Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
Mijn loopmaatje – oud-collega, vriendin vooral – is er niet meer.
Eigenlijk had ze al een tijdje niet hardgelopen: eerst was het een
blessure die haar ervan weerhield; toen bleek haar conditie in snel
tempo af te nemen. Binnen de kortste keren lag Marianne in het OLVG, met
de diagnose darmkanker. Eerst leek het nog beheersbaar; opgewekt zei ze:
‘Volgend jaar doe ik weer mee.’ Maar bij een volgend bezoek, vertelde ze,
met die ongelooflijke nuchterheid van haar: ‘Ik word niet meer beter.’
Daarvoor waren de uitzaaiingen te groot, te talrijk. De chemotherapie
had slechts als doel de pijn te verlichten en de tijd te rekken.
De herinneringen gaan ver terug. We hadden een gedeelde liefde:
Azië. Voor mij een (werk)vakantieliefde, maar Marianne ging er echt
wonen. Na tien jaar op de buitenlandredactie van de Volkskrant, nam ze –
in 1979 – ontslag, om eens aan de andere kant van de ‘barrière’ te staan.
Ze trad in dienst bij UNDP, standplaats Bangkok, van waaruit ze heel
Zuid-Azië ‘coverde’. En ook dat deed ze gedreven, enthousiast,
zorgvuldig. Ze leerde Thais en hoewel ze er vanaf zag om ook het schrift
onder de knie te krijgen, was haar gesproken Thais in elk geval goed
genoeg voor het dagelijks leven. Met ontzag hoorde ik haar onderhandelen
met een taxichauffeur; het scheelde mij vele dollars. Welke expat doet
dat haar na? Maar de journalistiek bleef trekken. Bij de Volkskrant heerste
destijds de traditie dat wie wegging, niet terug mocht komen, of slechts
na een lange periode van vagevuur. Na het UNDP-uitstapje bracht ze zo’n
acht jaar door in ballingschap bij het Haarlems Dagblad. Daarna kon
Marianne haar oude plek weer innemen op de buitenlandredactie van de
Volkskrant en daarvan is ze nooit meer weggegaan. Ze vond het leuk om
mee te werken aan de website en daarvoor nieuwe technieken te leren – al
protesteerde ze als ‘dagchef web’ wel hoofdschuddend toen Bokito overal
voorpaginanieuws werd. Alsof er geen belangrijker dingen in de wereld
waren… Ook mopperde ze wel eens op collega’s, omdat zij – als
alleenstaande zonder kinderen – geacht werd altijd maar dienst te kunnen
doen tijdens schoolvakanties en andere familiefeestelijkheden. Ook
wanneer ze eigenlijk iets anders gepland had. Maar ze deed het wél. We
hebben eens een Dijkenloop gedaan – 10 kilometer langs de Waal in de
hitte van een nazomermiddag – terwijl Marianne diezelfde avond naar de
krant moest. Na de finish dus meteen doorrennen naar de bushalte – en
dan maar giechelend omkleden in het bushokje. Thuisgekomen moest
Marianne gauw-gauw douchen en dan snel op de fiets naar de Wibautstraat…
’k Zou het haar niet na doen. Collega’s hebben al herhaaldelijk gewezen op haar bekwaamheid.
Marianne hield van haar werk, voor haar geen vervroegd pensioen,
integendeel, ze had absoluut tot haar 65ste willen doorwerken, liefst
nog langer. Ze genoot er ook van dat ze het vak tot in de toppen van
haar vingers beheerste. ‘Het is zo fijn dat je zoveel kunt, als je al
zolang in ’t vak zit’, zei ze wel eens. Ze genoot van veel dingen. Van
haar reizen, van haar volkstuintje ook – dat eindelijk, eindelijk ‘af’
was, precies zoals zij het wilde. Dat was een paar weken voordat haar
ziekte werd ontdekt. Ze had zo gehoopt, nog een keer naar Florence te
kunnen. Dat was haar niet meer gegund.