Voor
de elektronische versie van
De
Journalist Agenda 2008 klik
hier (iCal).
Voor de geregeld aangepaste Google-versie,
klik hier:
Voor suggesties en aanvullingen:
mail naar
info@dejournalistagenda.nl
Stephan Vanfleteren over
WPP 2007
‘Een prachtige mislukte foto’
De jury van World Press Photo maakt zich zorgen over de fotojournalistiek.
‘Er is geen tijd meer voor een goed opgebouwd fotoverhaal’, zegt Belgisch
jurylid Stephan Vanfleteren.
Frits Baarda
De dag na
de bekendmaking van de World Press Photo loopt Stephan Vanfleteren, moe en
versleten van een week lang jureren, naar de brievenbus van zijn huis in
het Vlaamse Vilvoorde. Daar ligt de krant met de winnende foto van de
uitgeputte Amerikaanse soldaat in Afghanistan. Hij ziet het beeld van de
Britse fotograaf Tim Hetherington voor het eerst terug in een krant. En
hij denkt ter plekke: ‘Het wint aan kracht, hoe vaker ik kijk.’
Het jurylid, freelance fotograaf voor onder meer De Morgen en de
Volkskrant, houdt aan de keuze een ‘goed gevoel’ over. ‘De winnende foto
is in feite in alle opzichten mislukt. Bewogen. Slecht belicht. Soldaat
niet goed in beeld. Maar hij raakt me, hij stáát voor iets, en dat is het
belangrijkste. Het is een prachtige mislukte foto’.
De jury nam vier tot vijf uur de tijd voor het aanwijzen van de winnaar.
De foto kwam boven drijven uit een recordaantal van 80.536 inzendingen van
vijfduizend fotografen uit 125 landen. De juryleden werkten soms tot ’s
nachts vijf of zes uur door voordat ze een categorie afsloten. Vanfleteren
vond het de inspanningen waard: ‘Op het allerhoogste niveau heb ik zoveel
moois gezien. Echt fantastisch. Maar het was spaarzaam. Er waren weinig
fotografen die op de juiste momenten op de juiste plaats waren. Het was
ook wel een raar jaar: terwijl we in de jaren hiervoor orkaan Katrina
hadden, of de aardbeving in Pakistan, waren er dit jaar weinig
gebeurtenissen die eruit sprongen. Irak, Benazir Bhutto en Kenia. En
Darfur. Maar we hadden moeite om daar vandaan goed werk te vinden. Het was
blijkbaar heel moeilijk in Darfur te geraken.’
Verheugd was Vanfleteren over de ‘afwijkende foto’s van eigenwijze mensen’
die hij tegenkwam. Hij noemt de onbekende Nederlander Pieter ten Hoopen
een goed voorbeeld. De fotograaf van het Franse Agence VU maakte een serie
over het dagelijks leven in een stil Russische dorpje. Ten Hoopen won er
de eerste prijs mee in de categorie Dagelijks Leven. ‘Zijn moed is
beloond. Zijn werk sprong eruit. Als je de zoveelste soldaat uit een
helikopter ziet springen, is zo’n serie een verademing. Ik heb er erg voor
gestreden, en ik kreeg uiteindelijk veel steun.’ Vanfleteren prijst ook
het lef van de jury om dit soort keuzes te maken. ‘Het was een
ongelooflijk mooie mix van mensen uit alle hoeken van de wereld. Samen
hadden we een brede kijk op de fotografie. Het getuigt bij de
WPP-organisatie van moed dat ze deze mensen bij elkaar hebben gezet. Ze
namen er een risico mee. Het had alle kanten op kunnen gaan.’
De jury koos dit jaar vaker voor gedurfde, afwijkende fotografie. Het liet
de degelijke, maar voor de hand liggende beelden liggen. Juryvoorzittter
Gary Knight, fotograaf en voorzitter van het fotoagentschap VII, zei het
al: ‘We hebben een zorg. Veel fotoverhalen missen diepte en
betrokkenheid.’
Vanfleteren deelt die mening. Volgens hem zijn gebrek aan geld en tijd de
oorzaak van de verschraling van de fotojournalistiek: ‘De deadline is de
grootste boosdoener. Alles moet rap naar de krant. Steeds vaker, steeds
sneller. Er is geen tijd meer voor een goed opgebouwd fotoverhaal. Ik heb
wel eens toevallig bij een voetbalmatch van de Rode Duivels gezeten. Na
vijftien minuten liepen de eerste fotografen al weg om hun beelden te
versturen. Ze hadden niets gezien. Toen ze terugkwamen, was het eerste
doelpunt gevallen. Dat hadden ze gemist. ’ Ook op kranten en tijdschriften
richt hij zijn pijlen. ‘Voor grote zaken en conflicten is steeds minder
plaats. Kranten moeten verkopen. Meer fashion en lifestyle dus in de
magazines. Lezers willen ze niet met ellende confronteren.’
Des te opmerkelijker, vindt hij, dat uitgerekend het Amerikaanse glossy
lifestyle blad Vanity Fair de hoofdprijs opeist. De hoofdredactie gaf
winnaar Hetherington alle tijd om zijn verhaal van de Amerikaanse soldaten
in Afghanistan te maken. En de indringende, van glamour gespeende beelden
in het tijdschrift de ruimte te geven. ‘Time Magazine en Newsweek en al
die andere grote kranten en tijdschriften zouden zich moeten schamen.’
‘Prijzen zetten Noor steviger op de kaart’ Een half
jaar na de oprichting heeft het internationale fotoagentschap Noor twee
prijzen gewonnen bij World Press Photo. De Amerikaan Stanley Green
(lAlgemeen nieuws, 2e prijs. Aanvalsplan getekend in het zand bij grens
Tsjaad-Soedan) en Italiaan Francesco Zizola (Mensen in het
nieuws, 2e prijs, series. Geweld in Colombia.) zaten bij de winnaars.
Noor-oprichter Kadir van Lohuizen, een van de negen aangesloten
fotografen, is bijzonder blij. ‘De prijzen zijn erg belangrijk’, zegt hij
vanuit Amsterdam, juist teruggekeerd van een reportage in de
West-Afrikaanse Niger-delta. ‘De aandacht zet ons steviger op de kaart. We
zijn nog geen jaar bezig. Het is een mooi begin.’ Het fotojournalistieke
agentschap is de eerste maanden goed door gekomen, zegt Van Lohuizen.
‘Financieel hadden we het slechter ingeschat. So far so good’. Noor werd
geboren in een tijd dat kranten en tijdschriften de geldkraan voor
fotojournalistieke reportages naar moeilijk toegankelijke gebieden steeds
verder dichtdraaiden. ‘Er verandert iets in de fotojournalistiek. Er zijn
nauwelijks nog opdrachten, zeker geen langlopende fotoprojecten zoals wij
voor ogen hebben. Als we naar het oosten van Tsjaad willen, krijgen we een
garantie van drie dagen om er te werken. Anders wordt de verzekering te
duur. Dat geeft te denken.’ Om te overleven is meer nodig, meent Lohuizen.
‘We moeten buiten de gebaande paden treden. Niet alleen maar kranten en
tijdschriften. NGO’s gaan een steeds grotere rol spelen. En we zullen nog
meer letten op internet. Daar moeten we onze positie versterken.’ Van
Lohuizen wil niet meedoen met de klaagzang. ‘Ik ben altijd gewend geweest
om hard te werken. De onzekerheid groeit, maar dat houdt me scherp. Alleen
het allerbeste is goed genoeg.’