is het sleutelwoord van uitgever
Maarten van den Biggelaar, de vader van Quote Media en uitgever van onder
andere Elle, Quote en Santé. Werken moet leuk zijn. Of het nu gaat om het
maken van een blad, het verkopen van flesjes wijn of het runnen van een
uitgeverij.
Gertjan Harberink
De directietafel van Maarten van den Biggelaar is
bezaaid met spullen. Bladen. Kranten. Ordners. Op de grond ligt een
basketbal. Naast het whiteboard aan de spierwitte muur hangen twee
eenvoudige glazen lijstjes. Het ene lijstje bevat de cover de eerste Quote
uit 1986. Daarop poseert de toenmalige PSV'er Ruud Gullit in maatpak met
de Financial Times op schoot. Onder zijn chique schoenen zijn noppen
geschroefd.
Het andere lijstje bevat het certificaat van de Dolf van den Brinkprijs,
een prijs van uitgeversclub NUV voor zijn innovatieve manier van uitgeven.
'Tsja, dat is gewoon toeval', bezweert Van den Biggelaar. 'Het is wel
symbolisch eigenlijk. Een begin en een eind.'
Wie over uitgeverij Quote Media praat, heeft het
vooral over Maarten van den Biggelaar - een jongensachtige, op het eerste
gezicht verlegen uitgever en zakenman die zijn geuzennaam De Big met trots
draagt.
Over van den Biggelaar doen veel verhalen de ronde. Over zijn losse manier
van leidinggeven. Zijn creativiteit. Zijn vermogen om financiers en
zakenpartners te overtuigen van zijn ideeën. Maar ook over zijn vermogen
om mensen tegen zich in het harnas te jagen. Grachtengordel Murdoch,
Amsterdamse New Yorker, een kind dat schurkt in zijn eigen pak, een
gevaarlijk charmant type. Het is maar een greep uit de typeringen die hem
de afgelopen jaren ten deel vielen.
Talrijk zijn ook de verhalen over de wijze waarop hij na zijn zoveelste
brainwave met veel elan een project van de grond tilt om na verloop van
tijd zijn interesse te verliezen en weer met wat nieuws te beginnen.
'Ach', zegt hij, 'Het is niet zo dat ik het laat liggen. Ik zie mezelf
meer als een creatief directeur. Ik start iets en geef mijn mensen dan
graag veel vrijheid.'
Eind jaren zeventig start de dan 22-jarige
rechtenstudent de Amsterdamse nachtdisco Dansen bij Jansen. Daarna
probeert hij een Amsterdamse uitgaansagenda 'Bladeren' op poten te zetten.
Het blad gaat na enkele nummers ten onder. Als Van den Biggelaar na zijn
studie twee jaar in Amerika verblijft voor het behalen van zijn Masters of
Law-degree doet hij het idee voor een glossy zakenblad op. Terug in
Nederland gaat hij op zoek naar geldschieters en een redactie. Hij vindt
zeven financiers die samen een miljoen gulden op tafel willen leggen
waarmee de basis voor uitgeverij Quote Media gelegd is.
Uitgeverij Quote Media en het zakenblad Quote starten op twee verdiepingen
aan Herengracht 247 in Amsterdam. In het nulnummer dat in de zomer van
1986 verschijnt staat een bijna pagina-grote foto van het kantoortje van
Van den Bigelaar. Het directiebureau van IKEA kost 95 gulden. 'De
bureaustoel stond er al', meldt het onderschift. 'Aantal medewerkers: 1.
Omzet in 1985: 50.000. Verwachte omzet in 1986: 1,5 miljoen.'
Het blad benadert het zakendoen op een nieuwe, tot dan toe ongekende
manier. Het glossy maandblad schrijft over de glamourkant van het
zakendoen en geeft de Nederlandse zakenwereld een gezicht. Het blad legt
een bijzondere interesse aan de dag voor de inkomsten van de Nederlandse
jetset en degene die daar tegenaan schurken.
'In de jaren tachtig werd voor het eerst prettig veel geld verdiend', zegt
Van den Biggelaar in 1998 tegen de Volkskrant. 'Door vrije jongens, niet
door grote bedrijven. Daardoor begon ook het idee door te dringen dat
ondernemen leuk kon zijn.' Inmiddels verschijnt Quote - de Privé van de
zakenwereld - maandelijks in een oplage van een kleine 50.000 stuks.
Na Quote bouwt Van den Biggelaar gestaag verder
verder aan zijn media-imperium. Waar andere uitgeverijen aan de hand van
demografische onderzoeken witte vlekken op de landkaart proberen te
vinden, gaat Van den Biggelaar af op zijn buikgevoel.
Quote-hoofdredacteur Jort Kelder: 'Hij krabt eens aan zijn kont, steekt
een vinger in de lucht en zegt: 'we gaan het gewoon doen.'
Als de VNU eind jaren tachtig het blad Marie-Claire verkiest boven Elle,
grijpt Van den Biggelaar zijn kans. Hij weet het Franse concern te
overtuigen van zijn kunnen. Hachette en Quote Media zetten in 1989 een
joint venture op waar Elle in ondergebracht wordt. Andere titels volgen
snel. Het zijn luxe bladen voor een verwende doelgroep.
