Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
Laatst
was ik op uitnodiging van uitgeverij De Geus te gast op de voorstelling
van ‘Het beste land ter wereld’, een reisverslag door België van Dylan van
Eijkeren. Het is een typisch Hollander-ontdekt-
Zuiderburen-boek, waarin om de andere alinea cliché’s ter grootte van de
Antwerpse kathedraal vallen, de auteur meer Belgische bieren ontmoet dan
Belgen zelf en – mogelijk is er een causaal verband – zich afvraagt waarom
die Walen en Vlamingen toch niet beter kunnen samenleven. Een boek met de
diepgang van een kiezelsteentje dat over het wateroppervlakte gekeild
wordt, en het verbaasde me dan ook niet dat na mijn tussenkomst zelfs niet
de gebruikelijke fles wijn als dank werd overhandigd. Een mens moet bereid
zijn een prijs te betalen om iets van dat Hollandse
meerderwaardigheidscomplex te slopen. Al blijf je achteraf wel met een
kater zitten: zullen ze nu nooit eens echt de moeite nemen om dit land te
willen begrijpen?
Daarom sprong mijn hart van vreugde over toen ik hoorde dat ‘Arm Wallonië’
van mijn Vlaamse Humo-collega Pascal Verbeken de
M.J. Brusseprijs voor het beste journalistieke boek
had gewonnen. Want als er nu één boek is dat dit rare land een beetje
verklaart, dan wel dit. Eind 19e eeuw publiceerde Auguste De Winne,
journalist van het socialistische dagblad Le Peuple, zijn klassieke
reportageboek ‘Door Arm Vlaanderen’, het verslag van een reis langs ‘gaten
van verdriet’ waar hongersnood, analfabetisme en uitbuiting welig tieren.
Honderdduizenden Vlamingen trokken naar een van de meest ontwikkelde
industriële Europese regio’s uit die tijd: Wallonië. Tot begin jaren ’60
bleef Wallonië een magneet voor grote golven arbeidsmigranten uit alle
windstreken. Die gouden tijd is voorbij. Vandaag zijn de economische
verhoudingen omgedraaid: het in welvaart badende Vlaanderen wil daarom
steeds meer afstand nemen van de verpauperde Walen. In ‘Arm Wallonië’
brengt Verbeken een eeuw later een tegenbezoek aan Wallonië, en ontmoet
hij weinig bier maar veel mensen: boeren, oud-mijnwerkers, winkeliers,
professoren, bedrijfsleiders, illegalen, leraren, burgemeesters,
asielzoekers, cineasten, syndicalisten,…. Allen schilderen ze mee aan een
veelkantig, ontroerend tableau van een land dat moeizaam zijn verloren
trots probeert terug te vinden, en meteen een verklaring biedt voor het
politieke kluwen dat België vandaag is.
Ik wil aan al mijn Nederlandse collega’s de vriendelijke raad geven het te
lezen, vooraleer ze nog één letter over België op papier zetten.