Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
NSP pleit voor meer veiligheid ‘We zijn de negers van het voetbal’
Ondanks alle maatregelen zijn de werkomstandigheden voor fotografen in
voetbalstadions verre van optimaal. De beroepsorganisatie, Nederlandse
Sport Pers (NSP), heeft bij clubs nog veel te bevechten. Sommige
supporters en stewards zijn een constante bedreiging. ‘Kankerfotograaf!
Kankerfotograaf!’
Frits Baarda
Munten
vanaf de tweede ring. Uitgebrande vuurwerkstaven. Een hele wedstrijd
dropjes naar je hoofd. Bekers met bier en urine op je laptop. Bier en
urine op je jas, frikadellen er achteraan. ‘Kankerfotograaf!
Kankerfotograaf!’ achter je rug. Stewards die je wegsturen of je zelfs
overmeesteren. Camera’s gesloopt. Camera’s gestolen. Na afloop van de
wedstrijd bang zijn om terug te lopen naar je auto. De blikken van
opgefokt supporterstuig. Je bent van de pers, de vijand, partijdig. En ook
nog fotograaf, de laagste soort, aan de rand van het veld een fantastisch
mikpunt.
Dit maken voetbalfotografen mee. En toch zegt Bob van den Cruijsem,
vijftien jaar in die sector actief en directeur van fotobureau Pics United
in Eindhoven: ‘We moeten niet overdrijven. Er gebeurt wel eens wat langs
de lijn. Maar noem het geen oorlog. Geen sensatie alsjeblieft. Ik wil niet
bij de klagers horen.’ De veiligheid is verbeterd, zegt hij. De
Eindhovenaar vertelt dat hij een nieuw ski-jack aantrekt als hij naar het
voetbal gaat. Het is niet zwart maar opvallend rood, zijn lievelingskleur.
‘Jaren liep ik omzwachteld in een dik zwart pak en een zwarte muts rond.
De kleding beschermde me, ik was onherkenbaar voor het publiek. Supporters
laten ons meer met rust. Maar achterom kijken doe ik nog niet. Geen
oogcontact, dat is mijn regel. Anders komt er gedonder van.’ Van den
Cruijsem komt twee uur voor de wedstrijd naar een stadion, twee uur na
afloop gaat hij pas naar zijn auto. Voor de veiligheid. Het hoort erbij.
Het lompe haantjesgedrag van sommige stewards, het beroerde licht, gebrek
aan stroom en de veel te hoge boardings zijn veel erger. ‘Belachelijke
werkomstandigheden’, zegt hij bij een aantal clubs tegen te komen.
Zijn collega Jerry Lampen, Reuters-fotograaf, zegt het krachtiger: ‘Wij
zijn de negers van het voetbal.’ Hij voelt zich vaak als een beest
beschimpt en behandeld. ‘Kankerfotográááf! Waarom? Ik heb er na ruim
twintig jaar nog geen verklaring voor.’ Respect ontbreekt, ook bij de
clubs, meent hij, net als goed overleg. ‘Onze problemen worden weggehoond.
Ondanks alle maatregelen kan het publiek van alles blijven gooien. We
zouden de clubs voor de schade aansprakelijk moeten stellen.’
ANP-fotograaf Robert Vos valt hem bij. Volgens hem zijn ze in het digitale
tijdperk kwetsbaarder geworden dan in de tijd van de filmrolletjes. Zijn
laptop probeert hij op schoot te houden. Zet hij het apparaat naast zich
neer, dan kan hij een knappend geluid horen. Muntjes die doel treffen en
het scherm onbruikbaar maken. ‘Je kunt bijna niet werken’, zegt hij. Het
gebeurt vooral bij avondwedstrijden, als een deel van het publiek zich
heeft ‘ingezopen’. ‘Achter de stewards worden beschermende plexiglazen
borden opgesteld. Waarom niet bij ons? Ik weet het wel: wij dienen voor de
clubs geen enkel commercieel belang. We leveren niets op. Sponsors,
tv-rechten, reclame, daar draait alles om.’