'Ik sta voor een kwalitatief hoogstaand portfolio', zegt Van den Biggelaar.
'Alleen het beste. Goede tekst, perfecte vormgeving, mooi papier. Mijn
bladen zijn een cadeautje voor de lezer. Ik vind dat je trots moet kunnen
zijn op alles wat je doet. Ik ben geen groot visionair of zo. Maar ik ben
wel iemand die vasthoudt aan die standpunten.'
Eind 2001 nam Quote Media ook e-commerce zakenblad
Emerce over. Uitgever Oscar Kneppers stond 51 procent van zijn bedrijf af
aan Van den Biggelaar. 'Als ondernemer deed het pijn om je zelfstandigheid
te verliezen. Als uitgever en bladenmaker vind ik het fantastisch. We
hadden geen sales-afdeling, geen it-mensen. Niks. De website, het blad,
alles deden we met slechts tien mensen. We moesten wel. Het was een
kwestie van inpluggen en meespelen.' Kneppers ervaart de samenwerking met
Quote Media als een warm bad. 'Het is prettig om samen te werken met
mensen die net als wij liefhebbers zijn van bladenmaken.'
Met de combinatie van Emerce, Quote en Quote Finance denkt Van den
Biggelaar de zakelijke lezersmarkt goed gedekt te hebben. Maar er is meer
op komst. Zo staat er een nieuwe aan Emerce gelieerde titel op stapel. De
uitgever start bovendien een nieuwe commerciële tak in de vorm van Quote
Sponsored Magazines. In september start ook Elle Girl, de
jonge-meisjesvariant van Elle.
Van den Biggelaars ondernemingszin beperkt zich
niet tot print. Hij zette samen met projectontwikkelaar Joep van de
Nieuwenhuizen restaurant Eerste Klas op in het Amsterdamse Centraal
Station. Hij was ook één van de partners die aan de basis stonden van
Planet Internet en startte het interactieve clipstation The Box.
Soms gaat het mis. Veronica Nieuws Radio, een gezamenlijk project van
Quote Media en Veronica eindigde in 1996 in een financieel debacle. VNR
was alleen te vinden op de waanzinnig slecht beluisterde middengolf. De
teller bleef steken op een luisterdichtheid van 0,2 procent. Zestig
redacteuren belandden op straat. 'Dat was nou echt kut!' zegt hij
achteraf. Ik had nooit durven denken dat er maar zo weinig mensen naar de
AM-band zouden luisteren.' Spijt heeft hij niet. 'Ik zou het nu precies
weer zo doen.'
Behalve in de kiosken heeft Quote Media haar
positie ook op internet versterkt. Van den Biggelaar kocht zoekmachine
Vinden.nl en lanceerde de vacaturesite QuoteJobs. In 2000 begon hij ook
met het verhandelen van flesjes wijn via QuoteOnWine.nl. De verwende
doelgroep kan via QuoteVillas.nl een vakantie regelen. Het waren feitelijk
vingeroefeningen voor het half mei gestarte QuoteNet.
QuoteNet is een veelomvattend nieuw initiatief van Van den Biggelaar. Wie
zich voor 99 euro abonneert krijgt een internetabonnement waarmee overal
ter wereld tegen lokaal tarief ingebeld kan worden. Daarnaast hebben
abonnees toegang tot allerlei sites en services. Zo krijgen leden toegang
tot alle artikelen die in de verschillende Quote Media-bladen verschijnen.
En ze beschikken over het virtuele kantoor QuoteOffice. Het kantoor kent
een emailfunctie, een agenda, een plek om bestanden op te slaan, bookmarks
te bewaren, memo's te schrijven. Email afluisteren via de telefoon, sms'en,
het kan allemaal. 'Virtuele kantoren zijn er al wel. Wij gaan nog een stap
verder. We bieden ook virtuele assistenten aan.' De assistenten voeren
desgevraagd visitekaartjes in, maken powerpointpresentaties of werken
gedicteerde teksten uit. 'In de toekomst breiden we het aantal services
nog veel verder uit', belooft Van den Biggelaar. 'Via de digitale Butler
kun je personeel inhuren. Voor de catering van een feestje bijvoorbeeld.
Maar we gaan ook dating aanbieden. En een routeplanner. File-informatie.
Weerberichten uit de hele wereld. Snelheidscontroles. Binnenkort starten
we met delicatessen. Paling, kaviaar. Alleen het beste.'
De uitgever denkt zeker 150.000 mensen te kunnen vinden die 99 euro per
jaar over hebben voor QuoteNet. 'Veel mensen in onze doelgroep werken
zelfstandig. Ze hebben geen kantoor-ondersteuning hoewel ze er wel het
geld voor hebben. Ik ga van mezelf uit. Ik wil dat het me zo makkelijk
mogelijk gemaakt wordt.'
