Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
Het idee
is eigenlijk te simpel voor woorden. Als je het niet zelf kunt
fotograferen dan laat je het een ander doen. Geert van Kesteren kwam erop
uit nood. Hij wilde berichten over Irak. Tot 2004 kwam hij er als
fotojournalist nog. Hij legde er destijds de gevolgen van de Amerikaanse
invasie vast en de complexe interne strijd die volgde. Het leverde het
fotoboek ‘Why Mister Why?’ op. Het conflict liet Van Kesteren niet los.
Ruim twee miljoen Irakezen vluchtten in eigen land, eenzelfde aantal zocht
zijn heil in buurlanden. Intussen vielen dagelijks honderden doden in een
burgeroorlog die de Joegoslavische tragedie in de schaduw stelt.
Van Kesteren kon er geen beeldverslag meer van doen. Zijn eigen leven zou
gevaar lopen, als hij naar Irak zou afreizen. Na vijf jaar oorlog telde
het land 209 vermoorde journalisten en media-assistenten, twee vermisten
en veertien ontvoerden. De Amsterdamse fotojournalist was overgelaten aan
dorre statistieken en een Amerikaanse PR-machine die de etnische
zuiveringen terugbrengt tot ‘sektarische botsingen’. Hoe breng je de
humanitaire crisis tot leven, als je er niet zelf kan fotograferen?
De fotograaf kwam er per toeval achter, toen hij vorig jaar een Iraakse
vluchteling in Jordanië sprak. Deze dokter liet een foto zien van zijn
gewonde vriend, juist voor hij overleed. De foto was gemaakt met een
mobiele telefoon in Irak. Die foto kwam in de buurt van het verhaal dat
Van Kesteren wilde vertellen. Nieuwe technologie, de mobiele telefoon,
schiep nieuwe journalistiek.
Een jaar later ligt er het boek ‘Baghdad Calling’. Het is een verzameling
teksten, interviews en honderden foto’s, waarvan het merendeel op het
eerste gezicht het bekijken niet waard lijkt. De vage, bewogen beelden
zijn door burgers gemaakt, in het voorbijgaan. Ze tonen rookwolken achter
huizen, uitgebrande autowrakken, verwoeste gebouwen, dode jongens in het
water, open liggende bekabeling, bedelaars, maar ook bruiloftsgasten en
bezoekers van een kermis. Kortom, het leven in een door geweld getroffen
land. Waar dood heerst gaat het leven verder. Het is precies wat Van
Kesteren wil laten zien: een sprankje hoop, de veerkracht van een volk dat
gek gemaakt wordt door alomtegenwoordig geweld.
De fotograaf verzamelde de fotootjes met hulp van een team, dat onder meer
het internet afstruinde. Irakezen sturen de foto’s door en houden elkaar
zo op de hoogte. Van Kesteren plaatste niet alles lukraak; hij verwijderde
digitaal gemanipuleerde foto’s en opzichtige propaganda-uitingen. Wat
overbleef waren puzzelstukjes waarmee hij een beeldverhaal van hedendaags
Irak componeerde, aangevuld met eigen foto’s van vluchtelingen in
Jordanië, Syrië en Turkije.
Van Kesteren verricht met dit boek baanbrekend werk. Niet alleen maakt hij
het sinistere geweld in Irak voelbaar, hij bewijst journalisten tegelijk
een dienst. Hij wijst ze op nieuwe technologieën, de kansen die liggen bij
burgers en de kracht van een boek. Als dagbladen en tijdschriften passen
en liever glamour dan oorlog plaatsen, dan zoekt de journalistiek wel
nieuwe wegen.
Frits Baarda
Geert van Kesteren: Baghdad Calling. Uitgeverij Episode, ISBN
9789059730915 (Nederlandse editie), 388 pagina’s, € 25,-.