NSP-directeur Marina Witte herkent de klachtenregen. ‘Directies van
voetbalclubs hebben geen idee wat voetbalfotografen meemaken. Stadions
zijn jungles. Sportfotografen moeten altijd wijken voor de commercie.’
Witte weet waarover ze praat. Ze is al sinds de officiële oprichting in
1989 de bezielende kracht van de stichting Nederlandse Sport Pers (NSP),
de NVJ-beroepsorganisatie voor fotografen, filmers en schrijvende
journalisten die sport volgen. De NSP-perskaart is al in 1982 ingevoerd.
Het officiële document wordt uitgereikt aan sportjournalisten in vaste
dienst en freelancers die meer dan de helft van hun tijd aan
sportverslaggeving besteden. De twee fulltime krachten van de NSP,
zetelend in een kamer van het Rijswijkse ANP-kantoor, zetten zich in voor
1300 aangesloten kaarthouders. De NSP regelt accreditaties en verleent op
contractbasis service aan alle Nederlandse media en freelancers. De
belangenorganisatie, opgezet en betaald door de media zelf, onderhoudt
contacten, adviseert en voert overleg met sportbonden, clubs en
internationale sportorganisaties.
Witte ontvangt als intermediair geregeld klachten. Zoals vorig jaar mei
toen Robert Vos tijdens de kampioenswedstrijd van PSV door drie stewards
hardhandig werd beetgepakt en afgevoerd. De fotograaf had de euvele moed
zich naar het publiek om te draaien en een groepje te fotograferen dat
bezig was een hek plat te trappen. Stewards namen Vos in de tang en lieten
toe dat supporters hem schopten en met bier overgoten. Na de rust mocht de
ANP-fotograaf terugkeren, zijn jas zwaar van het bier. ‘PSV kon kampioen
worden’, zo verklaart Vos zijn volhardendheid. ‘Ik moest die foto hebben.’
Veilig werken is een steeds terugkerend thema bij besprekingen tussen NSP,
de KNVB en de eredivisieclubs. Maar het wensenpakket is breder.
Onderwerpen als parkeerkaarten, catering, technische voorzieningen zoals
wifi (draadloos internet) en persruimtes komen in alle besprekingen terug.
Vos heeft er nog twee: ‘Dat je niet overal mag zitten en de hoge
reclameborden, de boarding.’
NSP-directrice Witte vat het samen als een ‘permanent gevecht voor de
vrijheid van pers’. Volgens haar ontbreekt het bij de clubs aan de
noodzaak van overleg, ondanks de jarenlange samenwerking en de verworven
positie van de Nederlandse Sportpers. ‘De NSP is een begrip’, zegt ze. ‘En
toch besluiten clubs op het laatste moment tot het wijzigen van
verbouwingsplannen voor stadions zonder ons te raadplegen. Sponsorbelang
gaat altijd voor. Wel extra voorzieningen dus voor de VIPS, niet voor de
pers. Daardoor voldoet geen van de stadions aan de minimale
veiligheidseisen voor voetbalfotografen. In tegenstelling tot de KNVB
heeft de organisatie van eredivisieclubs, de Eredivisie CV, te weinig
macht en invloed. Als NSP moeten we daardoor met alle achttien clubs
afzonderlijke gesprekken voeren.’
Gemaakte afspraken, zoals drie jaar geleden vastgelegd in een vernieuwd
convenant, worden geregeld geschonden. Boardings horen volgens de
wettelijke regels maximaal één meter hoog te zijn. Bij AZ, Willem II,
Twente Roda JC, Heerenveen en NEC zijn de borden hoger. De fotografen
moeten er staan waardoor ze voor het publiek een gemakkelijker doelwit
zijn.