Opmerkelijk is de overname van de Groningse
digitale uitgever Gopher eind vorig jaar. 'Maarten heeft behalve een heel
creative geest ook een perfect gevoel voor timing', zegt Gopher-oprichter
Hans Offringa. 'Hij weet precies hoe je op het juiste moment kansrijke
initiatieven moet stappen.'
Gopher verzorgt gepersonaliseerd drukwerk in heel grote en heel kleine
oplages en gebruikt daarvoor een combinatie van eigen software en digitale
printtechnieken. Desgewenst levert Gopher een boek in een oplage van een
of twee. Omdat het bedrijf aangesloten is bij een netwerk van Xerox kunnen
de Gopher-producten op ruim 150 locaties in Europa geprint worden. 'Onze
manier van werken zet de bestaande verdienmodellen in de uitgeefwereld
behoorlijk op zijn kop', zegt Offringa.
Gopher vormt een brug tussen web en print. Van den Biggelaar wil dat zijn
klanten via internet gepersonaliseerde boeken kunnen laten drukken door
Gopher. Boekjes die te vergelijken met boekjes als de eetgids die Quote
Media ook uitgeeft. 'Persoonlijke reisgidsen behoren tot de mogelijkheid.
Of een gidsje met leuke hotels en restaurants in New York of Florence.'
Ook een zelfgekozen selectie artikelen uit de Quote-bladen, zou een optie
zijn. 'Ik sluit niets uit. Ik wil een database hebben met resources. Mooie
plekjes. Leuke stranden. Informatie van alle plekken waar onze
journalisten komen. Als ze op reis moeten, keuren ze en passant even een
hotelletje of ze pikken even een stad mee. Ik ben een handelaar in
informatie, meer niet.'
De bladen van Quote Media deden de afgelopen jaren
regelmatig van zich spreken. De Quote 500, de lijst van de vijfhonderd
rijksten van Nederland heeft de afgelopen jaren een enorme opmars gemaakt.
Het verschijnen van de jaarlijkse top 500 van rijken is een nieuwsfeit op
zich geworden waar alle media zich en masse op storten om de stijgers en
dalers te analyseren.
De producten worden gewaardeerd, getuige de steeds groter wordende
prijzenkast.
Het bedrijf van Van den Biggelaar is een vaste waarde geworden bij de
jaarlijkse Mercur-uitreikingen. Jort Kelder werd in 1998 uitgeroepen tot
hoofdredacteur van het jaar. Een jaar later wordt Quote gekroond tot blad
van het jaar. In 2000 gaat de Mercur voor beste visualisatie naar Quote.
En in 2001 wordt Elle uitgeroepen tot tijdschrift van het jaar. 'Een
zoveelste eigenzinnige uitgave van Quote Media', concludeert de jury.
Vorig jaar ontving Van den Biggelaar de eerste Dolf van den Brinkprijs.
Deze prijs van het uitgeversvakblad Mediafacts wordt jaarlijks toegekend
aan uitgevers die een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan het
verrijken van de uitgeeftraditie. Juryvoorzitter Joan Hemels noemde Van
den Biggelaar een veelzijdig ondernemer die met zijn uitgeverij een nieuwe
weg insloeg en zodoende tot voorbeeld dient voor veel nieuwkomers.
Opmerkelijk genoeg is Van den Biggelaar geen lid van het Nederlands
Uitgevers Verbond. 'Waarom zou ik', mompelt de uitgever. 'Zonde van het
geld.'
Wat is het geheim van het succes van Quote Media?
Quote-hoofdredacteur Jort Kelder: 'Maarten geeft creativiteit de vrije
loop. Hij is geen groot manager maar omringt zich met mensen die dat wel
zijn. Daarnaast, en dat is ook niet onbelangrijk, hangt hier een heel
liberale sfeer. We proberen bureaucratie buiten de deur te houden. Quote
is een fun-company waar heel, heel hard gewerkt wordt in een liberale
sfeer. Werken hoeft geen straf te zijn. Straks gaan we met z'n allen naar
het strand, om maar een voorbeeld te geven.'
In het jubileumnummer dat verscheen bij het 15-jarige bestaan van het
blad, verschijnt een artikel over de roerige geschiedenis van het
bijtertje onder de zakenbladen met smeuïge anekdotes. 'Behoorlijk genant
wel', lacht Kelder. 'Dat zou je bij de meeste andere uitgeverijen niet
hoeven proberen. Maarten heeft er geen problemen mee. Hij vindt het
eigenlijk wel leuk.'
'We benaderen alles van de fun-kant', zegt Van den
Biggelaar. 'Finance, mode, wonen, we benaderen alles vanuit de fun. Dat
geld niet alleen voor de artikelen in de bladen, maar voor alles wat ik
doe. Werken moet vooral leuk zijn. Geen prikklokken. Niet te serieus.
Anders vind ik er geen zak aan. Laten we eerlijk zijn het is toch gewoon
maar een spelletje. Ik werk er keihard voor. Maar het blijft een
spelletje.'
Een echte 'baas' is Van den Biggelaar de afgelopen
nooit geworden. Kelder: 'Baas kan ik niet tegen hem zeggen. Hij zou maar
verlegen gaan giechelen. Voor mij is hij gewoon De Big.'