Volgens
Van den Cruijsem van Pics United zijn de ‘werkomstandigheden ondanks het
convenant achteruit gegaan’. Nog erger dan sommige supporters vindt hij
sommige stewards, de vroegere suppoosten. ‘Merendeel vrijwilligers. Ze
werken voor vijf euro en een appel. Dan krijg je als club wat je
verdient.’ Op zijn lijstje met stadions met slechtste werkomstandigheden
staat Excelsior (‘Eredivisieonwaardig. Alleen een toilet’) onderaan.
Groningen, Heerenveen en PSV bieden de beste faciliteiten. Voor
Reuters-fotograaf Lampen is het Feyenoord-stadion ‘het Walhalla’, al suist
er nog geregeld iets van de tribune naar beneden.
Alle eredivisieclubs beschikken tegenwoordig over een perschef. Het zijn
de regelaars en aanspreekpunten voor sportjournalisten. Bij het Arnhemse
Vitesse werkt Ester Bal. Zij zegt de klachten en wensen van
voetbalfotografen ‘heel serieus’ te nemen, maar vindt dat het ‘bij ons in
principe goed is geregeld. Fotografen zitten dicht bij elkaar en vlak bij
het veld. Bij mijn weten zijn fotografen hier nooit belaagd. En het licht
wordt ook steeds beter, zeker als straks in het overdekte stadion een
rookverbod zal gelden.’ Perschef Bal bespreekt problemen met een informele
Werkgroep Media, gevormd door perschefs. Ze heeft ook geregeld contact met
Witte. ‘We onderhouden met de NSP een uitstekende relatie. Voor ons is het
een keurmerk. In principe voeren we NSP-beleid uit.’
NSP-chef Witte waardeert de inspanningen van perschefs, maar zoekt het
toch steeds vaker hogerop. ‘We willen met de clubs betere, uniforme
afspraken en regels maken. Zoals bij interlandwedstrijden met de KNVB, een
voortreffelijke gesprekspartner. Dan voorkom je problemen. Bij
onduidelijkheid zoeken fotografen het zelf uit, het zijn de meest
inventieve journalisten. Perschefs en de Eredivisie CV zijn niet machtig
genoeg. Daarom hebben we een Voetbalcommissie opgericht, waarin
vertegenwoordigers van media zitten. We voeren sinds kort gesprekken
direct met de clubdirecties. Daar heerst geen onwil, zo blijkt, maar wel
veel onwetendheid.’
Fotograaf Lampen treedt bij NSP en clubs officieus op als woordvoerder van
voetbalfotografen. Hij vraagt zich af waarom clubs nooit de ervaring en
deskundigheid van voetbalfotografen, tv-mensen en journalisten inhuren.
‘Dan kunnen ze hun visie vanuit de praktijk opbouwen.’ Toch vindt Lampen
dat zijn beroepsgroep ‘wel iets valt aan te rekenen’. Hij meent dat
fotografen te weinig verantwoordelijkheid en initiatief tonen. ‘Je kunt
niet verwachten dat alles voor je is geregeld. Vraag zelf vooraf even of
er draadloos internet is.’ Van den Cruijsem steunt hem: ‘Wees
selfsupporting. Neem je eigen stoeltje mee. De clubs hoeven niet alles
voor je te doen.’
Lampen komt als Reuters-fotograaf vaak in het buitenland, voor EK’s, WK’s
en Champions League-wedstrijden. Duitsland vindt hij bijzonder goede
faciliteiten hebben. Maar het hartelijkst werd hij in de VS bij
wedstrijden van American football ontvangen. ‘Ze haalden me zelfs van het
vliegveld op. Echte gastheren. Ze denken er met je mee.’ Ondanks alle
eerzame pogingen zijn Nederlandse eredivisieclubs volgens hem nog niet zo
ver. ‘Ik verlang als fotograaf eigenlijk maar twee dingen: overleg en
respect. Behandel me als ieder normaal mens. Geef me het gevoel dat ik
welkom ben.’